Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 november 2018, kenmerk 183332-DMO, houdende instelling van de Wetenschappelijke Adviescommissie voor het programma “Eén tegen Eenzaamheid” (Instellingsbesluit Wetenschappelijke Adviescommissie ’Eén tegen eenzaamheid’

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

a. Minister:

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. commissie:

de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1. Er is een Wetenschappelijke Adviescommissie voor het actieprogramma Eén tegen eenzaamheid.

  • 2. De commissie heeft tot taak:

    • a. Het voeden van de lokale en landelijke coalities van het actieprogramma met kennis en inzichten door:

      • kennis te synthetiseren: kennis over eenzaamheid samenbrengen en inbrengen bij landelijke en lokale coalities.

      • onderzoek te programmeren: kennisbehoeften uit praktijk en wetenschap bundelen, op basis daarvan een onderzoeksagenda opstellen en deze jaarlijks actualiseren.

    • b. Landelijke en lokale coalities adviseren over de monitoring van de effectiviteit van het programma door middel van jaarlijkse meting van proces- en uitkomstindicatoren.

Artikel 3 Samenstelling, benoeming, ontslag

  • 1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste 6 en ten hoogste 10 andere leden.

  • 2. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister benoemd.

  • 3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

  • 4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de Minister een ander lid benoemen.

  • 5. De voorzitter en andere leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de Minister.

Artikel 4 Instellingsduur

De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 september 2018 en wordt opgeheven per 1 juli 2021.

Artikel 5 Leden

  • 1. Te rekenen vanaf 1 september worden voor de periode van 1 september 2018 tot en met 30 juni 2021 tot lid van de commissie benoemd:

    • a. de heer H. Smid te Den Haag, tevens voorzitter;

    • b. de heer dr. C. van Campen, te Utrecht;

    • c. mevrouw prof. dr. C.M. T. Fokkema, te Leiden;

    • d. mevrouw prof. dr. J. Gierveld, te Den Haag;

    • e. mevrouw dr. ir. M.H. Kwekkeboom, te Weesp;

    • f. mevrouw prof. dr. J.E.M. Machielse, te Breda;

    • g. mevrouw dr. L.S. Moonen, te Hasselt (België);

    • h. de heer dr. E.C. Schoenmakers, te Berkel-Enschot,

    • i. de heer prof. dr. T.G. van Tilburg, te Amsterdam.

Artikel 6 Secretariaat

  • 1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

  • 2. In het secretariaat van de commissie wordt voorzien door de Minister.

  • 3. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

  • 4. Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.

  • 5. De secretaris en de medewerkers van het secretariaat zijn geen lid van de commissie.

  • 6. Indien ambtenaren, in dienst van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, tot secretaris of medewerker worden benoemd, zijn zij tegenover anderen dan de commissie verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in het verband van de werkzaamheden van de commissie bekend is geworden.

Artikel 7 Werkwijze

  • 1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 8 Informatieplicht

De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hen gewenste inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 9 Vergoeding

  • 1. De voorzitter en de andere leden (alsmede de personen als bedoeld in artikel 7, tweede lid) ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijden.

  • 2. De vergoeding per vergadering van de leden (alsmede de personen als bedoeld in artikel 7, tweede lid) bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

  • 3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

Artikel 10 Kosten van de commissie

  • 1. De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en

    • c. de kosten voor het beschikbaar stellen van de opgedane kennis aan de lokale coalities.

  • 2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de Minister aan.

Artikel 11 Verantwoording

De commissie doet jaarlijks verslag aan de Minister over de activiteiten van de commissie in het betreffende jaar.

Artikel 12 Eindverslag

De commissie brengt vóór 1 juli 2021 haar eindverslag uit aan de Minister.

Artikel 13 Openbaarmaking

Adviezen, notities, verslagen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, zijn openbaar en worden door de Minister aan de landelijke coalitie en lokale coalities beschikbaar gesteld.

Artikel 13 Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Maatschappelijke Ondersteuning van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2018.

  • 2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 juli 2021.

Artikel 15 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Wetenschappelijke Adviescommissie ‘Eén tegen eenzaamheid’.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

TOELICHTING

Algemeen

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hecht grote waarde aan een wetenschappelijke onderbouwing van de aanpak van eenzaamheid en de activiteiten binnen het programma ‘Eén tegen eenzaamheid’. Om hier invulling aan te geven stelt de Minister een externe ad hoc commissie in. Deze commissie bestaat uit externe onderzoekers, die vanuit een bepaalde deskundigheid op het gebied van eenzaamheid onder 75-plussers de nationale en lokale coalities adviseren.

De voorzitter en leden hebben de aantoonbare inhoudelijke, wetenschappelijke deskundigheid en ervaring die voor deze advisering nodig is. Hun kennis en (onderzoeks)vaardigheden op het terrein van eenzaamheid onder 75-plussers vullen elkaar aan. Daarnaast hebben zij maatschappelijke kennis en ervaring op of binnen dit beleidsterrein. De statuur van de voorzitter en leden past bij taakopdracht van de commissie: alle leden, of de kennisinstellingen waaraan zij verbonden zijn, zijn ‘toonaangevend’ op het gebied van onderzoek naar eenzaamheid.

De Wetenschappelijke Advies Commissie van het programma ‘Eén tegen eenzaamheid’ heeft twee opdrachten:

Opdracht 1. Het voeden van de lokale en landelijke coalities van het actieprogramma met kennis en inzichten door:

  • kennis te synthetiseren: kennis over eenzaamheid samenbrengen en inbrengen bij landelijke en lokale coalities.

  • onderzoek te programmeren: kennisbehoeften uit praktijk en wetenschap bundelen, op basis daarvan een onderzoeksagenda opstellen en deze jaarlijks actualiseren.

Opdracht 2: Landelijke en lokale coalities adviseren over de monitoring van de effectiviteit van het programma door middel van jaarlijkse meting van proces- en uitkomstindicatoren.

Ten eerste zorgt de commissie dat lokale en landelijke coalities op frequente basis met kennis en inzichten worden gevoed, waarmee zij direct aan de slag kunnen. De commissie voert daartoe zelf kennissyntheses uit en rapporteert deze. Voorts stelt ze een kennisprogramma op, waarvan de uitvoering wordt belegd bij ZonMw. Op basis van de producten, geproduceerd in het kader van dit kennisprogramma, adviseert de commissie onderdelen van het actieprogramma, de landelijke coalitie en lokale coalities tegen eenzaamheid.

Ten tweede adviseert de commissie de nationale- en lokale coalities over de monitoring van de effectiviteit van het programma ‘Eén tegen eenzaamheid’ van kabinet Rutte-III. Op grond van het advies van de commissie zal een jaarlijkse ‘foto’ worden gemaakt, van een vaste selectie van indicatoren, waaronder een meting van de prevalentie van eenzaamheid. In dat verband beziet de commissie onder meer of het aanbeveling verdient om stellingen op de eenzaamheidssschaal van De Jong-Gierveld, die beleidsmatig kunnen worden beïnvloed, zwaarder te wegen.

Aangezien de commissie het programma ‘Eén tegen eenzaamheid’ voedt, heeft de te onderzoeken problematiek betrekking op het thema van het programma, namelijk eenzaamheid onder 75-plussers. De opdracht van de commissie loopt gedurende de looptijd van het programma, namelijk tot 1 juli 2021.

De Wetenschappelijke Advies Commissie stelt haar werkwijze zelf vast. Van de commissie wordt verwacht dat zij haar werkzaamheden zorgvuldig verricht en rapporten zodanig verantwoordt dat de Minister zich een oordeel kan vormen over de deugdelijkheid van de grondslag van de rapporten. Op grond van artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht zijn commissieleden verplicht tot geheimhouding van alle gegevens waarover zij uit hoofde van hun functie de beschikking krijgen. Deze geheimhoudingsplicht moet overigens wijken als een wettelijk voorschrift tot openbaarmaking van bepaalde gegevens verplicht (hetgeen bijvoorbeeld het geval kan zijn als een commissie lid dient te getuigen in een rechtelijke procedure).

De commissie brengt ter verantwoording jaarlijks verslag uit aan de Minister over de activiteiten van de commissie, en/of de activiteiten die zij coördineert, in het betreffende jaar. Het gaat hierbij om een feitelijk verslag van activiteiten, zoals bijeenkomsten, uitgebrachte publicaties en rapportages en de stand van zaken rond opgestarte onderzoeken.

In het kader van het collectieve leren zijn rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, openbaar en worden door de Minister aan de landelijke en lokale coalities beschikbaar gesteld.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

Naar boven