De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op artikel 15.51, derde lid, van de Wet milieubeheer;
BESLUIT:
TOELICHTING
Met dit besluit stelt de Minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming
met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de hoeveelheid CO2-emissies vast die de glastuinbouwsector in het kalenderjaar 2017 en 2018 binnen het
zogenoemde kostenvereveningssysteem zonder financiële consequenties kan emitteren.
Tegen dit besluit kan geen beroep worden ingesteld op grond van artikel 1 van bijlage
2 van de Algemene wet bestuursrecht (onder Wet milieubeheer, onderdeel c). De vastgestelde
hoeveelheid voor het kalenderjaar 2017 en 2018 bedraagt respectievelijk 5,1 megaton
CO2-emissies en 4,8 megaton CO2-emissies. Wordt de vastgestelde hoeveelheid overschreden, dan zijn de aangewezen
inrichtingen een vergoeding verschuldigd op grond van artikel 15.52 van de Wet milieubeheer.
Tot de CO2-emissies behoren ook de CO2-emissies die samenhangen met warmte welke is afgenomen van een ander bedrijf, met
uitzondering van de CO2-emissies van warmte welke is afgenomen van een inrichting die deelneemt aan het kostenvereveningssysteem
of aan het Europese systeem van handel in broeikasgasemissierechten (EU ETS). De laatstgenoemde
CO2-emissies worden immers verantwoord door de inrichtingen die de warmte hebben opgewekt.
Met het vaststellen van de hoeveelheid CO2-emissies voor het kalenderjaar 2017 en 2018 is als volgt uitvoering gegeven aan de
afspraken die hierover zijn vastgelegd in het Convenant CO2-emissieruimte binnen het CO2-sectorsysteem glastuinbouw voor de periode 2013-2020 (hierna: het Convenant), hetgeen
in 2018 is geactualiseerd.
In het geactualiseerde Convenant is afgesproken dat de basis voor het boekjaar 2015
(te weten 6,2 Megaton CO2-emissies) in de periode 2016-2020 lineair afneemt naar 4,6 Megaton CO2-emissies in 2020.
Uit de lineaire afname van de basis volgt voor 2017 een basis van 5,6 Megaton CO2-emissies. Vervolgens is voor de inrichtingen die op 1 januari 2017 deelnamen aan
het EU ETS op grond van cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit per inrichting
het gemiddelde van de jaarlijkse allocatie in de periode 2010-2012 berekend. Het gemiddelde
van deze inrichtingen is bij elkaar opgeteld en vervolgens verminderd met een factor
0,0174 maal het aantal jaren na 2010 (0,0174 x 7). Dit resulteert in 0,5 Megaton CO2-emissies. Deze emissie dient volgens het geactualiseerde convenant gecorrigeerd te
worden met de verhouding tussen de huidige basis emissieruimte en de basis emissieruimte
volgens het oorspronkelijke convenant (dit is de waarde voor 2017 die afgeleid wordt
uit de lineaire lijn tussen 7,5 in 2013 en 6,2 in 2020, zijnde 6,8). Dit resulteert
in (0,5 x 5,6/6,8) afgerond 0,4 Megaton CO2-emissies.
De 0,4 Megaton CO2-emissies wordt in mindering gebracht op de basis van 5,6 Megaton totale CO2-emissies, wat resulteert in 5,1 Megaton totale CO2-emissies. Voor de tussenstappen van de berekening zijn hier afgeronde waarden getoond
maar onafgeronde waarden gebruikt.
Uit de lineaire afname van de basis volgt voor 2018 een basis van 5,2 Megaton CO2-emissies. Vervolgens is voor de inrichtingen die op 1 januari 2018 deelnamen aan
het EU ETS op grond van cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit per inrichting
het gemiddelde van de jaarlijkse allocatie in de periode 2010-2012 berekend. Het gemiddelde
van deze inrichtingen is bij elkaar opgeteld en vervolgens verminderd met een factor
0,0174 maal het aantal jaren na 2010 (0,0174 x 8). Dit resulteert in 0,5 Megaton CO2-emissies. Deze emissie dient volgens het geactualiseerde convenant gecorrigeerd te
worden met de verhouding tussen de huidige basis emissieruimte en de basis emissieruimte
volgens het oorspronkelijke convenant (dit is de waarde voor 2018 die afgeleid wordt
uit de lineaire lijn tussen 7,5 in 2013 en 6,2 in 2020, zijnde 6,6). Dit resulteert
in (0,5 x 5,3/6,6) afgerond 0,4 Megaton CO2-emissies.
De 0,4 Megaton CO2-emissies wordt in mindering gebracht op de basis van 5,2 Megaton totale CO2-emissies, wat resulteert in 4,8 Megaton totale CO2-emissies. Voor de tussenstappen van de berekening zijn hier afgeronde waarden getoond
maar onafgeronde waarden gebruikt.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes