Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 27 november 2018, nr. DGETM/18275179, houdende wijziging opslagvergunning Norg

1. Inleiding

Op 22 oktober 2018 is van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (‘NAM’) een aanvraag ontvangen, gedateerd 19 oktober, tot wijziging van de opslagvergunning Norg. Het gasveld Norg is gelegen in de winningsvergunning Drenthe IIb. Dit gasveld wordt binnen het gasgebouw sinds 1997 gebruikt voor de opslag van gas. NAM en de Staat hebben in 1995 bij overeenkomst in het kader van de opslag onder andere afspraken gemaakt over een afdracht van de met de opslag behaalde winst. In 2003 is de Mijnbouwwet in werking getreden. NAM heeft daardoor van rechtswege een opslagvergunning verkregen (artikel 149, eerste lid, van de Mijnbouwwet). Bij besluit van 31 maart 2003 (Stcrt. 2003, 68) zijn beperkingen en voorschriften opgenomen bij de opslagvergunning Norg. Onder meer zijn voorschriften gesteld over de afdracht aan de Staat, die tot dan toe bij overeenkomst geregeld was. Met het besluit van 31 maart 2003 is de overeenkomst uit 1995 komen te vervallen (artikel 149, tweede lid, van de Mijnbouwwet).

Artikel 98, tweede lid, van de Mijnbouwwet bepaalt dat de houder van een opslagvergunning jaarlijks een afdracht aan de Staat verschuldigd is voor zover dit in de aan de vergunning verbonden voorschriften is bepaald. In dat zelfde lid wordt bepaald dat de afdracht wordt afgestemd op de omvang van of de voordelen behaald met het opslaan en de daarmee samenhangende activiteiten.

Op 25 juni 2018 is het Akkoord op Hoofdlijnen gesloten tussen de Staat, Shell en ExxonMobil over de aanpassing van het gasgebouw. In het akkoord is opgenomen dat de inkomsten, die NAM voor de gasopslag Norg ontvangt, neerwaarts worden aangepast. Hierdoor nemen de voordelen af, die door NAM worden behaald met de opslag. In het akkoord is daarom opgenomen dat vanaf 1 januari 2018 de afdracht in de zin van artikel 98, tweede lid, van de Mijnbouwwet komt te vervallen voor Norg. Hiertoe dient de opslagvergunning te worden gewijzigd, waarvoor NAM een verzoek heeft ingediend. Met dit besluit komt afdracht die NAM verschuldigd is aan de Staat te vervallen. Door het vervallen van de afdracht is NAM over de winst van de gasopslag Norg uitsluitend nog vennootschapsbelasting verschuldigd.

2. Besluit

Gelet op de in de inleiding genoemde aanvraag van NAM en gelet op artikel 98, tweede lid, van de Mijnbouwwet, neem ik het volgende besluit.

Besluit

ARTIKEL 1

De artikelen 1.4, 1.5 en 1.6 van het besluit inzake de opslagvergunning Norg van 31 maart 2003, kenmerk ME/EP/UM/3005739 (Stcrt. 2003, 68) vervallen.

ARTIKEL 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die waarop dit besluit is bekendgemaakt en werkt terug tot en met 1 januari 2018.

Dit besluit wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van dit besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 27 november 2018

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: A.F. Gaastra, Directeur-Generaal Energie, Telecom en Mededinging

Naar boven