Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Koninklijke BibliotheekStaatscourant 2018, 71953Overig

Tijdelijke subsidieregels Innovatiegelden 2019 tot en met 2022

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

gelet op de artikelen 1.2, eerste lid aanhef en onder a, sub i, en derde lid, 1.4 eerste tot en met vierde lid van het Subsidiereglement Koninklijke Bibliotheek 2015;

besluit:

vast te stellen de navolgende Tijdelijke subsidieregels Innovatiegelden 2019 tot en met 2022

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regels wordt verstaan onder:

a. bibliotheek:

lokale bibliotheek als bedoeld in artikel 1, lid 1 onder c, van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen;

b. bibliotheeknetwerk:

netwerk van lokale bibliotheken, POI’s en de KB als bedoeld in artikel 7 van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen;

c. innovatieagenda:

gezamenlijke innovatieagenda netwerk openbare bibliotheekvoorzieningen;

d. Innovatieraad:

adviesraad van de Koninklijke Bibliotheek;

e. KB:

Koninklijke Bibliotheek.

f. POI:

provinciale ondersteuningsinstelling als bedoeld in artikel 1, lid 1 onder e, van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen;

Artikel 2 Doelstellingen

Met het verstrekken van de subsidies streeft de KB de volgende doelen na:

  • a. het versterken en stimuleren van de innovatiekracht van het bibliotheeknetwerk;

  • b. het versterken van de digitale transitie in het bibliotheeknetwerk;

  • c. het ondersteunen van de doorgroei en uitrol van kansrijke innovatieve initiatieven.

Artikel 3 Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond is vastgesteld op € 200.000,– per jaar.

  • 2. Het subsidieplafond is, voor zover van toepassing, inclusief BTW.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

  • 1. In het kader van de activiteit ‘het aansturen van het netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen’ als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid onder a, sub i van het Subsidiereglement Koninklijke Bibliotheek 2015, subsidieert het Algemeen Bestuurscollege projecten die:

    • a. bijdragen aan de verdere ontwikkeling en innovatie van het bibliotheeknetwerk; en

    • b. passen binnen de doelstellingen genoemd in artikel 3 en de geldende innovatieagenda van het bibliotheeknetwerk.

  • 2. De doorlooptijd van een project is maximaal twee jaar.

  • 3. Niet in aanmerking voor subsidie komen:

    • a. projecten die vergelijkbaar zijn met projecten die al eerder in het bibliotheeknetwerk zijn uitgevoerd;

    • b. projecten waarbij de subsidie in hoofdzaak ten goede komt aan de ontwikkeling of verkoop van een product van een commerciële partij.

Artikel 5 Subsidieontvanger

  • 1. Subsidies worden uitsluitend verstrekt aan bibliotheken en aan POI’s voor zover zij fungeren als rechtspersoon voor en subsidie aanvragen ten behoeve van lokale bibliotheekvestigingen.

  • 2. Op grond van deze regeling kan een bibliotheek of POI maximaal twee subsidies ontvangen gedurende de looptijd van deze Tijdelijke subsidieregels.

Artikel 6 Het indienen van de aanvraag

  • 1. De aanvraag om subsidieverlening moet worden ingediend tussen 1 februari en 1 april van het jaar waarin met uitvoering van het project wordt gestart. De aanvraag wordt ingediend op het aanvraagformulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de KB.

  • 2. De aanvraag gaat vergezeld van de documenten zoals bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.6 van het Subsidiereglement Koninklijke Bibliotheek 2015.

  • 3. De bij de aanvraag overgelegde begroting moet voldoende gespecificeerd, sluitend en door te rekenen zijn.

Artikel 7 Beslistermijn

Het Algemeen Bestuurscollege beslist op een aanvraag uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

Artikel 8 Wijze van verdeling van het subsidieplafond

  • 1. Het Algemeen Bestuurscollege verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van rangschikking van de aanvragen die in aanmerking komen voor een subsidie.

  • 2. Het Algemeen Bestuurscollege rangschikt een aanvraag hoger naarmate de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft hoger scoort op de criteria, genoemd in het vierde lid.

  • 3. De Innovatieraad adviseert het Algemeen Bestuurscollege over de rangschikking van de subsidieaanvragen.

  • 4. Het Algemeen Bestuurscollege rangschikt subsidieaanvragen hoger naarmate de activiteit:

    • a. van hogere kwaliteit is;

    • b. meer afwijkt van wat bekend of gebruikelijk is;

    • c. beter aansluit bij de behoefte van de doelgroep;

    • d. beter aansluit bij de in de innovatieagenda beschreven prioriteiten en werkwijze;

    • e. aantrekkelijker is voor de deelnemers aan het bibliotheeknetwerk om uit te voeren en meer van belang is om beschikbaar te stellen aan het gehele bibliotheeknetwerk;

    • f. meer gericht is op de digitale transitie in het bibliotheeknetwerk;

    • g. financieel, technisch en organisatorisch beter haalbaar is;

    • h. regionaal of landelijk beter op te schalen is.

  • 5. Het Algemeen Bestuurscollege kent per onderdeel van het vierde lid ten minste één en ten hoogste tien punten toe.

  • 6. Het Algemeen Bestuurscollege verleent jaarlijks voor de uitvoering van maximaal drie projecten per project een subsidie van € 30.000,– of hoger, tenzij het subsidieplafond niet wordt uitgeput door de resterende in de rangschikking opgenomen subsidieaanvragen.

  • 7. In het geval een subsidie niet volledig verleend kan worden ter voorkoming van overschrijding van het subsidieplafond, vindt verlening plaats ter hoogte van het nog beschikbare bedrag.

  • 8. Indien naar het oordeel van het Algemeen Bestuurscollege niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager na gedeeltelijke verlening van de subsidie op grond van het vorige lid de activiteiten zal uitvoeren, is het Algemeen Bestuurscollege bevoegd de subsidie te weigeren en deze te verlenen aan de eerstvolgende subsidieaanvrager die daar op basis van de rangschikking als bedoeld in het eerste lid voor in aanmerking komt.

Artikel 9 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie per project bedraagt maximaal:

    • a. € 15.000,– voor een project met een doorlooptijd van maximaal één jaar;

    • b. € 50.000,– voor een omvangrijk project met een doorlooptijd van maximaal twee jaar.

  • 2. Subsidie wordt verstrekt voor de rechtstreeks aan de activiteiten toe te rekenen kosten, voor zover deze naar het oordeel van het Algemeen Bestuurscollege noodzakelijk, sober en doelmatig zijn.

  • 3. De subsidie voor kosten van activiteiten die niet op te schalen en niet over te dragen zijn, bedraagt maximaal 20% van het totale subsidiebedrag. Tot deze kosten behoren in ieder geval kosten voor PR- en marketing en aanschaf van materiële zaken zoals computerapparatuur.

Artikel 10 Verplichtingen

Naast de verplichtingen die voor ontvangers van projectsubsidies zijn opgenomen in het Subsidiereglement Koninklijke Bibliotheek 2015 legt het Algemeen Bestuurscollege tevens de volgende verplichtingen op:

  • 1. De uitvoering van het project start na 1 februari en voor 1 oktober van het jaar waarin de subsidie is aangevraagd.

  • 2. De subsidieontvanger is verplicht een voortgangsrapportage op te leveren voor 15 december van elk jaar waarin het project nog loopt, voor zover het project niet voor die tijd is afgerond.

  • 3. De subsidieontvanger is verplicht om informatie over het project in te voeren op de Innovatiebieb-website en deze informatie na afloop van het project te actualiseren en uit te breiden met de behaalde resultaten.

  • 4. De subsidieontvanger is verplicht om de intellectuele eigendomsrechten die eventueel worden gevestigd bij het verrichten van de gesubsidieerde activiteiten, na afronding van de activiteiten op verzoek daartoe van de KB over te dragen aan de KB voor zover deze rechten wettelijk overdraagbaar zijn. Op grond van artikel 4.10, vierde lid van het Subsidiereglement Koninklijke Bibliotheek 2015 is de subsidieontvanger verplicht om bij akte mee te werken aan de overdracht van deze rechten.

  • 5. Op verzoek is de subsidieontvanger eveneens verplicht een kopie van de gecreëerde werken aan de KB te verstrekken.

Artikel 11 Intrekking oude regels en overgangsbepaling

  • 1. De Tijdelijke subsidieregels Innovatiegelden Koninklijke Bibliotheek 2017–2018 worden ingetrokken.

  • 2. De Tijdelijke subsidieregels Innovatiegelden Koninklijke Bibliotheek 2017–2018 blijven van toepassing op subsidies die op grond van die regels zijn verleend.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze regels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst en vervallen met ingang van 1 januari 2023.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regels worden aangehaald als: Tijdelijke subsidieregels Innovatiegelden 2019 tot en met 2022.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen bestuurscollege d.d. 16 oktober 2018

De voorzitter van het Algemeen Bestuurscollege T.H.J. Joustra

TOELICHTING

De Wsob

Op 1 januari 2015 is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) is in werking getreden.

Ten aanzien van innovatie benoemt de Wsob voor provincies als specifieke taak de ontwikkeling van innovaties ten behoeve van de lokale bibliotheken, in overeenstemming met de Koninklijke Bibliotheek in verband met haar coördinerende taak (artikel 16, tweede lid onder b).

De Koninklijke Bibliotheek heeft op grond van artikel 9 van de Wsob onder meer als taak het aansturen van het netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen door onder meer afstemming en coördinatie.

De Koninklijke Bibliotheek kan subsidie verstrekken voor haar taken bedoeld in artikel 9 van de Wsob en heeft op basis van artikel 20 van de Wsob het Subsidiereglement Koninklijke Bibliotheek 2015 vastgesteld en gepubliceerd. Op dit Subsidiereglement zijn de onderhavige subsidieregels gebaseerd.

De Tijdelijke subsidieregels Innovatiegelden 2019 tot en met 2022 zijn bedoeld voor projecten en kunnen niet worden ingezet als instellingssubsidies. De regeling heeft dezelfde intentie als de regeling die gold voor de periode 2017 tot en met 2018, maar ziet op een nieuwe periode (2019 tot en met 2022) en de nieuwe geldende innovatieagenda.

Meer informatie

Meer informatie staat op de pagina over de Tijdelijke subsidieregels Innovatiegelden op de website van de Koninklijke Bibliotheek.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2 Doelstellingen

Met de doelstelling sub b ‘versterken van de digitale transitie in het bibliotheeknetwerk’ wordt beoogd initiatieven te ondersteunen die bijdragen aan de versterking van de positie van de bibliotheek in het digitale domein. Dat kan op vele manieren, zoals het ontwikkelen van algemene toepassingen als apps, het uitvoeren van projecten die aansluiten bij de landelijke digitale infrastructuur en ook via trajecten gericht op lokale thema’s met een digitale component of die de lokale samenhang versterken in het digitale domein (digitale community’s).

Met de doelstelling sub c ‘het ondersteunen van de doorgroei en uitrol van kansrijke innovatieve initiatieven’ wordt beoogd om de doorontwikkeling en/of regionale of landelijke opschaling van vernieuwende activiteiten die onderdeel uitmaken van bestaande innovatieve initiatieven, te ondersteunen.

Artikel 3 Subsidieplafond

Het subsidieplafond bedraagt € 200.000,– per jaar. Voor zover meer subsidie verleend zou moeten worden dan beschikbaar is, wordt het plafond verdeeld via een tenderprocedure waarbij de aanvragen worden gerangschikt (artikel 8). Op volgorde van de rangschikking worden de subsidies verleend, totdat het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie wordt verleend voor projecten die bijdragen aan de verdere ontwikkeling en innovatie van het bibliotheeknetwerk en die passen binnen de doelstellingen van de KB én de innovatieagenda van het bibliotheeknetwerk die gezamenlijk is vastgesteld door het bestuurlijk overleg van het Ministerie van OCW, het Interprovinciaal overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

De doorlooptijd van projecten is verruimd naar maximaal twee jaar. Dat was maximaal één jaar. Projecten die min of meer vergelijkbaar zijn met projecten die eerder werden gesubsidieerd, komen niet in aanmerking voor subsidie. Dit omdat de regeling is bedoeld om vernieuwing binnen het bibliotheeknetwerk te bereiken, wat niet of minder goed lukt wanneer dezelfde activiteiten meerdere malen worden gesubsidieerd.

Projecten waarbij de vernieuwing in hoofdzaak bestaat uit het ontwikkelen of op de markt brengen van producten van commerciële partijen, zijn eveneens uitgesloten. Het gaat immers om de vernieuwing van het bibliotheeknetwerk zelf.

Artikel 5 Subsidieontvanger

Subsidie kan worden aangevraagd door bibliotheken en ook door POI’s mits die als rechtspersoon fungeren voor en subsidie aanvragen ten behoeve van lokale bibliotheekvestigingen. Dit heeft ook weer als doel te waarborgen dat de activiteiten zien op vernieuwing binnen het bibliotheeknetwerk zelf en op versterking van het netwerk als het gaat om innovatie, waarbij de POI’s een specifieke rol hebben op grond van de Wsob: (artikel 16, lid 2 onder b: 'ontwikkelen van innovaties ten behoeve van lokale bibliotheken (...)'

De reden waarom een bibliotheek of POI gedurende de looptijd van deze Tijdelijke subsidieregels slechts twee keer subsidie kan ontvangen, is dat op deze wijze de gelden beter verdeeld worden onder alle bibliotheekorganisaties in de sector. Ook wordt zo bevorderd dat zeer innovatieve bibliotheken rond een initiatief of concept de samenwerking zoeken in de regio, als zij reeds twee keer eerder subsidies ontvangen hebben voor eigen projecten. De aanvraag kan dan worden gedaan door een andere bibliotheek waarmee wordt samengewerkt. Deze werkwijze kan bijdragen aan innovatiecultuur in het netwerk.

Artikel 8 Wijze van verdeling subsidieplafond

Het subsidieplafond wordt door het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek verdeeld onder de aanvragen die voldoen aan alle subsidievoorwaarden. Voor zover het subsidiebedrag dat dan verleend zou moeten worden het subsidieplafond overschrijdt, worden de aanvragen gerangschikt. Rangschikking vindt plaats aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria genoemd in artikel 8 lid 4. Op volgorde van de rangschikking worden de subsidies verleend, totdat het subsidieplafond is bereikt.

Een aantal beoordelingscriteria wordt hier nader toegelicht:

  • Voor het criterium in sub a (‘meer afwijkt van wat bekend of gebruikelijk is') geldt dat vernieuwing incrementeel of disruptief kan zijn. Voor incrementele innovatie geldt dat die vanuit de eigen sector, vaak vanuit bestaande werkwijzen ontstaat. In geval van een disruptieve innovatie wijkt de vernieuwing sterker af en put de vernieuwing vaker inspiratie uit een andere sector/branche. Vernieuwing geïnspireerd door ontwikkelingen van buiten de bibliotheeksector scoren hoger.

  • Voor het criterium in sub c (‘beter aansluit bij de in de innovatieagenda beschreven prioriteiten en werkwijze’) geldt dat een project hoger scoort als het beter aansluit bij de prioriteiten en thema’s van de innovatieagenda en als er wordt samengewerkt met een POI in de rolverdeling die in de Wsob en in de innovatieagenda is uitgewerkt, onder meer wat betreft overdracht en opschaling;

  • Voor het criterium in sub d (‘meer gericht is op de digitale transitie in het bibliotheeknetwerk’) geldt dat een project hoger scoort als het een digitale component heeft in de vorm van algemene toepassingen zoals landelijk aan te bieden apps en trajecten die aansluiten bij de landelijke digitale infrastructuur. Een project scoort ook hoger als het gericht is op lokale thema’s met een digitale component of op het versterken van lokale samenhang in het digitale domein (digitale community’s).

De Innovatieraad adviseert het Algemeen Bestuurscollege over de rangschikking van de aanvragen en de subsidieverlening. De Innovatieraad werkt hiervoor met een scoringsformulier waarin alle criteria en voorwaarden zijn verwerkt die zijn genoemd in deze Tijdelijke subsidieregels. De aanvraagformulieren zijn zodanig ingericht dat de aanvragers de gewenste informatie op de te scoren onderwerpen systematisch kunnen invoeren.

Subsidie kan geweigerd worden op de gronden die in artikel 3.5 van het Subsidiereglement Koninklijke Bibliotheek 2015 staan. Dat gebeurt in ieder geval wanneer de KB oordeelt dat verwacht mag worden dat de met subsidieverlening beoogde doelen niet zullen worden bereikt, of als de aanvrager naar het oordeel van de KB de behoefte aan subsidie niet heeft aangetoond.

Artikel 9 Hoogte subsidie

Het subsidiebedrag wordt berekend aan de hand van de kosten van de activiteiten. Voor projecten met een looptijd tot een jaar geldt een maximum van € 15.000,–. Voor omvangrijke projecten met een looptijd tot maximaal 2 jaar geldt een maximum van € 50.000,–. Met een omvangrijk project wordt een project met een deugdelijke begroting bedoeld waarvoor aantoonbaar een hoger budget gerechtvaardigd is, bijvoorbeeld door het grote aantal activiteiten of activiteiten die zeer arbeids- en/of kostenintensief zijn. Hierbij geldt dat de opgevoerde kosten naar het oordeel van het Algemeen Bestuurscollege noodzakelijk, sober en doelmatig moeten zijn (artikel 9 lid 2).

De subsidie voor begrotingsposten voor activiteiten die niet op te schalen en niet over te dragen zijn, beslaat maximaal 20% van het totale subsidiebedrag. Voor zover de kosten dit percentage zouden overstijgen, wordt de subsidie geweigerd. Het gaat hierbij onder meer om kosten voor PR- en marketing en aanschaf van materiële zaken zoals computerapparatuur. Andere voorbeelden van niet op te schalen of niet over te dragen activiteiten zijn verbouwingen, consumpties, verzekeringen, ruimtehuur in het eigen gebouw.

Artikel 10 Verplichtingen: intellectuele eigendomsrechten

Intellectuele eigendomsrechten (zoals auteursrechten) moeten worden overgedragen aan de KB wanneer de KB daartoe een verzoek indient bij de aanvrager. De KB kiest hier alleen voor wanneer ze het van belang acht om de landelijke uitrol van ontwikkelde producten te kunnen overnemen of elders te beleggen als de verspreiding van de toepassing binnen het bibliotheeknetwerk ondersteuning of versterking behoeft (artikel 10 vierde en vijfde lid).

Artikel 11 Intrekking oude regels en overgangsbepaling

De Tijdelijke subsidieregels Innovatiegelden Koninklijke Bibliotheek 2017–2018 worden ingetrokken, maar blijven wel gelden voor de subsidies die op het moment van inwerkingtreding van de Tijdelijke subsidieregels Innovatiegelden Koninklijke Bibliotheek 2019 tot en met 2022 op grond van de oude regeling zijn verleend. De vaststelling van die subsidies vindt dus plaats volgens de ingetrokken regeling.