Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 22 oktober 2018, nr. 2387751 tot aanwijzing van de centrale autoriteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringswet verordening overlegging openbare documenten

De Minister voor Rechtsbescherming,

Gelet op artikel 2, eerste lid, Uitvoeringswet verordening overlegging openbare documenten;

Besluit:

Artikel 1

De gemeente ’s-Gravenhage wordt aangewezen als centrale autoriteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoeringswet verordening overlegging openbare documenten in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 22 oktober 2018

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

TOELICHTING

De Uitvoeringswet verordening overlegging openbare documenten (verder: uitvoeringswet) geeft uitvoering aan een verordening1 die het vrij verkeer van openbare documenten makkelijker wil maken. De verordening schaft de legalisatievereisten voor openbare documenten af. Verder komen er voor een aantal openbare documenten meertalige modelformulieren die als vertaalhulp kunnen worden gebruikt. Dit maakt het makkelijker voor burgers om documenten (bijvoorbeeld een huwelijksakte) in een andere EU-lidstaat te overleggen zonder onnodige formaliteiten.

Op grond van artikel 15 van de verordening moet ten minste één centrale autoriteit worden aangewezen, die tot taak heeft bijstand te verlenen bij verzoeken om informatie die afkomstig zijn van autoriteiten uit een andere EU-lidstaat. De gemeente ’s-Gravenhage wordt hiermee aangewezen als centrale autoriteit. Daarbij zijn twee factoren van belang. Ten eerste heeft de gemeente ’s-Gravenhage uitgebreide ervaring op het gebied van de registratie van buitenlandse rechtsfeiten in de registers van de burgerlijke stand en, aansluitend, in de basisregistratie personen. Hierdoor is bij de gemeente ’s-Gravenhage veel kennis opgebouwd, ook over de vele verschijningsvormen van buitenlandse documenten, akten, afschriften en uittreksels. Ten tweede bestaat bij de gemeente ’s-Gravenhage een grote expertise op het gebied van fraudebestrijding, waaronder ook documentonderzoek en -herkenning.2

De centrale autoriteit heeft tot taak het verlenen van bijstand bij verzoeken om informatie die afkomstig zijn van autoriteiten uit een andere EU-lidstaat. Dat is het geval indien een autoriteit uit een andere lidstaat twijfel heeft over de echtheid van een overgelegd document. Deze autoriteit kan een verzoek indienen bij de centrale autoriteit van de lidstaat waar het betreffende document is afgegeven om na te gaan of het document echt is (artikel 14 verordening).

De centrale autoriteit heeft tot taak: a) dergelijke verzoeken om informatie door te geven aan de instantie die het document heeft afgegeven, te ontvangen en, zo nodig, te beantwoorden en b) de informatie te verstrekken die met betrekking tot die verzoeken noodzakelijk is (vgl. artikel 16 verordening). De regeling treedt op hetzelfde tijdstip in werking als de uitvoeringswet en de verordening, namelijk met ingang van 16 februari 2019. Er wordt afgeweken van de vaste verandermomenten omdat er sprake is van uitvoering van een verordening.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende het bevorderen van het vrij verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200).

X Noot
2

Kamerstukken II 2017/18, 34 803, nr. 3, p. 5.

Naar boven