Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer 2019–2023, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Partijen,

De Staat der Nederlanden, hierbij vertegenwoordigd door de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Veiligheid, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media hierna gezamenlijk te noemen: het Rijk, ieder voor zover het zijn of haar verantwoordelijkheid betreft enerzijds

en

de provincie Fryslân, hierbij vertegenwoordigd door de commissaris van de Koning van Fryslân, handelende ter uitvoering van een besluit van gedeputeerde staten d.d. 20 november 2018 hierna te noemen: de provincie, anderzijds,

Overwegende dat,

  • Nederland zich als lidstaat van de Raad van Europa heeft verplicht de Friese taal en cultuur te beschermen en te bevorderen door de ratificatie van het Kaderverdrag inzake de bescherming van Nationale Minderheden (2005)1 en het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden (1998)2;

  • de hiervoor liggende bestuursafspraak gezien wordt als uitwerking van de door het Nederlandse Rijk geratificeerde maatregelen in het Europese Handvest voor regionale talen en talen van minderheden;

  • in geval het Rijk/partijen op basis van deze bestuursafspraak tot het verlenen van een bijdrage overgaat/gaan, is/zijn, hij/zij afhankelijk van door de wet gegeven (financiële) kaders en procedures. De bijdragen worden derhalve verleend onder voorwaarde dat de begrotingswetgever voldoende middelen ter beschikking stelt;

  • in de op 1 januari 2014 van kracht geworden Wet gebruik Friese taal in artikel 2a opgenomen is dat het Rijk en de provincie Fryslân een gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht hebben voor de Friese taal en cultuur. Opgenomen is dat het Rijk en de provincie Fryslân ter uitwerking van de verantwoordelijkheid periodiek bestuursafspraken maken inzake de Friese taal en cultuur en dat vanwege de internationale verdragsafspraken op dit terrein de bestuursafspraken ook voor de Friese taal en cultuur relevante beleidsterreinen kunnen omvatten die buiten het gebruik van de Friese taal in het bestuurlijk verkeer en rechtsverkeer liggen;

  • de wettelijke positie van het Fries in het onderwijs is geregeld in artikel 9, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 11e, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 13, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra;

  • de provincie in 2015 een beleidsregel heeft vastgesteld voor het verkrijgen van ontheffing voor het vak Fries in het primair en voortgezet onderwijs;

  • de wettelijke positie van het Fries in de kinderopvang geregeld is in artikel 1.55 van de Wet kinderopvang;

  • de wettelijke positie van het Fries in de media geregeld is in de Mediawet 2008;

  • Leeuwarden – Fryslân in 2018 namens Nederland Culturele Hoofdstad van Europa was waarbij op een vernieuwende, creatieve en inspirerende manier met taal en cultuur in het hart van het programma een stap is gezet om van Mienskip naar Iepen Mienskip te gaan;

  • het Rijk en de provincie zich het recht voorbehouden om in het licht van nationale en internationale ontwikkelingen met betrekking tot de Friese taal en cultuur gedurende de looptijd van deze bestuursafspraak aanvullende afspraken te maken,

hebben de partijen besloten de volgende bestuursafspraak vast te stellen:

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

DEEL II OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, EERSTE LID, NAGESTREEFDE DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN

Artikel 7. Doelstellingen en beginselen3

Met de inwerkingtreding van de Wet gebruik Friese taal op 1 januari 2014 is het Fries, naast het Nederlands, erkend als officiële taal in de provincie Fryslân. Het Rijk en de provincie Fryslân delen vanuit hun gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht de visie dat de Friese taal en cultuur op de langere termijn niet alleen gewaarborgd moeten blijven, maar ook bevorderd dienen te blijven worden. De Friese taal is als onderdeel van de regionale identiteit,4 niet enkel een recht, maar tevens een vanzelfsprekendheid.

Uit verschillende onderzoeken naar de stand van zaken van het Fries in de provincie Fryslân5 blijkt dat het Fries voor meer dan 50% van de Friese bevolking6 de moedertaal is en dat die taal ook in vrijwel alle publieke domeinen een stevige positie heeft verworven. Vanuit de wettelijke positie als officiële taal naast het Nederlands, zien het Rijk en de provincie de bevordering van het Fries daarom als een continue opdracht. Doelstelling daarbij is het blijven scheppen van de juiste randvoorwaarden en het creëren van de ideale omstandigheden waardoor het gebruik van de Friese taal in het onderwijs, de rechtspraak, de media, cultuur etc. niet langer alleen maar een recht, maar natuurlijk en vanzelfsprekend zal zijn. Speerpunt daarbij is dat de Friezen in de toekomst geen analfabeet meer in hun eigen taal zijn. Zoals zij het Fries kunnen spreken en verstaan, moeten zij hun taal ook kunnen lezen en/of schrijven. In 2030 zijn er drie cycli van het Taalplan Frysk7 afgerond, waardoor dat jaartal als belangrijk moment wordt gezien om de doelstellingen betreffende het Fries te kunnen ijken. In 2030 is het aantal personen in de provincie Fryslân dat de Friese taal schrijft, leest en spreekt toegenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen moedertaalsprekers en personen voor wie het Fries een tweede of derde taal is. Bij de moedertaalsprekers zullen de inspanningen gericht zijn op het lezen en schrijven, bij tweede en derdetaalsprekers op het verstaan en spreken. Het streven is dat het aantal moedertaalsprekers dat de Friese taal goed kan lezen en schrijven en het aantal tweede en derdetaalsprekers dat het Fries goed kan verstaan en spreken met 10% toeneemt.

Fryslân heeft zich sterk ontwikkeld als kennisregio met expertise ten aanzien van het Fries vanuit een meertalig perspectief. De provincie zet deze meertalige ontwikkeling door, waarbij nadrukkelijk aandacht is voor de nalatenschap van Leeuwarden – Fryslân 2018 en in het bijzonder Lân fan taal. De provincie is bij het delen van die kennis proactief.

In de volgende hoofdstukken volgen op basis van bovenstaande visie concrete tussendoelen en afspraken om op korte termijn al stappen te kunnen zetten. De door het Rijk geratificeerde maatregelen van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden gelden hierbij als uitgangspunt, maar eveneens de actuele taal-, onderwijs- en mediawetgeving. Immers, daar waar in de jaren negentig nog geen sprake van deze wetgeving was, voorziet de bovengenoemde wetgeving intussen in een wettelijk kader voor de implementatie van niet-geratificeerde maatregelen. In dit eerste hoofdstuk volgen enkele algemene stappen die het Rijk en de provincie gedurende de periode van de onderliggende bestuursafspraak willen realiseren:

  • 1.1 Rijk en provincie zien er op toe dat in alle beleidsvoornemens en -nota’s die betrekking hebben op terreinen die tot het werkingsveld van deze bestuursafspraak gerekend kunnen worden, met inachtneming van de door Nederland onderschreven bepalingen in het Europees Handvest, rekening gehouden wordt met de consequenties voor de Friese taal.

    Inspanning: Rijk/provincie

  • 1.2 Wet- en regelgeving die betrekking hebben op de Friese taal en cultuur worden ook beschikbaar gesteld in de Friese taal en daarvan wordt mededeling gedaan in de Staatscourant of via Officiële Bekendmakingen op het internet. Uitgangspunt is dat het besluit als één besluit gepubliceerd wordt in de Nederlandse taal en aansluitend in de Friese taal.

    Inspanning: Rijk/provincie

  • 1.3 De provincie Fryslân is als meest betrokken bestuurslaag primair verantwoordelijk voor de Friese taal en cultuur. Dit is een natuurlijke verantwoordelijkheid die betrekking heeft op het blijvend bevorderen van het gebruik van het Fries, de uitvoering van de provinciale taken die voortkomen uit de Wet gebruik Friese taal en de onderwijs- en mediawetgeving ten aanzien van het Fries, en de voorliggende Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer’. Als meest betrokken bestuurslaag geeft de provincie sinds 2017 in overleg met het Rijk, invulling aan de rol van de zogeheten ‘Taalskipper’ ofwel ‘Taalschipper’. Bovenstaande laat onverlet dat de provincie en het Rijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht voor de Friese taal en cultuur houden.

    Als Taalskipper zorgt de provincie in overleg met het Rijk voor heldere aansturing, ambitie en samenwerking in het Friese taaldossier in de provincie Fryslân.8 De Taalskipper neemt het voortouw in het formuleren van de lange termijnvisie voor de Friese taal en organiseert daartoe het overleg met de betrokken bestuursorganen. Vanuit deze visie verbindt de Taalskipper de verschillende domeinen die van belang zijn voor het Fries, signaleert en agendeert kansen bij de relevante partijen. Daarnaast agendeert en bespreekt de Taalskipper de uitvoering van de wettelijke taken van decentrale bestuursorganen in Fryslân. Ook is de Taalskipper de spil in het netwerk van andere belangrijke (overleg)partners en bestuurlijke organisaties zoals de FUMO, Wetterskip Fryslân en de Veiligheidsregio Fryslân.

    Als Taalskipper staat de provincie ook open voor het gesprek met organisaties en inwoners van Fryslân. Hierbij vervult de provincie als Taalskipper een voorlichtende rol. Wat de invulling van de provinciale verantwoordelijkheid betreft hebben de provinciale staten, het Rijk en het adviesorgaan voor de Friese taal (zie 1.4), DINGtiid, de rol en positie om de provincie daarop, indien nodig, aan te spreken. De invulling van de rol van Taalskipper is tevens onderwerp van overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

    In het startdocument ‘De Taalskipper Frysk’9 is verder handen en voeten gegeven aan het concept Taalskipper. Het document beschrijft verder de rollen van provincie en Rijk en aan welke doelstellingen er gewerkt wordt. Halverwege de looptijd van deze bestuursafspraak zal er door het Rijk een evaluatie van de uitvoering van de taalskippersrol uitgevoerd worden.

    Naast de invulling van deze informele rol, blijft de provincie uitvoering geven aan de wettelijke verantwoordelijkheden aangaande de Friese taal en cultuur. Ten aanzien van Fries in het rechtsverkeer overlegt zij met de rechtbank en het gerechtshof in Noord-Nederland. Op het gebied van de onderwijswetgeving coördineert en verzorgt zij de implementatie, de beleidsontwikkeling en -uitvoering van het vak Fries in het primair en voortgezet onderwijs. Zij treedt daartoe in overleg met de betrokken partijen zoals de schoolbesturen, de onderwijsinspectie en de ondersteunende en uitvoerende (onderwijs)organisaties. Daar waar het gaat om de realisatie van de mediawetgeving is de Taalskipper in nauw overleg met de Friese regionale omroep, in dit geval Omrop Fryslân.

    Inspanning: Rijk/provincie

  • 1.4 Conform de Wet gebruik Friese taal is er een orgaan voor de Friese taal en voorzien Rijk en provincie gezamenlijk in de bekostiging daarvan. Dit onafhankelijke adviesorgaan, DINGtiid, heeft met het oog op de Wet gebruik Friese taal, het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden, als taak om de gelijke positie van de Friese en de Nederlandse taal in de provincie Fryslân te bevorderen. DINGtiid doet dit voornamelijk door te adviseren en te rapporteren aan de verantwoordelijke bestuurders aangaande de Friese taal en cultuur. Dit doet DINGtiid op eigen initiatief of desgevraagd op verzoek van het Rijk en/of de provincie. Ook dient DINGtiid conform artikel 19 van de Wet gebruik Friese taal in overleg met de Taalskipper ondersteuning te bieden aan de bestuursorganen in de provincie Fryslân of aan delen van de centrale overheid die Fryslân als werkgebied hebben, met betrekking tot hun taalbeleid en taalverordeningen. DINGtiid geeft invulling aan deze ondersteuning zoals het adviseren over, het opstellen en het bevorderen van taalbeleid. Bij de uitvoering hiervan kan DINGtiid in overleg treden met uitvoeringsorganisaties zoals het bij het taalbevorderingsinstituut Afûk ondergebrachte Stipepunt Frysk. Bovendien stimuleert DINGtiid de dialoog over de Friese taal in het maatschappelijk veld.

    Inspanning: Rijk/provincie

  • 1.5 De provincie Fryslân heeft vanuit haar verantwoordelijkheid voor borging en bevordering de belangrijke functie om de Friese taal zelf ook in al haar facetten te gebruiken en uit te dragen. Daarmee vervult zij de rol van ‘taalbrenger’, gebruikt zij het Fries als volwaardige bestuurstaal en bevordert zij de status van het Fries. Zowel de provincie als het Rijk zetten zich in om het functioneel gebruik van het Fries, en daarmee de zichtbaarheid, in de openbare ruimte in Fryslân zoveel mogelijk te vergroten. Daarbij is niet alleen aandacht voor de zichtbaarheid in formele zin, zoals bewegwijzeringsborden, maar juist ook voor zichtbaarheid in creatieve zin, zoals in het kader van Lân fan taal in 2018.

    Inspanning: Rijk/provincie

  • 1.6 De in 2014 in werking getreden Wet gebruik Friese taal heeft geleid tot toename van de inzet van capaciteit bij de provincie Fryslân. Dit komt enerzijds door een intensivering van de taken, anderzijds door een grotere vraag naar taalbeleid. Gelet op de gezamenlijke verantwoordelijkheid van provincie en het Rijk is besloten tot een tijdelijke, gezamenlijke financiering van deze taakintensivering. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties begroot in het kader daarvan voor de looptijd van de bestuursafspraak jaarlijks € 150.000,- dat aan de provincie ter beschikking wordt gesteld.

    Inspanning: Rijk/provincie

  • 1.7 Voor de borging van de continuïteit van het Friese taal- en cultuurbeleid en het volwaardig implementeren van de Wet gebruik Friese taal zullen de coördinerende Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de provincie jaarlijks een inhoudelijk introducerend werkbezoek naar de provincie Fryslân organiseren. Hiermee zetten zij in op het vergroten van de minimale kennis van de Friese taal en cultuur van de bij het dossier Friese taal en cultuur direct betrokken rijksambtenaren.

    Inspanning: Rijk/provincie

  • 1.8 Bij de aan de Friese taal en cultuur gerelateerde (rijks)adviesorganen is er bij het opstellen van werkprogramma’s en het invullen van bestuursfuncties, aandacht voor de bijzondere positie van de Friese taal en cultuur teneinde die inhoudelijk te kunnen borgen. Bij het opstellen van werkprogramma’s en/of het openstellen van vacatures van de aan de ministeries verschillende gerelateerde adviesorganen zoals de Raad voor Cultuur, zal er bij een link met de Friese taal en cultuur hiervoor expliciet aandacht zijn. De Minister van Binnenlandse Zaken neemt hierbij een coördinerende, stimulerende rol op zich.

    Inspanning: Rijk/provincie

  • 1.9 Voor het einde van de periode van deze bestuursafspraak vindt een verkennend onderzoek plaats, uitgevoerd door de provincie Fryslân, over de toegevoegde waarde van het omzetten van de Wet gebruik Friese taal naar een kaderwet. Dat gebeurt in navolging van aanbeveling 32 en 33 van het rapport van de Committee of Experts (2016). Een kaderwet beperkt zich niet tot de positie van het Fries in het bestuurlijke verkeer en het rechtsverkeer alleen, maar kan zich uitstrekken tot alle domeinen van het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden.

    Inspanning: Rijk/provincie

  • 1.10 Er komt bij de commissie voor bezwaar en beroep van de provincie Fryslân een apart onafhankelijk meldpunt Frysk als een onpartijdige klachtbehandelaar. Dit meldpunt verricht gevraagd en ongevraagd onderzoek naar de rechtmatigheid van gedragingen van overheden of van particuliere instellingen en bedrijven inzake het gebruik van de Friese taal.

    Inspanning: provincie

  • 1.11 Aansluitend op de vigerende Nederlandse wetgeving wordt door de provincie Fryslân in de periode van deze bestuursafspraak in kaart gebracht welke nu nog niet officieel geratificeerde artikelen in het Europees Handvest op basis van de dagelijkse praktijk in de looptijd van de bestuursafspraak mogelijk geratificeerd zouden kunnen worden. Het uitgangspunt hierbij is om op basis van eventuele toegevoegde waarde van niet-geratificeerde artikelen en de bestaande praktijk toch bepaalde maatregelen die een duidelijke meerwaarde hebben in een nieuwe bestuursafspraak op te kunnen nemen. Verdere ratificatie van nog niet door het Rijk geratificeerde artikelen in het Handvest is dan ook niet hetgeen hiermee nagestreefd wordt.

    Inspanning: Rijk/provincie

  • 1.12 In de provincie Fryslân is het Fries de officiële taal naast het Nederlands. Het Rijk en de provincie erkennen dat een gelijkwaardige en volwaardige positie van het Fries vraagt om het blijvend beschikbaar stellen van voorzieningen en standaardisering om dat in de praktijk ook daadwerkelijk te realiseren. Daar zijn Friestalig lesmateriaal, woordenboeken, media, digitale hulpmiddelen en dergelijke voorbeelden van. Die inzet wordt gecontinueerd.

    Inspanning: Rijk/provincie

  • 1.13 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bevordert dat in relevante wet- en regelgeving van de rijksoverheid de officieel vastgestelde provincienaam Fryslân zal worden gebezigd.10

    Inspanning: Rijk

HOOFDSTUK 2 ONDERWIJS

DEEL III TER BEVORDERING VAN HET GEBRUIK VAN REGIONALE TALEN OF TALEN VAN MINDERHEDEN IN HET OPENBARE LEVEN IN OVEREENSTEMMING MET DE INGEVOLGE ARTIKEL 2, TWEEDE LID, AANGEGANE VERPLICHTINGEN

Artikel 8. Onderwijs

Het Rijk en de provincie delen vanuit hun gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht de visie dat op

langere termijn op alle onderwijsniveau’s, van peuter tot promovendus, de juiste randvoorwaarden zijn gecreëerd voor het gebalanceerd aanbieden van de Friese taal. In 2030 is Fryslân een meertalige provincie waar het vak Fries in het curriculum, maar ook als omgangs- en instructietaal in het onderwijs vanzelfsprekend is. Geen Fries onderwijs omdat het verplicht is, maar omdat de toegevoegde waarde van onderwijs in de Friese taal ondervonden wordt in de praktijk. Dat houdt in dat scholen in het Friese taalgebied11 in 2030 geacht worden geen ontheffing voor het vak Fries meer te hebben. Hiermee voldoen de scholen aan de wettelijke verplichting om de vastgestelde kerndoelen te realiseren. Voor taalverwerving en -ontwikkeling is het noodzakelijk dat er niet alleen aandacht is voor de taal op zichzelf, maar juist ook voor de context waarin die taal gebruikt wordt en zich ontwikkelt. Op basis daarvan is er meer aandacht voor taal in relatie tot maatschappelijke onderwerpen als culturele uitingen (muziek- en theatereducatie), natuur en landschap, erfgoed en historie. Het onderwijs in de Friese taal- en cultuur vraagt daartoe een brede educatieve aanpak. Het daagt kinderen en jongeren binnen- en buitenschools uit te werken aan hedendaagse creatieve uitingen, met natuur- en landschap en met voor erfgoed en historie relevante locaties. Dit vraagt om innovatie van het onderwijs, zowel inhoudelijk als organisatorisch. Nadrukkelijk is het de bedoeling om de kennis en ervaring die hiermee wordt opgedaan te delen. Er zijn breed antwoorden nodig met betrekking tot opkomende behoeften aan revitalisering van (meertalig) onderwijs inzake vraagstukken waarin identiteit een belangrijke rol speelt. Taal staat immers niet op zichzelf. Mensen gebruiken en horen dagelijks verschillende talen, zoals het Nederlands, Fries, streek- en buitenlandse talen. In de provincie Fryslân neemt het Fries een natuurlijke plaats in tussen de andere talen. Meertaligheid is daarmee een dagelijkse realiteit. Door in het onderwijs deze talen in deze meertalige context te laten zien en aan te bieden, sluit dat meer aan bij de dagelijkse praktijk dan de talen slechts als aparte vakken aan te bieden. Daarnaast is taal altijd verbonden met cultuur en erfgoed. Dat maakt dat taal een sleutel vormt tot die gebieden en bij leerlingen leidt tot meer begrip voor andere culturen en, in het geval van het Fries, tot meer oog voor de eigen regio. Die voordelen van een goede integratie van het Fries in een meertalige context en tussen de verschillende schooltypen zijn in 2030 algemeen bekend. Door meertalig onderwijs en opvoeding leren Friese kinderen competenties en vaardigheden die belangrijk zijn in de tegenwoordige en toekomstige geglobaliseerde samenleving. Rijk en provincie creëren binnen de school een experimenteerruimte waarin nieuwe vormen van educatie worden voortgebracht, juist om aan deze nieuwe vormen te werken. Het stimuleren van leerlingen om actief het Fries te gebruiken, staat hierin centraal. De traditionele, meer methodegerichte aanpak, wordt verrijkt met producties die de verbeelding prikkelen. In de experimenteerruimte zullen didactisch specialisten samenwerken met specialisten op het gebied van theater, muziek, natuur en landschap, erfgoed en historie. Het Rijk en de provincie blijven de nodige randvoorwaarden scheppen voor goed Fries onderwijs in een meertalige context. Het behalen van de kerndoelen voor het Fries, waar de verschillende taalvaardigheidsniveau’s deel van uit blijven maken, is in het Friese taalgebied evident.

Het Rijk en de provincie willen gedurende de periode van deze bestuursafspraak hiervoor de volgende afspraken realiseren:

2.1 Algemene afspraken en uitgangspunten
1 Basisinfrastructuur aanwezig

Rijk en provincie zorgen blijvend voor de instandhouding van een passende basisinfrastructuur voor het vak Fries. Daaronder wordt verstaan:

  • het Friese taalonderwijs van voorschools tot en met hoger onderwijs sluit goed op elkaar aan;

  • er is voldoende en kwalitatief goed lesmateriaal voorhanden;

  • scholen en docenten kunnen een beroep doen op onderwijsbegeleiding en -ondersteuning;

  • er zijn voldoende opleidingsmogelijkheden (incl. nascholing) voor begeleiders in voorschoolse voorzieningen en docenten Fries in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en hoger onderwijs;

  • er zijn voldoende en kwalitatief goede mogelijkheden voor toetsing en evaluatie, tevens kunnen de vorderingen van leerlingen gevolgd worden middels een leerlingvolgsysteem (dit methode onafhankelijk toetsings- en evaluatiesysteem onder de naam GRIP is onder de vorige bestuursafspraak (2013-2018) tot stand gekomen en geïmplementeerd;

  • tevens wordt GRIP in opdracht van de provincie bij het ingaan van deze bestuursafspraak verder geoptimaliseerd en doorontwikkeld;

  • tenslotte ziet de inspectie van het onderwijs structureel toe op de kwaliteit van het taalonderwijs Fries en stimuleert scholen waar nodig om de positie van het Fries te verstevigen. Ook verzorgt de inspectie periodiek, eens per zes jaar, een themarapportage over het Fries in het onderwijs.

Inspanning: Rijk/provincie

2 Bevoegdheid Fries

Voor met name docenten en schoolbestuurders is het op dit moment niet duidelijk welke voorwaarden er aan de bevoegdheid voor het vak Fries gesteld worden, hoe dat wordt vastgesteld en welke overheden daartoe de bevoegdheden hebben. Dit wordt in de periode van deze bestuursafspraak nader vastgelegd en duidelijk gecommuniceerd met het onderwijsveld. Ook vindt er door de provincie geïnitieerd overleg plaats met de beroepsgroep over de mogelijkheden om de bevoegdheid voor Fries op te nemen in het lerarenregister.

Inspanning: Rijk/provincie

3 Lerarenregister

In de Wet op de beroepen in het onderwijs zijn de bekwaamheidseisen voor leraren en docenten in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs vastgelegd. Sinds augustus 2017 zijn er nieuwe wettelijke bekwaamheidseisen van kracht geworden. Bij eventuele gesprekken met de beroepsgroep van leraren zal door de provincie nagegaan worden in hoeverre het mogelijk is om de bekwaamheidseisen voor het vak Fries ook op te nemen. Hiertoe vindt overleg plaats met de beroepsgroep van leraren.

Inspanning: Rijk/provincie

4 Onderwijsinspectie

De aanbevelingen van de onderwijsinspectie uit hun rapport van 2010 “Tussen wens en werkelijkheid” zijn ten uitvoer gebracht door de provincie, voor zover dit binnen de provinciale mogelijkheden lag. Voorbeelden van uitvoering van de aanbevelingen zijn het ontwikkelen van het methodeonafhankelijk toetsings- en evaluatiesysteem GRIP, de nieuwe digitale methoden Spoar 8 (primair onderwijs) en Searje 36 (voortgezet onderwijs) en het uitgekristalliseerde vaststellingsbeleid waar met het project Taalplan Frysk uitvoering aan gegeven wordt. De onderwijsinspectie zal de komende jaren vanuit zijn eigen rol en op stimulerende wijze aandacht besteden aan de kwaliteit van het Fries in het onderwijs. In het kader van de reguliere vierjaarlijkse onderzoeken naar bestuur en scholen besteedt de inspectie als daar aanleiding toe bestaat aandacht aan de wijze waarop het bestuur de kwaliteit van het leerstofaanbod en daarbinnen het aanbod in de Friese taal op de scholen monitort en bevordert. Als er aanwijzingen of signalen zijn dat het aanbod ernstig tekortschiet, kan de inspectie besluiten in de verificatie- of risico-onderzoeken op scholen de kwaliteit van het Fries te onderzoeken. Bij gebleken wettelijke tekortkomingen geeft de inspectie een herstelopdracht. Daarnaast zal de inspectie in de komende drie taalplancycli tot 2030 tweemaal een thematisch onderzoek doen waarmee de ontwikkeling van het aanbod in de Friese taal kan worden gevolgd. Op die wijze wordt de kwaliteit van Fries in het onderwijs geborgd en vergroot.

Inspanning: Rijk/provincie

5 Bewustwording leerlingen, ouders en scholen

De provincie zet activiteiten op om ouders, leerlingen, leerkrachten, schoolbestuurders, het bedrijfsleven en maatschappelijk betrokken organisaties de waarde van het Fries en meertaligheid te tonen. Het doel is om hen te motiveren en er in het dagelijks leven intrinsiek aandacht voor te hebben. Daarbij worden de nieuwste inzichten en ontwikkelingen ten aanzien van het Fries en meertaligheid meegenomen.

Inspanning: provincie

6 Budget Materiële Instandhouding Fries

Voor het primair en het voortgezet onderwijs continueert de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een budget materiële instandhouding Fries (MIF), voor de aanschaf van materialen ten behoeve van het vak Fries in de scholen in de provincie Fryslân. De provincie bepaalt daarbij de verdeling van de MIF-gelden, op basis van de uitkomsten van het Taalplan Frysk. In 2019 zal verkend worden in hoeverre er mogelijkheden zijn om ook voor het MBO structurele MIF gelden beschikbaar te stellen.

Inspanning: Rijk/provincie

2.2 Afspraken Fries in de voorschoolse periode
1 Taaloverdracht

Voor (een toenemende) overdracht van het Fries aan de volgende generaties is veel aandacht en voorlichting nodig. Dat geldt voor zowel voor de taaloverdracht in de thuissituatie als voor de (professionele) infrastructuur in de eerste levensfase van jonge kinderen. Er wordt door de provincie gezorgd voor adequate voorlichting aan ouders, kinderopvangorganisaties en de betrokken zorg- en onderwijsinstellingen over het belang van en het omgaan met het Fries in een meertalige opvoeding. De doorgaande leerlijn tussen de voorschoolse voorzieningen en het basisonderwijs is voor het slagen hiervan van essentieel belang. Die voorlichting gaat gepaard met inspirerende en enthousiasmerende projecten waarbij de relevante context van taal eveneens een belangrijke rol speelt.

Inspanning: Rijk/provincie

2 Verankering en borging van het Fries in de voorschoolse voorzieningen

Conform de Wet kinderopvang is het gebruik van de Friese taal als voertaal toegestaan. Bij de behandeling van deze wet is tevens vastgelegd dat de provincie Fryslân de ruimte heeft om de vroegschoolse en voorschoolse (vve) programma’s in twee talen aan te bieden (Nederlands en Fries). Het is echter niet mogelijk om vve-programma’s uitsluitend in het Fries aan te bieden. Bij veranderingen van wetgeving op het gebied van voorschoolse voorzieningen en educatie is het een aanbeveling om dit te toetsen aan het Europees Handvest van regionale talen of talen van minderheden en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden. Hierbij wordt de provincie geconsulteerd. Vanuit de provincie wordt er hierbij naar gestreefd dat het inspectiebeleid van de GGD en de Onderwijsinspectie in Fryslân er op gericht is dat het Fries als voertaal gebruikt mag worden.

Inspanning: Rijk/provincie

3 Startbekwaamheden /professionaliteit

De ontwikkeling en vaststelling van startbekwaamheden van pedagogisch medewerkers ten aanzien van de Friese taal en meertaligheid, uitgewerkt in modules, wordt gecontinueerd. De modules voor nascholing zijn uitgewerkt en door de relevante partijen (ROC’s) in het Friese onderwijsveld ondertekend. De inzet van de ROC’s om de modules meertaligheid verder te integreren in het curriculum van de verschillende opleidingen zal door de provincie ondersteund blijven worden. Daarmee wordt een goede aansluiting bereikt met de inzichten uit bijvoorbeeld de ontwikkelingspsychologie en taalverwervingsonderzoek.

Inspanning: Rijk/provincie

4 Friestalig materiaal

Er blijft voor de voorschoolse voorzieningen in Fryslân (voor de jongste doelgroepen (0 t/m 4 jaar)) Friestalig materiaal voor handen. Deze voorzieningen maken structureel gebruik van dit reeds beschikbaar zijnde materiaal.

Inspanning: provincie

5 Meertalige opvang

Er wordt door de provincie volop ingezet op de verdere groei en beschikbaarheid van Fries-, twee- of meertalige voorzieningen voor kinderopvang, peuteropvang en gastouderopvang voor alle ouders in Fryslân. Daarbij is de kwaliteitsborging en begeleiding minstens zo belangrijk als de kwantitatieve groei.

Inspanning: provincie

2.3 Afspraken Fries in het funderend onderwijs (primair en voortgezet onderwijs)
1 Taalplan Frysk

De eerste fase van het Taalplan Frysk, het in kaart brengen van de feitelijke situatie of nulmeting, is in 2018 afgerond.

Gedurende de looptijd van deze bestuursafspraak wordt op basis van de provinciale Beleidsregel voor het verkrijgen van ontheffing voor het vak Fries in het primair en voortgezet onderwijs (2015) verder uitvoering gegeven aan het onderwijsbeleid in de provincie Fryslân. Op basis van de analyse van de uitkomsten van het Taalplan Frysk wordt de scholen steun op maat geboden om de kwaliteit en het bij de nulmeting vastgestelde niveau van het vak Fries te verbeteren. Dat geldt bijvoorbeeld ten aanzien van (na)scholing voor leerkrachten, lesmethodes en/of onderwijsbegeleiding. Na een periode van vier jaar nadat het profiel van de school is vastgesteld, worden de scholen uiterlijk in 2021 opnieuw bezocht. Het doel is dat na drie cycli (uiterlijk 2030) alle scholen binnen het Friese taalgebied alle kerndoelen voor het vak Fries behalen en geen (partiële) ontheffing meer krijgen.

Naast het aanbod van het vak Fries in de onderbouw van het voortgezet onderwijs, is de inzet van het Taalplan Frysk om het vak aangeboden te krijgen volgens de wettelijke mogelijkheden, dat wil zeggen in alle klassen van het voortgezet onderwijs op alle niveau’s. Daarmee komt er een doorgaande leerlijn tot stand en is er continuïteit tussen het voortgezet en het beroeps- en hoger onderwijs. Ook is er op passende wijze aandacht voor het Fries op de scholen voor praktijkonderwijs.

Inspanning: Rijk/provincie

2 Kerndoelen

De provincie zet er op in dat alle scholen waar de kerndoelen voor het vak Fries op van toepassing zijn, er voor zorgen dat hun aanbod in overeenstemming is met die kerndoelen Fries. Op grond van de wijziging van de onderwijswetgeving in 2014, hebben provinciale staten van Fryslân de bevoegdheid om de kerndoelen voor het vak Fries in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs vast te stellen. In 2018 is er landelijk onderzocht hoe er een integrale curriculumvernieuwing in het primair en voortgezet onderwijs kan worden doorgevoerd. Voor het vak Fries is dat door de provincie gedaan in overeenstemming met de landelijke werkwijze en curriculumvernieuwing. De Tweede Kamer en provinciale staten stellen naar verwachting in 2019 het nieuwe curriculum vast.

In het proces om tot hernieuwde kerndoelen voor Fries te komen heeft de provincie Fryslân een paralleltraject opgezet aan curriculum.nu. Het Ministerie van OCW compenseert eenmalig de kosten die zijn gemaakt om leerkrachten in het ontwikkelteam en de ontwikkelscholen hiervoor vrij te stellen. Het Ministerie van OCW en de provincie Fryslân treden met elkaar in gesprek om te onderzoeken hoe in het vervolg van de herziening van de kerndoelen Fries zoveel mogelijk aangesloten kan worden bij het nationale traject van curriculum.nu.

Inspanning: Rijk/provincie

3 Lesmateriaal

Het Friestalige onderwijsmateriaal voor het primair onderwijs (Spoar 8) en het voortgezet onderwijs (Searje 36) dat de provincie de laatste jaren heeft laten ontwikkelen, is door veel scholen in gebruik. Een bredere variatie in (fysiek en digitaal) aanbod, vernieuwing, methoden voor onder- en bovenbouw en differentiatie behoeven blijvende aandacht. Scholen zijn vrij om een alternatief te kiezen. Vanwege het feit dat er in het Friese taalgebied sprake is van marktfalen, is hierbij een actieve en stimulerende rol van de overheid gewenst. Ook wordt onderzocht door de provincie of de docenten voor Fries gebruik kunnen maken van het nationale platform waarop eigen ontwikkeld materiaal gedeeld kan worden.

Voor wat betreft het voortgezet onderwijs zorgt de provincie ervoor dat er aan het einde van deze bestuursafspraak een rapportage ligt over de voorwaarden die er gesteld worden aan geschikt lesmateriaal voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs op alle onderwijsniveau’s.

Inspanning: Rijk/provincie

4 Toetsingsmethoden, evaluatie- en leerlingvolgsystemen

Gedurende de looptijd van de vorige bestuursafspraak is in opdracht van de provincie in samenspraak met een consortium van Friese onderwijs- en taalorganisaties het genormeerd methode-onafhankelijk toets- en leerlingvolgsysteem GRIP ontwikkeld. Dat systeem geeft scholen voor primair en voortgezet onderwijs de mogelijkheid om met verschillende instrumenten de taalontwikkeling van leerlingen te volgen. GRIP is integraal onderdeel van de methoden Spoar 8 (primair onderwijs) en Searje 36 (voortgezet onderwijs). Betrokken leerkrachten worden begeleid bij de implementatie van die methoden om zo vorm te geven aan een doorgaande leerlijn Fries. Op basis van ervaringen en nieuwe ontwikkelingen wordt zorg gedragen voor het verder ontwikkelen van GRIP.

Inspanning: provincie

5 Meertalig voortgezet onderwijs

Het Meertalig Voortgezet Onderwijs (MVO) wordt gecontinueerd en er wordt een betere aansluiting tot stand gebracht tussen tweetalig onderwijs (TTO) en MVO.

Inspanning: provincie

2.5 Afspraken Fries bij scholen onder de WEC
1 Onderzoek behoefte gebruik Fries

De provincie voert in de eerste helft van de bestuursafspraak onderzoek uit naar de behoefte aan het gebruik van het Fries in het onderwijs dat onder de Wet op de expertisecentra (WEC) valt. Op basis van de onderzoeksresultaten zal mogelijk een projectplan opgesteld worden dat leidt tot een concreet onderwijsaanbod.

Inspanning: provincie

2 Overzicht mogelijkheden voor taalbeleid

De provincie verzorgt als Taalskipper in de eerste helft van deze bestuursafspraak voor een overzicht van de mogelijkheden voor beleid omtrent de Friese taal en cultuur bij de scholen die onder WEC vallen. Daarbij komt ook een inventarisatie van behoeftes van het speciaal onderwijs aangaande taalbeleid.

Inspanning: provincie

2.6 Afspraken Fries bij scholen in het beroepsonderwijs
1 Fries in het curriculum

Binnen de doelgroep van het mbo is het aandeel Friestaligen relatief groot. Het streven van de provincie is dat mbo-scholen het Fries bewust opnemen in het curriculum, omdat beheersing van de Friese taal van toegevoegde waarde kan zijn voor het op te leiden toekomstig personeel in Fryslân. Het aantal mbo-opleidingen dat het Fries aanbiedt als (keuze)vak wordt gedurende de looptijd van deze bestuursafspraak uitgebreid.

Inspanning: provincie

2 Taalbeleid ROC’s en AOC

Het ontwikkelen van taalbeleid in een beroepsgerichte context op basis van de wensen van het regionale bedrijfsleven op de Friese ROC ‘s en op het AOC, blijft van groot belang en zal door de Taalskipper gestimuleerd blijven worden.

Inspanning: provincie

3 Keuzedeel voor competenties Friese taal

Leerlingen van ROC’s die doorstromen naar de Pabo kunnen zich middels een ‘keuzedeel’ voorbereiden op vakken die ze wel op de Pabo krijgen, maar niet op het ROC gehad hebben. Bij de noordelijke ROC’s en de Pabo ‘s worden die vakken geclusterd in één keuzedeel, waardoor er ruimte blijft om ook nog een keuzedeel Fries te kunnen volgen om competenties Friese taal te kunnen leren. Daartoe is er vanuit de provincie overleg met de Pabo’s.

Inspanning: provincie

4 Samenwerking VO en mbo-instellingen

De bestaande provinciale regeling Lesuren Fries voor het voortgezet onderwijs is toegankelijk voor het AOC en de ROC ‘s die het Fries in hun curriculum willen opnemen. De provincie stimuleert samenwerking tussen scholen voor voortgezet onderwijs en mbo-instellingen ten aanzien van het onderwijzen van de Friese taal.

Inspanning: provincie

5 Werkgroepen op mbo-instellingen

Het is belangrijk dat binnen de onderwijssectoren goede Friese competenties geformuleerd worden die een plaats krijgen in het curriculum van die sectoren. Speciale werkgroepen zijn daar in afstemming met de Onderwijsbegeleidingsdiensten mee bezig. De huidige provinciale subsidieregeling lesuren Fries voor het mbo wordt als hulpmiddel meer gepromoot en gestimuleerd door de onderwijsbegeleidingsdiensten.

Inspanning: provincie

6 Lesmateriaal mbo

Gezien de groeiende ontwikkeling van het keuzedeel Fries aan de mbo-opleidingen neemt de vraag naar geschikt lesmateriaal toe. In 2019 zal er door het Rijk en de provincie nagegaan worden op wat voor wijze er ook voor het mbo structurele MIF-gelden beschikbaar gesteld kunnen worden. Vanaf 2020 moet indien mogelijk hier verder invulling aan gegeven worden door beide partijen.

Inspanning: Rijk/provincie

2.7 Afspraken Fries in het Hoger onderwijs
1 Lerarenopleiding Friese taal en cultuur aan de Pabo

De Hogeschool NHL Stenden voorziet in zijn curriculum in een aanbod Friese taal en cultuur. De provincie houdt de bekostiging daarvan in stand, waardoor studenten aan de Pabo de bevoegdheid voor het vak Friese taal en cultuur kunnen behalen. De provincie overlegt met de Hogeschool hoe het volgen van dit vak door studenten gestimuleerd kan worden.

Inspanning: provincie

2 Fries als instructie- en voertaal

Naast dat het Fries als vak gericht is op taalverwerving, moet er ook aandacht zijn voor het Fries als instructietaal bij andere vakken, als onderdeel van het curriculum met betrekking tot cultuur en erfgoed en het Fries als gewone omgangstaal op school. Op die manier zal het Fries op scholen de volwaardige positie in kunnen nemen die het als officiële taal in de provincie heeft en is er daadwerkelijk sprake van het gebruik van de taal in een meertalige context.

Inspanning: provincie

3 Lerarenopleiding Fries

De lerarenopleidingen Fries voor het voortgezet onderwijs zijn een onmisbare schakel ten aanzien van het Fries in het onderwijs en de doorgaande leerlijn. Daarom houden het Rijk en de provincie een eerste- en tweede-graads lerarenopleiding Fries aan de NHL Stenden in stand.

Inspanning: Rijk/provincie

4 Leerstoel Friese taal- en letterkunde

Aan de Rijksuniversiteit Groningen bestaat binnen de opleiding Minorities & Multilingualism, een leerstoel Friese taal- en letterkunde. Naast de rijksbijdrage van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen begroot het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de looptijd van de BFTK jaarlijks € 110.000 en begroot de provincie Fryslân jaarlijks € 110.00 voor de leerstoel Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Inspanning: Rijk/provincie

5 Expertisecentrum Meertaligheid

Gedurende de looptijd van de bestuursafspraak dient de samenwerking tussen de verschillende wetenschappelijke en maatschappelijke (onderwijs)instituten die zich bezighouden met meertaligheid binnen de Friese context te worden versterkt. De provincie neemt hierbij als Taalskipper een regisserende en stimulerende rol in. Hierbij zijn het Expertisecentrum Meertaligheid (The Multilingualism Lab), de (onderwijs)instituten binnen de Taalalliantie en (de erfenis van) Lân fan taal van wezenlijk belang.

Inspanning: provincie

2.8 Afspraken Fries bij onderwijsondersteuning
1 Taalcoördinatoren

Er is en blijft een provinciaal dekkend netwerk van taalcoördinatoren. Die taalcoördinatoren worden ingezet voor het vervolg van het Taalplan Frysk, de implementatie van de doorgaande leerlijn meertaligheid, de bewustwording van ouders en leerkrachten en het versterken van taalbeleid op scholen.

Inspanning: provincie

2 Sintrum Frysktalige Berne-opfang

Er is een Sintrum Frysktalige Berne-opfang (SFBO), dat onderwijskundige ondersteuning, advisering en stimulering verzorgt ten aanzien van Friestalige/meertalige opvang voor de VVE-sector.

Inspanning: provincie

3 Netwerken VVE, PO en VO

De provincie wil actief stimuleren dat de netwerken van twee- en Friestalige voorschoolse organisaties, onderwijsbegeleiding voor basisscholen en voortgezet onderwijs optimaal gefaciliteerd worden door de betrokken onderwijsorganisaties. Deze organisaties informeren, adviseren en begeleiden de verschillende scholen en centra. Het gaat dan om ondersteuning voor docenten in meertalige didactiek, het wegwijs maken in verschillende lesmaterialen en het gebruik ervan, het faciliteren van intervisie en informeren door het organiseren van netwerkbijeenkomsten, symposia en congressen, het aanbieden van scholing, praktische ondersteuning in de vorm van native speakers/memmetaalsprekkers, de scholen en centra ondersteunen met het inbedden van het meertalig onderwijs in de organisatie (bijvoorbeeld het aanstellen van (taal)coördinatoren en draagvlak creëren binnen het team.)

Inspanning: provincie

4 Taalsintrum Frysk

Er is een Taalsintrum Frysk (als onderdeel van Cedin), dat als expertisecentrum meertaligheid onderwijskundige ondersteuning en advisering verzorgt ten aanzien van Fries/meertalig onderwijs voor het primair- en voortgezet onderwijs. De begeleiding is er op gericht scholen op de juiste, gedifferentieerde wijze met het leerstofaanbod te laten werken.

Inspanning: provincie

5 Stimuleren van vraaggestuurdwerken

Schoolbesturen worden door de provincie gestimuleerd om hun taalbeleid door te ontwikkelen en de expertise van de onderwijsbegeleidingsdienst of Taalsintrum Frysk daarbij in te schakelen. Gedurende de looptijd van deze de bestuursafspraak wordt zo meer nadruk gelegd op de vragen vanuit het onderwijsveld.

Inspanning: provincie

6 Netwerk drietalige scholen

Het project De Trijetalige Skoalle wordt door de provincie voortgezet en verder ingericht volgens de nieuwste beleids- en onderwijskundige ontwikkelingen. Het aantal leerlingen dat in 2018 drietalig onderwijs volgt is 15% van het totaal aantal leerlingen in de provincie Fryslân. Er wordt gestreefd om dit percentage aan het eind van deze bestuursafspraak 30% te laten zijn.

Inspanning: provincie

7 Lektoraat Frysk en Meartaligens yn Underwiis en Opfieding

Het Lektoraat Frysk en Meartaligens yn Underwiis en Opfieding bij de NHL Stenden draagt bij aan de praktisch-wetenschappelijke onderbouwing van Fryslân als “Living Lab of Multilingualism” en de valorisatie van onderzoek, onderwijs en innovatie op het gebied van meertaligheid. Daardoor vervult het lectoraat een rol in de basisvoorziening van de doorgaande leerlijn meertaligheid.

Inspanning: provincie

HOOFDSTUK 3 RECHTERLIJKE AUTORITEITEN, BESTUURLIJKE AUTORITEITEN EN OPENBARE DIENSTEN

DEEL III MAATREGELEN TER BEVORDERING VAN HET GEBRUIK VAN REGIONALE TALEN OF TALEN VAN MINDERHEDEN IN HET OPENBARE LEVEN IN OVEREENSTEMMING MET DE INGEVOLGE ARTIKEL 2, TWEEDE LID, AANGEGANE VERPLICHTINGEN

Artikel 9. Rechterlijke autoriteiten

Artikel 10. Bestuurlijke autoriteiten en openbare diensten

Door de inwerkingtreding van de Wet gebruik Friese taal op 1 januari 2014, is het wettelijke fundament voor het gebruik van de Friese taal in het bestuurlijke verkeer en in het rechtsverkeer verder versterkt. Het Rijk en de provincie delen vanuit hun gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht de visie dat op langere termijn het gebruik van de Friese taal niet alleen in de wet goed geregeld moet zijn. Het Rijk en de provincie streven naar het vanzelfsprekend gebruik van de Friese taal vanwege de meerwaarde die het gebruik van deze taal in een Friese meertalige context kan hebben. Daarom zullen zij de rechterlijke en bestuurlijke autoriteiten en openbare diensten in Fryslân die hierbij betrokken zijn uitnodigen om te bespreken of dat in 2030 niet alleen mogelijk, maar ook vanzelfsprekend kan zijn. Van belang hierbij is voor het Rijk en de provincie dat de bewoners van de provincie Fryslân en betrokkenen bij rechterlijke en bestuurlijke autoriteiten op de hoogte zijn van de positieve rol die het gebruik van de Friese taal in het bestuurlijke en rechtsverkeer kan hebben.

Het Rijk en de provincie willen gedurende de periode van de onderliggende bestuursafspraak hiervoor de volgende afspraken realiseren:

3.1 Afspraken Fries bij rechterlijke autoriteiten
1

Artikel 2a van de Wet gebruik Friese taal bepaalt dat, gelet op de gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht voor de Friese taal en cultuur het Rijk en de provincie Fryslân periodiek bestuursafspraken maken ter uitwerking van de verantwoordelijkheid inzake de Friese taal en cultuur. Gelet op de staatsrechtelijke positie van de rechtspraak, en de ondertekenende partijen, kan deze bestuursafspraak geen afspraken inhouden ten aanzien van de rechtspraak. De provincie treedt met de Rechtbank Noord-Nederland en het Hof Arnhem-Leeuwarden in overleg. Tussen de provincie en de rechtspraak te maken afspraken worden afzonderlijk vastgelegd.

Inspanning: provincie

3.2 Afspraken Fries bij bestuurlijke autoriteiten
1 Bestuurlijke herindelingen

Het Rijk en de provincie wijzen in het geval van gemeentelijke herindelingsplannen, de desbetreffende gemeenten op de noodzaak om aansluitend op artikel 5 van de Wet gebruik Friese taal te komen tot bevorderend Fries gemeentelijk taalbeleid. Bij bestuurlijke herindelingen worden er door het Rijk en de provincie Fryslân in samenspraak met betrokken partijen afspraken gemaakt over de bescherming en het bevorderen van de positie van de Friese taal in de nieuwe of de nieuw te vormen gemeente.

Inspanning: Rijk/provincie

2 Opstellen taalbeleid bestuursorganen

De provincie stimuleert vanuit haar rol als Taalskipper dat bestuursorganen die niet tot de centrale overheid behoren taalbeleidsplannen en taalverordeningen aangaande de Friese taal opstellen, conform de Wet gebruik Friese taal. De provincie zal vanuit haar rol als Taalskipper decentrale overheden stimuleren aan het eind van de looptijd van deze bestuursafspraak een actueel taalbeleid en taalverordening te hebben. Halverwege de periode van deze bestuursafspraak zal er in overleg met het Rijk en de provincie een overzicht zijn van de meest relevante gedeconcentreerde rijksdiensten waarop de Wet gebruik Friese taal van toepassing is. Een dergelijk overzicht is van belang voor het verder kunnen bepalen welke partijen nog betrokken moeten worden bij het door de provincie opgezette taalskippersoverleg ‘Mei-inoar foar it Frysk’.

Inspanning: provincie

3 Implementeren en actualiseren taalbeleid

Vastgesteld taalbeleid dat maximaal tien jaar in werking is, zal door de bij de Wet gebruik Friese taal betrokken partijen op basis van inspraak en nieuwe wetenschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen geactualiseerd worden. Uitgangspunt is daarbij niet alleen het behoud, maar ook de bevordering van de Friese taal.

Inspanning: provincie

4 Bestuurlijk overleg en opzetten langetermijnvisie

De bij de Wet gebruik Friese taal betrokken zijnde

bestuursorganen komen op uitnodiging van de Taalskipper, naast het ambtelijke overleg, minimaal twee keer per jaar samen om op bestuurlijk niveau onder voorzitterschap van de commissaris van de Koning de voortgang van de implementatie van de taalwetgeving te bespreken. Bij dit bestuurlijke overleg worden de door een Werkgroep ‘Frysk yn 2030’ opgestelde langtermijndoelen ten aanzien van de Friese taal en cultuur besproken. Bij dit bestuurlijk overleg kan de provincie in haar rol als Taalskipper in afstemming met het Rijk de bestuursorganen aanspreken op hun wettelijke verantwoordelijkheden. Uiteraard kan de provincie hierbij zelf ook aangesproken worden op haar wettelijke verantwoordelijkheden door provinciale staten, het Rijk en het adviesorgaan DINGtiid.

Inspanning: Rijk/provincie

5 Veiligheidsregio Fryslân

Bij de onder 3.2.3 en 3.2.4 beschreven onderdelen wordt ook de Veiligheidsregio Fryslân vanuit de Wet gebruik Friese taal actief betrokken en gestimuleerd om taalbeleid te ontwikkelen, te implementeren en indien nodig te actualiseren. De provincie betrekt daartoe de Veiligheidsregio Fryslân actief bij het bestuurlijk overleg ‘Mei-inoar foar it Frysk’. De meldkamer die het Friese taalgebied bedient, behoudt een Fries taalbeleid (momenteel is dat Drachten). Van belang is dat er voldoende Friestalige medewerkers beschikbaar blijven zodat meldingen vanuit Fryslân als staand beleid standaard en op ieder moment in de Friese taal gedaan kunnen worden.

Inspanning: provincie.

6 Regionale politie-eenheid Noord-Nederland

Friese burgers kunnen in de regio Noord-Nederland bij de politie gebruik maken van hun recht om een aangifte in de Friese taal te doen. De provincie en het Rijk sturen er bij de politie op aan dat de voorkeurstaal van de betrokken Friese burgers standaard gevraagd en vastgelegd wordt. Ook als het proces-verbaal schriftelijk in het Nederlands wordt vastgesteld is inzichtelijk of het gesprek in het Fries heeft plaatsgevonden. Vanuit de rol van Taalskipper zal de provincie aansluitend op 3.2.2 ook een voorlichtingscampagne opzetten om burgers te wijzen op hun recht om in contact met de politie gebruik te mogen maken van de Friese taal. De provincie en het Rijk zullen hiervoor overleggen met de regionale politiechef van de eenheid Noord-Nederland.

Inspanning: Rijk/provincie

7 Friestalige modellen voor kandidaatstelling bij verkiezingen

Om de gelijke rechten van de Friese en Nederlandse taal binnen de provincie Fryslân te waarborgen kunnen Friestalige modellen worden gebruikt voor de indiening van een kandidatenlijst voor de verkiezing van provinciale staten van Fryslân, het algemeen bestuur van het Wetterskip Fryslân en van de raden van de gemeenten in de provincie Fryslân (artikel 3, eerste lid, van de Wet gebruik Friese taal). Bovendien is het voortaan mogelijk de Friestalige modellen bij de Tweede Kamerverkiezingen, de Eerste Kamerverkiezingen en de Europese parlementsverkiezingen te gebruiken.

Inspanning: Rijk

8 Friestalige toponiemen

Wanneer Friestalige toponiemen door het bevoegd gezag officieel zijn vastgesteld, worden in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (of kadastrale systemen) alleen nog de Friestalige toponiemen gehanteerd. Het Kadaster zal voor een actueel bronregister zorgen zodat er alleen gebruik gemaakt wordt van de door het bevoegd gezag officieel vastgestelde Friestalige plaats- en waternamen. De Friese gemeenten bepalen zelf hoe namen van woonplaatsen, adressen, topografische gebieden e.d. vastgelegd worden en registreren dit als bronhouder zelf in de eigen BAG. Het Kadaster neemt in de landelijke voorzieningen een kopie op van de gemeentelijke bron.

Inspanning: Rijk/provincie

HOOFDSTUK 4 MEDIA

DEEL III MAATREGELEN TER BEVORDERING VAN HET GEBRUIK VAN REGIONALE TALEN OF TALEN VAN MINDERHEDEN IN HET OPENBARE LEVEN IN OVEREENSTEMMING MET DE INGEVOLGE ARTIKEL 2, TWEEDE LID, AANGEGANE VERPLICHTINGEN

Artikel 11. Media

Met de Bestuursafspraken Fries in de media 2016 is het gebruik van de Friese taal in de Friese media goed vastgelegd. Dit convenant had een looptijd tot 1 januari 2019. Daarom zijn de daarin opgenomen bepalingen voor zover mogelijk nu opgenomen in de onderhavige bestuursafspraak. Het Rijk en de provincie delen vanuit hun gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht de visie dat op langere termijn het gebruik van de Friese taal in de media vanzelfsprekend blijft. Friestalige media, mogelijk nog steeds de klassieke media zoals radio en televisie, maar ook zeker de digitale (sociale) en nieuwe vormen van media, vervullen in de periode van deze bestuursafspraak een belangrijke positie voor het gebruik, behoud en de status van de Friese taal. De Friese regionale omroep Omrop Fryslân zendt uit in de Friese taal en heeft daarom een bijzondere taak ten aanzien van het behoud, de bevordering, de ontwikkeling, de overdracht en het levende gebruik van de Friese taal.

Deze bestuursafspraak heeft dan ook als uitgangspunt dat het Rijk en de provincie het aansluitend op het Europese Handvest als taak zien om Friestalige regionale media in welke vernieuwende vorm dan ook als basisvoorziening mogelijk te blijven maken. Er wordt daarbij gestreefd naar een volwaardig, zelfstandig en breed programma- en media-aanbod in de Friese taal, dat op dagelijkse basis beschikbaar is op diverse mediaplatforms. De onafhankelijkheid van het media-aanbod en de herkenbaarheid van Omrop Fryslân is gedurende de looptijd van de bestuursafspraak geborgd in overeenstemming met het bepaalde in de Mediawet 2008.

4.1 Afspraken media

Het Rijk en de provincie willen gedurende de periode van de onderliggende bestuursafspraak de volgende afspraken realiseren:

1 Bestuurlijke afspraken
  • Geconstateerd is dat het Commissariaat voor de Media Omrop Fryslân op grond van de Mediawet 2008 heeft aangewezen als regionale publieke media-instelling voor de provincie Fryslân.

  • De bestaande doelstelling van Omrop Fryslân wordt ongewijzigd gehandhaafd, voor zover in overeenstemming met hetgeen bij of krachtens de Mediawet 2008 is bepaald.

  • De Mediawet 2008 bepaalt dat zowel de taken van de RPO als het concessiebeleidsplan, de meerjarenbegroting en de prestatieovereenkomst ook betrekking hebben op Omrop Fryslân.

  • In de Raad van Toezicht van de RPO is deskundigheid op het gebied van de Friese taal en cultuur gewenst.

  • Omrop Fryslân kan, gedurende de periode van aanwijzing als regionale publieke media-instelling voor de provincie Fryslân, op grond van de Mediawet 2008 op aanvraag jaarlijks een bijdrage krijgen uit de rijksmediabijdrage voor het verzorgen van regionale publieke mediadiensten in Fryslân. De bijdrage voor Omrop Fryslân is een percentage van het totaalbudget dat beschikbaar is voor de regionale omroep. Dat percentage is vastgelegd in het Mediabesluit 2008. De bijdrage is beschikbaar om een volwaardig media-aanbod in de Friese taal te kunnen realiseren.

  • Er vindt ten minste eenmaal per jaar overleg plaats tussen het Ministerie van OCW en de provincie Fryslân over onder meer de borging van het Friestalig media-aanbod in het mediabestel en de toekenning van de extra bijdragen ten behoeve van dat aanbod door het Rijk en de provincie.

Inspanning: Rijk/provincie

2 Orgaan dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt voor Omrop Fryslân

Om in aanmerking te komen voor aanwijzing als regionale publieke media-instelling moeten instellingen krachtens artikel 2.61, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Mediawet 2008 volgens hun statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende provincie voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. Omrop Fryslân heeft derhalve ook een dergelijk orgaan. In het kader van de aanwijzing als regionale publieke media-instelling adviseren provinciale staten van Fryslân het Commissariaat voor de Media onder andere over de vraag of dat orgaan representatief is als hiervoor bedoeld. In het kader van deze representativiteitstoets letten provinciale staten van Fryslân erop dat in ieder geval één lid een achtergrond heeft op het gebied van de Friese taal en cultuur.

Inspanning: provincie

3 Bevordering Friese taal en cultuur in de media

Rijk en provincie voeren een bijzonder beleid ten aanzien van het Friestalig publiek media-aanbod. In concreto betekent een en ander dat er een volwaardig programma-aanbod in de Friese taal is, dat op dagelijkse basis beschikbaar is op diverse platforms. Het Friestalig media-aanbod is van cruciaal belang voor het levende gebruik en de overdracht van de Friese taal. Om die reden vormen kinderen en jongeren een zeer belangrijke doelgroep. Gedurende de looptijd van deze bestuursafspraak zal bekeken worden welke kansen er zijn als het gaat om de aansluiting tussen het Friestalige programma-aanbod voor kinderen en jongeren (waaronder de Friese schooltelevisie) en de ontwikkeling van digitale lesmethoden en omgevingen voor het (vak) Fries in de voorschoolse periode, het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. Daarnaast zijn in het kader van de volledige en veelzijdige Friese programmering ook de Friestalige documentaires (in casu FryslânDok) van belang, die tevens worden uitgezonden op het landelijke net. Voor dat laatste is de realisatie van de regiovensters op de kanalen van de NPO eveneens een belangrijke mogelijkheid.

Inspanning: Rijk/provincie

4 Verzorgingsgebied Fryslân en regio dekkende zender

Omrop Fryslân beschikt voor de looptijd van de aanwijzing als de regionale publieke media-instelling voor de provincie Fryslân over een eigen aanbodkanaal overeenkomstig het bepaalde in de Telecommunicatiewet en de Mediawet 2008.

Inspanning: Rijk/provincie

5 Financiering

De brede taakopdracht van Omrop Fryslân behoeft een structureel gedifferentieerde financiering en een afzonderlijke benadering bij de bepaling van het noodzakelijke budget. Het Rijk stelt dan ook voldoende middelen ter beschikking voor een volledige en veelzijdige Friestalige programmering op radio, televisie en internet. In concreto gaat het daarbij om de reguliere financiering van Omrop Fryslân op grond van artikel 2.170 van de Mediawet 2008, om een bijdrage per jaar via de NPO en om een extra subsidie per jaar van het Rijk voor projecten ten behoeve van de volledige en veelzijdige Friestalige programmering. De provincie Fryslân stelt jaarlijks een bijdrage rechtstreeks ter beschikking specifiek ten behoeve van de realisatie van de volledige en veelzijdige programmering. Op deze wijze waarborgen beide overheden de beschikbaarheid van Friestalig media-aanbod in het publieke bestel. Alle hiervoor genoemde bijdragen blijven gedurende de hele looptijd van deze bestuursafspraak beschikbaar voor een volledige en veelzijdige Friestalige programmering.

Inspanning: Rijk/provincie

6 Financiering op projectbasis

Naast de reguliere financiering van de basisvoorziening regionale omroep kunnen Rijk en provincie op projectbasis middelen aan Omrop Fryslân verstrekken die uitsluitend besteed kunnen worden aan programmaprojecten passend binnen het bijzonder beleid ten aanzien van het Friestalig publiek media-aanbod.

Inspanning: Rijk/provincie

7 Uitvoering motie Ten Hoeve c.s.

Bij de behandeling van wijziging van de Mediawet in verband met aanvullingen bij het toekomstbestendig maken van de landelijke publieke mediadienst op 1 maart 2016 is de motie Ten Hoeve aangenomen. Die motie verzocht de regering onder andere om een mediaraad voor Fryslân in te stellen als extra waarborg voor de provincie Fryslân om het belang van de Friese taal, cultuur en identiteit en in het verlengde daarvan de positie van Omrop Fryslân binnen het geheel van de RPO te verzekeren. De motie werd ingediend met het oog op het aangekondigde wetsvoorstel modernisering regionale publieke omroep. Dat wetsvoorstel is echter niet meer bij de Tweede Kamer ingediend. Indien dat wetsvoorstel in de toekomst in de huidige vorm dan wel iets aangepast alsnog wordt ingediend, zal de inhoud van deze motie daarin onverkort worden meegenomen.

Inspanning: Rijk

8 Landelijke beschikbaarheid Omrop Fryslân

De Mediawet 2008 bepaalt dat pakketaanbieders in de zin van deze wet alle regionale publieke omroepen in de ‘eigen provincie’ en in de aan deze provincie aangrenzende provincies moeten doorgeven aan hun abonnees. Vanwege de bijzondere positie van de Friese taal en cultuur zoals aangegeven in de considerans van deze bestuursafspraak streeft de provincie Fryslân actief naar doorgifte van Omrop Fryslân in het gehele land.

Inspanning: provincie

HOOFDSTUK 5 CULTURELE ACTIVITEITEN EN VOORZIENINGEN

DEEL III MAATREGELEN TER BEVORDERING VAN HET GEBRUIK VAN REGIONALE TALEN OF TALEN VAN MINDERHEDEN IN HET OPENBARE LEVEN IN OVEREENSTEMMING MET DE INGEVOLGE ARTIKEL 2, TWEEDE LID, AANGEGANE VERPLICHTINGEN

Artikel 12. Culturele activiteiten en voorzieningen

In 2018 is Leeuwarden – Fryslân de Culturele Hoofdstad van Europa geweest. In dat kader is een breed spectrum aan producties voortgebracht waarin de Friese taal en cultuur, actuele maatschappelijke vraagstukken en historische thema’s zijn benadrukt. Producties waarin proza, poëzie, muziek en theater in de Friese taal zijn ingezet en waarbij amateurs en professionals vaak samenwerkten. Het Rijk en de provincie zetten zich ervoor in een substantieel fonds beschikbaar te stellen voor een divers aanbod van producties waarin de Friese taal en cultuur centraal staan. Fryslân kan daarmee experimenteerregio zijn voor de regionalisering van het cultuurbeleid, waarvoor de Raad van Cultuur een eerste aanzet heeft gegeven. Binnen de muziek- en theatersector zijn voldoende verschillende producenten die met voorstellen voor dergelijke producties zullen komen. Op het gebied van taalproducties zullen Rijk en provincie de inrichting van een productiehuis nastreven dat als doel heeft het voortbrengen van poëzie en proza een impuls te geven en het podium daarvoor te verbreden. In 2030 speelt bij een groot aantal van de culturele activiteiten en instellingen de Friese taal een vanzelfsprekende, belangrijke rol. Maar ook organisaties en activiteiten waar die vanzelfsprekendheid minder groot is, leveren een belangrijke bijdrage aan de versterking van de positie van de Friese taal door deze taal bij publiekspresentaties en -voorlichting te gebruiken. Vanuit haar rol als Taalschipper stimuleert de provincie dat de Friese taal ook in de culturele sector aanwezig is en tot uiting kan komen.

Het Rijk en de provincie willen gedurende de periode van de onderliggende bestuursafspraak hiervoor de volgende afspraken realiseren:

5.1 Afspraken Fries beroepstoneel
1 Instandhouding Fries beroepstoneel

Er is een gezelschap voor beroepstoneel, in de periode t/m 2020 is dat Tryater, dat zich bedient van de Friese taal en waarvan de instandhouding door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mogelijk wordt gemaakt. Het gaat hierbij om Friestalig toneel voor volwassenen en jongeren. Toneelgezelschap Tryater maakt deel uit van de basisinfrastructuur 2017 – 2020. De beoordeling van Rijkswege vindt plaats door de Raad voor Cultuur. Voor de instandhouding van Fries beroepstoneel na deze periode zie ook 5.1.4.

Inspanning: Rijk

2 Financiering

De financiële ondersteuning van het Fries beroepstoneel, in de periode t/m 2020 is dat Tryater, vindt plaats volgens de daarvoor geldende normen met dien verstande dat hierop de volgende uitzondering wordt gemaakt: inzake de spreiding van voorstellingen kan worden volstaan met het geven van voorstellingen in de provincie Fryslân. Incidenteel worden voorstellingen buiten de provincie gegeven.

Inspanning: Rijk

3 Spreiding van voorstellingen

De provincie Fryslân zorgt voor een daadwerkelijke spreiding van voorstellingen door voorstellingen te subsidiëren die door de geringe capaciteit van de zaal of de situering van de plaats van optreden zonder extra steun niet mogelijk zijn.

Inspanning: provincie

4 Beoordeling beroepstoneel

Indien beoordeling van het Friese beroepstoneel, in de periode t/m 2020 is dat Tryater, leidt tot beëindiging of vermindering van het verschaffen van mogelijkheden het gezelschap in stand te houden, of na het beëindigen van de activiteiten door het gezelschap, plegen de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Gedeputeerde Staten van Fryslân overleg over de dan ontstane situatie. Het doel van dit eventuele overleg is om overeenkomstig Europese verdragen te onderzoeken wat mogelijke oplossingen zijn voor de dan ontstane situatie.

Inspanning: Rijk/provincie

5.2 Afspraken over de wetenschapsbeoefening
1 Instandhouding instelling wetenschapsbeoefening

Er is een instelling in Fryslân voor de wetenschapsbeoefening inzake de Friese taal en cultuur, te weten de Stichting Fryske Akademy te Leeuwarden, waarvan de instandhouding door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de provincie Fryslân mogelijk wordt gemaakt.

Inspanning: Rijk/provincie

2 Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen

De Fryske Akademy is gelieerd aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en maakt als zodanig deel uit van het nationale instituten- en onderzoeksbestel. De aard van de verbinding tussen de Fryske Akademy en de KNAW wordt door henzelf in onderling overleg bepaald. Uitgangspunt daarbij is dat de Fryske Akademy een robuust en toekomstbestendig instituut is, waarbij de academische norm en kwaliteit voorop staan en eveneens toegepast onderzoek verricht wordt met een meerwaarde voor de Friese taal en cultuur. De zelfstandigheid en eenheid van de Fryske Akademy blijven daarbij bewaard. De Fryske Akademy behoudt de status van stichting en kan een beroep doen op de faciliteiten van de KNAW.

Veranderingen in de aard van de verbinding vinden zomer 2019 plaats door KNAW en Fryske Akademy in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de provincie Fryslân. De provincie zal hierbij de uitkomsten van de gateway review betrekken.

Inspanning: Rijk/provincie

3 Financiering

De financiële middelen van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de Fryske Akademy inclusief de middelen voor de huisvesting, zijn in 1990 (als gevolg van de para-universitaire operatie), respectievelijk 1994 (als gevolg van de stelselherziening huisvesting), overgedragen aan de KNAW. Hierbij geldt het volgende:

de aan de KNAW overgedragen rijksmiddelen zijn geoormerkt en zijn bestemd voor de wetenschapsbeoefening inzake de Friese wetenschapsonderwerpen door de Fryske Akademy en voor de huisvesting van het instituut; KNAW beoordeelt de kwaliteit van de wetenschapsbeoefening door de Fryske Akademy; daaronder is ook begrepen de doelmatigheid van de programmering mede in relatie tot activiteiten op dit wetenschapsterrein elders.

Inspanning: Rijk

4 Overleg

Indien de KNAW op grond van haar oordeel als bedoeld onder 3 van mening is dat in haar middelenverstrekking aan de Fryske Akademy een substantiële wijziging dient te worden gebracht, brengt zij deze mening onverwijld ter kennis van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Alvorens hierover een besluit te nemen, plegen de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en gedeputeerde staten van Fryslân overleg, teneinde te pogen de doelstellingen op een andere wijze te verwezenlijken.

Inspanning: Rijk/provincie

5 Middelenverstrekking Fryske Akademy

Indien de provincie Fryslân overweegt de middelenverstrekking aan de Fryske Akademy te verlagen, brengt zij dit voornemen onverwijld ter kennis van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Alvorens hierover een besluit te nemen, plegen gedeputeerde staten van Fryslân en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap overleg, teneinde de doelstellingen op een andere wijze te verwezenlijken.

Inspanning: Rijk/provincie

5.3 Afspraken over de Friese literatuur
1 Friese literatuur

De provincie bevordert de productie, verspreiding en het lezen van Friestalige boeken. Hiertoe zet zij de eigen subsidieregelingen in, worden er afspraken gemaakt met taal- en literatuurinstellingen, stimuleert en faciliteert zij de ontwikkeling en ondersteuning van bibliotheekbeleid gericht op de aanschaf van titels, activiteiten, kennis en producten ten behoeve van de Friese taal en cultuur en meertaligheid. Jeugdliteratuur en boeken voor jonge kinderen heeft daarbij bijzondere aandacht.

Inspanning: provincie

2 Tresoar

Tresoar heeft als provinciale bibliotheek en (wetenschappelijke) archiefinstelling een belangrijke functie als bewaarplaats en kennisinstituut ten aanzien van de Friese taal, cultuur, geschiedenis en literatuur. Het Rijk, de provincie en het Fries Letterkundig Museum en Documentatiecentrum zitten gezamenlijk in de gemeenschappelijke regeling Letterhoeke en zijn vertegenwoordigd in het algemeen bestuur van Tresoar.

Inspanning: Rijk/provincie

3 Digitalisering

Digitalisering is een instrument om literatuur verder te ontsluiten en te verspreiden. De digitaliseringsactiviteiten zijn gericht op het behoud en het beheer van de digitale collectie van het provinciale culturele erfgoed.

Inspanning: Rijk/provincie

4 Het Nederlands Letterenfonds

Het Nederlands Letterenfonds besteedt in zijn activiteiten tevens aandacht aan Friestalige literatuur. De werkbeurzen voor auteurs en vertalers van het Nederlands Letterenfonds zijn daartoe ook toegankelijk voor Friese schrijvers. Daarbij wordt rekening gehouden met de specifieke markt- en afzetomstandigheden waarin deze schrijvers zich bevinden.

Inspanning: Rijk

5.4 Afspraken over steun-, bevorderings- en kennisinstellingen
1 Steuninstelling Friese kunst en cultuur

Er is een steuninstelling ten aanzien van de Friese kunst en cultuur die zich richt op amateurkunstbeoefening, cultuurparticipatie en cultuureducatie op het gebied van meerdere disciplines. De steuninstelling wordt gestimuleerd de verbinding te maken tussen kunst, erfgoed en taaleducatie binnen het onderwijs, als aanvulling op taalverwerving in het onderwijs. Bij het aangaan van deze bestuursafspraak is dat Keunstwurk te Leeuwarden.

Inspanning: provincie

2 Taalbevorderingsinstituut

Er is een taalbevorderingsinstituut dat zich bezighoudt met de overdracht, ontwikkeling en bevordering van de Friese taal ten aanzien van alle (maatschappelijke) domeinen van deze bestuursafspraak. Bij het aangaan van deze bestuursafspraak is dat de Afûk te Leeuwarden.

Inspanning: provincie

3 Verbinding kennisinstellingen met uitvoering van beleid

De komende jaren zal nadrukkelijk worden ingezet op de verbinding van de kennis van Friese taal en cultuur bij de provinciale kennisinstellingen met de uitvoerders van beleid op het gebied van taal en cultuur, in educatie, erfgoed, natuur en landschap en kunst en cultuur.

Inspanning: provincie

4 Taalproductiehuis

Voor creatieve producties op het gebied van taal streven Rijk en provincie de oprichting van een productiehuis voor taal na. Dit productiehuis heeft als doel het voortbrengen van poëzie en proza een impuls te geven en het podium daarvoor te verbreden. Het productiehuis bouwt voort op de creatieve uitingen zoals die in het kader van Lân fan taal tijdens LF2018 zijn gemaakt in de samenwerking tussen partijen als Tresoar, Afûk en Explore the North. Mogelijke provinciale instrumenten om hiervoor in te zetten zijn het Iepen Mienskipsfûns, het evenementenfonds en de met Fonds Podiumkunsten en de door gemeente Leeuwarden opgezette regeling ticketingrisico’s. Daarnaast zou een beroep kunnen worden gedaan op het Nederlands Letterenfonds.

Inspanning: Rijk/provincie

5.5 Afspraken culturele activiteiten
1 Iepenloftspullen

Om Friestalige cultuurparticipatie te bevorderen, wordt de organisatie van iepenloftspullen gestimuleerd. Daaronder wordt verstaan: een Friestalige muziektheaterproductie of een muziektheaterproductie in een Friese streektaal die in de open lucht wordt uitgevoerd in de periode van maart tot oktober.

Inspanning: provincie

2 Liet

Om Friestalige bands een podium te geven faciliteert de provincie de organisatie en uitvoering van ‘Liet’ en deelname aan ‘Liet Ynternasjonaal’.

Inspanning: provincie

3 Friestalige producties

Als vervolg op Lân fan taal, onderdeel van LF2018, onderzoekt de provincie in 2019 het opzetten van een stimuleringsregeling (facilitering) voor creatieve en vernieuwende producties in de perifere Friese context. Daarbij wordt gedacht aan proza, poëzie, songteksten, het gesproken woord, vormgeving, scenario’s, Friestalige (korte) films, muziek e.d. Het doel is om de zichtbaarheid en het gebruik van het Fries te stimuleren, te vernieuwen en te vergroten. Daarbij zal ook de internationale samenwerking met andere minderheidstaalregio’s worden bevorderd.

Inspanning: provincie

4 Bezoekerscentrum OBE

Het bezoekerscentrum OBE van Lân fan taal, als programmaonderdeel van LF2018 over taal, meertaligheid en het Frysk in het bijzonder, zal ook na LF2018 gedurende de looptijd van deze bestuursafspraak blijven bestaan als een uniek en blijvend podium voor taal en literatuur.

Inspanning: provincie

5 Friestalig materiaal in de culturele sector

De Friese taal maakt onderdeel uit van de Friese cultuur. De provincie stimuleert dat de culturele sector in Fryslân bij haar marketingactiviteiten, educatief – en voorlichtingsmateriaal, catalogi, folders en dergelijke, ook gebruik maakt van het Fries en beschikbaar stelt in die taal.

Inspanning: provincie

6 Friese taal en cultuur als onderdeel van het cultuuronderwijs

Als onderdeel van het Ferhaal fan Fryslân en de Friese identiteit, is het ontstaan en de context van de Friese taal en cultuur erg belangrijk. De provincie stuurt er op aan dat het onderwijsaanbod niet alleen maar gericht is op taalverwerving, maar ook het belang en de waarde van de Friese taal als cultuurerfgoed binnen de context van de eigen leefomgeving aangeeft.

Inspanning: provincie

7 Archivering Friese film

Het Friese filmerfgoed wordt beheerd, uitgebreid en in stand gehouden via het Fries Film Archief vanwege haar bijzondere cultuurhistorische waarde.

Inspanning: provincie

HOOFDSTUK 6 ECONOMISCH EN SOCIAAL LEVEN

DEEL III MAATREGELEN TER BEVORDERING VAN HET GEBRUIK VAN REGIONALE TALEN OF TALEN VAN MINDERHEDEN IN HET OPENBARE LEVEN IN OVEREENSTEMMING MET DE INGEVOLGE ARTIKEL 2, TWEEDE LID, AANGEGANE VERPLICHTINGEN

Artikel 13. Economisch en sociaal leven

In het Europees Handvest is het fundament voor het gebruik van de Friese taal in het economische en sociale leven vastgelegd. Het Rijk en de provincie delen vanuit hun gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht de visie dat het gebruik van de Friese taal in het economische en sociale domein in faciliterende zin door het Rijk en de provincie actief gestimuleerd wordt. Het streven is dat in 2030 de communicatie met en door medewerkers, klanten en/of patiënten in verreweg de meeste bedrijven en organisaties in Fryslân op basis van een vanzelfsprekendheid naast in het Nederlands ook in de Friese taal plaats (kan) vind (t) (en). Economische en sociale organisaties in de provincie zijn overtuigd van de mogelijke meerwaarde die het hen kan opleveren om naast de Nederlandse taal ook met klanten dan wel patiënten te communiceren in de Friese taal. Eventuele (sociale) belemmeringen voor het gebruik van het Fries in het economische dan wel sociale leven zijn weggenomen. In de zorgsector en bij sociale voorzieningen is het gebruik van het Fries algemeen gebruik.

Het Rijk en de provincie willen gedurende de periode van de onderliggende bestuursafspraak hiervoor de volgende afspraken realiseren:

6.1 Afspraken Fries in economisch leven
1 Gebruik Friese taal

Indien bedrijven en instanties in de provincie Fryslân interne voorschriften in clausules opnemen om het gebruik van het Fries, althans tussen gebruikers van dezelfde taal, uit te sluiten of te beperken, zal de provincie hierop actie ondernemen. Vanuit haar rol als Taalskipper zal de provincie met betrokken organisaties hierover in gesprek gaan. In de provincie Fryslân gevestigde ANBI-instellingen mogen in de Friese taal aan de Belastingdienst verantwoording afleggen, zonder dat het van invloed is op hun ANBI-status. De in Fryslân gevestigde instellingen met ANBI-status zullen van dit recht schriftelijk door de provincie op de hoogte gesteld worden.

Inspanning: Rijk/provincie

2 Stimuleren gebruik Fries in externe communicatie bedrijven

Bedrijven in de provincie Fryslân zullen gestimuleerd worden het Fries te gebruiken en het daarmee zichtbaarder te maken.

Inspanning: provincie

3 Friese taal, cultuur en identiteit in bedrijfsleven

Er zal verder gewerkt worden aan de verbetering van de positie van het Fries in het economische domein. Met behulp van o.a. kennissessies wordt de meerwaarde van de Friese taal, cultuur en identiteit voor het bedrijfsleven inzichtelijk gemaakt. Het doel van deze kennissessies is om ondernemers de mogelijkheden te laten zien om hun identiteit als Fries bedrijf te versterken. Gedurende deze bestuursafspraak zal hierbij het bij het taalbevorderingsinstituut ondergebrachte Stipepunt Frysk een rol spelen.

Inspanning: provincie

6.2 Afspraken Fries in het sociaal leven
1 Frysk yn ‘e soarch

Het project ‘Frysk yn ‘e soarch’ wordt voortgezet. Hier zal o.a. ingezet worden op zichtbaarheid en vanzelfsprekendheid van het gebruik van de Friese taal in de zorg. Het project zet o.a. in op kraamhulp, consultatiebureaus, ziekenhuizen, verpleeghuizen, huisartsen, de meldkamer en WMO-thuiszorg. Bij contacten met verpleeghuizen zal gekeken worden in hoeverre er een relatie gelegd kan worden met het opnemen van het Fries in het kwaliteitskader. Hiervoor wordt in overleg gegaan met gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de WMO, de inkoop van zorg en de contacten met de zorgverzekeraars.

Inspanning: provincie

2 Onderzoeken mogelijke plek Friese taal bij hbo-zorgopleidingen

Gedurende de looptijd van deze bestuursafspraak wordt onderzocht door de provincie of het mogelijk is om het belang van het gebruik van de moedertaal of het taalbewustzijn in het curriculum van verschillende zorg- en welzijn opleidingen op hbo-niveau op te nemen (naast het mbo-zorgonderwijs).

Inspanning: Rijk/provincie

3 Pilot tweetalige digitale hulpmiddelen in de Friese zorg

Er zal in de looptijd van deze bestuursafspraak worden nagegaan door de provincie, zo nodig middels een pilot, in hoeverre het mogelijk is om in overleg met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tweetalige animatiefilmpjes in alle Friese ziekenhuizen in te zetten. Hiervoor zal eerst in kaart gebracht worden welke Friestalige hulpmiddelen voor zorginstellingen reeds bestaan en aan welke hulpmiddelen eventuele behoefte bestaat bij Friese ziekenhuizen. Hierbij worden ook de mogelijkheden meegenomen om deze middelen in te zetten in WMO/WLZ.

Inspanning: Rijk/provincie

HOOFDSTUK 7 GRENSOVERSCHRIJDENDE UITWISSELINGEN

DEEL II MAATREGELEN TER BEVORDERING VAN HET GEBRUIK VAN REGIONALE TALEN OF TALEN VAN MINDERHEDEN IN HET OPENBARE LEVEN IN OVEREENSTEMMING MET DE INGEVOLGE ARTIKEL 2, TWEEDE LID, AANGEGANE VERPLICHTINGEN

Artikel 14. Grensoverschrijdende uitwisselingen

Het Rijk en de provincie delen vanuit hun gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht de visie dat op langere termijn de bijzondere positie van de culturele- en taalminderheid de Friezen niet alleen in Fryslân, maar in Europa en ook daarbuiten een bijzondere positie innemen. In 2030 is het vanzelfsprekend dat het Rijk in haar internationale communicatie aangaande de positionering van de Nederlandse taal en cultuur ook actief de Friese taal en cultuur positief benoemt. De provincie Fryslân staat in 2030 in het bijzonder bekend om haar kennis aangaande het bevorderen van een minderheidstaal in een meertalige context.

Het Rijk en de provincie willen gedurende de periode van de onderliggende bestuursafspraak hiervoor de volgende afspraken realiseren:

7.1 Afspraken grensoverschrijdende uitwisselingen
1 Network to Promote Linguistic Diversity

Het Europese Network to Promote Linguistic Diversity (NPLD) is een belangrijke platformorganisatie, waar gebieden en regio’s waar een minderheids- of regionale taal in gebruik is lid van zijn. De provincie Fryslân heeft als vooraanstaande regio binnen dit netwerk, meerdere malen de voorzitterspositie vervuld. Zij blijft ook gedurende deze bestuursafspraak lid van het NPLD, deelt en verspreidt kennis over taal en meertaligheid en zal in samenspraak met de andere leden bijdragen aan het organiseren van bijeenkomsten rondom inhoudelijke thema’s. Het platform wordt actief gebruikt om de kennis rondom meertaligheid te delen. De inzet vanuit de provincie hierbij is om de verbinding tussen de wetenschappelijke wereld, de beleidsontwikkeling en die van de (praktische) taalbevordering van het Fries (nog) beter tot stand te brengen. Ook wil het platform daar waar mogelijk meer onderlinge samenwerking zoals vastgelegd is in de European Roadmap for Linguistic diversity.Gedurende de periode van de bestuursafspraak zal door de provincie tevens ingezet worden op uitbreiding van het platform met verschillende regio’s.

Inspanning: provincie

2 Mercator Europees Kenniscentrum voor meertaligheid en taalleren

De provincie houdt het Mercator Europees Kenniscentrum voor Meertaligheid en Taalleren mede in stand en streeft er naar de kennis die Mercator opgedaan heeft op het gebied van meertalig onderwijs uit te breiden naar de andere domeinen van het Europees Handvest, zoals culturele activiteiten en economisch en sociaal leven. Daarvoor kan tevens het NPLD-netwerk ingezet worden. Ook bij verdere instandhouding van het Mercator Europees kenniscentrum is het van belang om de verbinding tussen de wetenschappelijke wereld, de beleidsontwikkeling en die van de (praktische) taalbevordering van het Fries (nog) beter tot stand te brengen. Hierbij zal als tussenschakel het taalcentrum OBE, de toegangspoort van Lân fan taal, gedurende deze bestuursafspraak betrokken worden.

Inspanning: provincie

3 Internationale projecten

De provincie zal deelnemen als (lead)partner in meer internationale projecten, in samenwerking met partners uit verschillende minderheidstaalgebieden en vergelijkbare Europese regio’s. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het NPLD-netwerk, maar ook daarbuiten, zoals het netwerk van culturele hoofdsteden (ECoC), Eurocities en het netwerk rondom Culture21/UCLG, met als doel om constructieve en duurzame verbindingen te leggen.

Inspanning: provincie

4 Uitwisselingsprojecten voor jongeren

De provincie blijft voorzien in een regeling die het mede mogelijk maakt om uitwisselingsprojecten voor jongeren uit minderheidstaalgebieden te bewerkstelligen, te stimuleren en er aan deel te nemen. Nederlandse ambassades in uitwisselingsgebieden zullen bij deze uitwisselingsprojecten actief betrokken worden.

Inspanning: provincie

5 Uitwisselingen m.b.t. taal, cultuur en onderwijs

Inhoudelijke contacten en uitwisselingen op het gebied van taal, cultuur en onderwijs tussen de provincie Fryslân en de van oudsher verwante taalgebieden rondom de Waddenregio worden gecontinueerd en in goed onderling overleg mogelijk geïntensiveerd. Hierbij zal in de looptijd van deze bestuursafspraak in het bijzonder gekeken worden naar de mogelijkheden om uitwisselingen en samenwerking tussen de Friese taalgebieden in Nederland en Duitsland (en de Waddenregio) uit te gaan voeren.

Inspanning: provincie

6 Uitbreiding grensoverschrijdende activiteiten

Grensoverschrijdende activiteiten zullen niet alleen beperkt blijven tot de Friese taalgebieden in Duitsland, maar uitgebreid worden naar andere minderheidstaalgebieden in Europa of andere werelddelen. Er zal in het bijzonder ook gekeken worden naar mogelijkheden om binnen Interreg-verband gezamenlijk het taalaspect op te pakken.

Inspanning: provincie

7 Voorlichtingsbeleid Nederlandse ambassades

De Friese taal en cultuur moet een duidelijke plaats krijgen in het voorlichtingsbeleid van de Nederlandse ambassades over de taal en cultuur van Nederland. In het berichtenverkeer van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt zo gedurende de looptijd van de BFTK twee keer een instructie gestuurd aan de Publieksdiplomatie en Culturele Zaken- afdelingen van alle Nederlandse ambassades om de wettelijke plaats van de Friese taal en cultuur onder de aandacht te brengen. Nederlandse ambassades worden met deze instructies aangemoedigd met de wettelijke plaats van de Friese taal en cultuur in publieksdiplomatie en cultuurbeleid rekening te houden. Adhoc kan het punt aangaande Friese taal en cultuur ook meegenomen worden in de zogenaamde terugkomdagen en professionalisering van de cultuurattaches.

Inspanning: Rijk

8 Friese taal en cultuur binnen Europese samenwerkingsprogramma’s

Bij de toenemende belangstelling voor de regionale identiteit binnen het nationale en internationale cultuurbeleid, verdient de positie van de Friese taal en cultuur in het bijzonder de aandacht. Regionale en grensoverschrijdende projecten binnen de Europese samenwerkingsprogramma’s, die het Fries in een meertalige context bevorderen zullen daarom gestimuleerd en ondersteund worden indien mogelijk.

Inspanning: Rijk

HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN

1 Periodiek overleg

Omtrent de uitvoering van de activiteiten in het kader van deze bestuursafspraak wordt periodiek, maar ten minste eenmaal per jaar, onder leiding van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door de partijen bestuurlijk overleg gevoerd. Bij dit overleg zullen ook aanbevelingen van het Committee of Experts besproken kunnen worden.

Inspanning: Rijk/provincie

2 Planning

De voorliggende bestuursafspraak zal geïmplementeerd worden in de periode 2019 – 2023.

Inspanning: Rijk/provincie

3 Informatieverstrekking

Ten behoeve van een goede informatieverstrekking over de uitvoering van deze bestuursafspraak worden de Tweede Kamer en provinciale staten van Fryslân halverwege de looptijd van de bestuursafspraak Friese taal en cultuur (2021), door middel van een tussenrapportage geïnformeerd. Voor deze informatieverstrekking hebben betrokken uitvoeringsorganisaties en overheden overleg aangaande de realisering van de bestuursafspraak. Voorafgaand aan de tussentijdse evaluatie zullen leden van de Tweede Kamer (Vaste Kamercommissie BZK, J&V en OCW) uitgenodigd worden voor een werkbezoek aan de provincie Fryslân.

Inspanning: Rijk/provincie

4 Ambtelijk overleg

Het overleg, als bedoeld in artikel 8.1, wordt ambtelijk door het Rijk en de provincie voorbereid, onder verantwoordelijkheid van het coördinerende Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voor implementatie van de bestuursafspraak vindt er ieder kwartaal structureel regulier ambtelijk overleg tussen het coördinerende ministerie en de provincie plaats. Indien wenselijk worden bij deze overleggen één keer in het jaar ook de vanuit de overige ministeries (J&V en OCW) betrokken ambtenaren betrokken. De volgende taken worden vanuit dit ambtelijk overleg verricht:

  • a. de voorbereiding van het bestuurlijk overleg zoals bedoeld in artikel 8.1;

  • b. de voorbereiding van de rapportage aan de Tweede Kamer en aan provinciale staten van Fryslân, zoals bedoeld in artikel 8.3;

  • c. de monitoring van de implementatie van de verplichtingen die voortvloeien uit het Europees Handvest en het Europees Kaderverdrag inzake de bescherming van Nationale minderheden, neergelegd in de voorliggende bestuursafspraak;

  • d. de mogelijke opvolging van adviezen van het adviesorgaan DINGtiid worden besproken en bepaald.

5 Gehele of gedeeltelijke wijziging

Deze bestuursafspraak is niet in rechte afdwingbaar. Indien deze bestuursafspraak niet langer voorziet alsmede bij eventuele geschillen zullen partijen tijdig met elkaar in overleg treden om in der minne tot een oplossing te komen. In het geval door partijen behoefte wordt gevoeld de afspraak geheel of gedeeltelijk te wijzigen, wordt dit kenbaar gemaakt tijdens het overleg als bedoeld in artikel 8.1. In dit overleg worden hierover dan nadere afspraken gemaakt. Het komen tot een nieuwe bestuursafspraak is een wettelijke taak van het Rijk en de provincie Fryslân. Indien er overeenstemming is over een gehele of gedeeltelijke wijziging kan dit in overleg tussentijds doorgevoerd worden.

6 Beëindiging afspraken

De bestuursafspraak kan worden beëindigd, mits het voorstel één jaar van tevoren schriftelijk aan de andere partijen wordt meegedeeld en er instemming is van beide partijen. Tijdens het periodiek overleg als bedoeld in artikel 8.1 plegen partijen overleg over de dan ontstane situatie.

7 Vertaling Bestuursafspraak

De tekst van de bestuursafspraak wordt in de Nederlandse en de Friese taal als één afspraak gepubliceerd in de Staatscourant en in een Engelse vertaling toegezonden aan de Raad van Europa.

8 Inwerkingtreding en termijn

De bestuursafspraak treedt in werking op het moment van haar ondertekening en heeft een looptijd van 5 jaren. Indien er na deze periode nog geen nieuwe bestuursafspraak is overeengekomen, zal deze bestuursafspraak van kracht blijven tot aan de ondertekening van de nieuwe.

9 Toepasselijk recht

Op deze bestuursafspraak is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

Titel

Deze bestuursafspraak wordt aangehaald als: Bestjoersôfspraak Fryske Taal en Kultuer 2019 – 2023 (BFTK

Aldus overeengekomen in tweevoud, zowel in de Friese als ook in de Nederlandse taal, en ondertekend,

Leeuwarden, 30 november 2018,

De Staat der Nederlanden, K.H. Ollongren Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De provincie Fryslân, A.A.M. Brok commissaris van de Koning van de provincie Fryslân Mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media

BESTJOERSÔFSPRAAK FRYSKE TAAL EN KULTUER 2019–2023

Partijen,

De Steat fan de Nederlannen, hjir fertsjintwurdige troch de ministers fan Ynlânske Saken en Keninkryksrelaasjes, Justysje en Feiligens, Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskip, Basis- en Fuortset Ûnderwiis en Media en hjirnei mei-inoar te neamen: it Ryk, elkenien foarsafier’t it syn of har ferantwurdlikens oanbelanget oan ‘e iene kant

en

de provinsje Fryslân, hjir fertsjintwurdige troch de Kommissaris fan de Kening fan Fryslân, hanneljende ta útfiering fan in beslút fan Deputearre Steaten d.d. 20 novimber 2018, hjirnei te neamen: de provinsje, oan ‘e oare kant,

Yn berie nimmend dat,

  • Nederlân him as lidsteat fan de Ried fan Europa ferplichte hat de Fryske taal en kultuer te beskermjen en te befoarderjen troch de ratifikaasje fan it Ramtferdrach oangeande de beskerming fan Nasjonale Minderheden (2005)1 en it Europeesk Hânfêst foar regionale talen en talen fan minderheden (1998)2;

  • de foarlizzende bestjoersôfspraak sjoen wurdt as útwurking fan de troch it Nederlânske Ryk ratifisearre maatregels yn it Europeeske Hânfêst foar regionale talen en talen fan minderheden;

  • by wannear’t it Ryk/partijen op grûn fan dizze bestjoersôfspraak ta it ferlienen fan in bydrage oergiet/gean, is/binne hy/sy ôfhinklik fan troch de wet jûne (finansjele) ramten en prosedueres. De bydragen wurde dêrom ferliend ûnder betingst dat de begruttingswetjouwer genôch middels beskikber stelt;

  • yn de op 1 jannewaris 2014 fan krêft wurden Wet gebrûk Fryske taal yn kêst 2a opnommen is, dat it Ryk en de provinsje Fryslân in mienskiplike ferantwurdlikens en soarchplicht foar de Fryske taal en kultuer hawwe. Opnommen is dat it Ryk en de provinsje Fryslân as útwurking fan de ferantwurdlikens periodyk bestjoersôfspraken meitsje oangeande de Fryske taal en kultuer en dat fanwegen de ynternasjonale ferdrachsôfspraken op dat mêd de bestjoersôfspraken ek foar de Fryske taal en kultuer relevante beliedsmêden, dy’t bûten it gebrûk fan de Fryske taal yn it bestjoerlik ferkear en rjochtsferkear lizze, omfiemje kinne;

  • de wetlike posysje fan it Frysk yn it ûnderwiis regele is yn kêst 9, fjirde lid, fan de Wet op it primêr ûnderwiis, kêst 11e, earste lid, fan de Wet op it fuortset ûnderwiis en kêst 13, seisde lid, fan de Wet op de ekspertizesintra;

  • de provinsje yn 2015 in beliedsregel fêststeld hat foar it krijen fan ûntheffing foar it fak Frysk yn it primêr en fuortset ûnderwiis;

  • de wetlike posysje fan it Frysk yn de berne-opfang regele is yn kêst 1.55 fan de Wet berne-opfang;

  • de wetlike posysje fan it Frysk yn de media regele is yn de Mediawet 2008;

  • Ljouwert – Fryslân yn 2018 út namme fan Nederlân Kulturele Haadstêd fan Europa wie, wêrby’t op in fernijende, kreative en ynspirearjende wize mei taal en kultuer yn it hert fan it programma in stap set is om fan Mienskip nei Iepen Mienskip te gean;

  • it Ryk en de provinsje harren it rjocht foarbehâlde om yn it ljocht fan nasjonale en ynternasjonale ûntjouwings oangeande de Fryske taal en kultuer foar de doer fan de rintiid fan dizze bestjoersôfspraak oanfoljende ôfspraken te meitsjen,

hawwe de partijen besletten de neikommende bestjoersôfspraak fêst te stellen:

HAADSTIK 1 ALGEMIEN

DIEL II NEFFENS KÊST 2, EARSTE LID, NEISTRIBBE DOELSTELLINGS EN BEGJINSELS

Kêst 7. Doelstellings en begjinsels3

Mei it fan krêft wurden fan de Wet gebrûk Fryske taal op 1 jannewaris 2014 is it Frysk, njonken it Nederlânsk, erkend as offisjele taal yn de provinsje Fryslân. It Ryk en de provinsje Fryslân diele troch harren mienskiplike ferantwurdlikens en soarchplicht de fisy dat de Fryske taal en kultuer op de langere termyn net allinne garandearre wurde, mar ek befoardere wurde moatte. De Fryske taal is as ûnderdiel fan de regionale identiteit4, net inkeld in rjocht, mar tagelyk ek eat dat seit himsels. Út ûnderskate ûndersiken nei de stân fan saken fan it Frysk yn de provinsje Fryslân5 docht bliken dat it Frysk foar mear as 50% fan de Fryske befolking6 de memmetaal is en dat dy taal ek yn hast alle publike domeinen in stevige posysje bemastere hat. Op grûn fan de wetlike posysje as offisjele taal neist it Nederlânsk, sjogge it Ryk en de provinsje de befoardering fan it Frysk dêrom as in oanhâldende opdracht. Doelstelling dêrby is hieltyd wer de goede rânebetingsten te skeppen en it kreëarjen fan de ideale omstannichheden, wêrtroch’t it gebrûk fan de Fryske taal yn it ûnderwiis, de rjochtspraak, de media, kultuer ensfh. net langer allinne mar in rjocht, mar natuerlik en fansels wêze sil. Spearpunt dêrby is dat de Friezen yn de takomst net mear analfabeet yn harren eigen taal binne. Sa’t sy it Frysk prate en ferstean kinne, moatte sy harren taal ek lêze en/of skriuwe kinne. Yn 2030 binne der trije sykly fan it Taalplan Frysk7 ôfsletten, dêrtroch wurdt dat jiertal as wichtich momint sjoen om de doelstellings oangeande it Frysk itigje te kinnen. Yn 2030 is it tal minsken yn de provinsje dat de Fryske taal skriuwt, lêst en praat tanommen. Dêrby wurdt ûnderskied makke tusken memmetaalsprekkers en minsken foar wa’t it Frysk in twadde of tredde taal is. By de memmetaalsprekkers sille de ynspannings rjochte wêze op it lêzen en skriuwen, by twadde en treddetaalsprekkers op it ferstean en praten. It stribjen is dat it tal memmetaalsprekkers dat de Fryske taal goed lêze en skriuwe kin en it tal minsken mei Frysk as twadde en tredde taal dat it Frysk goed ferstean en prate kin mei 10% tanimt.

Fryslân hat him sterk ûntwikkele as kennisregio mei ekspertize oangeande it Frysk út in meartalich perspektyf wei. De provinsje set dy meartalige ûntwikkeling troch, wêrby’t mei klam omtinken is foar de neilittenskip fan Ljouwert – Fryslân 2018 en yn it bysûnder Lân fan taal. De provinsje is by it dielen fan dy kennis pro-aktyf.

Yn de neikommende haadstikken folgje op grûn fan boppesteande fisy konkrete tuskendoelen en ôfspraken om op koarte termyn al eat op prikken sette te kinnen. De troch it Ryk ratifisearre maatregels fan it Europeeske Hânfêst foar regionale talen of talen fan minderheden jilde dêrby as útgongspunt, mar ek de aktuele taal-, ûnderwiis- en mediawetjouwing. Ommers, dêr’t yn de jierren njoggentich noch gjin sprake fan dy wetjouwing wie, foarsjocht de boppeneamde wetjouwing ûnderwilens yn in wetlik ramt foar de ymplemintaasje fan net ratifisearre maatregels. Yn dit earste haadstik folgje inkelde algemiene stappen dy’t it Ryk en de provinsje yn de perioade fan de ûnderlizzende bestjoersôfspraak realisearje wolle:

  • 1.1 Ryk en provinsje sjogge der op ta dat yn alle beliedsfoarnimmens en -nota’s dy’t ferbân hâlde mei mêden dy’t ta it wurkingsfjild fan dizze bestjoersôfspraak rekkene wurde kinne, mei achtslaan fan de bepalings yn it Europeesk Hânfêst dy’t Nederlân ûnderskreaun hat, rekken hâlden wurdt mei de gefolgen foar de Fryske taal.

    Ynspanning: Ryk/provinsje

  • 1.2 Wet- en regeljouwing dy’t de Fryske taal en kultuer oangean wurde yn de Fryske taal beskikber steld en dêrfan wurdt meidieling dien yn de Staatscourant of fia Officiële Bekendmakingen op it ynternet. Útgongspunt is dat it beslút as ien beslút publisearre wurdt yn de Nederlânske taal en oanslutend yn de Fryske taal.

    Ynspanning: Ryk/provinsje

  • 1.3 De provinsje Fryslân is as bestjoerslaach dy’t der it meast by behelle is, primêr ferantwurdlik foar de Fryske taal en kultuer. Dat is in natuerlike ferantwurdlikens dy’t te krijen hat mei it oanhâldend befoarderjen fan it gebrûk fan it Frysk, de útfiering fan de provinsjale taken dy’t út de Wet gebrûk Fryske taal en de ûnderwiis- en mediawetjouwing oangeande it Frysk fuortkomme, en de foarlizzende Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer. As bestjoerslaach dy’t der it meast mei anneks is, jout de provinsje sûnt 2017, yn oerlis mei it Ryk, ynfolling oan de rol fan de saneamde ‘Taalskipper’.

    Boppesteande docht neat ôf oan it feit dat provinsje en it Ryk in mienskiplike ferantwurdlikens en soarchplicht foar de Fryske taal en kultuer hâlde.

    As Taalskipper soarget de provinsje yn oerlis mei it Ryk foar dúdlike oanstjoering, ambysje en gearwurking yn it Fryske taaldossier yn de provinsje Fryslân.8 De Taalskipper nimt de foarstap yn it formulearjen fan de langetermynfisy foar de Fryske taal en organisearret dêrfoar it oerlis mei de oanbelangjende bestjoersorganen. Op grûn fan dy fisy ferbynt de Taalskipper de ûnderskate domeinen dy’t foar it Frysk fan belang binne, sjocht kânsen en bringt dy by de relevante partijen op it aljemint. Dêrneist agindearret en besprekt de Taalskipper de útfiering fan de wetlike taken fan de-sintrale bestjoersorganen yn Fryslân. Ek is de Taalskipper de spil yn it netwurk fan oare wichtige (oerlis)partners en bestjoerlike organisaasjes, lykas de FUMO, Wetterskip Fryslân en de Veiligheidsregio Fryslân.

    As Taalskipper stiet de provinsje ek iepen foar it petear mei organisaasjes en ynwenners fan Fryslân. Dêrby hat de provinsje as Taalskipper in foarljochtsjende rol. Wat de ynfolling fan de provinsjale ferantwurdlikens oanbelanget hawwe Provinsjale Steaten, it Ryk en it advys-orgaan foar de Fryske taal (sjoch 1.4), DINGtiid, de rol en posysje om de provinsje dêrop, as dat nedich is, oan te sprekken. De ynfolling fan de rol fan Taalskipper is ek ûnderwerp fan oerlis mei de Minister fan Ynlânske Saken en Keninkryksrelaasjes.

    Yn it startdokumint ‘De Taalskipper Frysk’9 is it konsept Taalskipper fierder útwurke. It dokumint be-skriuwt fierder de rollen fan Ryk en provinsje en oan hokker doelstellings wurke wurdt. Healwei de rintiid fan dizze bestjoersôfspraak sil der troch it Ryk in evaluaasje fan de útfiering fan de taalskippersrol útfierd wurde.

    Neist de ynfolling fan dy ynformele rol, giet de provinsje troch mei it útfiering jaan oan de wetlike ferantwurdlikheden oangeande de Fryske taal en kultuer. Oangeande Frysk yn it rjochtsferkear oerleit hja mei de rjochtbank en it gerjochtshôf yn Noard-Nederlân. Op it mêd fan de ûnderwiiswetjouwing koördinearret en fersoarget hja de ymplemintaasje, de beliedsûntwikkeling en -útfiering fan it fak Frysk yn it primêr en fuortset ûnderwiis. Hja oerleit dêrta mei de oanbelangjende partijen, lykas skoalbestjoeren, de ûnderwiisynspeksje en de stypjende en útfierende (ûnderwiis)organisaasjes. Wêr’t it giet om de realisaasje fan de mediawetjouwing hat de Taalskipper nau oerlis mei de Fryske regionale omrop, yn dit gefal Omrop Fryslân.

    Ynspanning: Ryk/provinsje

  • 1.4 Neffens de Wet gebrûk Fryske taal is der in orgaan foar de Fryske taal en foarsjogge Ryk en provinsje mienskiplik yn de bekostiging dêrfan. Dat ûnôfhinklike advysorgaan, DINGtiid, hat mei it each op de Wet gebrûk Fryske taal, it Europeesk Hânfêst foar regionale talen of talen fan minderheden en it Ramtferdrach oangeande de beskerming fan nasjonale minderheden, as taak om de likense posysje fan de Fryske en de Nederlânske taal yn de provinsje Fryslân te befoarderjen. DINGtiid docht dat benammen troch te advisearjen en te rapportearjen oan de ferantwurdlik bestjoerders oangeande de Fryske taal en kultuer. Dat docht DINGtiid op eigen inisjatyf of as dat frege wurdt op fersyk fan it Ryk en/of de provinsje. Ek moat DINGtiid neffens kêst 19 fan de Wet gebrûk Fryske taal yn oerlis mei de Taalskipper, stipe biede oan de bestjoersorganen yn de provinsje Fryslân of oan parten fan de sintrale oerheid dy’t Fryslân as wurkgebiet hawwe, oangeande harren taalbelied en taalferoarderings. DINGtiid jout ynfolling oan dy stipe troch te advisearjen oer, it opstellen en befoarderjen fan taalbelied. By de útfiering dêrfan kin DINGtiid oerlizze mei útfieringsorganisaasjes lykas it Stipepunt Frysk dat by it taalbefoarderingsynstitút Afûk ûnderbrocht is. Boppedat stimulearret DINGtiid de dialooch oer de Fryske taal yn it maatskiplike fjild.

    Ynspanning: Ryk/provinsje

  • 1.5 De provinsje Fryslân hat op grûn fan har ferantwurdlikens foar it boargjen en de befoardering de wichtige funksje om de Fryske taal sels ek yn al har fasetten te brûken en út te dragen. Dêrmei ferfollet hja de rol fan ‘taalbringer’, brûkt hja it Frysk as folweardige bestjoerstaal en befoarderet hja de status fan it Frysk. De provinsje likegoed as it Ryk sette harren yn om it funksjoneel brûken fan it Frysk, en dêrmei de sichtberens, yn de iepenbiere romte yn Fryslân safolle mooglik te fergrutsjen. Dêrby is net allinne omtinken foar de sichtberens yn formele sin, lykas paadwiisbuorden, mar krekt ek foar sichtberens yn kreative sin, lykas yn it ramt fan Lân fan taal yn 2018.

    Ynspanning: Ryk/provinsje

  • 1.6 De yn 2014 fan krêft wurden Wet gebrûk Fryske taal hat by de provinsje Fryslân laat ta it tanimmen fan de ynset fan kapasiteit. Dat komt oan ‘e iene kant troch it yntinsivearjen fan de taken, oan ‘e oare kant troch in gruttere fraach nei taalbelied. Mei it each op de mienskiplike ferantwurdlikens fan provinsje en it Ryk is besletten ta in tydlike, mienskiplike finansiering fan it yntinsivearjen fan taken. It ministearje fan Ynlânske Saken en Keninkryksrelaasjes begruttet yn it ramt dêrfan foar de rintiid fan de bestjoersôfspraak alle jierren € 150.000,– dat oan de provinsje beskikber steld wurdt.

    Ynspanning: Ryk/provinsje

  • 1.7 Foar it boargjen fan de kontinuïteit fan it Fryske taal- en kultuerbelied en it folslein ymplemintearjen fan de Wet gebrûk Fryske taal sille de koördinearjende Minister fan Ynlânske Saken en Keninkryksrelaasjes en de provinsje alle jierren in ynhâldlike yntrodusear-jende wurkbesite nei de provinsje Fryslân organisearje. Dêrmei sette hja yn op it fergrutsjen fan de minimale kennis fan de Fryske taal en kultuer fan ryksamtners dy’t direkt by it dossier Fryske taal en kultuer behelle binne.

    Ynspanning: Ryk/provinsje

  • 1.8 By de oan de Fryske taal en kultuer relatearre (ryks)advysorganen is by it opstellen fan wurkprogramma’s en it ynfoljen fan bestjoersfunksjes, omtinken foar de bysûndere posysje fan de Fryske taal en kultuer om dy ynhâldlik boargje te kinnen. By it opstellen fan wurkprogramma’s en/of it iepenstellen fan faka-tueres fan de oan de ministearjes ûnderskate relatearre advysorganen, lykas de Ried foar Kultuer, sil dêr by in link mei de Fryske taal en kultuer eksplisyt omtinken foar wêze. De Minister fan Ynlânske Saken nimt dêrby in koördinearjende, stimulearjende rol op him/har.

    Ynspanning: Ryk/provinsje

  • 1.9 Foar de ein fan de perioade fan dizze bestjoersôfspraak sil der in ferkennend ûndersyk dien wurde, útfierd troch de provinsje Fryslân, oer de tafoege wearde fan it omsetten fan de Wet gebrûk Fryske taal nei in ramtwet. Dat bart yn neifolging fan oanrekommandaasje 32 en 33 fan it rapport fan de Committee of Experts (2016). In ramtwet beheint him net allinne ta de posysje fan it Frysk yn it bestjoerlike ferkear en it rjochtsferkear, mar kin jilde foar alle domeinen fan it Europeesk Hânfêst foar regionale talen en talen fan minderheden.

    Ynspanning: Ryk/provinsje

  • 1.10 Der komt by de kommisje foar beswier en berop fan de provinsje Fryslân in apart ûnôfhinklik meldpunt Frysk as in ûnpartidich klachtbehanneler. Dat meldpunt ferrjochtet frege en net frege ûndersyk nei de rjochtmjittigens fan hâlden en dragen fan oerheden of fan partikuliere ynstellings en bedriuwen oangeande it gebrûk fan de Fryske taal.

    Ynspanning: provinsje

  • 1.11 Oanslutend op de no jildende Nederlânske wetjouwing wurdt troch de provinsje Fryslân yn de perioade fan dizze bestjoersôfspraak yn kaart brocht hokker no noch net offisjeel ratifisearre kêsten yn it Europeesk Hânfêst op grûn fan de praktyk fan hjoed-de-dei yn de rintiid fan de bestjoersôfspraak mooglik ratifisearre wurde kinne soenen. It útgongspunt dêrby is om op grûn fan mooglike tafoege wearde fan net-ratifisearre kêsten en de besteande praktyk dochs beskate maatregels dy’t in dúdlike mearwearde hawwe, yn in nije bestjoersôfspraak opnimme te kinnen. Fierdere ratifikaasje fan noch net troch it Ryk ratifisearre kêsten yn it Hânfêst is dan ek net itjinge dat dêrmei neistribbe wurdt.

    Ynspanning: Ryk/provinsje

  • 1.12 Yn de provinsje Fryslân is it Frysk de offisjele taal njonken it Nederlânsk. It Ryk en de provinsje erkenne dat in lykweardige en folweardige posysje fan it Frysk freget om oanhâldend foarsjennings en standerdisearring beskikber te stellen om dat yn de praktyk ek feitliken te realisearjen. Frysktalich lesmateriaal, wurdboeken, media, digitale helpmiddels en sa binne dêr foarbylden fan. Dy ynset wurdt fuortset.

    Ynspanning: Ryk/provinsje

  • 1.13 De Minister fan Ynlânske Saken en Keninkryksrelaasjes befoarderet dat yn relevante wet- en regeljouwing fan de ryksoerheid de offisjeel fêststelde provinsjenamme Fryslân brûkt wurde sil.10

    Ynspanning: Ryk

HAADSTIK 2 ÛNDERWIIS

DIEL III MAATREGELS FOAR IT BEFOARDERJEN FAN IT BRÛKEN FAN REGIONALE TALEN OF TALEN FAN MINDERHEDEN YN IT IEPENBIERE LIBBEN NEFFENS DE NEI OANLIEDING FAN KÊST 2, TWADDE LID, OANGIENE FERPLICHTINGS

Kêst 8. Ûnderwiis

It Ryk en de provinsje diele op grûn fan harren mienskiplike ferantwurdlikens en soarchplicht de fisy dat op langere termyn op alle ûnderwiisnivo’s, fan pjut oant promovendus, de goede rânebetingsten foar it balansearre oanbieden fan de Fryske taal kreëarre binne. Yn 2030 is Fryslân in meartalige provinsje dêr’t it fak Frysk yn it kurrikulum, mar ek as omgongs- en ynstruksjetaal yn de ûnderwiis fanselssprekkend is. Gjin Frysk ûnderwiis omdat it ferplichte is, mar omdat de tafoege wearde fan ûnderwiis yn de Fryske taal yn de praktyk ûnderfûn wurdt. Dat hâldt yn dat fan skoallen yn it Fryske taalgebiet11 yn 2030 ferwachte wurdt dat se net mear ûntheffing foar it fak Frysk hawwe. Dêrmei foldogge de skoallen oan de wetlike ferplichting om de fêststelde kearndoelen te realisearjen. Foar it winnen fan taal en taalûntwikkeling is it needsaaklik dat der net allinne omtinken foar de taal op himsels is, mar krekt ek foar de kontekst dêr’t de taal yn brûkt wurdt en him yn ûntwikkelet. Op grûn dêrfan is der mear omtinken foar taal yn relaasje ta maatskiplike ûnderwerpen, as kulturele uterings (muzyk- en teateredukaasje), natuer en lânskip, erfgoed en histoarje. It ûnderwiis yn de Fryske taal- en kultuer freget dêrta in brede edukative oanpak. It daget bern en jongerein yn en bûten skoalle út te wurkjen oan hjoeddeistige kreative uterings, mei natuer- en lânskip en mei foar erfgoed en histoarje relevante lokaasjes. Dat freget om ynnovaasje fan it ûnderwiis, ynhâldlik likegoed as organisatoarysk. It is mei klam de bedoeling om de kennis en ûnderfining dy’t dêrmei opdien wurdt, te dielen. Der is breed ferlet fan antwurden oangeande opkommend ferlet oan revitalisearring fan (meartalich) ûnderwiis oangeande fraachstikken dêr’t identiteit in wichtige rol yn spilet. Taal stiet ommers net op himsels. Minsken brûke en hearre alle dagen ûnderskate talen, lykas it Nederlânsk, Frysk, streek- en bûtenlânske talen. Yn de provinsje Fryslân hat it Frysk in natuerlik plak tusken de oare talen. Meartaligens is dêrmei in deistige realiteit. Troch yn it ûnderwiis dy talen yn de meartalige kontekst sjen te litten en oan te bieden, slút dat mear oan by de deistige praktyk as de talen allinne mar as aparte fakken oan te bieden. Dêrneist is taal altyd mei kultuer en erfgoed ferbûn. Dat makket dat taal in kaai is ta dy gebieten en by learlingen liedt ta mear begryp foar oare kultueren en, yn it gefal fan it Frysk, ta mear each foar de eigen regio. Dy foardielen fan in goede yntegraasje fan it Frysk yn in meartalige kontekst en tusken de ûnderskate skoaltypen binne yn 2030 algemien bekend. Troch meartalich ûnderwiis en opfieding leare Fryske bern kompetinsjes en feardichheden dy’t wichtich binne yn de hjoeddeistige en takomstige globalisearre mienskip. Ryk en provinsje kreëarje yn de skoalle in eksperimintearromte, dy’t nije foarmen fan edukaasje opsmyt, krekt om oan dy nije foarmen te wurkjen. It stimulearjen fan learlingen om it Frysk aktyf te brûken, stiet dêryn sintraal. De tradisjonele, mear op ‘e metoade rjochte oanpak, wurdt ferrike mei produksjes dy’t de ferbylding prikelje. Yn de eksperimintearromte sille didaktysk spesjalisten gearwurkje mei spesjalisten op it mêd fan teater, muzyk, natuer en lânskip, erfgoed en histoarje. It Ryk en de provinsje bliuwe soargjen foar de needsaaklike rânebetingsten foar goed Frysk ûnderwiis yn in meartalige kontekst. It heljen fan de kearndoelen foar it Frysk, dêr’t de ûnderskate taalfeardichheidsnivo’s diel fan útmeitsje, is yn it Fryske taalgebiet tige dúdlik.

It Ryk en de provinsje wolle dêr yn de perioade fan dizze bestjoersôfspraak de neikommende ôfspraken foar realisearje:

2.1 Algemiene ôfspraken en útgongspunten
1 Basisynfrastruktuer oanwêzich

Ryk en provinsje soargje oanhâldend foar de ynstânhâlding fan in passende basisynfrastruktuer foar it fak Frysk. Dêr wurdt mei bedoeld:

  • it Fryske taalûnderwiis fan foarskoalsk oant en mei heger ûnderwiis slút goed op inoar oan;

  • der is genôch en kwalitatyf goed lesmateriaal foarhannen;

  • skoallen en dosinten kinne in berop op ûnderwiisbegelieding en -stipe dwaan;

  • der binne genôch opliedingsmooglikheden (ynkl. neiskoalling) foar begelieders yn foarskoalske foarsjennings en dosinten Frysk yn it primêr ûnderwiis, fuortset ûnderwiis en heger ûnderwiis;

  • der binne genôch en kwalitatyf goede mooglikheden foar hifking en evaluaasje, tagelyk kinne de foarderings fan learlingen folge wurde mei in learlingfolchsysteem (dat metoade ûnôfhinklike hifkings- en evaluaasjesysteem ûnder de namme GRIP is ûnder de foarige bestjoersôfspraak (2013-2018) ta stân kommen en ymplemintearre;

  • ek wurdt GRIP yn opdracht fan de provinsje by it yngean fan dizze bestjoersôfspraak fierder optimalisearre en ûntwikkele;

  • as lêste sjocht de ynspeksje fan it ûnderwiis struktureel op de kwaliteit fan it taalûnderwiis Frysk ta en stimulearret skoallen, dy’t dat nedich hawwe, om de posysje fan it Frysk fuort te sterkjen. Ek fersoarget de ynspeksje periodyk, ienris yn ‘e seis jier, in temarapportaazje oer it Frysk yn it ûnderwiis.

Ynspanning: Ryk/provinsje

2 Foech Frysk

Foar benammen dosinten en skoalbestjoerders is it op it stuit net dúdlik hokker betingsten der oan it foech foar it fak Frysk steld wurde, hoe’t dat fêststeld wurdt en hokker oerheden dêrta de foegen hawwe. Dat wurdt yn de perioade fan dizze bestjoersôfspraak fierder fêstlein en dúdlik mei it ûnderwiisfjild kommunisearre. Ek sil der troch de provinsje inisjearre oerlis wêze mei de beropsgroep oer de mooglikheden om it foech foar Frysk yn it learareregister op te nimmen.

Ynspanning: Ryk/provinsje

3 Learareregister

Yn de Wet op de beroppen yn it ûnderwiis binne de easken foar bekwamens foar leararen en dosinten yn it primêr ûnderwiis, fuortset ûnderwiis en middelber beropsûnderwiis fêstlein. Sûnt augustus 2017 binne der nije wetlike easken fan bekwamens fan krêft wurden. By mooglike petearen mei de beropsgroep fan leararen sil troch de provinsje neigien wurde yn hoefier’t it mooglik is om de easken fan bekwamens foar it fak Frysk ek op te nimmen. Dêrfoar sil mei de beropsgroep leararen oerlein wurde.

Ynspanning: Ryk/provinsje

4 Ûnderwiisynspeksje

De oanrekommandaasjes fan de ûnderwiisynspeksje út harren rapport fan 2010 “Tussen wens en werkelijkheid” binne troch de provinsje útfierd, foar safier’t dat binnen de provinsjale mooglikheden lei. Foarbylden fan útfiering fan de oanrekommandaasjes binne it ûntwikkeljen fan it hifkings- en evaluaasjesysteem GRIP dat ûnôfhinklik fan metoaden is, de nije digitale metoaden Spoar 8 (primêr ûnderwiis) en Searje 36 (fuortset ûnderwiis) en it útkristallisearre fêststellingsbelied dêr’t mei it projekt Taalplan Frysk útfiering oan jûn wurdt. De ûnderwiisynspeksje sil yn de kommende jierren op grûn fan syn eigen rol en op stimulearjende wize omtinken jaan oan de kwaliteit fan it Frysk yn it ûnderwiis. Yn it ramt fan de reguliere fjouwerjierlikse ûndersiken nei bestjoer en skoallen besteget de ynspeksje, as dêr oanlieding ta is, omtinken oan de wize wêrop’t it bestjoer tafersjoch hâldt op de kwaliteit fan it learstofoanbod en dêrbinnen it oanbod yn de Fryske taal op de skoallen en dat befoarderet. As der oanwizings of sinjalen binne dat it oanbod slim tekoartsjit, kin de ynspeksje beslute yn de ferifikaasje- of risiko-ûndersiken op skoallen de kwaliteit fan it Frysk te ûndersykjen. As bliken docht dat der wetlike tekoartkommings binne, dan jout de ynspeksje in ferbetteropdracht. Dêrneist sil de ynspeksje yn de kommende trije taalplansykly oant 2030 twaris in tematysk ûndersyk dwaan, dêr’t de ûntwikkeling fan it oanbod yn de Fryske taal mei folge wurde kin. Sa wurdt de kwaliteit fan Frysk yn it ûnderwiis boarge en fergrutte.

Ynspanning: Ryk/provinsje

5 Bewustwurding learlingen, âlden en skoallen

De provinsje set aktiviteiten op om âlden, learlingen, learkrêften, skoalbestjoerders, it bedriuwslibben en maatskiplik behelle organisaasjes de wearde fan it Frysk en meartaligens sjen te litten. It doel is om harren te motivearjen en der yn it deistich libben wêzentlik omtinken foar te hawwen. Dêrby wurde de nijste ynsichten en ûntwikkelings oangeande it Frysk en meartaligens meinommen.

Ynspanning: provinsje

6 Budzjet Materiële Ynstânhâlding Frysk

Foar it primêr en it fuortset ûnderwiis giet de Minister fan Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskip troch mei in budzjet materiële ynstânhâlding Frysk (MYF), foar it oanskaffen fan materialen foar it fak Frysk yn de skoallen yn de provinsje Fryslân. De provinsje ferdielt it MYF-jild, op basis fan de útkomsten fan it Taalplan Frysk. Yn 2019 sil besjoen wurde yn hoefier’t der mooglikheden binne om ek foar it MBO struktureel MYF-jild beskikber te stellen.

Ynspanning: Ryk/provinsje

2.2 Ôfspraken Frysk yn de foarskoalske perioade
1 Taaloerdracht

Foar (in tanimmende) oerdracht fan it Frysk oan de kommende generaasjes is ferlet fan in soad omtinken en foarljochting. Dat jildt foar de taaloerdracht yn de thússituaasje likegoed as foar de (profesjonele) ynfrastruktuer yn de earste libbensfaze fan jonge bern. Der wurdt troch de provinsje soarge foar adekwate foarljochting oan âlden, berne-opfangorganisaasjes en de oanbelangjende soarch- en ûnderwiisynstellings oer it belang fan en it omgean mei it Frysk yn in meartalige opfieding. De trochrinnende learline tusken de foarskoalske foarsjennings en it basisûnderwiis is foar it slagjen dêrfan fan essinsjeel belang. Dy foarljochting giet lykop mei ynspirearjende en entûsjasmearjende projekten wêrby’t de relevante kontekst fan taal ek in wichtige rol spilet.

Ynspanning: Ryk/provinsje

2 Ferankering en boargjen fan it Frysk yn de foar-skoalske foarsjennings

Neffens de Wet berne-opfang en is it brûken fan de Fryske taal as fiertaal tastien. By de behanneling fan dy wet is ek fêstlein dat de provinsje Fryslân de romte hat om de ierskoalske en foarskoalske (vve) programma’s yn twa talen oan te bieden (Nederlânsk en Frysk). It is lykwols net mooglik om vve-programma’s inkeld en allinne yn it Frysk oan te bieden. By feroarings fan wetjouwing op it mêd fan foarskoalske foarsjennings en edukaasje is it in oanrekommandaasje om dy te hifkjen oan it Europeesk Hânfêst fan regionale talen of talen fan minderheden en it Ramtferdrach oangeande de beskerming fan nasjonale minderheden. Dêrby wurdt de provinsje rieplachte. Fan de kant fan de provinsje wurdt der dêrby nei stribbe dat it ynspeksjebelied fan de GGD en de Ûnderwiisynspeksje yn Fryslân derop rjochte is dat it Frysk as fiertaal brûkt wurde mei.

Ynspanning: Ryk/provinsje

3 Startkundichheden /profesjonaliteit

De ûntwikkeling en it fêststellen fan startkundichheden fan pedagogysk meiwurkers oangeande de Fryske taal en meartaligens, útwurke yn modules, wurdt fuortset. De modules foar neiskoalling binne útwurke en troch de relevante partijen (ROC’s) yn it Fryske ûnderwiisfjild ûndertekene. De ynset fan de ROC’s om de modules meartaligens fierder yn it kurrikulum fan de ûnderskate opliedings te yntegrearjen, sil troch de provinsje stipe wurde. Dêrmei wurdt in goede oansluting berikt mei de ynsichten út bygelyks de ûntwikkelingspsychology en ûndersyk nei it winnen fan taal.

Ynspanning: Ryk/provinsje

4 Frysktalich materiaal

Der bliuwt foar de foarskoalske foarsjennings yn Fryslân (foar de jongste doelgroepen (0 o/m 4 jier)) Frysktalich materiaal foarhannen. Dy foarsjennings meitsje struktureel gebrûk fan it materiaal dat al beskikber is.

Ynspanning: provinsje

5 Meartalige opfang

De provinsje set folop yn op de fierdere groei en beskikberens fan Fryske, twa- of meartalige foarsjennings foar berne-opfang, pjutte-opfang en gastâlderopfang foar alle âlden yn Fryslân. Dêrby is it boargjen fan kwaliteit en de begelieding ryklik sa wichtich as de kwantitative groei.

Ynspanning: provinsje

2.3 Ôfspraken Frysk yn it fundearjend ûnderwiis (primêr en fuortset ûnderwiis)
1 Taalplan Frysk

De earste faze fan it Taalplan Frysk, it yn kaart bringen fan de feitlike situaasje of nulmjitting, is yn 2018 ôfsletten.

Salang’t dizze bestjoersôfspraak rint, wurdt op grûn fan de provinsjale Beliedsregel foar it krijen fan ûntheffing foar it fak Frysk yn it primêr en fuortset ûnderwiis (2015) fierder útfiering jûn oan it ûnderwiisbelied yn de provinsje Fryslân. Op grûn fan de analyze fan de útkomsten fan it Taalplan Frysk wurdt de skoallen stipe op maat bean om de kwaliteit en it by de nulmjitting fêststelde niveau fan it fak Frysk te ferbetterjen. Dat jildt bygelyks foar (nei)skoalling foar learkrêften, lesmetoaden en/of ûnderwiisbegelieding. Nei in perioade fan fjouwer jier neidat it profyl fan de skoalle fêststeld is, wurde de skoallen uterlik yn 2021 op ‘en nij besocht. It doel is úteinlik dat nei 3 sykly (uterlik 2030) alle skoallen yn it Fryske taalgebiet alle kearndoelen foar it fak Frysk helje en gjin (parsjele) ûntheffing mear krije.

Neist it oanbod fan it fak Frysk yn de ûnderbou fan it fuortset ûnderwiis, is de ynset fan it Taalplan Frysk om it fak neffens de wetlike mooglikheden oanbean te krijen, dat wol sizze yn alle klassen fan it fuortset ûnderwiis op alle niveau’s. Dêrmei komt in trochrinnende learline ta stân en is der kontinuïteit tusken it fuortset en it berops- en heger ûnderwiis. Ek is der op passende wize omtinken foar it Frysk op skoallen foar praktykûnderwiis.

Ynspanning: Ryk/provinsje

2 Kearndoelen

De provinsjes set der op yn dat alle skoallen, dêr’t de kearndoelen foar it Frysk op fan tapassing binne, der foar soargje dat harren oanbod yn oerienstimming is mei dy kearndoelen Frysk. Op grûn fan de wiziging fan de ûnderwiiswetjouwing yn 2014, hawwe Provinsjale Steaten fan Fryslân it foech om de kearndoelen foar it fak Frysk yn it primêr ûnderwiis, it fuortset ûnderwiis en it spesjaal ûnderwiis fêst te stellen. Yn 2018 is der lanlik ûndersocht hoe’t in yntegrale kurrikulumfernijing yn it primêr en fuortset ûnderwiis trochfierd wurde kin. Foar it fak Frysk is dat troch de provinsje dien neffens de lanlike wurkwize en kurrikulumfernijing. De Twadde Keamer en Provinsjale Steaten stelle, nei’t ferwachte wurdt, yn 2019 it nije kurrikulum fêst.

Yn it proses om ta fernijde kearndoelen foar Frysk te kommen, hat de provinsje Fryslân in parallel trajekt oan curriculum.nu opset. It ministearje fan OCW kompensearret foar ien kear de kosten dy’t makke binne om learkrêften yn it ûntwikkelteam en de ûntwikkel-skoallen dêrfoar frij te stellen. It ministearje fan OCW en de provinsje Fryslân sille mei-inoar yn petear om te ûndersykjen hoe’t by de fierdere ferbettering fan de kearndoelen Frysk safolle mooglik by it nasjonale trajekt fan curriculum.nu oansletten wurde kin.

Ynspanning: Ryk/provinsje

3 Lesmateriaal

It Frysktalige ûnderwiismateriaal foar it primêr ûnderwiis (Spoar 8) en it fuortset ûnderwiis (Searje 36) dat de provinsje de lêste jierren ûntwikkelje litten hat, is by in soad skoallen yn gebrûk. In bredere fariaasje yn (fysyk en digitaal) oanbod, fernijing, metoaden foar ûnder- en boppebou en differinsjaasje hawwe oanhâldend omtinken nedich. Skoallen binne frij om in alternatyf te kiezen. Fanwegen it feit dat der yn it Fryske taalgebiet sprake is fan in tekoartsjitten fan de merk, is dêrby in aktive en stimulearjende rol fan de oerheid winske. Ek wurdt troch de provinsje ûndersocht oft de dosinten foar Frysk gebrûk meitsje kinne fan it nasjonale platfoarm dêr’t sels ûntwikkele materiaal op dield wurde kin.

Foar wat it fuortset ûnderwiis oanbelanget, soarget de provinsje derfoar dat der oan de ein fan dizze bestjoersôfspraak in rapportaazje leit oer de betingsten dy’t oan geskikt lesmateriaal foar de boppebou fan it fuortset ûnderwiis op alle ûnderwiisnivo’s steld wurde.

Ynspanning: Ryk/provinsje

4 Hifkingsmetoaden, evaluaasje- en learlingfolchsystemen

Yn de rintiid fan de foargeande bestjoersôfspraak is yn opdracht fan de provinsje yn gearspraak mei in gearwurkingsferbân fan Fryske ûnderwiis- en taalorganisaasjes it noarmearre metoade-ûnôfhinklike hifkings- en learlingfolchsysteem GRIP ûntwikkele. Dat systeem jout skoallen foar primêr en fuortset ûnderwiis de mooglikheid om mei ûnderskate ynstruminten de taalûntwikkeling fan learlingen te folgjen. GRIP is yntegraal ûnderdiel fan de metoaden Spoar 8 (primêr ûnderwiis) en Searje 36 (fuortset ûnderwiis). Oanbelangjende learkrêften wurde begelaat by de ymplemintaasje fan dy metoaden om sa stal te jaan oan in trochrinnende learline Frysk. Op grûn fan ûnderfinings en nije ûntwikkelings wurdt noed stien foar it fierder ûntwikkeljen fan GRIP.

Ynspanning: provinsje

5 Meartalich fuortset ûnderwiis

It Meartalich Fuortset Ûnderwiis (MFÛ) wurdt fuortset en der wurdt in bettere oansluting tusken twatalich ûnderwiis (TTÛ) en MFÛ ta stân brocht.

Ynspanning: provinsje

2.5 Ôfspraken Frysk by skoallen ûnder de WEC
1. Ûndersyk ferlet gebrûk Frysk

De provinsje docht yn de earste helte fan de bestjoers-ôfspraak ûndersyk nei it ferlet fan it gebrûk fan it Frysk yn it ûnderwiis dat ûnder de Wet op de ekspertizesintra (WEC) falt. Op grûn fan de ûndersyksresultaten sil mooglik in projektplan opsteld wurde dat liedt ta in konkreet ûnderwiisoanbod.

Ynspanning: provinsje

2. Oersicht mooglikheden foar taalbelied

De provinsje soarget as Taalskipper yn de earste helte fan dizze bestjoersôfspraak foar in oersicht fan de mooglikheden foar belied oangeande de Fryske taal en kultuer by de skoallen dy’t ûnder WEC falle. Dêrby komt ek in ynventarisaasje fan it ferlet fan it spesjaal ûnderwiis oangeande taalbelied.

Ynspanning: provinsje

2.6 Ôfspraken Frysk by skoallen yn it beropsûnderwiis
1 Frysk yn it kurrikulum

Yn de doelgroep fan it mbû is it oandiel Frysktaligen relatyf grut. It stribjen fan de provinsje is dat mbû-skoallen it Frysk bewust yn it kurrikulum opnimme, omdat behearsking fan de Fryske taal fan mearwearde wêze kin foar it op te lieden takomstich personiel yn Fryslân. It tal mbû-opliedings dat it Frysk oanbiedt as (kar)fak wurdt yn de rintiid fan dizze bestjoers-ôfspraak útwreide.

Ynspanning: provinsje

2 Taalbelied ROC’s en AOC

It ûntwikkeljen fan taalbelied yn in beropsrjochte kontekst, op grûn fan de winsken fan it regionale bedriuwslibben, op de Fryske ROC’s en op it AOC, bliuwt fan grut belang en sil troch de Taalskipper stimulearre wurde.

Ynspanning: provinsje

3 Kardiel foar kompetinsjes Fryske taal

Learlingen fan ROC’s dy’t nei de Pabo trochstreame kinne harren troch in ‘kardiel’ op fakken tariede dy’t se op de Pabo wol krije, mar op it ROC net hân hawwe. By de noardlike ROC’s en de Pabo’s wurde dy fakken yn ien kardiel byinoar brocht. Sa bliuwt der romte om ek noch in kardiel Frysk folgje te kinnen om kompetinsjes Fryske taal leare te kinnen. De provinsje hat dêroer oerlis mei de Pabo’s.

Ynspanning: provinsje

4 Gearwurking FÛ en mbû-ynstellings

De besteande provinsjale regeling Lesoeren Frysk foar it fuortset ûnderwiis is tagonklik foar it AOC en de ROC’s dy’t it Frysk yn harren kurrikulum opnimme wolle. De provinsje stimulearret gearwurking tusken skoallen foar fuortset ûnderwiis en mbû-ynstellings oangeande it ûnderwizen fan de Fryske taal.

Ynspanning: provinsje

5 Wurkgroepen op mbû-ynstellings

It is wichtich dat binnen de ûnderwiissektoaren goede Fryske kompetinsjes formulearre wurde, dy’t in plak krije yn it kurrikulum fan dy sektoaren. Spesjale wurkgroepen binne dêrmei dwaande en stimme dat ôf mei de Ûnderwiisbegeliedingstsjinsten. De ûnderwiisbegeliedingstsjinsten stimulearje de besteande provinsjale subsydzjeregeling lesoeren Frysk foar it mbû en priizgje dy oan.

Ynspanning: provinsje

6 Lesmateriaal mbû

Mei it each op de groeiende ûntwikkeling fan it kardiel Frysk oan de mbû-opliedings nimt de fraach nei geskikt lesmateriaal ta. Yn 2019 sil troch it Ryk en de provinsje neigien wurde op hokker wize ek foar it mbû struktureel MYF-jild beskikber steld wurde kin. Fan 2020 ôf moat dêr, as dat mooglik is, troch beide partijen fierder ynfolling oan jûn wurde.

Ynspanning: Ryk/provinsje

2.7 Ôfspraken Frysk yn it Heger ûnderwiis
1 Learare-oplieding Fryske taal en kultuer oan de Pabo

De Hogeschool NHL Stenden foarsjocht yn syn kurrikulum yn in oanbod Fryske taal en kultuer. De provinsje hâldt de bekostiging dêrfan yn stân, wêrtroch’t studinten oan de Pabo it foech foar it fak Fryske taal en kultuer helje kinne. De provinsje leit mei de Hegeskoalle oer hoe’t studinten stimulearre wurde kinne om dat fak te folgjen.

Ynspanning: provinsje

2 Frysk as ynstruksje- en fiertaal

Neist dat it Frysk as fak rjochte is op it winnen fan taal, moat der ek omtinken wêze foar it Frysk as ynstruksje-taal by oare fakken, as ûnderdiel fan it kurrikulum oangeande kultuer en erfgoed en it Frysk as gewoane omgongstaal op skoalle. Sa sil it Frysk op skoallen de folweardige posysje ynnimme kinne dy’t it as offisjele taal yn de provinsje hat en is der feitliken sprake fan it gebrûk fan de taal yn in meartalige kontekst.

Ynspanning: provinsje

3 Learare-oplieding Frysk

De learare-opliedings Frysk foar it fuortset ûnderwiis binne in ûnmisbere skeakel oangeande it Frysk yn it ûnderwiis en de trochrinnende learline. Dêrom hâlde it Ryk en de provinsje in earste- en twaddegraads learare-oplieding Frysk oan de NHL Stenden yn stân.

Ynspanning: Ryk/provinsje

4 Learstoel Fryske taal- en letterkunde

Oan de Ryksuniversiteit Grins bestiet binnen de oplieding Minorities & Multilingualism, in learstoel Fryske taal- en letterkunde. Neist de ryksbydrage fan Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskippen oan de Ryksuniversiteit Grins begruttet it ministearje fan Ynlânske Saken en Keninkryksrelaasjes foar de rintiid fan de BFTK alle jierren € 110.000 en begruttet de provinsje Fryslân alle jierren € 110.000 foar de learstoel Fryske taal- en letterkunde oan de Ryksuniversiteit Grins.

Ynspanning: Rijk/provinsje

5 Ekspertizesintrum Meartaligens

Salang’t de bestjoersôfspraak rint moat de gearwurking tusken de ûnderskate wittenskiplike en maat-skiplike (ûnderwiis)ynstituten, dy’t harren yn de Fryske kontekst mei meartaligens dwaande hâlde, fuortsterke wurde. De provinsje nimt dêrby as Taalskipper in regissearjende en stimulearjende rol yn. Dêrby binne it Ekspertizesintrum Meartaligens (The Multilingualism Lab), de (ûnderwiis)ynstituten binnen de Taalalliânsje en (it erfskip fan) Lân fan taal fan wêzentlik belang.

Ynspanning: provinsje

2.8 Ôfspraken Frysk by ûnderwiisstipe
1 Taalkoördinatoaren

Der is en bliuwt in provinsjaal dekkend netwurk fan taalkoördinatoaren. Dy taalkoördinatoaren wurde ynset foar it ferfolch fan it Taalplan Frysk, de ymplemintaasje fan de trochrinnende learline meartaligens, de bewustwurding fan âlden en learkrêften en it fuortsterkjen fan taalbelied op skoallen.

Ynspanning: provinsje

2 Sintrum Frysktalige Berne-opfang

Der is in Sintrum Frysktalige Berne-opfang (SFBO), dat ûnderwiiskundige stipe, advisearring en stimulearring fersoarget oangeande Frysktalige/meartalige opfang foar de VVE-sektor.

Ynspanning: provinsje

3 Netwurken VVE, PÛ en FÛ

De provinsje wol aktyf stimulearje dat de netwurken fan twa- en Frysktalige foarskoalske organisaasjes, ûnderwiisbegelieding foar basisskoallen en fuortset ûnderwiis optimaal fasilitearre wurde troch de oanbelangjende ûnderwiisorganisaasjes. Dy organisaasjes ynformearje, advisearje en begeliede de ûnderskate skoallen en sintra. It giet dan om stipe foar dosinten yn meartalige didaktyk, it paadwiis meitsjen yn ûnderskate lesmaterialen en it brûken dêrfan, it fasilitearjen fan ynterfisy en ynformearjen troch it organisearjen fan netwurkgearkomsten, sympoasia en kongressen, it oanbieden fan skoalling, praktyske stipe yn ‘e foarm fan native speakers/memmetaalsprekkers, de skoallen en sintra te stypjen by it ynpassen fan it meartalich ûnderwiis yn de organisaasjes (bygelyks it oanstellen fan (taal)koördinatoaren en te soargjen foar draachflak yn it team).

Ynspanning: provinsje

4 Taalsintrum Frysk

Der is in Taalsintrum Frysk (as ûnderdiel fan Cedin), dat as ekspertizesintrum meartaligens ûnderwiiskundige stipe en advisearring fersoarget oangeande Frysk/meartalich ûnderwiis foar it primêr- en fuortset ûnderwiis. De begelieding is der op rjochte skoallen op de goede, differinsjearre wize mei it learstofoanbod wurkje te litten.

Ynspanning: provinsje

5 Stimulearjen fan fraachstjoerdwurkjen

Skoalbestjoeren wurde troch de provinsje stimulearre om harren taalbelied fierder te ûntwikkeljen en de ekspertize fan de ûnderwiisbegeliedingstsjinst of Taalsintrum Frysk dêrby yn te skeakeljen. Yn de rintiid fan dizze bestjoersôfspraak wurdt sa mear de klam lein op de fragen út it ûnderwiisfjild wei.

Ynspanning: provinsje

6 Netwurk trijetalige skoallen

It projekt De Trijetalige Skoalle wurdt troch de provinsje fuortset en fierder ynrjochte neffens de nijste belieds- en ûnderwiiskundige ûntjouwings. It tal learlingen dat yn 2018 trijetalich ûnderwiis folget is 15% fan it totaal oantal learlingen yn de provinsje Fryslân. It stribjen is dat dat persintaazje oan de ein fan dizze bestjoersôfspraak 30% is.

Ynspanning: provinsje

7 Lektoraat Frysk en Meartaligens yn Underwiis en Opfieding

It Lektoraat Frysk en Meartaligens yn Underwiis en Opfieding by NHL Stenden draacht by oan de praktysk-wittenskiplike ûnderbouwing fan Fryslân as “Living Lab of Multilingualism” en de falorisaasje fan ûndersyk, ûnderwiis en ynnovaasje op it mêd fan meartaligens. Dêrtroch ferfollet it lektoraat in rol yn de basisfoarsjenning fan de trochrinnende learline meartaligens.

Ynspanning: provinsje

HAADSTIK 3 RJOCHTERLIKE AUTORITEITEN, BESTJOERLIKE AUTORITEITEN EN IEPENBIERE TSJINSTEN

DIEL III MAATREGELS FOAR IT BEFOARDERJEN FAN IT GEBRÛK FAN REGIONALE TALEN OF TALEN FAN MINDERHEDEN YN IT IEPENBIERE LIBBEN NEFFENS DE NEI OANLIEDING FAN KÊST 2, TWADDE LID, OANGIENE FERPLICHTINGS

Kêst 9. Rjochterlike autoriteiten

Kêst 10. Bestjoerlike autoriteiten en iepenbiere tsjinsten

Troch it fan krêft wurden fan de Wet gebrûk Fryske taal op 1 jannewaris 2014, is it wetlike fûnemint foar it gebrûk fan de Fryske taal yn it bestjoerlike ferkear en yn it rjochtsferkear fierder fuortsterke. It Ryk en de provinsje dielen op grûn fan harren mienskiplike ferantwurdlikens en soarchplicht de fisy dat op langere termyn it gebrûk fan de Fryske taal net allinne yn de wet goed regele wêze moat. It Ryk en de provinsje stribje nei it fanselssprekkend gebrûk fan de Fryske taal op basis fan de mearwearde dy’t it brûken fan dizze taal yn in meartalige kontekst hawwe kin. Derom sille hja de rjochterlike en bestjoerlike autoriteiten en iepenbiere tsjinsten yn Fryslân dy’t hjirby belutsen binne nûgje om te besprekken of dat yn 2030 net allinne mooglik, mar ek fanselssprekkend wêze kin. Fan belang dêrby is dat de bewenners fan de provinsje Fryslân en oanbelangjenden by rjochterlike en bestjoerlike autoriteiten op ‘e hichte binne fan de positive rol dy’t it brûken fan de Fryske taal yn it bestjoerlike en rjochtsferkear hawwe kin.

It Ryk en de provinsje wolle foar de doer fan de perioade fan de ûnderlizzende bestjoersôfspraak dêrfoar de neikommende ôfspraken realisearje:

3.1 Ôfspraken Frysk by rjochterlike autoriteiten
1

Kêst 2a fan de Wet gebrûk Fryske Taal skriuwt foardat, mei it each op de mienskiplike ferantwurdlikens en soarchplicht foar de Fryske taal en kultuer it Ryk en de provinsje Fryslân periodyk bestjoersôfspraken meitsje foar de útwurking fan de ferantwurdlikens oangeande de Fryske taal en kultuer. Mei it each op de steatsrjochtlike posysje fan de rjochtspraak, en de ûndertekenjende partijen, kin dizze bestjoersôfspraak gjin ôfspraken ynhâlde oangeande de rjochtspraak. De provinsje sil mei de Rechtbank Noord-Nederland en it Hof Arnhem-Leeuwarden oerlizze. Ôfspraken dy’t tusken de provinsje en de rjochtspraak makke wurde, wurde apart fêstlein.

Ynspanning: provinsje

3.2 Ôfspraken Frysk by bestjoerlike autoriteiten
1 Bestjoerlike weryndielings

It Ryk en de provinsje wize yn it gefal fan gemeentlike weryndielingsplannen, de oanbelangjende gemeenten op de needsaak om oanslutend op kêst 5 fan de Wet gebrûk Fryske taal te kommen ta befoarderjend Frysk gemeentlik taalbelied. By bestjoerlike weryndielings wurde troch it Ryk en de provinsje Fryslân yn gearspraak mei oanbelangjende partijen ôfspraken makke oer de beskerming en it befoarderjen fan de posysje fan de Fryske taal yn de nije of nij te foarmjen gemeente.

Ynspanning: Ryk/provinsje

2 Opstelle taalbelied bestjoersorganen

De provinsje stimulearret op grûn fan har rol as Taalskipper dat bestjoersorganen, dy’t net ta de sintrale oerheid hearre, taalbeliedsplannen en taalferoarderings oangeande de Fryske taal opstelle, neffens de Wet gebrûk Fryske taal. De provinsje sil op grûn fan har rol as Taalskipper desintrale oerheden stimulearje om oan de ein fan de rintiid fan dizze bestjoersôfspraak in aktueel taalbelied en taalferoardering te hawwen. Healwei de perioade fan dizze bestjoersôfspraak sil der yn oerlis mei it Ryk en de provinsje in oersjoch wêze fan de meast relevante de-konsintrearre rykstsjinsten, dêr’t de Wet gebrûk Fryske taal op fan tapassing is. Sa’n oersjoch is fan belang om fierder fêststelle te kinnen hokker partijen noch behelle wurde moatte by it troch de provinsje opsette taalskippersoerlis ‘Mei-inoar foar it Frysk’.

Ynspanning: provinsje

3 Ymplemintearje en aktualisearje taalbelied

Fêststeld taalbelied dat maksimaal tsien jier funksjonear-ret, sil troch de by de Wet gebrûk Fryske taal behelle partijen op basis fan ynspraak en nije wittenskiplike en beliedsmjittige ûntwikkelings aktualisearre wurde. Útgongspunt is dêrby net allinne it behâld, mar ek it befoarderjen fan de Fryske taal.

Ynspanning: provinsje

4 Bestjoerlik oerlis en opsette langetermynfisy

De by de Wet gebrûk Fryske taal behelle bestjoersorganen komme op útnûging fan de Taalskipper, neist it amtlik oerlis, op syn minst twa kear jiers byinoar om op bestjoerlik niveau ûnder foarsitterskip fan de Kommissaris fan de Kening de fuortgong fan de ymplemintaasje fan de taalwetjouwing te bepraten. By dat bestjoerlike oerlis wurde de troch in Wurkgroep ‘Frysk yn 2030’ opstelde langetermyndoelen oangeande de Fryske taal en kultuer bepraat. By dat bestjoer-lik oerlis kin de provinsje yn har rol as Taalskipper, yn ôfstimming mei it Ryk, de bestjoersorganen op harren wetlike ferantwurdlikheden oansprekke. Fansels kin de provinsje dêrby ek sels oansprutsen wurde op har wetlike ferantwurdlikheden troch Provinsjale Steaten, it Ryk en it advysorgaan DINGtiid.

Ynspanning: Ryk/provinsje

5 Feilichheidsregio Fryslân

By de ûnder 3.2.3 en 3.2.4 beskreaune ûnderdielen wurdt ek de Feilichheidsregio Fryslân op grûn fan de Wet gebrûk Fryske taal aktyf behelle en stimulearre om taalbelied te ûntwikkeljen, te ymplemintearjen en as dat nedich is te aktualisearjen. De provinsje behellet dêrta de Feilichheidsregio aktyf by it bestjoerlik oerlis ‘Mei-inoar foar it Frysk’. De meldkeamer dy’t it Fryske taalgebiet betsjinnet, hâldt in Frysk taalbelied (op it stuit is dat Drachten). Fan belang is dat der genôch Frysktalige meiwurkers beskikber bliuwe, sadat meldings út Fryslân wei as steand belied standert en op elk momint yn de Fryske taal dien wurde kinne.

Ynspanning: provinsje.

6 Regionale plysje-ienheid Noard-Nederlân

Fryske boargers kinne yn de regio Noard-Nederlân by de plysje gebrûk meitsje fan harren rjocht om in oanjefte yn de Fryske taal te dwaan. De provinsje en it Ryk stjoere der by de plysje op oan dat de foarkarstaal fan de oanbelangjende Fryske boargers standert frege en fêstlein wurdt. Ek as it proses-ferbaal skriftlik yn it Nederlânsk fêststeld wurdt is dúdlik oft it petear yn it Frysk west hat. Op grûn fan de rol fan Taalskipper sil de provinsje oanslutend op 3.2.2 ek in foarljochtingskampanje opsette om boargers te wizen op harren rjocht om yn kontakt mei de plysje de Fryske taal brûke te meien. De provinsje en it Ryk sille dêrfoar mei de regionale plysjesjef fan de ienheid Noard-Nederlân oerlizze.

Ynspanning: Ryk/provinsje

7 Frysktalige modellen foar kandidaatstelling by ferkiezings

Om gelikense rjochten fan de Fryske en Nederlânske taal yn de provinsje Fryslân te garandearjen, kinne Frysktalige modellen brûkt wurde foar it yntsjinjen fan in kandidatelist foar de ferkiezing fan provinsjale steaten fan Fryslân, it algemien bestjoer fan it Wetterskip Fryslân en fan de rieden fan de gemeenten yn de provinsje Fryslân (kêst 3, earste lid, fan de Wet gebrûk Fryske taal). Boppedat is it tenei mooglik de Frysktalige modellen by de Twadde Keamerferkiezings, de Earste Keamerferkiezings en de ferkiezings foar it Europeeske parlemint te brûken.

Ynspanning: Ryk

8 Frystalige toponimen

Wannear’t Frysktalige toponimen troch it foechhawwend gesach offisjeel fêststeld binne, wurde yn de Basis- registraasje Adressen en Gebouwen (of kadastrale systemen) allinne noch de Frysktalige toponimen hantearre. It Kadaster sil foar in aktueel boarneregister soargje, sadat der allinne gebrûk makke wurdt fan de troch it foechhawwend gesach offisjeel fêststelde Frysktalige plak- en wetternammen. De Fryske gemeenten stelle sels fêst hoe’t nammen fan wenplakken, adressen, topografyske gebieten ensfh. fêstlein wurde en registrearje dy as boarnehâlder sels yn de BAG. It Kadaster nimt yn de lanlike foarsjennings in kopy fan de gemeentlike boarne op.

Ynspanning: Ryk/provinsje

HAADSTIK 4 MEDIA

DIEL III MAATREGELS FOAR IT BEFOARDERJEN FAN IT GEBRÛK FAN REGIONALE TALE N OF TALEN FAN MINDERHEDEN YN IT IEPENBIERE LIBBEN NEFFENS DE NEI OANLIEDING FAN KÊST 2, TWADDE LID, OANGIENE FERPLICHTINGS

Kêst 11. Media

Mei de Bestjoersôfspraken Frysk yn de media 2016 is it brûken fan de Fryske taal yn de Fryske media goed fêstlein. Dat konvenant hie in rintiid oant 1 jannewaris 2019. Dêrom binne de dêryn opnommen bepalings foar safier’t it mooglik is, no yn de dizze bestjoersôfspraak opnommen. It Ryk en de provinsje diele op grûn fan harren mienskiplike ferantwurdlikens en soarchplicht de fisy dat op langere termyn it brûken fan de Fryske taal yn de media gewoan bliuwt. Frysktalige media, mooglik noch hieltyd de klassike media lykas radio en telefyzje, mar benammen ek de digitale (sosjale) en nije foarmen fan media, ferfolje yn de perioade fan dizze bestjoersôfspraak in wichtige posysje foar it brûken, behâlden en de status fan de Fryske taal. De Fryske regionale omrop Omrop Fryslân stjoert út yn de Fryske taal en hat dêrom in bysûndere taak oangeande it behâld, de befoardering, de ûntwikkeling, de oerdracht en it libbene gebrûk fan de Fryske taal.

Dizze bestjoersôfspraak hat dan ek as útgongspunt dat it Ryk en de provinsje it, oanslutend op it Europeeske Hânfêst, as taak sjogge om Frysktalige regionale media yn hokker fernijende foarm dan ek as basisfoarsjenning mooglik te meitsjen. Dêrby moat stribbe wurde nei in folweardich, selsstannich en breed programma- en media-oanbod yn de Fryske taal, dat alle dagen beskikber is op ferskate mediaplatfoarms. De ûnôfhinklikens fan it media-oanbod en de werkenberens fan Omrop Fryslân is foar de rintiid fan de bestjoersôfspraak boarge, lykas fêststeld is yn de Mediawet 2008.

4.1 Ôfspraken media

It Ryk en de provinsje wolle yn de perioade fan dizze bestjoersôfspraak de neikommende ôfspraken ta stân bringe:

1 Bestjoerlike ôfspraken
  • Konstatearre is dat it Kommissariaat foar de Media Omrop Fryslân op grûn fan de Mediawet 2008 oanwiisd hat as regionale publike media-ynstelling foar de provinsje Fryslân.

  • De besteande doelstelling fan Omrop Fryslân wurdt sûnder wizigings hanthavene, foar safier’t it neffens itjinge by of út krêft fan de Mediawet 2008 fêstlein is.

  • De Mediawet 2008 skriuwt foar dat de taken fan de RPO likegoed as it konsesjebeliedsplan, de mearjierrebegrutting en de prestaasje-oerienkomst ek foar Omrop Fryslân jilde.

  • Yn de Ried fan Tafersjoch fan de RPO is saakkundigens op it mêd fan de Fryske taal en kultuer winske.

  • Omrop Fryslân kin, yn de perioade fan oanwizing as regionale publike media-ynstelling foar de provinsje Fryslân, op grûn fan de Mediawet 2008 op oanfraach alle jierren in bydrage krije út de ryksmediabydrage foar it fersoargjen fan regionale publike mediatsjinsten yn Fryslân. De bydrage foar Omrop Fryslân is in persintaazje fan it totaalbudzjet dat foar de regionale omrop beskikber is. Dat persintaazje is yn it Mediabeslút 2008 fêstlein. De bydrage is beskikber om in folweardich media-oanbod yn de Fryske taal realisearje te kinnen.

  • Der is op syn minst ienris jiers oerlis tusken it Ministearje fan OCW en de provinsje Fryslân oer ûnder oare it boargjen fan it Frysktalich media-oanbod yn it mediabestel en de takenning fan de ekstra bydragen foar dat oanbod troch it Ryk en de provinsje.

Ynspanning: Ryk/provinsje

2 Orgaan dat it belied foar it media-oanbod foar Omrop Fryslân fêststelt

Om yn ‘e beneaming te kommen foar oanwizing as regionale publike media-ynstelling moatte ynstellings út krêft fan kêst 2.61, twadde lid, oanhef en ûnderdiel c, fan de Mediawet 2008 neffens harren karbrief in orgaan hawwe dat it belied foar it media-oanbod fêststelt en dat represintatyf is foar de wichtichste yn de oanbelangjende provinsje foarkommende maatskiplike, kulturele, godstsjinstige en geastlike streamings. Omrop Fryslân hat dêrom ek sa’n orgaan. Yn it ramt fan de oanwizing as regionale publike media-ynstelling advisearje Provinsjale Steaten fan Fryslân it Kommissariaat foar de Media ûnder oare oer de fraach oft dat orgaan represintatyf is lykas hjirfoar bedoeld. Yn it ramt fan dy represintativiteitshifking tinke Provinsjale Steaten fan Fryslân der benammen om dat yn alle gefallen ien lid in eftergrûn hat op it mêd fan de Fryske taal en kultuer.

Ynspanning: provinsje

3 Befoardering Fryske taal en kultuer yn de media

Ryk en provinsje fiere in bysûnder belied oangeande it Frysktalige publyk media-oanbod. Konkreet betsjut ien en oar dat der in folweardich programma-oanbod yn de Fryske taal is, dat alle dagen beskikber is op ferskate platfoarms. It Frysktalige media-oanbod is fan wêzentlik belang foar it libbene brûken en de oerdracht fan de Fryske taal. Om dy reden foarmje bern en jongerein in tige wichtige doelgroep. Yn de rintiid fan dizze bestjoersôfspraak sil besjoen wurde hokker kânsen der binne as it giet om de oansluting tusken it Frysktalige programma-oanbod foar bern en jongerein (dêrûnder de Fryske skoaltelefyzje) en de ûntwikkeling fan digitale lesmetoaden en omjouwings foar it (fak) Frysk yn de foarskoalske perioade, it primêr ûnderwiis en it fuortset ûnderwiis. Dêrneist binne yn it ramt fan de folsleine en alsidige Fryske programmearring ek de Frysktalige dokumintêres (in casu FryslânDok), dy’t ek op it lanlike net útstjoerd wurde, fan belang. Foar dat lêste is de realisaasje fan de regiofinsters op de kanalen fan de NPO ek in wichtige mooglikheid.

Ynspanning: Ryk/provinsje

4 Fersoargingsgebiet Fryslân en regiodekkende stjoerder

Omrop Fryslân beskikt foar de rintiid fan de oanwizing as de regionale publike media-ynstelling foar de provinsje Fryslân oer in eigen oanbodkanaal lykas yn de Telekommunikaasjewet en de Mediawet 2008 fêststeld is.

Ynspanning: Ryk/provinsje

5 Finansiering

De brede taakopdracht fan Omrop Fryslân hat in struktureel differinsjearre finansiering fanneden en in ôfsûnderlike oanpak by it fêststellen fan it need-saaklike budzjet. It Ryk stelt dan ek foldwaande middels beskikber foar in folsleine en alsidige Frysktalige programmearring op radio, telefyzje en ynternet. Konkreet giet it dêrby om de reguliere finansiering fan Omrop Fryslân op grûn fan kêst 2.170 fan de Mediawet 2008, om in bydrage jiers fia de NPO en om in ekstra subsydzje it jier fan it Ryk foar projekten foar de folsleine en alsidige Frysktalige programmearring. De provinsje Fryslân stelt alle jierren streekrjocht in bydrage beskikber spesifyk foar de realisaasje fan de folsleine en alsidige programmearring. Sa garandearje beide oerheden de beskikberens fan Frysktalich media-oanbod yn it publike bestel. Alle dêrfoar neamde bydragen bliuwe, salang’t de rintiid fan dizze bestjoers-ôfspraak is, beskikber foar in folsleine en alsidige Frysktalige programmearring.

Ynspanning: Ryk/provinsje

6 Finansiering op projektbasis

Neist de reguliere finansiering fan de basisfoarsjenning regionale omrop kinne Ryk en provinsje op projektbasis middels oan Omrop Fryslân beskikber stelle, dy’t allinne bestege wurde kinne oan programmaprojekten dy’t yn it bysûnder belied oangeande it Frysktalige publike media-oanbod passe.

Ynspanning: Ryk/provinsje

7 Útfiering moasje Ten Hoeve c.s.

By de behanneling fan wiziging fan de Mediawet yn ferbân mei oanfollings om de lanlike publike media-tsjinst klear te meitsjen foar de takomst is de moasje Ten Hoeve oannommen. Dy moasje fersocht de regearing ûnder oare om in mediaried foar Fryslân yn te stellen as ekstra garânsje foar de provinsje Fryslân om it belang fan de Fryske taal, kultuer en identiteit en yn oansluting dêrop de posysje fan Omrop Fryslân yn it gehiel fan de RPO te garandearjen. De moasje waard yntsjinne mei it each op it oankundige wetsútstel modernisearring regionale publike omrop. Dat wetsútstel is lykwols net mear by de Twadde Keamer yntsjinne. As it wetsútstel yn de takomst yn de hjoeddeistige foarm of wat oanpast noch yntsjinne wurdt, dan sil de ynhâld fan dy moasje dêryn hielendal meinommen wurde.

Ynspanning: Ryk

8 Lanlike beskikberens Omrop Fryslân

De Mediawet 2008 skriuwt foar dat pakketoanbieders yn de sin fan dy wet alle regionale publike omroppen yn de ‘eigen provinsje’ en yn de neistlizzende provinsjes oan harren abonnees trochjaan moatte. Fanwegen de bysûndere posysje fan de Fryske taal en kultuer, lykas oanjûn yn de konsiderâns fan dizze bestjoersôfspraak, stribbet de provinsje Fryslân aktyf nei it trochjaan fan Omrop Fryslân yn it hiele lân.

Ynspanning: provinsje

HAADSTIK 5 CULTURELE AKTIVITEITEN EN FOARSJENNINGS

DIEL III MAATREGELS FOAR IT BEFOARDERJEN FAN IT GEBRÛK FAN REGIONALE TALEN OF TALEN FAN MINDERHEDEN YN IT IEPENBIERE LIBBEN NEFFENS DE NEI OANLIEDING FAN KÊST 2, TWADDE LID, OANGIENE FERPLICHTINGS

Kêst 12. Kulturele aktiviteiten en foarsjennings

Yn 2018 hat Ljouwert-Fryslân de Kulturele Haadstêd fan Europa west. Yn dat ramt is in breed spektrum oan produksjes ta stân kommen, dêr’t de Fryske taal en kultuer, aktuele maatskiplike fraachstikken en histoaryske tema’s mei klam yn nei foaren brocht binne. Produksjes wêryn’t proaza, poëzy, muzyk en teater yn de Fryske taal ynset binne en wêrby’t amateurs en professionals faak gearwurken. It Ryk en de provinsje sette harren derfoar yn in substansjeel fûns beskikber te stellen foar in ferskaat oanbod fan produksjes, dêr’t de Fryske taal en kultuer sintraal yn steane. Fryslân kin dêrmei eksperimintearregio wêze foar de regionalisearring fan it kultuerbelied, dêr’t de Ried fan Kultuer in earste oanset foar jûn hat. Yn de muzyk- en teatersektor binne genôch ûnderskate produsinten dy’t mei útstellen foar sokke produksjes komme sille. Op it mêd fan taalproduksjes sille Ryk en provinsje de ynrjochting fan in produksjehûs neistribje, dat as doel hat om in ympuls te jaan oan it fuortbringen fan poëzy en proaza en it poadium dêrfoar te ferbreedzjen. Yn 2030 spilet de Fryske taal by in grut tal fan de kulturele aktiviteiten en ynstellings in fanselssprekkende, wichtige rol. Mar ek organisaasjes en aktiviteiten dêr’t it net sa fanselssprekkend is, leverje in wichtige bydrage oan it fuortsterkjen fan de posysje fan de Fryske taal troch dy taal by publykspresintaasjes en -foarljochting te brûken. Op grûn fan har rol as Taalskipper stimulear-ret de provinsje dat de Fryske taal ek yn de kulturele sektor oanwêzich is en ta utering komme kin.

It Ryk en de provinsje wolle yn de perioade fan dizze bestjoersôfspraak dêrfoar de neikommende ôfspraken realisearje:

5.1 Ôfspraken Frysk beropstoaniel
1 Yn stân hâlden Frysk beropstoaniel

Der is in selskip foar beropstoaniel, yn de perioade o/m 2020 is dat Tryater, dat gebrûk makket fan de Fryske taal en wêrfan’t it yn stân hâlden troch de Minister fan Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskip mooglik makke wurdt. It giet dêrby om Frysktalich toaniel foar folwoeksenen en jongerein. Toanielselskip Tryater makket diel út fan de basisynfrastruktuer 2017-2020. De beoardieling fan Rykswege wurdt troch de Ried foar Kultuer dien. Foar it yn stân hâlden fan Frysk beropstoaniel nei dy perioade sjoch ek 5.1.4.

Ynspanning: Ryk

2 Finansiering

De finansjele stipe fan it Frysk beropstoaniel, yn de perioade o/m 2020 is dat Tryater, bart neffens de noarmen dy’t dêrfoar jilde, sa bedoeld dat dêrop de neikommende útsûndering makke wurdt: wat de sprieding fan foarstellings oanbelanget kin folstien wurde mei it jaan fan foarstellings yn de provinsje Fryslân. Ynsidinteel wurde foarstellings bûten de provinsje jûn.

Ynspanning: Ryk

3 Sprieding fan foarstellings

De provinsje Fryslân soarget foar in feitlike sprieding fan foarstellings troch foarstellings te subsidiearjen dy’t troch de lytse kapasiteit fan de seal of wêr’t it plak fan optreden situearre is sûnder ekstra stipe net mooglik binne.

Ynspanning: provinsje

4 Beoardieling beropstoaniel

As beoardieling fan it Fryske beropstoaniel, yn de perioade o/m 2020 is dat Tryater, liedt ta beëiniging of fermindering fan it foarsjen fan mooglikheden om it selskip yn stân te hâlden, of nei it beëinigjen fan de aktiviteiten troch it selskip, dan oerlizze de Minister fan Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskip en Deputearre Steaten fan Fryslân oer de situaasje dy’t dan ûntstiet. It doel fan dat mooglike oerlis is om neffens Europeeske ferdraggen te ûndersykjen wat mooglike oplossings binne foar de situaasje dy’t dan ûntstiet.

Ynspanning: Ryk/provinsje

5.2 Ôfspraken oer de wittenskipsbeoefening
1 Ynstânhâlding ynstelling wittenskipsbeoefening

Yn Fryslân is in ynstelling foar de wittenskipsbeoefening oangeande de Fryske taal en kultuer, te witten de Stichting Fryske Akademy yn Ljouwert, wêrfan’t de ynstânhâlding troch de Minister fan Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskip en de provinsje Fryslân mooglik makke wurdt.

Ynspanning: Ryk/provinsje

2 Keninklike Nederlânske Akademy fan Wittenskippen

De Fryske Akademy is liearre oan de Keninklike Nederlânske Akademy fan Wittenskippen (KNAW) en makket sa diel út fan it nasjonale ynstitute- en ûndersyksbestel. De aard fan de ferbining tusken de Fryske Akademy en de KNAW wurdt troch harren sels yn ûnderling oerlis fêststeld. Útgongspunt dêrby is dat de Fryske Akademy in robúst ynstitút is, dat de takomst treast is, wêrby’t de akademyske noarm en kwaliteit foarop steane en ek tapast ûndersyk dien wurdt mei in mearwearde foar de Fryske taal en kultuer. De selsstannigens en ienheid fan de Fryske Akademy bliuwe dêrby bewarre. De Fryske Akademy hâldt de status fan stichting en kin in berop op de fasiliteiten fan de KNAW dwaan.

Feroarings yn de aard fan de ferbining komme yn ‘e simmer fan 2019 troch de KNAW en de Fryske Akademy ta stân yn oerienstimming mei de Minister fan Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskip en de provinsje Fryslân. De provinsje sil dêr de útkomsten fan de gateway review by behelje.

Ynspanning: Ryk/provinsje

3 Finansiering

De finansjele middels fan de Minister fan Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskip foar de Fryske Akademy, ynklusyf de middels foar de húsfêsting, binne yn 1990 (as gefolch fan de para-universitêre operaasje), respektivelik 1994 (as gefolch fan de stelselwiziging húsfêsting), oerdroegen oan de KNAW. Dêrby jildt it neikommende:

de oan de KNAW oerdroegen ryksmiddels binne earmerke en binne bestimd foar de wittenskipsbeoefening oangeande de Fryske wittenskipsûnderwerpen troch de Fryske Akademy en foar de húsfêsting fan it ynstitút; KNAW beoardielet de kwaliteit fan de wittenskipsbeoefening troch de Fryske Akademy; dêrûnder is ek begrepen de doelmjittigens fan de programmearring mei yn relaasje ta aktiviteiten op dat wittenskipsmêd earne oars.

Ynspanning: Ryk

4 Oerlis

As de KNAW op grûn fan har oardiel as bedoeld ûnder 3 fan betinken is dat yn har beskikber stellen fan middels oan de Fryske Akademy in substansjele wiziging komme moat, bringt hja dat fuortdaliks ta kundskip fan de Minister fan Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskip. Eardat der in beslút oer nommen wurdt, oerlizze de Minister fan Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskip en Deputearre Steaten fan Fryslân mei-inoar, om te besykjen de doelstellings op in oare manier te ferwêzentlikjen.

Ynspanning: Ryk/provinsje

5 Beskikber stellen fan middels oan de Fryske Akademy

As de provinsje Fryslân yn har omgean lit en ferleegje de middels dy’t oan ‘e Fryske Akademy beskikber steld wurde, dan bringt sy dat foarnimmen fuortdaliks ta kundskip fan de Minister fan Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskip. Eardat der in beslút oer nommen wurdt, oerlizze Deputearre Steaten fan Fryslân en de Minister fan Ûnderwiis, Kultuer en Wettenskip, om de doelstellings op in oare wize te ferwêzentlikjen.

Ynspanning: Ryk/provinsje

5.3 Ôfspraken oer de Fryske literatuer
1 Fryske literatuer

De provinsje befoarderet de produksje, fersprieding en it lêzen fan Frysktalige boeken. Dêrta set sy de eigen subsydzjeregelings yn, wurde ôfspraken mei taal- en literatuerynstellings makke, stimulearret en fasilitearret sy de ûntwikkling en stipe fan biblioteekbelied, rjochte op oanskaf fan titels, aktiviteiten, kennis en produkten foar de Fryske taal en kultuer en meartaligens. Jongereinliteratuer en boeken foar jonge bern hawwe dêrby bysûnder omtinken.

Ynspanning: provinsje

2 Tresoar

Tresoar hat as provinsjale biblioteek en (wittenskiplike) argyfynstelling in wichtige funksje as bewarplak en kennisynstitút oangeande de Fryske taal, kultuer, skiednis en literatuer. It Ryk, de provinsje en it Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum sitte mei-inoar yn de mienskiplike regeling Letterhoeke en binne yn it algemien bestjoer fan Tresoar fertsjintwurdige.

Ynspanning: Ryk/provinsje

3 Digitalisearring

Digitalisearring is in ynstrumint om literatuer fierder te ûntsluten en te fersprieden. De digitalisearringsaktiviteiten binne rjochte op it behâld en it behear fan de digitale kolleksje fan it provinsjale kulturele erfgoed.

Ynspanning: Ryk/provinsje

4 It Nederlânske Letterenfûns

It Nederlânske Letterenfûns jout yn syn aktiviteiten ek omtinken oan Frysktalige literatuer. De wurkbeurzen foar auteurs en oersetters fan it Nederlânsk Letterenfûns binne dêrta ek tagonklik foar Fryske skriuwers. Dêrby wurdt rekken hâlden mei de spesifike merk- en ôfsetomstannichheden fan dy skriuwers.

Ynspanning: Ryk

5.4 Ôfspraken oer stipe-, befoarderings- en kennisynstellings
1 Stipeynstelling Fryske keunst en kultuer

Der is in stipeynstelling oangeande de Fryske keunst en kultuer dy’t him rjochtet op amateurkeunstbeoefening, kultuerpartisipaasje en kultueredukaasje op it mêd fan meardere dissiplinen. De stipeynstelling wurdt stimulearre de ferbining te meitsjen tusken keunst, erfgoed en taaledukaasje yn it ûnderwiis, as oanfolling op it winnen fan taal yn it ûnderwiis. By it oangean fan dy bestjoersôfspraak is dat Keunstwurk yn Ljouwert.

Ynspanning: provinsje

2 Taalbefoarderingsynstitút

Der is taalbefoarderingsynstitút dat har dwaande hâldt mei de oerdracht, ûntwikkeling en befoardering fan de Fryske taal oangeande alle (maatskiplike) domeinen fan dizze bestjoersôfspraak. By it oangean fan dy bestjoersôfspraak is dat de Afûk yn Ljouwert.

Ynspanning: provinsje

3 Ferbining kennisynstellings mei útfiering fan belied

De kommende jierren sil mei klam ynset wurde op de ferbining fan de kennis fan Fryske taal en kultuer by de provinsjale kennisynstellings mei de útfierders fan belied op it mêd fan taal en kultuer, yn edukaasje, erfgoed, natuer en lânskip en keunst en kultuer.

Ynspanning: provinsje

4 Taalproduksjehûs

Foar kreative produksjes op it mêd fan taal stribje Ryk en provinsje nei it oprjochtsjen fan in produksjehûs foar taal. Dat produksjehûs hat as doel om in ympuls te jaan oan it fuortbringen fan poëzy en proaza en it poadium dêrfoar te ferbreedzjen. It produksjehûs bout fierder op de kreative uterings sa’t dy yn it ramt fan Lân fan taal foar LF2018 makke binne yn de gearwurking tusken partijen as Tresoar, Afûk en Explore the North. Mooglike provinsjale ynstruminten dy’t dêrfoar ynset wurde kinne, binne it Iepen Mienskipsfûns, it evenemintefûns en de mei Fûns Poadiumkeunsten en de troch de gemeente Ljouwert opsette regeling ticketingrisiko’s. Dêrneist soe in berop op it Nederlânsk Letterenfûns dien wurde kinne.

Ynspanning: Ryk/provinsje

5.5 Ôfspraken kulturele aktiviteiten
1 Iepenloftspullen

Om Frysktalige kultuerpartisipaasje te befoarderjen, wurdt de organisaasje fan iepenloftspullen stimulearre. Dêr wurdt ûnder ferstien: in Frysktalige muzykteaterproduksje of in muzykteaterproduksje yn in Fryske streektaal dy’t yn de iepen loft útfierd wurdt yn de perioade fan maart oant oktober.

Ynspanning: provinsje

2 Liet

Om Frysktalige bands in poadium te jaan, fasilitearret de provinsje de organisaasje en útfiering fan ‘Liet’ en it dielnimmen oan ‘Liet Ynternasjonaal’.

Ynspanning: provinsje

3 Frysktalige produksjes

As ferfolch op Lân fan taal, ûnderdiel fan LF2018, ûndersiket de provinsje yn 2019 it opsetten fan in stimulearringsregeling (fasilitearring) foar kreative en fernijende produksjes yn de perifeare Fryske kontekst. Dêrby wurdt tocht oan proaza, poëzy, lietteksten, it sprutsen wurd, foarmjouwing, senario’s, Frysktalige (koarte) films, muzyk ensfh. It doel is om de sichtberens en it brûken fan it Frysk te stimulearjen, te fernijen en te fergrutsjen. Dêrby sil ek de ynternasjonale gearwurking mei oare minderheidstaalregio’s befoardere wurde.

Ynspanning: provinsje

4 Besikerssintrum OBE

It besikerssintrum OBE fan Lân fan taal, as programmaûnderdiel fan LF2018 oer taal, meartaligens en it Frysk yn it bysûnder, sil ek nei LF2018, foar de doer fan de rintiid fan dizze bestjoersôfspraak bestean bliuwe as in unyk en bliuwend poadium foar taal en literatuer.

Ynspanning: provinsje

5 Frysktalich materiaal yn de kulturele sektor

De Fryske taal makket ûnderdiel út fan de Fryske kultuer. De provinsje stimulearret dat de kulturele sektor yn Fryslân by har marketingaktiviteiten, edukatyf- en foarljochtingsmateriaal, katalogy, struibriefkes en sa ek gebrûk makket fan it Frysk en yn dy taal beskikber stelt.

Ynspanning: provinsje

6 Fryske taal en kultuer as ûnderdiel fan it kultuerûnderwiis

As ûnderdiel fan it Ferhaal fan Fryslân en de Fryske identiteit, is it ûntstean en de kontekst fan de Fryske taal en kultuer tige wichtich. De provinsje stjoert derop oan dat it ûnderwiisoanbod net allinne mar rjochte is op it winnen fan taal, mar ek it belang en de wearde fan de Fryske taal as kultuererfgoed yn de kontekst fan it eigen leeffermidden oanjout.

Ynspanning: provinsje

7 Argivearring Fryske film

It Fryske filmerfguod wurdt beheard, útwreide en yn stân hâlden fia it Frysk Film Argyf fanwegen har bysûndere kultuerhistoaryske wearde.

Ynspanning: provinsje

HAADSTIK 6 EKONOMYSK EN SOSJAAL LIBBEN

DIEL III MAATREGELS FOAR IT BEFOARDERJEN FAN IT GEBRÛK FAN REGIONALE TALEN OF TALEN FAN MINDERHEDEN YN IT IEPENBIERE LIBBEN NEFFENS DE NEI OANLIEDING FAN KÊST 2, TWADDE LID, OANGIENE FERPLICHTINGS

Kêst 13. Ekonomysk en sosjaal libben

Yn it Europeesk Hânfêst is it fûnemint foar it brûken fan de Fryske taal yn it ekonomyske en sosjale libben fêstlein. It Ryk en de provinsje diele op grûn fan harren mienskiplike ferantwurdlikens en soarchplicht de fisy dat it brûken fan de Fryske taal yn it ekonomyske en sosjale domein yn fasilitearjende sin troch it Ryk en de provinsje aktyf stimulearre wurdt. It stribjen is dat yn 2030 de kommunikaasje mei en troch meiwurkers, klanten en/of pasjinten yn fierwei de measte bedriuwen en organisaasjes yn Fryslân op basis fan dat it fanselssprekkend is, neist yn it Nederlânsk ek yn de Fryske taal (is) (wêze kin). Ekonomyske en sosjale organisaasjes yn de provinsje binne oertsjûge fan de mooglike mearwearde dy’t it harren opleverje kin om neist de Nederlânske taal ek mei klanten of pasjinten yn de Fryske taal te kommunisearjen. Mooglike (sosjale) behinderings foar it brûken fan it Frysk yn it ekonomyske of sosjale libben binne weinommen. Yn de soarchsektor en by sosjale foarsjennings is it brûken fan it Frysk wenst.

It Ryk en de provinsje wolle yn de perioade fan dizze bestjoersôfspraak dêrfoar de neikommende ôfspraken realisearje:

6.1 Ôfspraken Frysk yn it ekonomysk libben
1 Gebrûk Fryske taal

As bedriuwen en ynstânsjes yn de provinsje Fryslân ynterne foarskriften yn klausules opnimme om it gebrûk fan it Frysk, alteast tusken brûkers fan deselde taal, út te sluten of te beheinen, sil de provinsje dêr aksje op ûndernimme. Út har rol as Taalskipper wei sil de provinsje mei belutsen organisaasjes dêroer yn petear gean. Yn de provinsje Fryslân fêstige ANBI-ynstellings meie yn de Fryske taal oan de Belestingtsjinst ferantwurding ôflizze, sûnder dat it ynfloed op harren ANBI-status hat. De yn Fryslân fêstige ANBI-ynstellings mei ANBI-status sille troch de provinsje skriftlik fan dat rjocht op ‘e hichte brocht wurde.

Ynspanning: Ryk/provinsje

2 Stimulearje gebrûk Frysk yn eksterne kommunikaasje bedriuwen

Bedriuwen yn de provinsje Fryslân sille stimulearre wurde it Frysk te brûken en it dêrmei sichtberder te meitsjen.

Ynspanning: provinsje

3 Fryske taal, kultuer en identiteit yn bedriuwslibben

Der sil fierder wurke wurde oan it ferbetterjen fan de posysje fan it Frysk yn it ekonomyske domein. Mei help fan ûnder oare kennissesjes wurdt de mearwearde fan de Fryske taal, kultuer en identiteit foar it bedriuwslibben ynsichtlik makke. It doel fan dy kennissesjes is om ûndernimmers de mooglikheden sjen te litten om harren identiteit as Frysk bedriuw fuort te sterkjen. Foar de doer fan dizze bestjoersôfspraak sil it Stipepunt Frysk, dat by it taalbefoarderingsynstitút ûnderbrocht is, dêrby in rol spylje.

Ynspanning: provinsje

6.2 Ôfspraken Frysk yn it sosjale libben
1 Frysk yn ‘e soarch

It projekt ‘Frysk yn ‘e soarch’ wurdt trochset. Der sil ûnder oare ynset wurde op sichtberens fan it Frysk en dat it brûken fan de Fryske taal yn de soarch fanselssprekkend is. It projekt set ûnder oare yn op kreamhelp, konsultaasjeburo’s, sikehuzen, ferpleechhuzen, húsdokters, de meldkeamer en WMO-thússoarch. By kontakten mei ferpleechhuzen sil sjoen wurde yn hoefier’t der in relaasje lein wurde kin mei it opnimmen fan it Frysk yn it kwaliteitsramt. Dêrfoar moat der oerlis komme mei gemeenten dy’t ferantwurdlik binne foar de útfiering fan de WMO, de ynkeap fan soarch en de kontakten mei de soarchfersekerders.

Ynspanning: provinsje

2 Ûndersykje mooglik plak Fryske taal by hbo-soarchopliedings

Yn de rintiid fan dizze bestjoersôfspraak wurdt troch de provinsje ûndersocht oft it mooglik is om it belang fan it brûken fan de memmetaal of it taalbewustwêzen yn it kurrikulum fan ûnderskate soarch- en wolwêzenopliedings op hbo-nivo op te nimmen (neist it mbo-soarchûnderwiis).

Ynspanning: Ryk/provinsje

3 Pilot twatalige digitale helpmiddels yn de Fryske soarch

Yn de rintiid fan dizze bestjoersôfspraak sil troch de provinsje neigien wurde, by need mei in pilot, yn hoefier’t it mooglik is om yn oerlis mei it ministearje fan Folkssûnens, Wolwêzen en Sport twatalige animaasjefilmkes yn alle Fryske sikehuzen yn te setten. Dêrfoar sil earst yn kaart brocht wurde, hokker Frysktalige helpmiddels foar soarchynstellings der al binne en hokker helpmiddels mooglik ferlet fan is by de Fryske sikehuzen. Derby wurde ek de mooglikheden meinommen om dy middels yn WMO/WLZ yn te setten.

Ynspanning: Ryk/provinsje

HAADSTIK 7 ÚTWIKSELING OER DE GRINZEN HINNE

DIEL III MAATREGELS FOAR IT BEFOARDERJEN FAN IT GEBRÛK FAN REGIONALE TALEN OF TALEN FAN MINDERHEDEN YN IT IEPENBIERE LIBBEN NEFFENS DE NEI OANLIEDING FAN KÊST 2, TWADDE LID, OANGIENE FERPLICHTINGS

Kêst 14. Útwikseling oer de grinzen hinne

It Ryk en de provinsje diele op grûn fan harren mienskiplike ferantwurdlikens en soarchplicht de fisy dat op langere termyn de bysûndere posysje fan de kulturele en taalminderheid de Friezen net allinne yn Fryslân, mar yn Europa en ek dêrbûten in bysûndere posysje hawwe. Yn 2030 seit it himsels dat it Ryk yn har ynternasjonale kommunikaasje oer de posisjonearring fan de Nederlânske taal en kultuer ek aktyf de Fryske taal en kultuer posityf beneamd. De provinsje Fryslân stiet yn 2030 yn it bysûnder bekend om har kennis oangeande it befoarderjen fan in minderheidstaal yn in meartalige kontekst.

It Ryk en de provinsje wolle yn de perioade fan dizze bestjoersôfspraak dêrfoar de neikommende ôfspraken realisearje:

7.1 Ôfspraken útwikseling oer de grinzen hinne
1 Network to Promote Linguistic Diversity

It Europeeske Network to Promote Linguistic Diversity (NPLD) is in wichtige platfoarmorganisaasje, dêr’t gebieten en regio’s, dêr’t in minderheids- of regionale taal yn gebrûk is, lid fan binne. De provinsje Fryslân hat as foaroansteande regio yn dat netwurk, meardere kearen de posysje fan foarsitter ynfolle. Sy bliuwt ek foar de doer fan dizze bestjoersôfspraak lid fan it NPLD, dielt en ferspriedt kennis oer taal en meartaligens en sil yn gearspraak mei de oare leden bydrage oan it organisearjen fan gearkomsten mei ynhâldlike tema’s. It platfoarm wurdt aktyf brûkt om de kennis oer meartaligens te dielen. De ynset dêrby is om de ferbining tusken de wittenskiplike wrâld, de beliedsûntwikkeling en dy fan de (praktyske) taalbefoardering fan it Frysk (noch) better ta stân te bringen. Ek wol dit platfoarm wêr’t dat mooglik is, mear mei-inoar gearwurkje, sa as yn de European Roadmap for Linguistic diversity fêstlein is. Yn de rin fan de perioade fan de bestjoers-ôfspraak sil troch de provinsje ynset wurde op útwreiding fan it platfoarm mei ferskate regio’s.

Ynspanning: provinsje

2 Mercator Europeesk Kennissintrum foar meartaligens en taallearen

De provinsje hâldt it Mercator Europeesk Kennissintrum foar Meartaligens en Taallearen mei yn stân en stribbet dernei de kennis dy’t Mercator op it mêd fan meartalich ûnderwiis opdien hat út te wreidzjen nei de oare domeinen fan it Europeesk Hânfêst, lykas kulturele aktiviteiten en ekonomysk en sosjaal libben. Dêrfoar kin it NPLD-netwurk ek ynset wurde. By it fierder yn stân hâlden fan it Mercator Europeesk kennissintrum is it ek fan belang om de ferbining tusken de wittenskiplike wrâld, de beliedsûntwikkeling en dy fan de (praktyske) taalbefoardering (noch) better ta stân te bringen. Dêrby sil as tuskenskeakel it taalsintrum OBE, de tagongspoarte fan Lân fan taal, salang’t dizze bestjoersôfspraak rint, behelle wurde.

Ynspanning: provinsje

3 Ynternasjonale projekten

De provinsje sil as (lead)partner yn mear ynternasjonale projekten dielnimme, yn gearwurking mei partners út ûnderskate minderheidstaalgebieten en ferlykbere Europeeske regio’s. Dêrby wurdt gebrûk makke fan it NPLD-netwurk, mar ek dêrbûten, lykas it netwurk fan kulturele haadstêden (EcoC), Eurocities en it netwurk om Culture 21/UCLG hinne, mei as doel om konstruktive en duorsume ferbinings te lizzen.

Ynspanning: provinsje

4 Útwikselingsprojekten foar jongerein

De provinsje foarsjocht yn in regeling dy’t it mei mooglik makket om útwikselingsprojekten foar jongerein út minderheidstaalgebieten te beoarderjen, te stimulearjen en der oan diel te nimmen. By dy útwikselingsprojekten sil ynset wurde om de Nederlânske ambassades yn útwikselingsgebieten der ek aktyf by te beheljen.

Ynspanning: provinsje

5 Útwikseling oangeande taal, kultuer en ûnderwiis

Ynhâldlike kontakten en útwikseling op it mêd fan taal, kultuer en ûnderwiis tusken de provinsje Fryslân en de fan âlds besibbe taalgebieten yn de Waadregio wurde trochset en yn goed ûnderling oerlis mooglik yntinsivearre. Dêrby sil yn de rintiid fan dizze bestjoersôfspraak yn it bysûnder sjoen wurde nei de mooglikheden om útwikseling en gearwurking tusken de Fryske taalgebieten yn Nederlân en Dútslân (en de Waadregio) út te fieren.

Ynspanning: provinsje

6 Útwreiding fan aktiviteiten oer de grinzen hinne

Aktiviteiten oer de grinzen hinne sille net allinne beheind bliuwe ta de Fryske taalgebieten yn Dútslân, mar útwreide wurde nei oare minderheidstaalgebieten yn Europa of oare wrâlddielen. Der sil yn it bysûnder sjoen wurde nei mooglikheden om yn Ynterreg-ferbân mienskiplik it taalaspekt op te pakken.

Ynspanning: provinsje

7 Foarljochtingsbelied Nederlânske ambassades

De Fryske taal en kultuer moat in dúdlik plak krije yn it foarljochtingsbelied fan de Nederlânske ambassades oer de taal en kultuer fan Nederlân. Yn it berjochte-ferkear fan it ministearje fan Utlânske Saken wurdt foar de doer fan de rintiid fan de BFTK twa kear in ynstruksje stjoerd oan de Publyksdiplomasy en Kulturele Saken- ôfdielings fan alle Nederlânske ambassades om it wetlike plak fan de Fryske taal en kultuer ûnder de oandacht te bringen. Nederlânske ambassades wurde mei dy ynstruksjes oantrune om yn publyksdiplomasy en kultuerbelied mei it wetlike plak fan de Fryske taal en kultuer rekken te hâlden. Ad hoc kin it punt oangeande Fryske taal en kultuer ek meinommen wurde yn de saneamde weromkomdagen en profesjonalisearring fan de kultuerattasjees.

Ynspanning: Ryk

8 Fryske taal en kultuer yn Europeeske gearwurkingsprogramma’s

By de tanimmende belangstelling foar de regionale identiteit yn it nasjonale en ynternasjonale kultuerbelied, fertsjinnet de posysje fan de Fryske taal en kultuer yn it bysûnder omtinken. Regionale projekten en projekten oer grinzen hinne yn de Europeeske gearwurkingsprogramma, dy’t it Fwrysk yn in meartalige kontekst befoarderje, sille dêrom as dat mooglik is stimulearre en stipe wurde.

Ynspanning: Ryk

HAADSTIK 8 EINBEPALINGS

1 Periodyk oerlis

Oer de útfiering fan de aktiviteiten yn it ramt fan dizze bestjoersôfspraak wurdt periodyk, mar op syn minst ienris jiers, ûnder lieding fan de Minister fan Ynlânske Saken en Keninkryksrelaasjes troch de partijen bestjoerlik oerlis fierd. By dat oerlis sille ek oanrekommandaasjes fan it Committee of Experts bepraat wurde kinne.

Ynspanning: Ryk/provinsje

2 Planning

De foarlizzende bestjoersôfspraak sil yn de perioade 2019-2023 ymplemintearre wurde.

Ynspanning: Ryk/provinsje

3 It jaan fan ynformaasje

Om de Twadde Keamer en Provinsjale Steaten fan Fryslân goed te ynformearjen oer de útfiering fan dizze bestjoersôfspraak wurdt der healwei de rintiid fan de bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer (2021) in tuskenrapportaazje opsteld. Dêrfoar hawwe de oanbelangjende útfieringsorganisaasjes en oerheden oerlis oer yn hoefier’t de ôfspraken út dizze bestjoersôfspraak realisearre binne. Foarôfgeand oan de tuskentiidske evaluaasje sille leden fan de Twadde Keamer (Fêste Keamerkommisje BZK, J&V en OCW) foar in wurkbesite oan de provinsje Fryslân útnûge wurde.

Ynspanning: Ryk/provinsje

4 Amtlik oerlis

It oerlis, as bedoeld yn kêst 8.1, wurdt amtlik troch it Ryk en de provinsje taret, ûnder ferantwurdlikens fan it koördinearjend ministearje fan Ynlânske Saken en Keninkryksrelaasjes. Foar ymplemintaasje fan de bestjoersôfspraak is der alle fearnsjierren struktureel regulier amtlik oerlis tusken it koördinearjend ministearje en de provinsje. As dat winske wurdt, wurde by dy oerlizzen ienris yn ’t jier ek de amtners behelle dy’t der út de oare ministearjes (J&V en OCW) wei mei anneks binne. De neikommende taken wurde troch dat amtlik oerlis dien:

  • a. de tarieding fan it bestjoerlik oerlis as bedoeld yn kêst 8.1;

  • b. de tarieding fan de rapportaazje oan de Twadde Keamer en oan Provinsjale Steaten fan Fryslân, as bedoeld yn kêst 8.3;

  • c. de fuortgongskontrôle fan de ymplemintaasje fan de ferplichtings dy’t út it Europeesk Hânfêst en it Ramtferdrach oangeande de beskerming fan Nasjonale Minderheden folgje, opskreaun yn de foarlizzende bestjoersôfspraak;

  • d. de mooglike opfolging fan advizen fan it advysorgaan DINGtiid wurde bepraat en fêststeld.

5 Folsleine of parsjele wiziging

Dizze bestjoersôfspraak kin net foar it gerjocht ôftwongen wurde. As dizze bestjoersôfspraak net langer foarsjocht en by mooglik skeel sille partijen op ‘e tiid mei-inoar yn oerlis gean om op minlike wize ta in oplossing te kommen. Yn it gefal der troch partijen it ferlet is om de ôfspraak alhiel of foar in part te wizigjen, dan wurdt dat kenber makke yn it oerlis as bedoeld yn kêst 8.1. Yn dat oerlis wurde dêroer dan fierdere ôfspraken makke. It kommen ta in nije bestjoersôfspraak is in wetlike taak fan it Ryk en de provinsje Fryslân. As partijen it iens binne oer in folsleine of parsjele wiziging dan kin dat yn oerlis tuskentiids trochfierd wurde.

6 Beëinigjen fan de ôfspraken

De bestjoersôfspraak kin beëinige wurde, mitsdat it útstel ien jier tefoaren skriftlik oan de oare partijen meidield wurdt en beide partijen dermei ynstimme. By it periodyk oerlis as bedoeld yn kêst 8.1 lizze de partijen oer de dan ûntstiene situaasje oer.

7 Oersetting bestjoersôfspraak

De tekst fan de bestjoersôfspraak wurdt yn de Nederlânske en Fryske taal as ien ôfspraak publisearre yn de Staatscourant en yn in Ingelske oersetting oan de Ried fan Europa tastjoerd.

8 It yngean en termyn

De bestjoersôfspraak giet yn op it momint fan har ûndertekening en hat in rintiid fan 5 jier. As der nei dy perioade noch net in nije bestjoersôfspraak oerienkommen is, sil dizze bestjoersôfspraak fan krêft bliuwe oant de ûndertekening fan de nije.

9 Tapaslik rjocht

Op dizze bestjoersôfspraak is inkeld en allinne Nederlânsk rjocht fan tapassing.

Titel

Dizze bestjoersôfspraak wurdt oanhelle as: Bestjoersôfspraak Fryske Taal en Kultuer 2019 – 2023 (BFTK)

Sa is oerienkommen yn twafâld, yn de Fryske taal likegoed as yn de Nederlânske, en ûndertekene,

Ljouwert, 30 novimber 2018,

De Steat fan de Nederlannen, K.H. Ollongren Minister fan Ynlânske Saken en Keninkryksrelaasjes

De provinsje Fryslân, A.A.M. Brok Kommissaris fan de Kening fan de provinsje Fryslân Ek út namme fan de Minister fan Justysje en Feiligens, en de Minister fan Ûnderwiis, Kultuer en Wittenskip en de Minister foar Basis- en Fuortset ûnderwiis en Media


X Noot
3

Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden

X Noot
4

Er zijn twee verschillende definities van Friese identiteit in gebruik. Eén definitie is primair gebaseerd op taal en de andere op oorsprong: Gorter, D. Jelsma, G.H., Van der Plank, P.H., De Vos, K., (1984) Taal yn Fryslân. Undersyk nei taalgedrach en taalhâlding yn Fryslân. Ljouwert, Fryske Akademy, p. 428.

X Noot
5

Taalsurvey2018 (Fryske Akademy), Taalatlas 2015 (Provinsje Fryslân)

X Noot
6

Zo geeft nog steeds meer dan 80 procent aan het Fries ‘heel makkelijk’ tot ‘goed’ te verstaan. De cijfers zijn hier over de jaren heen vrij stabiel. Wat het spreken betreft is er wel een neergaande lijn zichtbaar vanaf 1994, van 91 procent naar 65 procent voor ‘heel makkelijk’ tot ‘goed’ (Taalsurvey 2018, Fryske Akademy).

X Noot
7

Meer informatie over Taalplan Frysk is opgenomen in hoofdstuk 2: onderwijs.

X Noot
9

Het stuk ‘De Taalskipper Frysk’ zal bij de aanbieding van de BFTK ook ter informatie aan de PS en de TK aangeboden worden.

X Noot
10

Uitvoeringsconvenant Friese taal en cultuur 2005, Staatscourant, jaargang 2005, nr. 58, 23 maart 2005: ‘4.5. De Minister van BZK bevordert dat in relevante wet- en regelgeving van de rijksoverheid de officieel vastgestelde provincienaam Fryslân zal worden gebezigd.”

X Noot
11

Het Friese taalgebied betreft alle Friese gemeenten met uitzondering van de Waddeneilanden en gemeente Weststellingwerf.

X Noot
3

Europeesk Hânfêst foar regionale talen en talen fan minderheden

X Noot
4

Der binne twa ûnderskate definysjes fan Fryske identiteit yn gebrûk. Ien definysje is primêr op taal basearre en de oare op oarsprong: Gorter, D. Jelsma, G.H., Van der Plank, P.H., De Vos, K., (1984) Taal yn Fryslân. Undersyk nei taalgedrach en taalhâlding yn Fryslân. Ljouwert, Fryske Akademy, p. 428.

X Noot
5

Taalsurvey2018 (Fryske Akademy), Taalatlas 2015 (Provinsje Fryslân)

X Noot
6

Sa jout noch hieltyd mear as 80 persint oan it Frysk ‘hiel maklik’oant ‘goed’ te ferstean. De sifers binne oer de jierren hinne frij stabyl. Wat it praten oanbelanget, kin men sjen dat fan 1994 it foar ‘hiel maklik’ oant ‘goed’ sakket fan 91 persint nei 65 persint (Taalsurvey 2018, Fryske Akademy).

X Noot
7

Mear ynformaasje oer Taalplan Frysk is yn haadstik 2: ûnderwiis, opnommen.

X Noot
9

It stik ‘De Taalskipper Frysk’ sil by it oanbieden fan de BFTK ek foar kundskip oan PS en de TK oanbean wurde.

X Noot
10

Uitvoeringsconvenant Friese taal en cultuur 2005, Staatscourant, jaargang 2005, nr. 58, 23 maart 2005: ‘4.5. De Minister van BZK bevordert dat in relevante wet- en regelgeving van de rijksoverheid de officieel vastgestelde provincienaam Fryslân zal worden gebezigd.”

X Noot
11

It Fryske taalgebiet bestiet út alle Fryske gemeenten mei útsûndering fan de Waadeilannen en gemeente Weststellingwerf.

Naar boven