CENTRUMREGELING VERWERVING JEUGDHULP REGIO ZUID-LIMBURG 2019

Logo Maastricht

De colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten , Gulpen-Wittem , Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen , Nuth , Onderbanken , Schinnen , Simpelveld , Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal ;

 

Overwegende dat:

 

  • zij al langere tijd samenwerken bij de uitvoering van de decentralisaties in het sociaal domein die in 2015 zijn doorgevoerd;

  • zij zich realiseren dat op basis van de opgedane ervaringen deze samenwerking bij de gezamenlijke uitvoering van de Jeugdwet voordelen biedt, met inachtneming van ieders autonome bestuursbevoegdheid;

  • de Jeugdwet met zich meebrengt dat de colleges van een regio met elkaar samenwerken in de uitvoering van de jeugdhulptaken (artikel 2.8 van de Jeugdwet);

  • de jeugdhulp plus op bovenregionaal niveau gezamenlijk wordt ingekocht;

  • de raden van de onderscheidenlijke gemeenten in 2014 reeds hebben besloten de gespecialiseerde jeugdhulp gezamenlijk in te kopen voor de periode 2015-2018;

  • de raden van de onderscheidenlijke gemeenten al eerder een voorkeur hebben aangegeven voor een samenwerkingstructuur die gekenmerkt wordt als ‘zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig’, passend binnen het regionaal gedragen principe: lokaal wat kan en regionaal waar het moet of waar het effectief en efficiënt is;

  • zij zich in 2014 hebben uitgesproken voor een centrumgemeenteconstructie als bestuurlijke vorm, omdat dit zorgt voor eenduidigheid en een beperking van kosten en administratieve lasten;

  • zij daartoe in 2014 een inkoopsamenwerking zijn aangegaan op basis van een centrumgemeente-constructie en daartoe een centrumregeling zijn aangegaan waarbij de gemeente Maastricht als centrumgemeente is aangewezen;

  • de huidige centrumregeling afloopt op 31 december 2018;

  • de inkoopsamenwerking en de bestuurlijke samenwerking daarbij over de periode 2015-2017 door een extern bureau is geëvalueerd;

  • in het evaluatierapport diverse aanbevelingen zijn gedaan om te komen tot een optimalisering van de gezamenlijke inkoop en de bestuurlijke samenwerking daarbij;

  • zij de gezamenlijke inkoop opnieuw willen vormgeven met inachtneming van de aanbevelingen uit het evaluatierapport uit 2017 door, in aangepaste vorm, gebruik te maken van de gemeente Maastricht als centrumgemeente;

  • zij daartoe ook op andere manieren in de jeugdhulp willen kunnen voorzien door ook publiekrechtelijke financiering ervan via subsidies mogelijk te maken;

  • zij daarbij ruimte willen creëren om te kunnen experimenteren met alternatieve manieren van inkoop door middel van pilots en daarom de inkoop niet wensen te beperken tot (bestuurlijk) aanbesteden maar ook andere vormen van verwerving mogelijk willen maken;

  • het nu nodig is een gezamenlijke keuze te maken voor de inrichting van de regionale inkoop van de dienstverlening ten behoeve van de Jeugdhulp vanaf 1 januari 2019 vanwege de termijnen die gepaard gaan met een ordentelijk inkoopproces;

  • zij deze samenwerking niet willen beperken tot de inkoop van jeugdhulp in enge zin maar dat zij daarbij ook andere financieringsvormen, gericht op de verwerving van professionele jeugdhulp zoals bijvoorbeeld subsidiëring, in deze samenwerking willen betrekken;

  • zij daartoe ingaande 2019 een nieuwe centrumregeling wensen aan te gaan waarin aan de gemeente Maastricht het mandaat wordt verleend de jeugdhulp zoals omschreven in de regeling te verwerven namens de overige Zuid Limburgse gemeenten.

 

Gelet op:

 

de Jeugdwet;

het bepaalde in de Wgr;

afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

de door de raden van voornoemde gemeenten aan hun colleges van burgemeester en wethouders verleende toestemming tot het aangaan van deze samenwerking en het treffen van deze regeling ex artikel 1, tweede lid Wgr.

 

BESLUITEN :

 

Tot het aangaan van de “Centrumregeling Verwerving Jeugdhulp regio Zuid-Limburg 2019”,

 

waarvan de inhoud als volgt luidt:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1 – Begripsbepaling

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    centrumregeling: de Centrumregeling Inkoop Jeugdhulp regio Zuid-Limburg 2019;

  • b.

    deelnemers of deelnemende gemeenten: de gemeenten die aan deze regeling deelnemen, inclusief de centrumgemeente Maastricht;

  • c.

    Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Limburg;

  • d.

    Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • e.

    portefeuillehouder jeugd: het collegelid van een deelnemende gemeente, verantwoordelijk voor de jeugdhulp;

  • f.

    centrumgemeente: de gemeente Maastricht waarvan het college, mede namens de colleges van de overige deelnemende gemeenten, voor de deelnemende gemeenten de jeugdhulp verwerft zoals omschreven in artikel 4 van deze regeling en overeenkomstig artikel 8, vierde lid, van de Wgr;

  • g.

    jeugdhulptaken: taken in het kader van de Jeugdwet (wet van 1 maart 2014, Stbl. 2014-105);

  • h.

    stuurgroep: de stuurgroep Jeugdhulp Zuid-Limburg, die bestaat uit 6 leden, te weten de portefeuillehouders jeugd van de gemeenten Sittard-Geleen, Heerlen en Maastricht, aangevuld met drie portefeuillehouders Jeugd uit de overige deelnemende gemeenten;

  • i.

    bestuurlijk overleg: het periodieke overleg van de portefeuillehouders jeugd van alle deelnemende gemeenten;

  • j.

    inkoop: het geheel van activiteiten gericht op het aanbod aan jeugdhulp via privaatrechtelijke contractering van zorgaanbieders;

  • k.

    subsidiëring: het geheel van activiteiten gericht op het aanbod aan jeugdhulp via publiekrechtelijke financiering van zorgaanbieders;

  • l.

    verwerving: het geheel van activiteiten gericht op de verwerving van voldoende aanbod van jeugdhulp voor de deelnemende gemeenten, ongeacht de vorm waarin deze verwerving plaats vindt. Hieronder valt inkoop/contractering (privaatrechtelijk) en subsidiëring (publiekrechtelijk) van bepaalde diensten door de centrumgemeente voor de deelnemers;

  • m.

    inkoopteam: het organisatieonderdeel van de centrumgemeente dat belast is met de verwerving van de jeugdhulp voor de deelnemende gemeenten zoals in deze regeling beschreven;

  • n.

    service-level agreement: het geheel van afspraken die deelnemende gemeenten met de centrumgemeente maken gericht op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan deze centrumregeling. Het service-level agreement heeft een looptijd van 4 jaar, samenvallend met de keuze voor wel/niet afname keuzepakket;

  • o.

    uitvoeringsplan: de jaarlijkse vastlegging van de activiteiten die de centrumgemeente voor de deelnemende gemeenten verricht, de inzet van middelen daarbij en de verdeling van de daarmee gepaard gaande kosten over de deelnemende gemeenten;

  • p.

    basispakket: het vaste pakket aan jeugdhulp dat elke deelnemer door de centrumgemeente laat inkopen. De inhoud van het basispakket wordt om de vier jaar geëvalueerd en eventueel op advies van de stuurgroep door de centrumgemeente bijgesteld;

  • q.

    keuzepakket: het variabele deel van het jeugdhulp pakket waarvan de deelnemende gemeenten om de vier jaar kunnen besluiten of zij dat via de centrumgemeente of anderszins wensen te verwerven. De inhoud van het keuzepakket wordt om de vier jaar geëvalueerd en op advies van de stuurgroep eventueel door de centrumgemeente bijgesteld.

 

Artikel 2 – Doelstellingen voor samenwerking en uitgangspunten van de centrumregeling

De deelnemende gemeenten zijn een onderlinge samenwerking aangegaan gericht op de doelstellingen zoals verwoord onder de leden 1 en 2 van dit artikel en op basis van de uitgangspunten zoals verwoord onder de leden 3 tot en met 6 van dit artikel:

  • 1.

    Het zorgdragen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van de jeugdhulptaken, zoals vastgelegd in de beleidsplannen Jeugd van de deelnemende gemeenten, met inachtneming van de bepalingen van de Jeugdwet.

  • 2.

    Het delen van kennis en expertise in de regio die nodig zijn voor de ontwikkeling en uitvoering van het jeugdhulpbeleid.

  • 3.

    De samenwerking wordt zodanig ingericht dat zij garant staat voor continuïteit en duurzaamheid van de jeugdhulp.

  • 4.

    In de vormgeving van deze gezamenlijk uit te voeren jeugdhulp wordt maximaal aangesloten op de wijze van inrichting van de lokale jeugdhulptaken in de deelnemende gemeenten.

  • 5.

    De deelnemende gemeenten behouden hun eigen bestuurlijke structuur, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, gericht op een goede dienstverlening aan de eigen bevolking en ruimte voor het behoud van eigen identiteit in de uitvoering van de nieuwe jeugdhulptaken.

  • 6.

    Deze centrumregeling betreft de taken die de centrumgemeente voor de deelnemers verricht ten behoeve van de verwerving van de dienstverlening van de jeugdhulp zoals omschreven in artikel 4 van deze regeling.

 

Artikel 3 - Centrumgemeente constructie

  • 1.

    De regionale verwerving van de jeugdhulp wordt uitgevoerd door de centrumgemeente. Deze gemeente treedt namens de deelnemende gemeenten op als inkopende of subsidiërende partij.

  • 2.

    De deelnemende gemeenten verlenen de centrumgemeente daartoe opdracht tot het verrichten van de in artikel 4 genoemde taken namens de deelnemende gemeenten overeenkomstig artikel 8, vierde lid van de Wgr.

  • 3.

    De centrumgemeente aanvaardt deze opdracht en richt daartoe een inkoopteam in binnen de eigen ambtelijke organisatie.

  • 4.

    De kosten van inrichting en instandhouding van het inkoopteam als bedoeld in het vorige lid worden door de deelnemende gemeenten gezamenlijk gedragen en verdeeld op de wijze zoals vastgelegd in het service-level agreement zoals de deelnemers dat met de centrumgemeente aangaan.

  • 5.

     

    • a.

      De centrumgemeente draagt zorg voor het beslissen op aanvragen om subsidie, binnen tevoren door de deelnemende gemeenten in regioverband vastgestelde inhoudelijke en financiële kaders, onder exclusieve toepassing van de Algemene subsidieverordening van de centrumgemeente en op basis van een door het college van de centrumgemeente vast te stellen subsidieregeling.

    • b.

      De centrumgemeente wordt tevens gemandateerd te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld onder a.

    • c.

      De onder a en b bedoelde mandaatverlening ziet op een afdoeningsmandaat- en een ondertekeningsmandaat.

    • d.

      De onder a en b bedoelde mandaatverlening omvat mede het verrichten van handelingen ter voorbereiding en uitvoering van de betreffende besluiten.

    • e.

      De centrumgemeente is bevoegd om bij afzonderlijk besluit ten aanzien van de uitoefening van de in dit lid bedoelde mandaten ondermandaat te verlenen.

  • 6.

    De centrumgemeente fungeert als bestuurlijk partner voor de subsidieontvangende instellingen en draagt zorg voor de beleidscoördinatie op het vlak van de werkzaamheden van de instellingen en stemt dit af met de deelnemende gemeenten in het periodieke regionale overleg.

  • 7.

    De centrumgemeente wordt hiermee voorts volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen ter uitvoering van de in artikel 4 genoemde taken.

 

Artikel 4 - Taken van de centrumgemeente

  • 1.

    De taken van de centrumgemeente omvatten de regionale verwerving van de gespecialiseerde jeugdhulp door contractering of subsidiëring, inclusief contractbeheer, accountmanagement, monitoring van de contractafspraken voor de jeugdhulp, het verstrekken van managementrapportages , rapportages en prognoses ten behoeve van de gemeentelijke P&C- cyclus en de afhandeling van facturen van aanbieders van jeugdhulp.

  • 2.

    De taken van de centrumgemeente worden onderverdeeld in een basispakket aan jeugdhulp dat alle deelnemers via de centrumgemeente afnemen en een keuzepakket, waarvan de deelnemers om de vier jaar bepalen of zij dat via de centrumgemeente wensen af te nemen of (delen daaruit) zelf verwerven.

  • 3.

    De taken als bedoeld onder lid 1 en de wijze waarop deze worden ingevuld worden nader uitgewerkt in een service-level agreement.

  • 4.

    Iedere deelnemende gemeente blijft zelf verantwoordelijk voor de keuze wanneer de verworven diensten van gespecialiseerde jeugdhulp in te zetten: de toegang is lokaal georganiseerd.

 

Hoofdstuk 2. Bestuurlijke afstemming

Artikel 5 - Het bestuurlijk overleg

  • 1.

    Tenminste één keer per jaar vindt er bestuurlijk overleg plaats over de beleidskaders waarbinnen de verwerving van de jeugdhulp door de centrumgemeente dient plaats te vinden. Dit overleg wordt voorbereid door de stuurgroep.

  • 2.

    Tenminste twee maal per jaar vindt er bestuurlijk overleg plaats over de uitvoering van de in artikel 4 van deze regeling benoemde taken. Dit overleg wordt voorbereid door de stuurgroep.

  • 3.

    Het bestuurlijk overleg adviseert bij 2/3e meerderheid van de aanwezige leden aan de centrumgemeente over de onderwerpen genoemd in de leden 1 en 2 van dit artikel.

  • 4.

    Het bestuurlijk overleg vindt voorts plaats wanneer één van de portefeuillehouders jeugd, onder opgaaf van redenen, daar schriftelijk om verzoekt. Een dergelijk bestuurlijk overleg wordt door de stuurgroep belegd en vindt plaats uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het verzoek.

 

Artikel 6 - De stuurgroep

  • 1.

    De stuurgroep treedt op als het overlegorgaan ten behoeve van de deelnemende gemeenten over de uitvoering van deze regeling.

  • 2.

    De stuurgroep adviseert het bestuurlijk overleg inzake de uitvoering van deze centrumregeling en de beleidskaders waarbinnen de verwerving van jeugdhulp door de centrumgemeente plaatsvindt.

  • 3.

    De stuurgroep ziet toe op de uitvoering van de gemaakte afspraken inzake regionale beleidsvoorbereiding en regionale uitvoering van de gedecentraliseerde jeugdhulp.

  • 4.

    De stuurgroep is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de beleidskaders waarbinnen de inkoop jeugdhulp plaatsvindt, betrekt hierbij de overige deelnemers en adviseert de centrumgemeente hierover.

  • 5.

    De stuurgroep voert ten minste twee keer per jaar overleg over de uitvoering van de in artikel 4 van deze regeling genoemde taken. Het overleg is gericht op:

    • a.

      het monitoren van de voortgang van uitvoering van de taken door de centrumgemeente, zoals omschreven in artikel 4 en op basis van het service-level agreement en het uitvoeringsplan en het bespreken van eventuele knelpunten die zich daarin voordoen;

    • b.

      informatie-uitwisseling over gemeentelijke activiteiten op het terrein van deze regeling die voor de regio van belang zijn of kunnen zijn;

    • c.

      afstemming en het ontwikkelen van voorstellen over eventuele aanpassingen en verbeteringen die gewenst of nodig zijn in het belang van een effectieve en efficiënte uitvoering van de inkoop of het organiseren van het gewenste aanbod door middel van subsidiëring of andere verwervingsvormen.

  • 6.

    De stuurgroep heeft voor de uitvoering van deze centrumregeling een zwaarwegende adviesbevoegdheid naar het college van de centrumgemeente. Deze adviezen komen tot stand via een 2/3e meerderheid van de leden van de stuurgroep.

  • 7.

    De leden van de stuurgroep worden door en uit de deelnemers aan het bestuurlijk overleg aangewezen met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 onder h.

Hoofdstuk 3. Bedrijfsvoering

Artikel 7 - Service-level agreement

  • 1.

    De wijze waarop de centrumgemeente haar taken als bedoeld in artikel 4 ten behoeve van de deelnemende gemeenten verricht wordt uitgewerkt in een service-level agreement, zoals dat door het college van de centrumgemeente na een positief advies van de stuurgroep met de deelnemende gemeenten wordt aangegaan.

  • 2.

    In het service-level agreement worden de taken, rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de deelnemende gemeenten en het inkoopteam van de centrumgemeente vastgelegd. Deze vormen de basis voor de procesbeschrijvingen waarlangs de inkoopsamenwerking vorm krijgt.

  • 3.

    Het service-levelagreement bevat de uitgangspunten en systematiek voor de onderlinge kostenverdeling. De uitkomst van deze kostenverdeling wordt jaarlijks in het uitvoeringsplan naar de bijdrage per deelnemende gemeente vertaald.

  • 4.

    Het service-level agreement wordt eens per vier jaar geactualiseerd op basis van een evaluatie van de samenwerking en op basis van wijzigingen in de toepassing van het basis- en keuzepakket.

 

Artikel 8 – Uitvoeringsplan

  • 1.

    De centrumgemeente stelt jaarlijks een uitvoeringsplan op, om op basis van het service-level agreement de afspraken over de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 4 door de centrumgemeente concreet uit te werken en jaarlijks te actualiseren.

  • 2.

    In het uitvoeringsplan worden in ieder geval opgenomen:

    • a.

      de eventuele overeengekomen extra taken naast die als bedoeld onder artikel 4 van de centrumgemeente worden uitgevoerd en de daarmee gepaard gaande extra inzet aan middelen (meerwerk);

    • b.

      de kosten voor de uitvoering van deze regeling voor het komende jaar (budgettair kader);

    • c.

      de individuele bijdrage per deelnemende gemeente in deze uitvoeringskosten op basis van de verdeelsleutel uit het service-level agreement;

    • d.

      de hoogte van de financiële bijdragen van de deelnemende gemeenten voor de betaling van declaraties aan de aanbieders via de centrumgemeente;

    • e.

      de wijze waarop deelnemende gemeenten input leveren aan de uitvoering van de taken van het inkoopteam van de centrumgemeente;

    • f.

      de wijze waarop de deelnemende gemeenten input ontvangen van de centrumgemeente over de uitvoering van de taken voor de deelnemende gemeenten;

    • g.

      de wijze waarop de wettelijke privacybescherming wordt geborgd bij de omgang met persoonsgegevens;

    • h.

      hoe het komende jaar de verwerving van jeugdhulp plaatsvindt, met inachtneming van het vigerende inkoop- en aanbestedingsbeleid.

  • 3.

    De centrumgemeente stelt het uitvoeringsplan in overleg met de overige deelnemende gemeenten op en legt dit via de stuurgroep ter behandeling voor aan het bestuurlijk overleg.

  • 4.

    Het jaarlijks uitvoeringsplan wordt, met inachtneming van het advies van het bestuurlijk overleg, uiterlijk op 1 november voorafgaand aan het betreffende kalenderjaar vastgesteld.

 

Artikel 9 - Informatie en verantwoording

  • 1.

    De centrumgemeente verstrekt de deelnemende gemeenten alle informatie over de uitvoering van deze regeling ten behoeve van de invulling van de verantwoordingsplicht van de deelnemende gemeenten overeenkomstig de artikelen 212 en 213 Gemeentewet op de wijze zoals die in het service-level agreement en uitvoeringsplan zijn beschreven.

  • 2.

    De deelnemende gemeenten verstrekken de centrumgemeente tijdig alle benodigde informatie ten behoeve van de uitvoering van het vorige artikellid.

  • 3.

    De centrumgemeente verstrekt de portefeuillehouders jeugd schriftelijk dan wel langs elektronische weg de inlichtingen die nodig zijn voor het goed kunnen vervullen van hun bestuurlijke verantwoordelijkheid op de wijze zoals die in het service-level agreement en uitvoeringsplan zijn beschreven.

  • 4.

    De colleges van de deelnemende gemeenten kunnen de centrumgemeente om aanvullende inlichtingen verzoeken. Een verzoek om aanvullende inlichtingen dient schriftelijk dan wel langs elektronische weg te worden ingediend bij het inkoopteam van de centrumgemeente. Voor zover een dergelijk verzoek niet past binnen de afspraken zoals vastgelegd in het uitvoeringsplan maken partijen nadere afspraken over de inzet van extra middelen die hiermee gepaard gaan.

  • 5.

    De nadere afspraken zoals bedoeld in het vorige lid worden na advies van de stuurgroep ter besluitvorming voorgelegd aan het college van de centrumgemeente.

 

Artikel 10 – Kostentoerekening

  • 1.

    Deelnemende gemeenten betalen de centrumgemeente een bijdrage in de uitvoeringskosten voor de door de centrumgemeente op basis van artikel 4 ingekochte zorg.

  • 2.

    De bijdrage als bedoeld in het vorige lid wordt in het uitvoeringsplan bepaald op basis van de in het service-level agreement opgenomen kostenverdeelsleutel.

  • 3.

    De deelnemende gemeenten betalen de centrumgemeente voor de te verrichten werkzaamheden als bedoeld in het vorige lid een voorschot gebaseerd op het budgettair kader in het uitvoeringsplan.

  • 4.

    Deelnemende gemeenten betalen de centrumgemeente een voorschot voor de kosten als bedoeld in artikel 8 lid 2 onder d op de wijze zoals vastgelegd in het service-level agreement.

  • 5.

    De centrumgemeente verrekent met de deelnemende gemeenten het verschil tussen het voorschot en het feitelijk gebruik van jeugdhulp op de wijze zoals vastgelegd in het service-level agreement.

Artikel 11 - Facturering en verrekening

  • 1.

    De afhandeling van facturen van aanbieders van de in artikel 4 genoemde zorg vindt plaats door de centrumgemeente.

  • 2.

    De centrumgemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke geautomatiseerde verwerking van facturen van aanbieders en deelt deze informatie met de deelnemende gemeenten.

  • 3.

    De deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor een deugdelijke en actuele geautomatiseerde verwerking van toewijzingen ten behoeve van de facturenverwerking door de centrumgemeente.

  • 4.

    De onderlinge afbakening van taken en verantwoordelijkheden tussen de deelnemende gemeenten en de centrumgemeente bij de toepassing van de geautomatiseerde gegevensverwerving en daarop gebaseerde informatievoorziening worden vastgelegd in het service-level agreement.

 

Hoofdstuk 4. Toetreden, wijzigen, uittreden

Artikel 12 – Toetreden

  • 1.

    Andere gemeenten kunnen toetreden tot deze centrumregeling indien het college van de betrokken gemeenten daartoe een verzoek bij de centrumgemeente indient, na daartoe verkregen toestemming van de desbetreffende raad.

  • 2.

    Door middel van gelijkluidende besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders van ten minste 2/3e van het aantal deelnemende gemeenten wordt tot de toetreding als bedoeld in het vorige lid besloten.

  • 3.

    Het college van de centrumgemeente regelt de gevolgen van de toetreding en kan hieraan voorwaarden verbinden.

 

Artikel 13 – Wijzigen

  • 1.

    De centrumregeling kan worden gewijzigd indien daartoe wordt besloten door ten minste een 2/3e meerderheid van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en na daartoe verkregen toestemming van de desbetreffende raden.

  • 2.

    Het college van de centrumgemeente regelt de gevolgen van de wijziging van de centrumregeling.

 

Artikel 14 - Uittreden

  • 1.

    Een aan de centrumregeling deelnemende gemeente kan uit de centrumregeling treden door een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeester en wethouders van die gemeente en na verkregen toestemming van de desbetreffende raad. Dit besluit wordt direct ter kennis van andere deelnemende gemeenten gebracht.

  • 2.

    Een deelnemende gemeente kan uitsluitend per 1 januari van een kalenderjaar uittreden. Het voornemen tot uittreding wordt door de deelnemende gemeente minimaal één jaar van te voren kenbaar gemaakt aan de centrumgemeente.

  • 3.

    De centrumgemeente regelt in overleg met de deelnemende gemeenten de financiële gevolgen en de overige gevolgen van uittreding. De stuurgroep heeft hierin een zwaarwegende adviesbevoegdheid. De directe en indirecte kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de uittreding komen ten laste van de uittredende gemeente(n).

  • 4.

    Voor de uittredende gemeente geldt een inspanningsverplichting om gedwongen ontslagen ten gevolge van de uittreding bij de centrumgemeente te voorkomen.

 

Artikel 15- Opheffing regeling

  • 1.

    De regeling wordt opgeheven, wanneer ten minste een 2/3e meerderheid van de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe besluit, na daartoe verkregen toestemming van de desbetreffende raden.

  • 2.

    De besluitvorming tot opheffing dient tenminste één jaar voorafgaand aan het moment van beëindiging plaats te vinden.

  • 3.

    In het geval van opheffing van deze regeling regelt de centrumgemeente de financiële gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling en/of het service-level agreement zoals bedoeld in artikel 7 worden afgeweken.

  • 4.

    Het liquidatieplan wordt door de centrumgemeente vastgesteld nadat de colleges van de deelnemende gemeenten daarmee hebben ingestemd.

  • 5.

    Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten in de financiële gevolgen van de opheffing van de regeling. Het voorziet tevens in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel van de centrumgemeente, zoals bedoeld in artikel 3, lid 4 van deze regeling.

 

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 16 - Inwerkingtreding en looptijd

  • 1.

    Deze centrumregeling treedt in werking op de dag nadat zij in de Staatscourant is gepubliceerd en is aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 2.

    De toepassing van de regeling en daarop gebaseerde samenwerking wordt jaarlijks geëvalueerd.

  • 3.

    Deze evaluatie vindt plaats in opdracht van de stuurgroep en wordt besproken in het bestuurlijk overleg.

  • 4.

    De uitkomsten van deze evaluatie vormen input voor het jaarlijks vast te stellen Uitvoeringsplan en kunnen aanleiding zijn tot aanpassing van het service-level agreement.

Artikel 17 – Geschillen

Onverminderd het bepaalde in artikel 28 Wgr, verplichten de deelnemende gemeenten zich om in geval van geschillen over de inhoud en uitvoering van deze regeling met elkaar in overleg te treden, waarbij zal worden getracht dergelijke geschillen in der minne te beslechten.

 

Artikel 18 – Archief

  • 1.

    Het college van de centrumgemeente is belast met de zorg voor de archiefbescheiden ten behoeve van de uitvoering van deze regeling op basis van de archiefverordening van de gemeente Maastricht. Voor zover er sprake is van door deelnemende gemeenten gemandateerde taken, berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten.

  • 2.

    Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is de archivaris van de desbetreffende gemeente belast.

  • 3.

    Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform de toepasselijke wet- en regelgeving op het terrein van archivering.

 

Artikel 19- Privacy en Avg

De centrumgemeente en de deelnemende gemeenten waarborgen, als verwerkingsverantwoordelijken conform artikel 4 lid 7 Algemene Verordening Gegevensbescherming, dat bij de onderlinge gegevensuitwisseling de vigerende privacywetgeving wordt nageleefd.

 

Artikel 20- Bekendmaking

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders van de centrumgemeente wordt aangewezen als gemeentebestuur als bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid, van de Wgr.

  • 2.

    De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten verrichten de inschrijving in hun register van gemeenschappelijke regelingen, als bedoeld in artikel 27, eerste lid Wgr. Het college van burgemeester en wethouders van de centrumgemeente draagt op de wettelijk voorgeschreven wijze als bedoeld in artikel 26 lid 2 Wgr zorg voor de bekendmaking van de centrumregeling.

 

Artikel 21- Slotbepaling

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, treden de deelnemende gemeenten met elkaar in overleg.

 

Artikel 22- Citeertitel

Deze centrumregeling wordt aangehaald als: Centrumregeling Verwerving Jeugdhulp regio Zuid-Limburg 2019.

TOELICHTING ALGEMEEN

Deze centrumregeling treedt in de plaats van de aflopende regeling. De aflopende centrumregeling heeft een tijdelijk karakter en is ook als zodanig bedoeld. Met de nieuwe regeling wordt gemarkeerd, dat gemeenten in Zuid Limburg zich hebben uitgesproken om voor de verwerving van jeugdhulp een structurele samenwerking aan te gaan. Daarom wordt in deze regeling uitgegaan van een samenwerking voor onbepaalde tijd. Dit biedt de kans om de regionale inkoopsamenwerking verder te professionaliseren en tevens om het team inkoop van de centrumgemeente een perspectief op duurzame doorontwikkeling en kennisverankering te geven.

 

Aan de totstandkoming van deze nieuwe centrumregeling ligt een uitgebreide evaluatie van de inkoop en de bestuurlijke samenwerking daarbij ten grondslag. Deze evaluatie en daarop gebaseerde bestuurlijke besluitvorming heeft tot een aantal fundamentele aanpassingen in de voorliggende regeling geleid ten opzichte van de oude regeling.

 

Enkele voorbeelden daarvan:

 

Looptijd voor onbepaalde duur.

Introductie van een basispakket en een keuzepakket als uitdrukking van de behoefte aan meer maatwerk in de inkoopsamenwerking.

Introductie van zakelijke afspraken in de vorm van een service-level agreement, waarin de wijze en de kwaliteit van de dienstverlening tussen centrumgemeente en overige deelnemers onderling wordt vastgelegd.

De mogelijkheid om jeugdhulp ook op andere wijzen dan door inkoop/contractering door de centrumgemeente voor de deelnemers te laten verwerven. Hiermee wordt de subsidiëring van bepaalde voorzieningen door de centrumgemeente ook voor de deelnemende gemeenten mogelijk.

 

De vorm van de regionale samenwerking door middel van een centrumregeling is in de besluitvorming over deze evaluatie geen punt van discussie geweest.

 

Omdat een centrumregeling is gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen ligt aan de totstandkoming en wijziging ervan een uitgebreide en zorgvuldige procedure ten grondslag, die in alle betrokken colleges en raden dient te worden doorlopen. In verband hiermee is ervoor gekozen, de aspecten uit de oude centrumregeling die op de bedrijfsvoering en kostenverdeling betrekking hebben, zoveel mogelijk in een service-level agreement (hierna SLA) op te nemen. Dit SLA raakt de operationele bevoegdheid van de colleges en kan daarmee via een eenvoudiger procedure worden vastgesteld. De colleges van de centrumgemeente en de (individuele) deelnemende gemeente gaan hiertoe een overeenkomst aan in de vorm van dit SLA. Het SLA maakt geen deel uit van de centrumregeling maar is erop gebaseerd. Omdat de zaken die in het SLA worden geregeld van operationele aard zijn wordt geen afbreuk aan de kaderstellende bevoegdheid van de Raden gedaan.

 

Beekdaelen: deze regeling treedt in werking op het moment dat de gemeenten Nuth, Schinnen en Onderbanken nog bestaan. Ervan uitgaande dat het wetsvoorstel tot herindeling van deze gemeenten ingaande 2019 ‘kracht van wet’ krijgt en dus de gemeente Beekdaelen vanaf 01-01-2019 als rechtsopvolger van deze gemeenten optreedt, is bij de deelnemers aan de regeling een voetnoot toegevoegd die hierop wijst. Hiermee wordt voorkomen dat de regeling aangepast dient te worden als gevolg van deze herindeling. Voor zover de nieuwe gemeente op grond van de wetgeving rond herindelingen nog aanpassingen of voorzieningen in deze centrumregeling nodig acht zal zij dit binnen zes maanden kenbaar moeten maken.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1:

In de begripsbepalingen zijn de verbreding van het begrip inkoop, het SLA, het uitvoeringsplan, het basispakket en het keuzepakket als nieuwe elementen benoemd en gedefinieerd. De aspecten in de oude regeling die betrekking hadden op het regionaal transitiearrangement zijn achterhaald en dus geschrapt. Belangrijk is dat met de verbreding van de inkoopmethoden er ruimte voor het organiseren van pilots wordt geïntroduceerd, bijvoorbeeld door middel van subsidies.

 

Nieuw in de begripsbepalingen is de term verwerven in plaats van inkopen: hiermee wordt bedoeld dat naast inkopen/contracteren ook subsidiëring van jeugdhulpaanbieders door de centrumgemeente mogelijk wordt om daarmee voldoende aanbod aan jeugdhulp te realiseren. Een dergelijke subsidiëring vindt dan plaats op basis van een subsidieregeling van de centrumgemeente. De inhoudelijk en financiële kaders daarvan worden wel via het regionale overleg vastgesteld, omdat de regeling ook wordt toegepast ten behoeve van de deelnemende gemeenten.

 

Artikel 2:

De doelstelling en de uitgangspunten bij de nieuwe centrumregeling zijn waar nodig geactualiseerd en genuanceerd: duidelijker is gemaakt dat de regionale samenwerking rond de jeugdhulp verder gaat dan de verwerving van de noodzakelijke professionele ondersteuning. Benadrukt wordt dat deze centrumregeling zich beperkt tot de verwerving van jeugdhulp voor de deelnemende gemeenten. Dat de wijze en vorm van verwerving kan bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen c.q. het uitvoeren van de transformatieagenda is evident. Dit betekent dan ook dat het belangrijk is dat het inkoopteam, maar zeker ook de gemeentelijke toegangen, nauw betrokken zijn bij de beleidsontwikkeling hierover. Zo vormen de rapportages en kwartaalgesprekken die team inkoop met zorgaanbieders voert belangrijke beleidsinput.

Een belangrijke nuancering is dat de centrumgemeente niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de kwaliteit van de geleverde zorg door zorgaanbieders: de centrumgemeente contracteert zorgaanbieders en ziet via contractmanagement toe dat de contractuele afspraken, inclusief de kwaliteiteisen, worden nagekomen en rapporteert bij afwijkingen daarbij via regionale programmagroep jeugd aan de stuurgroep. De kwaliteit van de geleverde zorg is de primaire verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder en van beleid en de gemeentelijke toegangen.

 

Artikel 3:

Nieuw in dit artikel is dat de centrumgemeente ook bevoegd is namens de deelnemende gemeenten op andere wijzen dan door inkoop via aanbesteding in voldoende aanbod van jeugdhulp te voorzien. Gedacht wordt hierbij expliciet aan subsidiëring. Met de formulering in dit artikel is het niet noodzakelijk dat elke gemeente afzonderlijk een subsidieregeling of verordening vaststelt en de uitvoering ervan aan de centrumgemeente opdraagt, maar kan worden volstaan met een regeling die alleen door de centrumgemeente wordt vastgesteld en uitgevoerd.

Sturing op de inhoud en financiële sturing door de stuurgroep is gewaarborgd doordat de stuurgroep dient in te stemmen met de inhoudelijke en financiële kaders van de subsidieregeling zoals die door de centrumgemeente wordt vastgesteld en uitgevoerd. De centrumgemeente coördineert de beleidsmatige aspecten rondom de gesubsidieerde instellingen maar doet dit uiteraard in nauwe afstemming met de programmagroep Jeugd en indien noodzakelijk ook met de stuurgroep Jeugd.

 

Toegevoegd is een artikellid over de kostenverdeling onder de deelnemers voor de instandhouding van het inkoopteam van de centrumgemeente die in het SLA wordt opgenomen.

 

Tevens is in dit artikel de mandatering van de deelnemende gemeenten aan de centrumgemeente ten behoeve van de subsidiëring opgenomen. Ook is de bevoegdheid opgenomen om privaatrechtelijk namens de deelnemende gemeenten te kunnen optreden, met name ten behoeve van de contractering van zorgaanbieders en het contractmanagement. Met de vaststelling van deze regeling zijn afzonderlijke mandaatregelingen en volmachten door de deelnemende gemeenten niet nodig, omdat dat immers in artikel 3 al is geregeld. Wel dient het college van de centrumgemeente (desgewenst) de aan haar opgedragen taken onder te mandateren aan de verantwoordelijke managers en/of medewerkers. De centrumregeling zelf voorziet in de mogelijkheid van een ondermandaat.

 

Artikel 4:

De inhoud van het genoemde takenpakket wordt nader uitgewerkt in het SLA en het uitvoeringsplan. De invulling van het basispakket en het keuzepakket is ook niet uitgewerkt, omdat dit om de vier jaar aangepast kan worden via het SLA. Opname in deze centrumregeling zou impliceren dat elke wijziging in deze pakketten tot een aanpassing van de centrumregeling zou moeten leiden. Voor de komende vier jaar zien basis- en keuzepakket er als volgt uit:

 

Het Basispakket bestaat uit de producten/arrangementen: Crisis, Verblijf, Jeugdzorg

Plus, Jeugdbescherming & Jeugdreclassering en de crisisdienst Jeugd.

 

Het Keuzepakket bestaat voor de eerste vier jaar uit de overige producten/ arrangementen Begeleiding (groep en individueel), Behandeling (groep en individueel) , Logeren, BOR, Dyslexie (diagnose en behandeling), Regie en Consult.

 

Artikel 5/Artikel6:

De invulling van het bestuurlijk overleg zoals opgenomen in de centrumregeling leidt ertoe dat in de stuurgroep de relatie opdrachtgever (deelnemende gemeenten) en opdrachtnemer (de centrumgemeente) vorm krijgt. Bijzonder aspect daarbij is, dat de centrumgemeente ook deelnemer is en in dit speelveld dus een dubbele rol vervult: zowel (mede)opdrachtgever als opdrachtnemer. De stuurgroep fungeert enigszins vergelijkbaar met een dagelijks bestuur, terwijl het bestuurlijk overleg van de 18 portefeuillehouders Jeugd als het algemeen bestuur optreedt. Deze vergelijking gaat niet helemaal op omdat er hier sprake is van een centrumregeling, een lichte gemeenschappelijke regeling op basis van mandaat. Het zwaarwegende adviesrecht van de stuurgroep naar het college van de centrumgemeente in combinatie met deze mandaatconstructie zorgt ervoor dat de centrumgemeente niet teveel afstand van de deelnemende gemeenten kan innemen. Deze afstand is een veelvuldig gehoord bezwaar van gemeentebesturen en vooral raden die een grote afstand en daarmee gebrek aan sturingsmogelijkheden en invloed ervaren tot de gemeenschappelijke regelingen in de vorm van een openbaar lichaam. Dat is met deze centrumgemeente constructie duidelijk anders. De verhouding opdrachtgever - opdrachtnemer is wederkerig en gelijkwaardig, er is geen sprake van ondergeschiktheid van de opdrachtnemer ten opzichte van de opdrachtgever. De rol van de stuurgroep in de sturing naar de centrumgemeente is niet vrijblijvend: dit komt tot uitdrukking in de zwaarwegende adviesbevoegdheid van de stuurgroep in combinatie met de mandaatconstructie van de centrumregeling.

Bij de besluitvorming in het bestuurlijk overleg en stuurgroep wordt uiteraard gestreefd naar consensus, maar voor het geval dit niet mogelijk blijkt kan wordt overgegaan tot stemming en vindt besluitvorming bij een gekwalificeerde meerderheid van stemmen plaats. Daarbij kan desgewenst het minderheidstandpunt ook in de advisering tot uitdrukking komen. Het gaat dan om de advisering aan de centrumgemeente. De term “zwaarwegend” bij het adviesrecht van de stuurgroep is gebruikt om tot uitdrukking te laten komen dat de centrumgemeente alleen in zeer uitzonderlijke situaties van dit advies kan afwijken. Uiteraard zal de centrumgemeente hiervan dan melding maken naar de overige deelnemers.

 

Aandachtspunt hierbij is nog dat deelnemers, die bepaalde producten uit het keuzepakket niet via de centrumgemeente afnemen, niet aan besluitvorming over deze producten kunnen deelnemen.

 

Het bestuurlijk overleg van de 18 portefeuillehouders jeugd overlegt in het kader van deze centrumregeling tenminste eenmaal per jaar over de beleidskaders gericht op de verwerving van jeugdhulp, waarbinnen de centrumgemeente de centrumregeling dient uit te voeren. Daarnaast wordt tenminste tweemaal per jaar de uitvoering van de taken van de centrumgemeente besproken. Deze overleggen worden door de stuurgroep voorbereid.

De stuurgroep wordt ondersteund door de regionale, ambtelijke programmagroep jeugd. De stuurgroep komt gemiddeld eens per 6 weken bij elkaar om aldus ook de rol van ‘dagelijks bestuur’ naar de centrumgemeente vorm te kunnen geven. De taken van zowel het bestuurlijk overleg als de stuurgroep zijn overigens veel breder dan in het kader van deze regeling is beschreven. Met name de strategische, regionale beleidsontwikkeling vanuit de portefeuille Jeugd wordt in deze regeling niet uitgewerkt.

 

Artikel 7:

Het SLA bevat een aantal afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening door de centrumgemeente en een afbakening van de taken, rollen en verantwoordelijkheden onderling. Daarnaast is in het SLA het financiële verdeelmodel opgenomen dat de basis biedt voor de verdeling van de kosten die de centrumgemeente moet maken om de taken voor de deelnemers uit te voeren. Na een positief advies van de stuurgroep wordt het SLA door de centrumgemeente met de afzonderlijke deelnemende gemeenten aangegaan en ondertekend, waarbij tevens de keuze voor het wel of niet afnemen van (onderdelen van) het keuzepakket voor de komende vier jaar wordt vastgelegd.

 

Artikel 8:

De tekst van dit artikel is geactualiseerd overgenomen uit de vorige centrumregeling. Geschrapt is de bepaling die de financiële bepalingen bij uittreden in het uitvoeringsplan regelt. Dit is niet iets wat jaarlijks wordt uitwerkt en bovendien strijdig met het uitgangspunt dat een structurele samenwerking voor onbepaalde tijd wordt aangaan.

Het uitvoeringsplan vormt als het ware het jaarplan van het inkoopteam, waarin de werkzaamheden die het komende jaar voor de deelnemende gemeenten zullen worden uitgevoerd en waarin de daarmee gepaard gaande middelen worden benoemd. Deze worden via de kostenverdeelsleutel uit het SLA in een financiële bijdrage per deelnemer vertaald.

Het uitvoeringsplan is niet alleen één-richtingverkeer naar de centrumgemeente: ook de bijdrage die van de deelnemende gemeenten worden verwacht in de uitvoering van de taken worden benoemd. Daarbij gaat het niet alleen om het aanleveren van informatie, maar ook aan personele bijdrage aan het proces van bestuurlijk aanbesteden of andere verwervingsmethoden. Zo hebben de afgelopen jaren beleidsmedewerkers van de deelnemende gemeenten deelgenomen aan werkgroepen bij de uitwerking van de arrangementensystematiek, het vormgeven van pilots over resultaatsturing, het formuleren van kwaliteitseisen bij de contracten met zorgaanbieders en dergelijke. Deze regionale samenwerking zal ook in de toekomst worden gecontinueerd ten behoeve van de verwerving van voldoende jeugdhulp.

 

Artikel 9:

Met name in dit artikel komt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de informatievoorziening tot uitdrukking: de centrumgemeente kan ‘het’ niet alleen. En daar waar de centrumgemeente zich moet baseren op data/infomatie van derden (zorgaanbieders, deelnemende gemeenten) is de kwaliteit van de output naar deelnemende gemeenten evenredig aan de input door de deelnemers. Achterstanden bij zorgaanbieders en deelnemende gemeenten zorgen dan voor minder actuele rapportages en dergelijke. Maar ook informatie over de inrichting van de processen bij de deelnemende gemeenten zijn van belang voor een tijdige en adequate aanlevering van informatie door de centrumgemeente. In de oude centrumregeling was dit te eenzijdig richting centrumgemeente geformuleerd. In het SLA wordt deze wederkerige verantwoordelijkheid voor de informatievoorziening nader uitgewerkt.

 

Artikel 10:

Bij het lezen van dit artikel moet telkens onderscheid worden gemaakt tussen de kosten voor de door zorgaanbieders verleende zorg en de betaling daarvan door de centrumgemeente en de kosten die de centrumgemeente moet maken voor de werkzaamheden die zij voor de deelnemende gemeenten uitvoert. Voor beide kostensoorten ontvangt de centrumgemeente een voorschot van de deelnemende gemeenten zoals uitgewerkt in het SLA en het uitvoeringsplan (ten aanzien van de hoogte van de bevoorschotting).

 

Artikel 11:

In 2017 is Zorgned als systeem voor de geautomatiseerde gegevensverwerking in gebruik genomen. Alle deelnemende gemeenten dienen hiervan gebruikt te maken bij de facturering van zorgaanbieders. De deelnemende gemeenten zijn via hun toegang zelf verantwoordelijk voor de inzet van zorg(aanbieders) en het controleren van de feitelijke levering ervan. Via de toewijzingen (of wijzigingen daarin) stellen zij de centrumgemeente in staat de declaraties van zorgaanbieders af te handelen. Het is dan ook van groot belang dat deze informatie tijdig en adequaat aan de centrumgemeente wordt aangeleverd. Achterstanden hierbij leidt onherroepelijk ook tot achterstanden bij de afwikkeling van facturen door de centrumgemeente. En omdat sinds 2017 zorgaanbieders geen voorschot meer krijgen kunnen zij hierdoor in liquiditeitsproblemen komen. In verband hiermee wordt het declaratieprotocol in 2019 nadrukkelijker ook op de deelnemende gemeenten van toepassing en omgedoopt tot toewijzings-en declaratieprotocol.

 

Artikel 12:

Dit artikel is overgenomen uit de aflopende regeling met dien verstande dat de deelnemers met een gekwalificeerde meerderheid kunnen besluiten over toetreding van een nieuwe deelnemer. Hier staat dat de centrumgemeente de gevolgen van de toetreding van een nieuwe deelnemer regelt en eventueel daaraan verbonden voorwaarden. Natuurlijk doet de centrumgemeente dit in nauwe afstemming met en op advies van het bestuurlijk overleg en de stuurgroep.

De nieuw te vormen gemeente Beekdaelen zal niet apart hoeven toe te treden, als de besluitvorming over deze centrumregeling in 2018 kan worden afgerond en de regeling nog dit jaar in werking treedt. Immers, de gemeente Beekdaelen geldt als de rechtsopvolger van de huidige gemeenten Nuth, Schinnen en Onderbanken.

 

Artikel 13:

Dit artikel is overgenomen uit de aflopende regeling maar is ook hier besluitvorming via een gekwalificeerde meerderheid geïntroduceerd. Hier staat dat de centrumgemeente de gevolgen van een wijziging in de centrumregeling regelt. Hiervoor geldt hetzelfde als in het vorige artikel.

 

Artikel 14:

Ook dit artikel is ongewijzigd overgenomen uit de aflopende regeling. Uittreding moet uiteraard altijd mogelijk zijn, ook al wordt bij het aangaan van deze samenwerking uitgegaan van een regeling voor onbepaalde tijd. Dit zal geen lichtvaardig besluit zijn, en gaat dan ook gepaard met een ‘opzegtermijn’ van één jaar. Van de centrumgemeente wordt verwacht dat deze de financiële en overige gevolgen van uittreding regelt. Echter, omdat dit mogelijk ook de (financiële) belangen van de overige gemeenten raakt, ligt hiervoor een zwaarwegende adviesbevoegdheid bij de stuurgroep. De kosten voor uittreding komen voor rekening van de uittredende gemeente. Het voert te ver om in het kader van deze regeling uit te werken hoe dit plaatsvindt. Dit zal in de praktijk ook maatwerk zijn.

 

Artikel 15:

De oorspronkelijke centrumregeling heeft een looptijd voor bepaalde tijd en loopt van rechtswege af op 31 december 2018. De onderhavige centrumregeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd, waardoor een bepaling over de eventuele opheffing ervan noodzakelijk is. Dit artikel voorziet hierin.

 

Artikel 16

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Ervan uitgaande dat de 18 colleges in september/oktober 2018 toestemming van de raden tot het aangaan van deze regeling krijgen en de colleges deze regeling vervolgens vaststellen zal deze meteen aansluitend in de Staatscourant worden gepubliceerd en in werking treden. Op basis daarvan kan dan de centrumgemeente namens de overige 17 deelnemende gemeenten voor 2019 de contractuele afspraken met zorgaanbieders maken. Ongeacht of dat via inkoop/(bestuurlijk) aanbesteden of door subsidiëring is.

Dit artikel vormt in lid 2 tevens de basis voor de jaarlijkse evaluatie van de samenwerking en de invulling van het Uitvoeringsplan voor het daarop volgende jaar. Indien noodzakelijk kan bij geconstateerde knelpunten ook tot een tussentijdse aanpassing van het SLA worden gekomen. De evaluatie vindt plaats in opdracht van de stuurgroep. De vorm waarin (intern of extern, te interviewen stakeholders e,d,) is ter bepaling van de stuurgroep. Dit zal in de praktijk op voorstel van de programmagroep jeugd zijn. Uitgangspunten voor de evaluatie zijn de kwaliteit van uitvoering van deze regeling, die van de service-level agreement en het uitvoeringsplan.

 

Artikel 17:

Ook dit artikel is ongewijzigd overgenomen uit de aflopende regeling. Geschillen over de uitvoering van deze regeling lossen deelnemers als professionele partners in beginsel zelf op. Desgewenst kan daarbij een extern adviseur/mediator of arbitrage worden ingezet. Dit is in de geest van deze samenwerking echter altijd een maatwerktraject, reden waarom dit niet expliciet en verplichtend in dit artikel is uitgewerkt.

 

Artikel 18:

De oorspronkelijke bepaling over archivering was erg summier en is aangevuld met verwijzingen naar de verplichtingen uit de Archiefwet 1995.De centrumgemeente is belast met de archivering rondom de inkoop van jeugdhulp.

 

Artikel 19:

In verband met de inwerkingtreding van de AVG en de toenemende aandacht voor de privacybescherming is dit artikel opgenomen. Wellicht ten overvloede, maar de deelnemers aan deze samenwerking dienen zich te houden aan alle voorschriften over de privacy van onze burgers en die van onze aanbieders maar ook aan de regels voor de verwerking van gegevens. Ook is de verantwoordelijkheid hiervoor bij de betrokken partijen benoemd. Dit is in dit artikel nog eens expliciet opgenomen.

 

Artikel 20:

Ook dit artikel is ongewijzigd overgenomen uit de aflopende regeling. De bepalingen uit de Wgr ten aanzien van toezending naar GS, publicatie in de Staatscourant en het bijhouden van een register van gemeenschappelijke regelingen zijn ongewijzigd.

 

Artikel 21:

Betreft een standaard slotbepaling, een soort hardheidsclausule voor situaties waarin de regeling niet voorziet.

 

Artikel 22:

In de citeertitel “Centrumregeling Inkoop Jeugdhulp regio Zuid-Limburg 2019” is het jaartal 2019 opgenomen om duidelijk te maken dat dit de opvolger van de aflopende centrumregeling is en om duidelijk te maken dat de eerste verwerving van jeugdhulp op basis van deze regeling betrekking heeft op 2019 en verder.

 

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Beek op 16 oktober 2018.

De secretaris,

R. de Louw.

De burgemeester,

mr. C.E. van Basten-Boddin.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Brunssum op 23 oktober 2018.

De secretaris,

drs. E. Dielissen.

De burgemeester,

drs. G.B.M. Leers.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Eijsden-Margraten op 2 oktober 2018.

De secretaris,

M. Severeijns.

De burgemeester,

D.A.M. Akkermans

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Gulpen-Wittem op 9 oktober 2018.

De secretaris,

J.G.A. Kusters MCM.

De burgemeester,

Ing. N.H.C. Ramaekers-Rutjens.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Heerlen op 2 oktober 2018.

De secretaris,

M. Wilke.

De burgemeester,

E. Roemer.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Kerkrade op 23 oktober 2018.

De secretaris,

H. Coumans.

De burgemeester,

J. Som.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Landgraaf op 9 oktober 2018.

De secretaris,

Ir J.M.C. Rijvers.

De burgemeester,

mr. R.J.H. Vlecken.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Maastricht op 23 oktober 2018.

De secretaris,

P.J. Buijtels

De burgemeester,

J.M. Penn-te Strake.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Meerssen op 23 oktober 2018.

De secretaris,

mr. J.J.M. Eurlings.

De burgemeester,

M.A.H. Clermonts-Aretz.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Nuth op 30 oktober 2018.

De secretaris,

A.N. van den Bergh.

De burgemeester,

D.H. Schmalschläger.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Onderbanken op 2 oktober 2018.

De secretaris,

F.C.W. Geraets.

De burgemeester,

O.M.T. Wolfs.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Schinnen op 9 oktober 2018.

De secretaris,

mr. J.M.C. Roelofs.

De burgemeester,

L.J.P.M. Frissen.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Simpelveld op 23 oktober 2018.

De secretaris,

Mevrouw . mr. M. Liu.

De burgemeester,

Mr. R. de Boer.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Sittard-Geleen op 23 oktober 2018.

De secretaris,

G.J.C. Kusters.

De burgemeester,

drs. G.J.M. Cox.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Stein op 9 oktober 2018.

De secretaris,

J.H.J. Sanders.

De burgemeester,

M.F.H. Leurs-Mordang.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Vaals op 14 oktober 2018.

De secretaris,

mr. drs. J.H.M.J. Bertram.

De burgemeester,

drs. R.L. T. van Loo.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Valkenburg aan de Geul op 11 oktober 2018.

De secretaris,

L.T.J.M. Bongarts.

De burgemeester,

dr. J.J. Schrijen.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Voerendaal op 2 oktober 2018.

De secretaris,

H.H.M. Timmermans.

De burgemeester,

W. Houben.

Naar boven