Overwegingen ten aanzien van het besluit
- dat door een bewoner een schriftelijk verzoek is ingediend tot het krijgen van een gereserveerde parkeerplaats voor zijn voertuig;
- dat aan belanghebbende een gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders is verstrekt;
- dat een gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt aan bestuurders waarvan door een onafhankelijk arts is vastgesteld dat zij redelijkerwijs niet meer dan 100 meter aan één stuk kunnen lopen;
- dat door de parkeerdruk rondom de woning het voorkomt dat belanghebbende zijn auto bij thuiskomst niet kan parkeren binnen een redelijke afstand van de toegang tot zijn woning;
- dat op grond van vastgesteld beleid is onderzocht of belanghebbende kan voorzien in een parkeerplaats op eigen terrein hetgeen in dit geval niet mogelijk is;
- dat conform vastgesteld beleid gehandicaptenparkeerplaatsen alleen op bestaande parkeerplaatsen worden gerealiseerd;
- dat toewijzing van de parkeerplaats betekent dat andere weggebruikers geen gebruik meer kunnen maken van deze parkeerplaats;
- dat belanghebbende nu ook zijn auto in de directe omgeving parkeert en de parkeerdruk dus niet ernstig zal toenemen bij het honoreren van de aanvraag;
- dat belanghebbende een extra brede parkeerplaats heeft aangevraagd maar dat de aangegeven parkeerplaats reeds een extra brede parkeerplaats is;
- dat in overleg met de belanghebbende de situering van de gehandicapten-parkeerplaats is bepaald een en ander conform bijgevoegde plattegrond;
- dat de bovenvermelde maatregel wordt genomen op basis van artikelen 49 t/m 55 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), artikel 2 Wegenverkeerswet (WvW), artikelen 85 en 86 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en de regeling gehandicaptenparkeerkaart;
- dat de straat in eigendom, beheer en onderhoud is bij de gemeente Leiderdorp;
- dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiderdorp, overeenkomstig artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994, het bevoegd gezag is voor het nemen van dit verkeersbesluit en dat deze bevoegdheid op grond van het mandaatbesluit van 21 juni 2010 is gemandateerd aan het hoofd van de afdeling Beleid en op 29 januari 2013 gemandateerd aan de coördinator cluster Ruimte van de afdeling Beleid en medewerkers Verkeer;
- dat er overeenkomstig artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) overleg is gevoerd met de verkeersadviseur van de politie eenheid Den Haag;