Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BredaStaatscourant 2018, 72033Instelling gemeenschappelijke regelingen



Instellingsbesluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert houdende regels omtrent de instelling van de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis West-Brabant

Logo Breda

Bekendmaking

Het college van burgemeester en wethouders van Breda maakt bekend dat de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem en Zundert de Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis West-Brabant hebben vastgesteld.

 

Inwerkingtreding

De Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis West-Brabant treedt in werking met ingang van de dag na die van deze bekendmaking.

 

Gemeenschappelijke regeling

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle- Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem en Zundert;

 

gelet op:

  • -

    de artikelen 1 en 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • -

    de artikelen 2.6.1, eerste lid, en 4.1.1, eerste en vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • -

    artikel 2.1, onder f, van het Besluit Jeugdwet;

  • -

    de besluiten van de gemeenteraden van de gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem en Zundert tot het verlenen van toestemming aan de colleges van burgemeester en wethouders van deze gemeenten tot het aangaan van de samenwerking en het treffen van deze regeling;

 

overwegende dat:

  • -

    artikel 4.1.1, eerste en vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) de colleges van burgemeester en wethouders opdraagt om:

    • zorg te dragen voor een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (AMHK);

    • een goede samenwerking tussen het AMHK, de hulpverlenende instanties, de politie en de gecertificeerde instellingen en de raad voor de kinderbescherming in de zin van de Jeugdwet te bevorderen;

  • -

    artikel 2.6.1, eerste lid, van de Wmo de colleges van burgemeester en wethouders opdraagt om met elkaar samen te werken, indien dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze wet aangewezen is;

  • -

    de colleges van burgemeester en wethouders op grond van artikel 2.6, eerste lid, onder e van de Jeugdwet verantwoordelijk zijn voor het voorzien in maatregelen om kindermishandeling te bestrijden;

  • -

    artikel 2.1, onder f, van het Besluit Jeugdwet de colleges van burgemeester en wethouders opdraagt om zorg te dragen voor de beschikbaarheid van relevante deskundigheid met betrekking tot kindermishandeling en huiselijk geweld;

  • -

    het rijk ten behoeve van de hierboven genoemde taken financiële middelen beschikbaar stelt. Deels via de decentralisatie-uitkering ‘vrouwenopvang en huiselijk geweld’ aan de centrumgemeente Breda en deels via het gemeentefonds aan alle gemeenten;

  • -

    de Wet gemeenschappelijke regelingen regels geeft met betrekking tot intergemeentelijke samenwerking;

  • -

    de Wet gemeenschappelijke regeling in artikel 8, vierde lid, gemeenten de mogelijkheid geeft om een centrumregeling te treffen;

  • -

    in een centrumregeling slechts in mandaat taken kunnen worden opgedragen, als gevolg waarvan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten volledig verantwoordelijk blijven voor namens hen te nemen beslissingen;

  • -

     deze gemeenschappelijke regeling getroffen wordt ter behartiging van het belang om te voldoen aan met name het bepaalde in artikel 2.6.1, eerste lid, van de Wmo, waarbij de deelnemers een goede samenwerking en afstemming beogen tussen de domeinen ‘jeugd’, ‘Wmo’ en ‘veiligheid’;

 

Besluiten de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen, genaamd:

 

Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis West-Brabant

Artikel 1 Begripsbepalingen

Deze regeling verstaat onder:

  • a.

    Centrumgemeente: de gemeente Breda;

  • b.

    College: college van burgemeester en wethouders;

  • c.

    Gemeenten: de gemeenten waarvan de colleges aan deze regeling deelnemen;

  • d.

    Opdracht: het in gezamenlijk overleg opgestelde en door het College van de Centrumgemeente vastgestelde regionaal bestuurlijk kader waarmee Veilig Thuis West-Brabant wordt aangestuurd;

  • e.

    Portefeuillehouder: het lid van het college met in portefeuille jeugd en/of veiligheid en/of Wmo;

  • f.

    Regeling: deze gemeenschappelijke regeling;

  • g.

    Veilig Thuis: Veilig Thuis West-Brabant, de organisatie die in artikel 4.1.1 Wmo wordt aangeduid als AMHK;

  • h.

    Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen;

Artikel 2 Doel

De gemeenschappelijke regeling is aangegaan met de volgende doelen:

  • a.

    de samenwerking verankeren tussen de Colleges van de Gemeenten bij de zorg voor één Veilig Thuis;

  • b.

    de taken en bevoegdheden van de regiogemeenten vanuit de Wmo, de Jeugdwet en het terrein van veiligheid en openbare orde ten aanzien van Veilig Thuis door mandaat en volmacht op te dragen aan het College van de Centrumgemeente. Hierdoor wordt het behalen van schaalvoordelen, het stimuleren van de samenwerking tussen de deelnemers door actief informeren en communiceren, het afstemmen van de opdracht van de regiogemeenten aan Veilig Thuis, de beheersing van de middelen en eventuele besparingen of aanvullende kosten en de verevening van risico’s geregeld.

Artikel 3 Centrumgemeente

De gemeente Breda wordt aangewezen als Centrumgemeente als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wgr.

Artikel 4 Taken

  • 1.

    De Centrumgemeente is verantwoordelijk voor het verzorgen van de instandhouding van Veilig Thuis door middel van subsidiëring op basis van het uitvoeringsbudget zoals bedoeld in artikel 12, eerste lid.

  • 2.

    De Colleges van de Gemeenten dragen aan het college van de Centrumgemeente taken op ter verwezenlijking van het doel, genoemd in artikel 2.

  • 3.

    In het bijzonder heeft de Centrumgemeente de volgende taken:

    • a.

      het vaststellen van de Opdracht, waarbij de Centrumgemeente rekening houdt met door Gemeenten overeengekomen regionale beleid op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder a;

    • b.

      het beoordelen van aanvragen om subsidie van Veilig Thuis;

    • c.

      het nemen van besluiten tot verstrekking van subsidie aan Veilig Thuis;

    • d.

      het verzorgen van de complete administratieve procedure van het subsidietraject;

    • e.

      het verzorgen van de voortgangscontrole bij Veilig Thuis;

    • f.

      het voeren van eventuele bestuursrechtelijke procedures die het gevolg zijn van de subsidiebesluiten;

Artikel 5 Mandaat

  • 1.

    Aan het College van de Centrumgemeente wordt door de colleges van de Gemeenten mandaat verleend om namens de Colleges van de Gemeenten, voor zover nodig, alle besluiten te nemen en andere rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn ter behartiging van het in artikel 2 gestelde doel en de daartoe opgedragen taken zoals aangegeven in artikel 4, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het nemen van subsidiebesluiten ten behoeve van Veilig Thuis in de ruimste zin des woords en het nemen van beslissingen op eventuele bezwaarschriften en het voeren van beroepsprocedures.

  • 2.

    Het College van de Centrumgemeente is bevoegd aan de medewerkers van de Centrumgemeente een of meerdere ondermandaten te verlenen voor de volgende bevoegdheden:

    • a.

      subsidieverlening aan Veilig Thuis;

    • b.

      het beheer van de projectkosten (incidentele restmiddelen);

    • c.

      het beslissen op bezwaar en het voeren van beroepsprocedures.

  • 3.

    De Colleges van de Gemeenten kunnen de in deze Regeling verleende mandaten alleen intrekken onder de voorwaarde dat zij de activiteiten op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling gedurende 12 maanden na intrekking bij Veilig Thuis blijven onderbrengen.

Artikel 6 Veilig Thuis

  • 1.

    De Colleges van de Gemeenten stellen in gezamenlijk overleg het regionaal bestuurlijk kader aan Veilig Thuis op. Het College van de Centrumgemeente stelt dit namens de gemeenten vast, als opdracht aan Veilig Thuis ten behoeve van de inhoudelijke toets van uitvoeringsplan en jaarverslag.

  • 2.

    De Gemeenten hanteren de richtlijn ‘Zicht op veiligheid’ die is vastgesteld door Veilig Thuis en de Colleges, als leidraad voor afstemming en samenwerking (waaronder op- en afschalen en escaleren op casusniveau) tussen Veilig Thuis en de lokale professionals in het sociaal domein.

Artikel 7 Plenair overleg Gemeenten

  • 1.

    Tenminste 1 maal per jaar is er een plenair overleg Gemeenten met de verantwoordelijke portefeuillehouders van de Colleges van de Gemeenten. De voorzitter van de stuurgroep als bedoeld in artikel 8 treedt eveneens op als voorzitter van het plenair overleg Gemeenten.

  • 2.

    In de plenaire bespreking zoals bedoeld in het vorige lid, wordt in ieder geval gesproken over:

    • a.

      het regionale beleid op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling;

    • b.

      de hoogte van het totaal benodigde budget voor Veilig Thuis en daaraan gekoppeld de hoogte van de bijdrage per gemeente, als aandeel in de totale subsidie aan Veilig Thuis, zoals nader omschreven in artikel 13;

    • c.

      voor zover van toepassing, wijziging van de opdracht aan Veilig Thuis;

    • d.

      voor zover van toepassing, wijziging van de gemeenschappelijke regeling voor Veilig Thuis;

    • e.

      de gevolgen van uittreding van een Gemeente zoals bedoeld in artikel 18, derde lid;

  • 3.

    Iedere Gemeente heeft één stem. Besluitvorming over voorstellen die aan de Colleges zullen worden voorgelegd, vindt plaats op basis van unanimiteit van de bij het overleg aanwezige portefeuillehouders. Voor geldige besluitvorming is een aanwezigheid van minimaal de helft plus één van het aantal deelnemende gemeenten vereist.

Artikel 8 Stuurgroep samenstelling

  • 1.

    De stuurgroep heeft minimaal 5 en maximaal 8 leden en bestaat uit portefeuillehouders met de portefeuilles jeugd, veiligheid en Wmo.

  • 2.

    Een portefeuillehouder van de Centrumgemeente is lid van de stuurgroep.

  • 3.

    In de stuurgroep zijn de twee subregio’s West-Brabant-West en West-Brabant-Oost vertegenwoordigd.

  • 4.

    In onderling overleg wordt uit de leden van de stuurgroep een voorzitter gekozen.

Artikel 9 Stuurgroep overleg, rol en taken

  • 1.

    De stuurgroep overlegt ten minste vier maal per jaar.

  • 2.

    Naast het organiseren van het plenair overleg Gemeenten is de stuurgroep verantwoordelijk voor het doen van voorstellen aan de Colleges van de Gemeenten, betreffende:

    • a.

      het regionaal bestuurlijk kader voor Veilig Thuis;

    • b.

      de gemeentelijke subsidiebijdrage aan Veilig Thuis;

    • c.

      een eventuele wijziging van deze gemeenschappelijke regeling;

    • d.

      de richtlijnen “Zicht op veiligheid”;

    • e.

      het signaleren van ontwikkelingen en knelpunten.

Artikel 10 Ambtelijke werkgroep samenstelling

  • 1.

    De ambtelijke werkgroep heeft minimaal 5 en maximaal 8 leden en bestaat uit een mix van medewerkers jeugd, veiligheid en Wmo van de Gemeenten.

  • 2.

    Een medewerker van de Centrumgemeente is voorzitter en lid van de werkgroep.

  • 3.

    In de ambtelijke werkgroep zijn de twee subregio’s West-Brabant-West en West-Brabant-Oost vertegenwoordigd.

Artikel 11 Ambtelijke werkgroep overleg, rol en taken

  • 1.

    De ambtelijke werkgroep overlegt tenminste vier maal per jaar.

  • 2.

    De ambtelijke werkgroep heeft de volgende taken:

    • a.

      de voorbereiding en uitvoering van vergaderingen en besluiten van de stuurgroep;

    • b.

      de voorbereiding en organisatie van het plenair overleg Gemeenten;

    • c.

      het anticiperen op, analyseren van en adviseren over actuele ontwikkelingen in het werkterrein;

    • d.

      het informeren en betrekken van collega’s jeugd, Wmo en veiligheid in de deelnemende Gemeenten;

    • e.

      het bevorderen van de afstemming en samenwerking tussen gemeenten, Veilig Thuis en ketenpartners.

Artikel 12 Uitvoeringsbudget

  • 1.

    Het uitvoeringsbudget bestaat uit middelen uit de decentralisatie-uitkering ‘vrouwenopvang en huiselijk geweld’, aangevuld met bijdragen van de Gemeenten als bedoeld in artikel 13.

  • 2.

    Ten minste 98% van het uitvoeringsbudget wordt door de Centrumgemeente periodiek aan Veilig Thuis via subsidie beschikbaar gesteld op basis van de vigerende subsidieregelgeving van de Centrumgemeente. Het restant wordt als ‘projectkosten’ door de Centrumgemeente beheerd.

Artikel 13 Jaarlijkse bijdrage

De jaarlijkse bijdrage van de Gemeenten wordt in het plenair overleg Gemeenten bepaald door op het totaal benodigde budget voor Veilig Thuis de beschikbare rijksbijdrage in mindering te brengen en het resterende bedrag bij de deelnemende gemeenten in rekening te brengen op basis van de inwoneraantallen (CBS, peildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het budget beschikbaar wordt gesteld). De Centrumgemeente kan op basis van deze regeling geen andere kosten aan de gemeenten doorberekenen.

Artikel 14 Betaling

De Gemeenten betalen jaarlijks vóór 1 februari van het betreffende jaar de verschuldigde bijdrage aan de Centrumgemeente.

Artikel 15 Informatieplicht

  • 1.

    Het College van de Centrumgemeente dient op verzoek van een College van een Gemeente, inlichtingen te verschaffen over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden.

  • 2.

    De Colleges van de Gemeenten geven het College van de Centrumgemeente alle inlichtingen die het College van de Centrumgemeente voor de uitoefening van zijn taken, genoemd in artikel 4, nodig heeft.

Artikel 16 Verantwoording

De Centrumgemeente rapporteert eens per jaar achteraf aan de Colleges van de Gemeenten over de werkelijke besteding van het uitvoeringsbudget zoals vermeld in artikel 12.

Artikel 17 Toetreding

  • 1.

    Een College van een niet-deelnemende gemeente kan een verzoek doen om tot deze Regeling toe te treden door toezending van een daartoe strekkend besluit van dat College aan het College van de Centrumgemeente.

  • 2.

    Toetreding is alleen mogelijk als de Colleges van de Gemeenten eensluidend instemmen met de toetreding.

  • 3.

    De Colleges van de Gemeenten verlenen mandaat aan het College van de Centrumgemeente om in voorkomend geval voorwaarden aan de toetreding te verbinden.

  • 4.

    Tenzij bij het besluit tot toetreding anders is bepaald, gaat de toetreding in met ingang van de dag na bekendmaking in de Staatscourant.

Artikel 18 Uittreding

  • 1.

    Een College van een Gemeente kan uittreden door toezending van een daartoe strekkend besluit van dat College aan het College van de Centrumgemeente.

  • 2.

    Tenzij de Colleges van de Gemeenten, inclusief het College van de uittredende gemeente, eensluidend anders hebben besloten, vindt de uittreding plaats op 1 januari van het tweede jaar, volgend op dat waarin het besluit tot uittreding in de Staatscourant is bekend gemaakt.

  • 3.

    De Colleges van de Gemeenten, exclusief het College van de uittredende gemeente, besluiten eensluidend over de gevolgen van de uittreding.

  • 4.

    De Colleges van de Gemeenten verlenen mandaat aan het College van de Centrumgemeente om op basis van de uitkomsten van het derde lid, de hoogte van de uittredingskosten vast te stellen en bij beschikking bekend te maken aan het College van de uittredende gemeente.

  • 5.

    Het College van de Centrumgemeente doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor het uittredende College zo laag mogelijk te houden.

Artikel 19 Wijziging

  • 1.

    De regeling kan op voorstel van het plenair overleg Gemeenten worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de Colleges van de Gemeenten.

  • 2.

    Tenzij bij het besluit tot wijziging anders is bepaald, treedt de wijziging van de Regeling in werking met ingang van de dag na bekendmaking in de Staatscourant.

Artikel 20 Opheffing

  • 1.

    De regeling kan worden opgeheven bij eensluidende besluiten van de Colleges van de Gemeenten na verkregen toestemming van hun raden.

  • 2.

    Eventuele baten komen ten goede aan de Gemeenten, naar rato van hun jaarlijkse bijdrage.

  • 3.

    Tenzij bij het besluit tot opheffing anders is bepaald, treedt de opheffing van de Regeling in werking met ingang van de dag na bekendmaking in de Staatscourant.

Artikel 21 Evaluatie

  • 1.

    Ten minste eens per vier jaar wordt in opdracht van de stuurgroep een evaluatie van de uitvoering van deze regeling opgesteld.

  • 2.

    Onderwerp van de evaluatie zijn de vorm, de inhoud en de uitvoering van de samenwerking.

  • 3.

    De evaluatie wordt ter kennis gebracht van de Colleges van de Gemeenten en in het plenair overleg Gemeenten besproken.

Artikel 22 Toezending aan GS en bekendmaking

Het College van de Centrumgemeente wordt aangewezen als gemeentebestuur zoals bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid, van de Wgr.

Artikel 23 Privacy

De Centrumgemeente legt aan Veilig Thuis de verplichting op om alle passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om de persoonsgegevens die worden verwerkt ten dienste van de Gemeenten (zijnde, de verantwoordelijken) te beveiligen en beveiligd te houden tegen verlies of tegen enige vorm van onzorgvuldig, ondeskundig of ongeoorloofd gebruik.

Artikel 24 Archivering

De archivering met betrekking tot de door de Centrumgemeente uitgevoerde taken, geschiedt op basis van de bepalingen die de Centrumgemeente ook voor haar eigen processen hanteert.

Artikel 25 Inwerkingtreding

Deze Regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in de Staatscourant en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 26 Citeertitel

Deze Regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis West-Brabant.

Aldus vastgesteld door

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalburg op 10 juli 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen-Chaam op 15 mei 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau op 5 juni 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom op 18 september 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda op 20 maart 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen op 5 juni 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur op 10 juli 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg op 29 mei 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge op 4 april 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk op 25 september 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout op 5 juni 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal op 19 juni 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen op 28 augustus 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen op 23 oktober 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Werkendam op 10 juli 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht op 3 januari 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudrichem op 10 juli 2018,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert op 10 juli 2018.