Beschikking van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 15 november 2018, nr.18268100, houdende ontheffing als bedoeld in artikel 65 van de Wet bodembescherming juncto artikel 7 van het Besluit gebruik meststoffen van het verbod op aanwenden van spuiwater in de periode van 16 oktober tot en met 31 januari voor drie opeenvolgende jaren vanaf 2018 en eindigend op 1 april 2021

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

LTO Nederland, Bezuidenhoutseweg 105, 2594 AC Den Haag heeft per e-mail op 29 mei 2018, een verzoek ingediend tot het verlenen van een ontheffing van artikel 4a, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen, voor het toepassen van spuiwater in de fruitteelt op de fruitteeltbedrijven van de maatschap W.J.J. van Dijk en A.H.C. van Wijk-van Wijnbergen, Tuurdijk 12, 3997 MS ’t Goy en de vereniging onder firma J. & C.H. van Dijk, Rhijnauwenselaan 18, 3981 HH Bunnik;

Het verzoek gaat, conform artikel 7, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen vergezeld van een onderzoeksplan, met de titel ‘Innovatief hergebruik spuiwater in fruitsector’ waarin doel en noodzaak van het onderzoek zijn vermeld;

Het is wenselijk aan de ontheffing voorwaarden te verbinden;

Handelend in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op artikel 65 van de Wet bodembescherming en de artikelen 4a en 7 van het Besluit gebruik meststoffen;

Gezien het advies van de Technische commissie bodem van 29 augustus 2018;

Besluit:

Artikel 1

Aan de aanvrager van het onderzoek, maatschap W.J.J. van Dijk en A.H.C. van Wijk-van Wijnbergen, Tuurdijk 12, 3997 MS ’t Goy, en de medeaanvrager van het onderzoek, vereniging onder firma J. & C.H. van Dijk, Rhijnauwenselaan 18, 3981 HH Bunnik, wordt ontheffing verleend van het verbod in artikel 4a, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen ter uitvoering van het onderzoeksplan ‘Innovatief hergebruik spuiwater in fruitsector’.

Artikel 2

Aan de ontheffing, bedoeld in artikel 1, zijn de volgende voorschriften verbonden:

  • a. voor de periode dat deze ontheffing van kracht is (zie onderdeel c) beschikken de in artikel 1 genoemde aanvragers over een al dan niet gezamenlijke ontheffing, verleend door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden als bedoeld in artikel 54 van Verordening EG 1107/2009 juncto artikel 37, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

  • b. het onderzoek wordt uitgevoerd conform het onderzoeksplan dat is opgenomen in bijlage I;

  • c. de ontheffing voor het gebruik van spuiwater wordt verleend voor de perioden van 16 oktober 2018 tot en met 31 januari 2019, van 16 oktober 2019 tot en met 31 januari 2020 en van 16 oktober 2020 tot en met 31 januari 2021;

  • d. het veldonderzoek wordt op de percelen waar het onderzoek plaatsvindt uitgebreid met het nemen van bodemmonsters in de bodemlaag van 60 tot 90 centimeter onder het maaioppervlak in de maand maart volgend op het najaar van 2018, 2019 en 2020 om dit bodemmonster te analyseren op het gehalte aan ammoniumstikstof en nitraatstikstof zodat kan worden vastgesteld of het gebruik van spuiwater in de periode van 16 oktober tot en met 31 januari tot een verhoogde uitspoeling van nitraat leidt;

  • e. in het veldonderzoek wordt gedurende de onderzoeksperiode via bemonstering en analyse van het oppervlaktewater dat naast de percelen loopt waar het onderzoek plaatsvindt, nagegaan hoe het verloop van het stikstofgehalte in dat water is;

  • f. in de onderzoeksresultaten dient met een wetenschappelijke onderbouwing duidelijk te worden gemaakt dat het gebruik van spuiwater in de periode van 16 oktober tot en met 31 januari noodzakelijk is ten opzichte van de al bestaande uitzondering die het mogelijk maakt om spuiwater toe te dienen in de periode van 16 september tot en met 15 oktober;

  • g. mede op basis van de resultaten van de onder sub d vermelde metingen wordt in de uitwerking van de onderzoeksresultaten in de eindrapportage een beoordeling door een ammoniakemissiedeskundige van Wageningen Universiteit en Research opgenomen ten aanzien van de mogelijke risico’s op emissie van ammoniak;

  • h. er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van spuiwater afkomstig van het bedrijf Van Vulpen Land- en Tuinbouw B.V., Achterdijk 30 3981 HB Bunnik;

  • i. van de ontheffing kan uitsluitend gebruik worden gemaakt op het fruitteeltbedrijf maatschap W.J.J. van Dijk en A.H.C. van Wijk-van Wijnbergen, Tuurdijk 12, 3997 MS ’t Goy, Kamer-van-Koophandel-nummer 30280235, en fruitteeltbedrijf vereniging onder firma J. & C.H. van Dijk, Rhijnauwenselaan 18, 3981 HH Bunnik, Kamer-van-Koophandelnummer 30118850;

  • j. het gebruik van spuiwater mag conform hoofdstuk III van de Meststoffenwet in de perioden waarvoor de ontheffing krachtens sub c geldt, niet leiden tot overschrijding van de stikstofgebruiksnorm per jaar (in kilogrammen stikstof per hectare) op de percelen waar onderzoek plaatsvindt;

  • k. het gebruik van spuiwater mag niet hoger zijn dan 600 liter per hectare per jaar zodat de gemiddelde totale hoeveelheid stikstof uit spuiwater niet hoger is dan 25 kg per hectare per jaar;

  • l. de persoon die in de perioden waarop de ontheffing betrekking heeft, het spuiwater aanwendt, beschikt over een afschrift van deze ontheffing;

  • m. De onderzoeksresultaten worden uiterlijk op 1 oktober 2021 ter beschikking gesteld aan mijn ministerie.

Artikel 3

De in artikel 1 bedoelde ontheffing kan worden ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.

Den Haag, 15 november 2018

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Tegen dit besluit kan degene wiens belang daarbij rechtstreeks is betrokken, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef van dit besluit vermelde datum.

TOELICHTING

LTO Nederland heeft als projectleider van een onderzoek in de fruitteelt de aanvraag voor deze ontheffing ingediend. Het onderzoek vindt plaats op de fruitteeltbedrijven Maatschap Van Wijk-van Wijnbergen te ’t Goy (de aanvrager/penvoerder van het onderzoek) en Vereniging onder firma J. en C.H van Dijk te Bunnik. Zij willen samen met varkenshouder Van Vulpen te Bunnik, de leverancier van spuiwater, onderzoek doen naar de toepassing van spuiwater in de fruitteelt. Doel van het project is om fundamentele kennis over de effecten van spuiwater in de fruitteelt op bodem, gewas en onkruid te genereren. Gezien de redenen die worden gegeven in het onderzoeksplan, is het doel vooral gerelateerd aan gewasbescherming.

Het spuiwater is afkomstig uit chemische luchtwassers waarin de uitgaande ventilatielucht van de varkensstallen in contact wordt gebracht met zwavelzuur, waardoor de in de lucht aanwezige ammoniak in reactie met dit zuur wordt omgezet in ammoniumsulfaat. De vloeistof met dit ammoniumsulfaat wordt spuiwater genoemd. Spuiwater is volgens bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet een meststof. Het is een meststof met minerale stikstof, zoals stikstofkunstmest, en is eveneens te categoriseren als een ‘overige anorganische meststof’. Bij gebruik van spuiwater gelden de voorwaarden die zijn opgenomen voor stikstofkunstmest in artikel 4a, eerste en derde lid, van het Besluit gebruik meststoffen. Op grond van het eerste lid is gebruik van stikstofkunstmest, en daarmee ook van spuiwater, niet toegestaan van 16 september tot en met 31 januari van het jaar erop volgend. Het derde lid geeft echter aan dat er in de fruitteelt van 16 september tot en met 15 oktober ook stikstofkunstmest mag worden gebruikt, en daarmee mag ook spuiwater op fruitbomen in die periode worden aangewend. Daarom wordt in dit besluit verder uitgegaan van een ontheffing vanaf 16 oktober.

De ontheffing kan op grond van artikel 7 van het Bgm worden verleend, omdat wordt voldaan aan de volgende criteria:

  • 1. De ontheffing is noodzakelijk voor het te verrichten onderzoek;

  • 2. Het onderzoeksplan is voldoende duidelijk en onderbouwd;

  • 3. Het is voldoende aannemelijk dat het onderzoek daadwerkelijk zal leiden tot het in het onderzoeksplan geformuleerde onderzoeksresultaat;

  • 4. Het onderzoek is voldoende innovatief;

  • 5. Het onderzoek is voldoende beperkt in duur en omvang;

  • 6. Het belang van de bescherming van de bodem verzet zich niet tegen de ontheffing.

Daar de toepassing van spuiwater vooral gericht is op aspecten van gewasbescherming en het daarvoor niet is toegelaten, houdt het een overtreding van het verbod van artikel 19 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in. Voor een dergelijke toepassing is een ontheffing van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) nodig. Daarom is als voorwaarde opgenomen dat er een dergelijke ontheffing moet zijn. Deze is op 28 september 2018 verleend en daarmee voldoet de aanvrager aan artikel 2 sub a van deze ontheffing.

Gezien het risico van nitraatuitspoeling in de winter als er geen nitraat wordt opgenomen door de beplanting, is het van belang om conform de hierboven genoemde criteria 2, 3 en 6 in het onderzoek vast te stellen of het spuiwater onder de beplanting waar dit is gebruikt in de periode waarvoor de ontheffing geldt wel of geen extra nitraatuitspoeling veroorzaakt ten opzichte van waar spuiwater in dezelfde periode niet wordt toegepast. Dit dient te gebeuren door in maart volgend op het najaar waarin spuiwater is toegepast, een bodemmonster op de laag 60-90 centimeter onder het maaioppervlak van de proefpercelen te nemen om daarin het gehalte aan ammoniumstikstof en nitraatstikstof te meten. Dit dient per perceel te gebeuren en tevens dient parallel daaraan een bodemmonster te worden genomen op dezelfde diepte op een perceel waar geen spuiwater is gebruikt in het najaar, want die maken ook deel uit van het geheel aan proefpercelen. Door op deze diepte te meten in de maand maart, kan een indruk worden verkregen of er verschillen optreden als gevolg van gebruik van spuiwater in het najaar. Dat betekent dat er in de maand maart van de jaren 2019, 2020 en 2021 bodemmonster moeten worden genomen voor onderzoek op het gehalte aan stikstof in de bodem.

Aanvullend op het hierboven vermelde criterium 3 is een voorwaarde opgenomen dat in het onderzoeksresultaat duidelijk moet worden gemaakt in welke mate er voordelen zijn aan het gebruik van spuiwater na 15 oktober, ten opzichte van de al opgenomen vrijstelling van 16 september tot en met 15 oktober. Deze voordelen hebben met name betrekking op zaken in relatie tot gewasbescherming.

Het toepassen van spuiwater in het najaar leidt naar verwachting niet tot een (sterke) verhoging van ammoniakemissie gezien de gegeven hoeveelheden en de lagere temperaturen in het najaar. De opgenomen voorwaarde over een beoordeling door een ammoniakemissiedeskundige is erop gericht deze verwachting te staven conform het hierboven vermelde criterium 3. Het gaat om het beoordelen van de onderzoeksresultaten, inclusief die van de bodemanalyses op stikstof, en op de mate van ammoniakemissie. De verwachting dat de ammoniakemissie door het gebruik van spuiwater niet hoger zal zijn, hangt samen met wat de Werkgroep nationaal EmissieModel Ammoniak (NEMA) van de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) heeft afgeleid als emissiefactor voor spuiwater: op kalkloze landbouwgronden is die 0% en op kalkrijke gronden is die 7,5%.

Advies van Technische commissie bodem (TCB)

De TCB acht het verantwoord om een ontheffing te verlenen voor het onderzoek waarbij spuiwater in de fruitteelt wordt toegepast. Deze stelt als randvoorwaarden daarbij:

  • De toepassing van dit spuiwater gebeurt binnen de stikstofgebruiksnorm;

  • In de betreffende periode geen ureum wordt toegepast op de proefpercelen waar spuiwater wordt toegepast;

  • Maximaal wordt 600 liter spuiwater per ha per jaar toegepast;

  • Tijdens de proef wordt het effect op nitraat in de bodem en, voor zover van toepassing rondom de bedrijven, het oppervlaktewater bepaald.

Deze voorwaarden zijn verwerkt in artikel 2 van deze ontheffing. Daarbij is conform het advies van de TCB als uitgangspunt genomen dat in de praktijk de gemiddelde stikstofgift via ureum maximaal 25 kg per hectare bedraagt.

Naar boven