Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 februari 2018, nr. 1273502 tot wijziging van de Regeling studiefinanciering 2000, de Regeling tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Regeling studiefinanciering BES in verband met het vaststellen van regels ter waarborging van de persoonlijke levenssfeer in het kader van de beëindiging van studiefinanciering of tegemoetkomingen bij deelname aan een terroristische organisatie

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 9.6a, vijfde lid, van de Wet studiefinanciering 2000, artikel 9.5a, vijfde lid, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, en artikel 7.4a, vijfde lid, van de Wet studiefinanciering BES;

Besluit:

ARTIKEL I. REGELING STUDIEFINANCIERING 2000

Na artikel 4.6 van de Regeling studiefinanciering 2000 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 4A. VERWERKING EN BEVEILIGING GEGEVENS OVER UITREIZIGERS

Artikel 4a.1. Wijze van en waarborgen voor verwerking van een melding van de diensten over een uitreiziger
  • 1. Indien de Minister heeft besloten dat een studerende een uitreiziger is als bedoeld in artikel 2.17a, tweede lid, van de wet, krijgt de betreffende persoon in het studiefinancieringssysteem een markering.

  • 2. Bij een aanvraag of wijziging in de studiefinanciering van een uitreiziger, controleert de Minister aan de hand van de gegevens uit de melding, bedoeld in artikel 2.17a, tweede lid, van de wet, of de markering, bedoeld in het eerste lid, van toepassing is.

  • 3. De Minister verstrekt geen gegevens aan derden met betrekking tot de melding, bedoeld in artikel 2.17a, tweede lid, van de wet, en de markering, bedoeld in het eerste lid.

  • 4. De Minister bewaart gegevens met betrekking tot de melding, bedoeld in artikel 2.17a, tweede lid, van de wet, en de markering, bedoeld in het eerste lid, niet langer dan noodzakelijk voor de toepassing van artikel 2.17a van de wet.

Artikel 4a.2. Gegevensuitwisseling met Inspectie SZW
  • 1. De Minister verstrekt gegevens als bedoeld in artikel 9.6a, derde lid, van de wet, slechts op verzoek van de Inspectie SZW.

  • 2. In het verzoek, bedoeld in het eerste lid, duidt de Inspectie SZW de persoon waarop het verzoek betrekking heeft aan met het burgerservicenummer.

  • 3. De Minister verstrekt de benodigde gegevens via een beveiligde verbinding.

  • 4. De Minister bewaart het informatieverzoek van de Inspectie SZW niet.

Artikel 4a.3. Technische en organisatorische maatregelen ten behoeve van beveiliging tegen verlies of onrechtmatige verwerking en hoe daarop wordt toegezien
  • 1. De gegevensuitwisseling, benodigd voor de toepassing van artikel 2.17a van de wet, vindt plaats via een beveiligde verbinding tussen de Minister en de Inspectie SZW. Tot deze verbinding hebben uitsluitend die medewerkers van de Dienst Uitvoering Onderwijs toegang die het juiste veiligheidsonderzoek hebben ondergaan.

  • 2. De functionaris voor de gegevensbescherming, bedoeld in artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens, van de Dienst Uitvoering Onderwijs ziet toe op naleving van dit hoofdstuk.

ARTIKEL II. REGELING TEGEMOETKOMING ONDERWIJSBIJDRAGE EN SCHOOLKOSTEN

Na artikel 2.4 van de Regeling tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 2A. VERWERKING EN BEVEILIGING GEGEVENS VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 2.22B VAN DE WET

Artikel 2a.1. Wijze van en waarborgen voor verwerking van een melding van de diensten over een uitreiziger
  • 1. Indien de Minister heeft besloten dat een studerende een uitreiziger is als bedoeld in artikel 2.22b, tweede lid, van de wet, krijgt de betreffende persoon in het studiefinancieringssysteem een markering.

  • 2. Bij een aanvraag of wijziging in de studiefinanciering van een uitreiziger, controleert de Minister aan de hand van de gegevens uit de melding, bedoeld in artikel 2.22b, tweede lid, van de wet, of de markering, bedoeld in het eerste lid, van toepassing is.

  • 3. De Minister verstrekt geen gegevens aan derden met betrekking tot de melding, bedoeld in artikel 2.22b, tweede lid, van de wet, en de markering, bedoeld in het eerste lid.

  • 4. De Minister bewaart gegevens met betrekking tot de melding, bedoeld in artikel 2.22b, tweede lid, van de wet, en de markering, bedoeld in het eerste lid, niet langer dan noodzakelijk voor de toepassing van artikel 2.22b van de wet.

Artikel 2a.2 Gegevensuitwisseling met Inspectie SZW
  • 1. De Minister verstrekt gegevens als bedoeld in artikel 9.5a, derde lid, van de wet, slechts op verzoek van de Inspectie SZW.

  • 2. In het verzoek, bedoeld in het eerste lid, duidt de Inspectie SZW de persoon waarop het verzoek betrekking heeft aan met het burgerservicenummer.

  • 3. De Minister verstrekt de benodigde gegevens via een beveiligde verbinding.

  • 4. De Minister bewaart het informatieverzoek van de Inspectie SZW niet.

Artikel 2a.3. Technische en organisatorische maatregelen ten behoeve van beveiliging tegen verlies of onrechtmatige verwerking en hoe daarop wordt toegezien
  • 1. De gegevensuitwisseling, benodigd voor de toepassing van artikel 2.22b van de wet, vindt plaats via een beveiligde verbinding tussen de Minister en de Inspectie SZW. Tot deze verbinding hebben uitsluitend die medewerkers van de Dienst Uitvoering Onderwijs toegang die het juiste veiligheidsonderzoek hebben ondergaan.

  • 2. De functionaris voor de gegevensbescherming, bedoeld in artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens, van de Dienst Uitvoering Onderwijs ziet toe op naleving van dit hoofdstuk.

ARTIKEL III. REGELING STUDIEFINANCIERING BES

Na artikel 3.2 van de Regeling studiefinanciering BES wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 3A. VERWERKING EN BEVEILIGING GEGEVENS VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 2.10A VAN DE WET

Artikel 3a.1. Wijze van en waarborgen voor verwerking van een melding van de diensten over een uitreiziger
  • 1. Indien de Minister heeft besloten dat een studerende een uitreiziger is als bedoeld in artikel 2.10a, tweede lid, van de wet, krijgt de betreffende persoon in het studiefinancieringssysteem een markering.

  • 2. Bij een aanvraag of wijziging in de studiefinanciering van een uitreiziger, controleert de Minister aan de hand van de gegevens uit de melding, bedoeld in artikel 2.10a, tweede lid, van de wet, of de markering, bedoeld in het eerste lid, van toepassing is.

  • 3. De Minister verstrekt geen gegevens aan derden met betrekking tot de melding, bedoeld in artikel 2.10a, tweede lid, van de wet, en de markering, bedoeld in het eerste lid.

  • 4. De Minister bewaart gegevens met betrekking tot de melding, bedoeld in artikel 2.10a, tweede lid, van de wet, en de markering, bedoeld in het eerste lid, niet langer dan noodzakelijk voor de toepassing van artikel 2.10a van de wet.

Artikel 3a.2 Gegevensuitwisseling met Inspectie SZW
  • 1. De Minister verstrekt gegevens als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, van de wet, slechts op verzoek van de Inspectie SZW.

  • 2. In het verzoek, bedoeld in het eerste lid, duidt de Inspectie SZW de persoon waarop het verzoek betrekking heeft aan met een tot een persoon herleidbaar nummer.

  • 3. De Minister verstrekt de benodigde gegevens via een beveiligde verbinding.

  • 4. De Minister bewaart het informatieverzoek van de Inspectie SZW niet.

Artikel 3a.3. Technische en organisatorische maatregelen ten behoeve van beveiliging
  • 1. De gegevensuitwisseling, benodigd voor de toepassing van artikel 2.10a van de wet, vindt plaats via een beveiligde verbinding tussen de Minister en de Inspectie SZW. Tot deze verbinding hebben uitsluitend die medewerkers van de Dienst Uitvoering Onderwijs toegang die het juiste veiligheidsonderzoek hebben ondergaan.

  • 2. De functionaris voor de gegevensbescherming, bedoeld in artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens, van de Dienst Uitvoering Onderwijs ziet toe op naleving van dit hoofdstuk.

ARTIKEL IV. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

TOELICHTING

1. Algemeen

Deze regeling wijzigt de Regeling studiefinanciering 2000 (hierna: RSF 2000), de Regeling tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (hierna: RTOS), en de Regeling studiefinanciering BES (hierna: RSF BES).

2. Inhoudelijk

Algemeen

De Wet beëindiging uitkeringen, studiefinanciering en tegemoetkoming bij deelname aan terroristische organisatie (Stb 2017, 78)1 voorziet in een beëindigingsgrond in de Wet studiefinanciering 2000 (hierna: WSF 2000), de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (hierna: WTOS), en de Wet studiefinanciering BES (hierna: WSF BES) voor personen die worden aangemerkt als uitreizigers. Uitreizigers in de zin van de onderwijswetten zijn studerenden of aanvragers ten aanzien van wie uit een melding van de door de daartoe bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat de studerenden zich buiten het land Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie die door de Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met het gevoelen van de Rijksministerraad, is geplaatst op een lijst van organisaties die deelnemen aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. Voor de vaststelling of iemand kan worden aangemerkt als uitreiziger wordt gekeken naar de inhoud van een door de daartoe bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten (de AIVD of de Nationale Politie) afgegeven melding aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Vervolgens kan de Minister besluiten dat een studerende of aanvrager een uitreiziger is. Indien een studerende op grond van de artikel 2.17a van de WSF 2000, artikel 2.22b van de WTOS, of artikel 2.10a van de WSF BES, geen aanspraak meer heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming, dan wordt de beschikking waarbij de studiefinanciering of de tegemoetkoming is toegekend, van rechtswege herzien.

Gegevensverwerking

Voor de toepassing van artikel 2.17a van de WSF 2000, artikel 2.22b van de WTOS en artikel 2.10a van de WSF BES is het nodig dat de Minister gegevens verwerkt:

  • Ten behoeve van het gericht een melding kunnen uitdoen over een uitreiziger in de vorm van een proces-verbaal en/of een ambtsbericht door de daartoe bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, hebben deze diensten informatie nodig of een betreffende persoon wel of geen studiefinanciering, studiefinanciering BES of tegemoetkoming ontvangt, dan wel heeft aangevraagd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Contra-terrorisme Informatiebox (CT-Infobox). Eén van de deelnemers in de CT-Infobox is de Inspectie SZW. De Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) verstrekt op verzoek aan de medewerker van de Inspectie SZW die werkzaam is bij de CT-Infobox het gegeven of een betreffend persoon studiefinanciering, studiefinanciering BES of tegemoetkoming ontvangt, dan wel heeft aangevraagd. De Inspectie SZW beschikt dan ten behoeve van de CT-Infobox over de benodigde gegevens van DUO.

  • Daarna vindt het werk in de CT-Infobox plaats. Deze gegevensverwerking gebeurt buiten het Ministerie van OCW om en vindt plaats conform de al bestaande wetgeving.

  • Vervolgens kan de Minister een melding ontvangen van de bevoegde opsporingsdiensten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De Minister verwerkt de ontvangen gegevens en kan besluiten dat de betreffende persoon een uitreiziger is.

De gegevensverwerking ten behoeve van de toepassing van artikel 2.17a van de WSF 2000, artikel 2.22b van de WTOS en artikel 2.10a van de WSF BES, is opgenomen in respectievelijk artikel 9.6a van de WSF 2000, artikel 9.5a van de WTOS en artikel 7.4a van de WSF BES. Deze artikelen bepalen dat de Minister de persoonsgegevens slechts verwerkt voor de toepassing van de artikelen 2.17a van de WSF 2000, 2.10a van de WSF BES en artikel 2.22b van de WTOS. Tevens regelen de betreffende artikelen dat bij deze verwerking bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens kunnen worden verwerkt. Bovendien wordt geregeld dat ook het burgerservicenummer (of een tot een persoon herleidbaar nummer2) van een aanvrager mag worden gebruikt voor de toepassing van artikel 2.17a van de WSF 2000, artikel 2.22b van de WTOS, en artikel 2.10a van de WSF BES. Op grond van telkens artikel 1.7 van de WSF 2000, de WTOS en de WSF BES mag reeds het burgerservicenummer van een studerende of leerling worden gebruikt.

In het vijfde lid van artikel 9.6a van de WSF 2000, artikel 9.5a van de WTOS en artikel 7.4a van de WSF BES is geregeld dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld ter waarborging van de persoonlijke levenssfeer. Aangegeven wordt dat in ieder geval regels worden gesteld over:

  • a. op welke wijze de gegevensverwerking bedoeld in artikel 9.6a van de WSF 2000, artikel 9.5a van de WTOS en artikel 7.4a van de WSF BES plaatsvindt;

  • b. op welke wijze door passende technische en organisatorische maatregelen deze gegevens worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking;

  • c. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld, alsmede hoe daarop wordt toegezien.

Dit wordt met de onderhavige wijzigingsregeling geregeld.

Wijze gegevensverwerking en waarborgen verwerking voor doel (sub a en sub c)

Indien de Minister besluit naar aanleiding van een melding van de daartoe bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten als bedoeld in het tweede lid van artikel 2.17a van de WSF 2000, artikel 2.22b van de WTOS en artikel 2.10a van de WSF BES, dat iemand als uitreiziger moet worden beschouwd, wordt de betreffende persoon aangemerkt in het studiefinancieringssysteem. De markering en de gegevens met betrekking tot de melding van de opsporingsdiensten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten, worden niet langer dan noodzakelijk bewaard. De blokkade is in ieder geval nodig opdat voor een bepaalde tijd geen studiefinanciering of tegemoetkoming wordt toegekend. Het is bovendien noodzakelijk dat de markering voor langere tijd wordt bewaard. Indien de studerende of leerling namelijk vraagt met terugwerkende kracht in aanmerking te komen voor studiefinanciering of een tegemoetkoming over de periode die wordt vermeld in de melding van de opsporingsdiensten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten, dient de studiefinanciering of de tegemoetkoming over deze periode niet te worden toegekend. De oorzaak hiervoor moet zijn te herleiden tot de gegevens in de DUO-systemen. Tevens is niet uitgesloten dat de melding terugwerkt naar een datum in het verleden. Daarmee gaat een terugvordering gepaard, waarvan de beslissing moet kunnen worden herleid tot de gegevens in het systeem. In de regeling wordt tot slot geregeld dat de Minister de gegevens met betrekking tot de melding niet verstrekt aan derden.

Om gericht een melding te doen over een uitreiziger hebben de bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten informatie nodig, zo ook van de Minister. In de regeling wordt geregeld dat DUO slechts op verzoek van de medewerker van de Inspectie SZW in de CT-Infobox gegevens levert aan de Inspectie SZW over een persoon. Vanuit de CT-Infobox wordt een bericht verstuurd via een beveiligde verbinding die binnenkomt op een bij DUO aanwezige beveiligde laptop. In het bericht geeft de Inspectie SZW aan over welke persoon of personen informatie dient te worden verstrekt. De Inspectie SZW duidt de persoon waarop het verzoek betrekking heeft aan met het burgerservicenummer. Op grond van telkens artikel 1.7 van de WSF 2000, de WTOS en de WSF BES mag reeds het burgerservicenummer van een studerende of leerling worden gebruikt. In artikel 2.17a van de WSF 2000, artikel 2.22b van de WTOS en artikel 2.10a van de WSF BES is bovendien geregeld dat ook het burgerservicenummer van een aanvraag mag worden gebruikt voor de toepassing van de artikelen 2.17a van de WSF 2000, 2.22b van de WTOS, en artikel 2.10a van de WSF BES. Door DUO wordt de informatie via de beveiligde verbinding gemeld aan de medewerker van de Inspectie SZW in de CT-Infobox. Het gaat hier dan om het gegeven of de persoon studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft aangevraagd dan wel reeds ontvangt op de datum van het verzoek (artikel 9.6a van de WSF 2000, artikel 9.5a van de WTOS en artikel 7.4a van de WSF BES).

Passende technische en organisatorische maatregelen ten behoeve van beveiliging tegen verlies of onrechtmatige verwerking (sub b)

Gezorgd wordt voor technische en organisatorische maatregelen ten behoeve van de beveiliging tegen verlies of onrechtmatige verwerking van gegevens. Er is sprake van een versleutelde verbinding tussen DUO en Inspectie SZW, waarbij gebruik wordt gemaakt van een beveiligd account. Tot deze verbinding hebben uitsluitend die DUO-medewerkers toegang die het veiligheidsonderzoek hebben ondergaan van de AIVD (A+). DUO sluit wat betreft de beveiliging aan op de beveiligingsstandaarden van de eijksoverheid, zoals verwoord in het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst (VIR, 2007), het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst - Bijzondere Informatie (VIR-BI, 2013) en de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst (BIR, 2012). Dit betekent dat de verantwoordelijken ook bij de levering van gegevens dezelfde beveiligingswaarborgen in acht dienen te nemen. De verantwoordelijken beveiligen de persoonsgegevens van betrokkenen tegen verlies of enige vorm van onrechtmatige verwerking. De persoonsgegevens worden beveiligd door minstens de toepassing van maatregelen uit de BIR. DUO legt geen gegevens vast van de door haar geleverde informatie van haar cliënten en van de aanvrager noch doet men mededeling aan derden over de door hem aan de Inspectie SZW verstrekte gegevens. Er is enkel sprake van raadplegen van het DUO-systeem door een DUO-medewerker óf een bsn voorkomt in het WSF-systeem. Er wordt een afweging gemaakt voor ieder individueel geval.

Privacy

Met de onderhavige regeling worden regels gesteld ter waarborging van de persoonlijke levenssfeer, waarbij de vereisten uit de Wet bescherming persoonsgegevens en de nog in werking te treden Algemene verordening gegevensbescherming3 in acht worden genomen.

De grondslag voor de gegevensverwerking is met de Wet beëindiging uitkeringen, studiefinanciering en tegemoetkoming bij deelname aan terroristische organisatie, reeds opgenomen in de WSF 2000, de WTOS en de WSF BES.4 Artikel 7 van de Wbp en artikel 1, sub b, van de Algemene verordening gegevensbescherming vereisen dat persoonsgegevens alleen voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld (doelbinding). Met de Wet beëindiging uitkeringen is reeds geregeld dat de verwerking is toegestaan van de gegevens benodigd voor de beëindiging van de aanspraak van een uitreiziger op studiefinanciering, tegemoetkoming of studiefinanciering BES.5 In de memorie van toelichting bij de Wet beëindiging uitkeringen is aangegeven dat de verwerking van de persoonsgegevens een legitiem doel nastreeft, namelijk de bescherming van de nationale veiligheid.

In onderhavige regeling worden nadere regels gesteld ter waarborging van de persoonlijke levenssfeer, zodat op een transparante manier duidelijk is op welke wijze en met welke waarborgen omkleed, gegevens worden verwerkt ten behoeve van de beëindiging van de aanspraak van een uitreiziger op studiefinanciering, tegemoetkoming of studiefinanciering BES. Het gaat dan onder meer om de wijze waarop door passende technische en organisatorische maatregelen de gegevens worden beveiligd (integriteit en vertrouwelijkheid), zodat uitwerking wordt gegeven aan de waarborg die is vereist op grond van artikel 13 van de Wbp en artikel 1, sub f, van de Algemene verordening gegevensbescherming. Ook wordt geregeld op welke wijze wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld. Tot slot wordt uitwerking gegeven aan de vereiste waarborg dat persoonsgegevens niet langer worden gebruikt dan noodzakelijk, conform artikel 10 van de Wbp en artikel 1, sub e, van de Algemene verordening gegevensbescherming.

3. Consultatie en toetsing van uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

3.1 Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

De Dienst Uitvoering Onderwijs heeft een uitvoeringstoets uitgebracht en geconcludeerd dat de regeling uitvoerbaar en handhaafbaar is.

3.2 Internetconsultatie

Met betrekking tot de regeling heeft openbare internetconsultatie plaatsgevonden. Er zijn zes reacties ontvangen. Deze reacties hebben geen aanleiding gegeven voor aanpassingen in de regeling. Een aantal van de reacties was positief, en een aantal reacties had betrekking op de onderliggende wet. De regeling betreft een uitwerking van de wet.

3.3 Autoriteit Persoonsgegevens

De regeling is voor advies voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Op 19 januari hebben zij advies uitgebracht. Een aantal opmerkingen heeft geleid tot aanpassingen in de toelichting van de regeling.

4. Gevolgen voor de regeldruk

De onderhavige wijzigingsregeling heeft geen regeldrukeffecten voor burgers, bedrijven en professionals. De hierin opgenomen wijzigingen zien slechts op de beschrijving van de gegevensverwerking door de Minister (DUO). De administratieve lasten van deze regeling zijn reeds verwerkt in de Wet van 16 januari 2017 tot wijziging van de socialezekerheidswetgeving, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Wet studiefinanciering 2000, de Wet studiefinanciering BES, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in verband met opname van een grondslag voor beëindiging van uitkeringen, studiefinanciering en tegemoetkoming bij deelname aan een terroristische organisatie.6

5. Financiële gevolgen

De financiële gevolgen van deze regeling zijn reeds verwerkt in de Managementafspraak DUO.

6. Gevolgen voor Caribisch Nederland

De regels in deze regeling gelden ook voor studerenden afkomstig uit Caribisch Nederland die in het Europese deel van Nederland gebruik maken van studiefinanciering, of voor studerenden die gebruik maken van studiefinanciering ingevolgde de Wet studiefinanciering BES.

7. Inwerkingtreding

Inwerkingtreding is voorzien op zo kort mogelijke termijn, en wordt bepaald op de dag na de datum van publicatie van de regeling in de Staatscourant. Gelet op het belang dat deze regeling dient, kan niet gewacht worden op het volgende vaste verandermoment.

Artikelsgewijs

Artikelen I tot en met III

Artikelen 4a.1 RSF 2000, 2a.1 WTOS en 3a.1 WSF BES

In het vijfde lid van artikel 9.6a van de WSF 2000, artikel 9.5a van de WTOS en artikel 7.4a van de WSF BES is geregeld dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld over de wijze waarop de gegevensverwerking bedoeld in artikel 9.6a van de WSF 2000, artikel 9.5a van de WTOS en artikel 7.4a van de WSF BES plaatsvindt. In dit artikel wordt de wijze van verwerking – en de waarborg dat de verwerkte persoonsgegevens alleen worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld – geregeld ten aanzien van de melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Ter uitvoering van het besluit naar aanleiding van een melding, plaatst DUO bij de persoon waar het om gaat een oormerk in het systeem van DUO. De Minister verstrekt gegevens met betrekking tot de melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, alsmede informatie over de oormerking, niet aan derden. De gegevens met betrekking tot de melding, alsmede de informatie over de markering, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk.

Artikelen 4a.2 RSF 2000, 2a.2 WTOS en 3a.2 WSF BES

In het vijfde lid van artikel 9.6a van de WSF 2000, artikel 9.5a van de WTOS en artikel 7.4a van de WSF BES is geregeld dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld over de wijze waarop de gegevensverwerking bedoeld in artikel 9.6a van de WSF 2000, artikel 9.5a van de WTOS en artikel 7.4a van de WSF BES plaatsvindt. In dit artikel wordt de wijze van verwerking bedoeld in artikel 9.6a, derde lid, van de WSF 2000, 9.5a, derde lid van de WTOS en artikel 7.4a, derde lid, van de WSF BES – en de waarborg dat de verwerkte persoonsgegevens alleen worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld – geregeld.

Ten behoeve van het gericht een melding kunnen uitdoen over een uitreiziger hebben de daartoe bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten informatie nodig of een betreffende persoon wel of geen studiefinanciering of tegemoetkoming ontvangt, dan wel heeft aangevraagd. In de RSF 2000, de RTOS en de RSF BES wordt geregeld dat de Minister slechts op verzoek van de Inspectie SZW gegevens levert. De Inspectie SZW duidt de persoon waarop het verzoek betrekking heeft aan met het burgerservicenummer. Door DUO wordt het gegeven of de persoon waar het verzoek betrekking op heeft studiefinanciering of een tegemoetkoming ontvangt dan wel heeft aangevraagd, vervolgens via de beveiligde verbinding teruggemeld aan de Inspectie SZW. De Minister bewaart het informatieverzoek van de Inspectie SZW naar het feit of bepaalde personen in de kader van deze wet in aanmerking komen voor studiefinanciering, niet.

Artikelen 4a.3 RSF 2000, 2a.3 WTOS en 3a.3 WSF BES

In het vijfde lid van artikel 9.6a van de WSF 2000, artikel 9.5a van de WTOS en artikel 7.4a van de WSF BES is geregeld dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld over de wijze waarop door passende technische en organisatorische maatregelen de gegevens worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking. De gegevensuitwisseling vindt plaats via een beveiligde verbinding tussen de Minister en de Inspectie SZW. Tot deze verbinding hebben die medewerkers van DUO toegang die op het juiste niveau zijn gescreend (A+). De functionaris voor de gegevensbescherming van de Dienst Uitvoering Onderwijs ziet toe op naleving.

Artikel IV

Zie de algemene toelichting.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Voluit: Wet van 16 januari 2017 tot wijziging van de socialezekerheidswetgeving, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Wet studiefinanciering 2000, de Wet studiefinanciering BES, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in verband met opname van een grondslag voor beëindiging van uitkeringen, studiefinanciering en tegemoetkoming bij deelname aan een terroristische organisatie.

X Noot
2

Nu het persoonsgebonden nummer BES nog niet is ingevoerd, worden tot die tijd andere gegevens gebruikt, zoals het ID-nummer, om de wettelijke taak uit te voeren. Kortheidshalve zal in het vervolg van de toelichting gesproken worden over het burgerservicenummer.

X Noot
3

Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordeninggegevensbescherming).

X Noot
4

Artikel 9.6a, eerste lid, juncto artikel 2.17a van de WSF 2000; artikel 9.5a, eerste lid, juncto artikel 2.22b van de WTOS; en artikel 7.4a, eerste lid, juncto artikel 2.10a van de WSF BES.

X Noot
5

Naast beëindigen van bestaande aanspraken is ook het vooraf weigeren van een aanspraak geregeld.

X Noot
6

Paragraaf 8.1 van de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, Kamerstukken II 2016/17, 34 577, nr. 3.

Naar boven