Verklaring veilig gebruik luchtruim RPAS luchthaven, gemeente Katwijk, Inspectie Leefomgeving en Transport

Datum: 9 augustus 2018

Nummer: ILT-2018/47599

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelezen de aanvraag van de DCMR Milieudienst Rijnmond namens de Provincie Zuid-Holland, ontvangen 16 mei 2018, contactpersoon dhr. R. Snijder, e-mail: remo.snijder@dcmr.nl voor een verklaring veilig gebruik luchtruim voor de RPAS luchthaven op het voormalig Vliegkamp Valkenburg gelegen in de gemeente Katwijk, geregistreerd onder ILT-2018/34016;

Gezien het Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland voor de luchthavenregeling voor de RPAS luchthaven op voormalig Vliegkamp Valkenburg, dat volgens artikel 8.49 Wet luchtvaart niet in werking treedt dan nadat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door het luchthavenluchtverkeer is gewaarborgd;

Gelet op artikel 8.49, eerste lid jo. artikel 8.46, zesde lid van de Wet luchtvaart;

Overwegende:

Het besluit van gedeputeerde staten van 17 april 2018 met kenmerk PZH-2018- 643622616 DOS-2007-0008480;

Boven de RPAS luchthaven ligt tot 1500 ft AMSL (ongeveer 450 meter boven gemiddeld zeeniveau) luchtruim met de klasse G, gecombineerd met een ATZ (aerodrome traffic zone). De ATZ Valkenburg is tevens een TFZ – transponder free zone. Bij de aanwijzing als ATZ en TFZ spreekt de regelgever in artikel 7e van de Regeling luchtverkeersdienstverlening1 over het gebruik van de luchthaven door zweefvliegtuigen. Met uitzondering van luchtvaartuigen van de politie, helikopters voor medische nooddiensten (HEMS), zoek- en reddingsdiensten (SAR) of ambulancevluchten wordt de ATZ Valkenburg gemeden door andere luchtvaartuigen gedurende de periode waarin zweefvliegactiviteiten binnen dit gebied plaatsvinden. Strikt genomen geldt de ATZ dus niet meer, nu er geen zweefvliegveld Valkenburg meer bestaat. Er is dus geen luchtverkeersmaatregel rond de RPAS luchthaven Valkenburg anders dan de maximale vlieghoogte en de maximale horizontale afstand tussen bestuurder en RPA of modelvliegtuig.

Aan de luchthavenregeling en de verklaring veilig gebruik van het luchtruim zitten geen maatregelen vast voor het gebruik van het luchtruim. Die zijn wel verbonden aan de vergunning van de drone-operator (via diens vergunning ROC of ROC light) of aan de Regeling modelvliegen voor de recreatieve gebruiker. Dat betekent respectievelijk een maximum vlieghoogte van 120, 50 en 120 meter.

De piloot moet voorrang verlenen aan ander (bemand) luchtverkeer.

Besluit:

Artikel 1

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat verklaart dat met de inwerkingtreding van dit besluit het veilig gebruik van het luchtruim door het luchthavenluchtverkeer, zoals genoemd in de luchthavenregeling voor de RPAS luchthaven, met de geografische positie 52˚09’58”N.B. en 004˚25’05”O.L., is gewaarborgd en beoordeeld op technisch-operationele veiligheidscriteria, voortvloeiende uit (inter)nationale luchtvaart wet- en regelgeving.

Artikel 2

Aan deze verklaring zijn de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:

  • a) iedere operationele wijziging, zoals een nieuwe luchtvaartactiviteit op de luchthaven of wijziging in ruimtelijke ordening, zoals het plaatsen van obstakels in de omgeving, die een veilige vluchtuitvoering negatief beïnvloedt, betekent een wijziging van de uitgangspunten waarop deze verklaring is gebaseerd en leidt tot ongeldigheid van deze verklaring;

  • b) het operationeel gebruik van de luchthaven is pas dan weer toegestaan nadat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat opnieuw heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim is gewaarborgd;

  • c) de luchthavenexploitant en de provincie zijn verantwoordelijk voor het signaleren en melden van gewijzigde omstandigheden.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant en geldt, behoudens intrekking op grond van artikel 2, onderdeel b, voor onbepaalde tijd.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, DE INSPECTEUR ILT/LUCHTVAART, K. Monster Senior Inspecteur

Bezwaarmogelijkheid

Tegen dit besluit kunt u binnen een termijn van zes weken na dagtekening, ingaande de dag na verzending van dit besluit, bezwaar indienen. Het bezwaar moet minimaal bevatten:

  • naam en adres indiener;

  • dagtekening;

  • omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • gronden van het bezwaar;

  • uw handtekening.

Het bezwaar kan onder vermelding van ‘bezwaar’ en het kenmerk van dit besluit worden gestuurd naar het volgende adres:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Postbus 16191

2500 BD Den Haag

Is er sprake van onverwijlde spoed? Dan kunt u de rechtbank in het rechtsgebied van uw woonplaats verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen.

Meer informatie over de voorlopige voorziening vindt u op www.rechtspraak.nl.

TOELICHTING

Art. 8.49 Wet luchtvaart schrijft voor dat een luchthavenbesluit of -regeling voor een luchthaven van regionale betekenis of een wijziging niet in werking treedt dan nadat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), in overeenstemming met de Minister van Defensie, heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door het luchthavenluchtverkeer is gewaarborgd.

Op de RPAS luchthaven mogen vluchten worden uitgevoerd conform de huidige regels, dus conform het ‘pakket ROC light’, het ‘pakket ROC’ of de Regeling modelvliegen. Zie www.ilent.nl onder drones voor de details.

De luchthavenregeling voorziet in de mogelijkheid om 50 vluchten buiten de daglichtperiode per gebruiksjaar uit te voeren. Deze voorziening voor vluchten buiten de daglichtperiode kan alleen worden gebruikt door operators die daarvoor ontheffing hebben van het verbod in de luchtvaartwetgeving. Momenteel zijn er geen operators die hiervoor een ontheffing hebben.

Testvluchten (ook bij daglicht) mogen alleen worden uitgevoerd door de organisaties die dat volgens hun vergunning ROC mogen doen. Het NLR beschikt over deze vergunning en binnenkort geldt dit ook voor TU Delft – MAV-lab.

De vergunning van het NLR geeft de ruimte voor testvluchten op ‘elke daarvoor geschikte locatie’. Men hanteert procedures om te bepalen aan welke eisen de locatie (v.w.b. grond / luchtruim / afstand tot derden) moet voldoen voor de beoogde vluchten. Dat leidt soms tot de conclusie dat het kan op het eigen testcentrum van het NLR of op de luchthaven Twente of wellicht de RPAS luchthaven op voormalig Vliegkamp Valkenburg.

Naar boven