Burgemeester en wethouders van Echt-Susteren;
Overwegende dat het wenselijk is om het huidige gedeelte van de parkeerverbodzone welke is ingesteld in het centrum van Susteren uit te breiden;
dat einde 2017 de parkeersituatie in de Marktstraat geoptimaliseerd is met de aanleg van extra parkeervakken;
dat hiermee de openbare ruimte zo goed mogelijk is opgevuld en benut kan worden;
dat thans in het gebied rondom de Marktstraat veel losse parkeerverboden gelden en dat middels het instellen van een parkeerverbodzone de eenduidigheid en de uniformiteit worden verhoogd;
dat de uitbreiding van de parkeerverbodszone betreft:
- De Marktstraat vanaf huisnummer 17 tot aan de aansluiting met de Raadhuisstraat;
- De Peulenstraat;
- De Notarisstraat vanaf de aansluiting met de Marktstraat tot huisnummer 3
- De Raadhuisstraat;
- De Salvatorstraat;
- Alsmede de Kloosterstraat;
dat met het uitbreiden van de parkeerverbodzone van deze straten in het centrum van Susteren de verkeersveiligheid en de verkeersleefbaarheid van alle weggebruikers wordt verhoogd;
dat bewoners hierover schriftelijk zijn geïnformeerd;
dat de invoering van deze uitbreiding van de parkeerverbodzone niet leidt tot rechtstreekse en ingrijpende beïnvloeding van het verkeer op andere wegen;
dat deze maatregel noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de belangen gesteld in artikel 2, lid 1 en 2, van de Wegenverkeerswet 1994;
dat de Marktstraat vanaf huisnummer 17 tot aan de aansluiting met de Raadhuisstraat, de Peulenstraat, de Notarisstraat vanaf de aansluiting met de Marktstraat tot aan huisnummer 3, de Raadhuisstraat, de Salvatorstraat en de Kloosterstraat in beheer zijn bij de gemeente Echt-Susteren;
dat over deze maatregel overleg gevoerd is met de taakaccenthouder verkeer van het basisteam Echt van de politie Limburg District Noord en Midden-Limburg en dat deze positief adviseert;
dat voor zover belanghebbenden nadelige gevolgen ondervinden van het verkeersbesluit deze niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dit besluit te dienen doelen (artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht);