Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Inspectie Leefomgeving en Transport | Staatscourant 2018, 63258 | Vergunningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Inspectie Leefomgeving en Transport | Staatscourant 2018, 63258 | Vergunningen |
2 november 2018
ILT-2018/67211 inzake ILT-2017/61955
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gelezen het verzoek van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek van de TU Delft, Research Group MAVLab, verder te noemen MAVLab, ontvangen op 21 juli 2017 van contactpersoon ir. C. de Wagter, handelende in opdracht van Prof.dr.ir. M. Mulder, voorzitter van de afdeling Control & Operations;
Overwegende dat:
– onder de in artikel 10 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen (Roabl) genoemde voorwaarden MAVLab beroepsmatig vluchten kan uitvoeren met een op afstand bestuurd luchtvaartuig (RPA);
– MAVLab volgens artikel 10 Roabl moet beschikken over een operationeel handboek dat aan de eisen uit de Roabl voldoet, een RPA met bewijs van inschrijving en speciaal-BvL en een piloot die beschikt over een vliegbewijs RPA-L dat geldig is voor het besturen van dit RPA; in dit geval in de categorie en klasse helikopters (H) met een MTOM ≤ 25 kg en in de categorie en klasse aeroplanes (A) met een MTOM ≤ 25 kg;
– uit de documentatie van MAVLab blijkt dat dit het geval is, op het speciaal- BvL na en met aandacht voor RPA’s waarmee het MAVlab werkt die mogelijk buiten de categorie H of A vallen, maar onder de categorie other aircraft (OA);
– volgens artikel 2.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart het verboden is een luchtvaartuig te bedienen zonder het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid;
– volgens artikel 2.1, vierde lid, de minister ontheffing kan verlenen wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht;
– aan de ontheffing voorschriften of beperkingen kunnen worden verbonden;
– volgens artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart het verboden is een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig dat niet is voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid;
– volgens artikel 3.21, eerste lid, de minister ontheffing kan verlenen wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht;
– aan de ontheffing voorschriften of beperkingen kunnen worden verbonden;
– MAVLab onderzoek verricht naar nieuwe en bestaande technieken gerelateerd aan vliegende robots en platformen die dagelijks moeten kunnen worden aangepast, en dat elke modificatie, zonder meer, hernieuwde keuring en afgifte van het speciaal-BvL behoeft;
– MAVLab onderwijs aan wisselende groepen studenten geeft over het ontwerpen en ontwikkelen van vliegende platformen en robots waarvoor de vluchtuitvoering wisselende en nieuwe vaardigheden en inzichten vraagt waarin de bestaande kennis- en bedrevenheidseisen voor het verkrijgen van een RPA-L niet voorzien;
– ondanks het feit dat MAVLab alles in het werk stelt om binnen zijn managementteam altijd de hoogst mogelijke kwalificaties voor het bedienen van op afstand bestuurde luchtvaartuigen vertegenwoordigd te hebben, het vereiste toevoegen van de categorie en klasse aeroplanes (A) met een MTOM ≤ 25 kg in het RPA-L geen toegevoegde waarde heeft vanwege dezelfde veranderlijkheid van de benodigde vaardigheden voor het bedienen van door MAVLab ontwikkelde luchtvaartuigen;
– deze beperkingen en eisen niet passen bij het maatschappelijk belang van onderzoek en onderwijs naar innovatieve inzet van vliegende platformen en robots;
– de beperkingen kunnen worden opgeheven via een ontheffing, mits daarbij wordt gewaarborgd dat risico’s voor derden in de lucht en op de grond bij de uitvoering van vluchten met een RPA van MAVLab tot het minimum worden beperkt;
– MAVLab daartoe procedures in het operationeel handboek heeft opgenomen, inclusief operationele aanwijzingen en normen voor de inzet van bemanning en RPA’s voor het uitvoeren van vluchten;
– MAVLab uit te voeren vluchten in categorieën en scenario’s indeelt en voor alle categorieën en scenario’s een risicoanalyse maakt conform de in het handboek beschreven techniek en geïdentificeerde risico’s identificeert en mitigeert;
– voordat conform de aldus ontworpen categorieën en scenario’s vluchten worden uitgevoerd, deze de goedkeuring behoeven van de MAVLab Safety Board;
– de MAVLab Airworthiness Staff de luchtwaardigheid van ieder luchtvaartuig door middel van een technisch onderzoek vaststelt, indien dit als vereiste volgt uit de risicoanalyse van de desbetreffende categorie of het desbetreffende scenario;
– MAVLab een veiligheidsmanagementsysteem in gebruik heeft om de effectiviteit van mitigerende maatregelen te borgen en om herhaling van fouten te voorkomen;
– MAVLab uitsluitend onder zijn gezag vluchten laat uitvoeren door studenten en stafleden nadat zij voldoen aan de in het handboek beschreven interne MAVLab kwalificatie-eisen onder verantwoordelijkheid en supervisie van een MAVLab vlieginstructeur;
– intern gekwalificeerde MAVLab vlieginstructeurs geen instructie geven ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid;
– bij de voorbereiding en uitvoering van de vluchten het beperken van de risico’s voor derden voorop staat;
Gelet op de artikelen 2.1, vierde lid, en 3.21, eerste lid, van de Wet luchtvaart;
BESLUIT:
1. Aan intern gekwalificeerde studenten en stafleden onder verantwoordelijkheid van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek van de TU Delft, Research Group MAVLab, verder te noemen MAVLab, wordt ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 2.1, eerste lid, Wet luchtvaart, om RPA-systemen in de categorieën H, A en OA en klasse 0 – 25 kg te bedienen zonder het daarvoor geldende bewijs van bevoegdheid.
2. Voor de op afstand bestuurde luchtvaartuigen van MAVLab, genoemd in het in bijlage 1 bij deze beschikking opgenomen overzicht, wordt aan degene die hiermee een vlucht uitvoert ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, Wet luchtvaart, om een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig dat niet is voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid.
Aan deze ontheffingen zijn de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:
a. de ontheffingen, bedoeld in artikel 1 van deze beschikking, hebben uitsluitend betrekking op RPA-vluchten die worden uitgevoerd voor het doen van onderzoek en het geven van onderwijs onder verantwoordelijkheid van MAVLab;
b. vluchtuitvoering vindt plaats in overeenstemming met de operationele beperkingen en bevoegdheden opgenomen in het aan MAVlab verstrekte ROC met nummer 67/2018;
c. vluchtuitvoering vindt plaats volgens het operationeel handboek MAVLab, waarin tevens opgenomen de aanwijzingen voor het autoriseren van vluchten en het kwalificeren van degene die vluchten uitvoert, toezicht houdt of instructie geeft;
d. MAVLab draagt er zorg voor dat de Inspectie Leefomgeving en Transport, Marktvenster Rail en Luchtvaart, altijd over de meest recente versie van het operationeel handboek van MAVLab beschikt, inclusief alle gerelateerde onderdelen, door toezending aan ILTDocumentManagement@ilent.nl;
e. MAVLab houdt bij wanneer op welk luchtvaartuig (type, serienummer) een inschrijvingskenmerk met een X-registratie tijdelijk wordt gevoerd; deze administratie wordt maximaal 1 x per dag na afloop van de vluchtuitvoering via e-mail doorgestuurd naar het luchtvaartuigregister: luchtvaartuigregister@ilent.nl.
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, DE SENIOR INSPECTEUR ILT/VERGUNNINGEN, M. Bonnema
Bezwaarclausule
Indien u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u hiertegen op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden, schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
– de naam en het adres van de indiener;
– de dagtekening;
– een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
– de gronden van het bezwaar.
Tevens ontvangen wij graag uw telefoonnummer dan wel e-mailadres.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Leefomgeving en Transport
Afdeling Juridische zaken
Postbus 16191
2500 BD DEN HAAG
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-63258.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.