Besluit toestemming overdracht opsporingsvergunning aardwarmte Rotterdam 4, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

DGETM-EO 18246463

Overwegingen:

  • De aanvraag wordt als volgt begrepen dat de vergunninghouder vraagt om toestemming tot overdracht van de opsporingsvergunning aardwarmte Rotterdam 4, zodanig dat Hydreco Geomec B.V. vergunninghouder wordt van deze opsporingsvergunning, waarbij Hydreco Geomec B.V. automatisch degene wordt die de werkzaamheden uitvoert of daartoe opdracht verleent, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, Mbw;

  • de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouder van de opsporingsvergunning aardwarmte Rotterdam 4 geven geen aanleiding de toestemming tot overdracht aan de beoogde vergunninghouder te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, Mbw in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder a, Mbw;

  • de manier waarop de beoogde vergunninghouder voornemens is de activiteiten te verrichten geeft geen aanleiding de toestemming tot overdracht aan de beoogde vergunninghouder te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, Mbw in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder b, Mbw;

  • de beoogde vergunninghouder van de opsporingsvergunning aardwarmte Rotterdam 4 heeft niet onder een eerdere vergunning bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Mbw, blijk gegeven van gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, Mbw in samenhang met artikel 9, eerste lid onder c, Mbw.

Overwegingen met betrekking tot de ingediende adviezen:

  • SodM constateert dat Hydreco Geomec B.V. een bestaande uitvoerder van aardwarmteprojecten is. Zij is uitvoerder van twee projecten in Brielle en Den Haag. Zij is daarnaast houder van vier opsporingsvergunningen. In haar projectteam heeft Hydreco Geomec B.V. een groot deel van de sleutelfiguren reeds in dienst.

    SodM merkt op dat onder de vergunning van E.ON Benelux B.V., thans Uniper Benelux N.V., volgens het ingediende werkplan de volgende geologische lagen zouden worden onderzocht: IJsselmonde zandsteen op een diepte van 1.730 meter, Alblasserdam zandsteen op een diepte van 2.100 meter en de Trias zandstenen op een diepte van 4000 tot 4.400 meter. Dit werkplan zal na overdracht worden uitgevoerd door Hydreco Geomec B.V. In de Trias zandstenen kunnen de temperaturen en drukken mogelijkerwijs hoger zijn dan bij huidige geothermie projecten. Indien Hydreco Geomec B.V. besluit te gaan boren naar het Trias, dient zij ervoor te zorgen dat de organisatie past bij het risicoprofiel van deze activiteiten. SodM wenst zes maanden voor de start van de boring te toetsen of de organisatie passend is.

    SodM is van mening dat Hydreco Geomec B.V. de mijnbouwactiviteiten voor de opsporing van geothermie op een veilige en verantwoorde wijze zou kunnen uitvoeren, mits zij haar organisatie invult volgens de minimumeisen die SodM stelt aan de competenties van het sleutelpersoneel. Zij adviseert hiervoor een voorwaarde op te nemen om te waarborgen dat Hydreco Geomec B.V. zes maanden voor aanvang van de boring de door SodM opgestelde competentieprofielen invult.

    Met betrekking tot de ingediende adviezen kan worden opgemerkt dat Hydreco Geomec B.V. zich dient te houden aan de in 2012 door E.ON Benelux B.V. bij de aanvraag opsporingsvergunning aardwarmte Rotterdam 4 ingediende werkplannen. Indien Hydreco Geomec B.V. voornemens is fysieke exploratieactiviteiten uit te voeren, dient zij zes maanden voorafgaand aan de boring een geactualiseerde organisatiestructuur en -invulling in te dienen bij het Ministerie van EZK, welke kan worden voorgelegd bij SodM.

Gelet op:

Artikel 20, eerste en derde lid, en artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Besluit:

Artikel 1

Aan Uniper Benelux N.V. wordt toestemming verleend tot overdracht van de opsporingsvergunning aardwarmte Rotterdam 4, zodanig dat Hydreco Geomec B.V. vergunninghouder wordt van deze opsporingsvergunning.

Artikel 2

De tekst van artikel 4 van het besluit DGETM-EM/12363172 wordt vervangen door de volgende tekst: De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarde in acht:

zes maanden voorafgaand aan de uitvoering van fysieke activiteiten overlegt de vergunninghouder aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat, een geactualiseerde organisatiestructuur en -invulling, conform de dan geldende technische standaarden, welke aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen wordt voorgelegd.

Artikel 3

De opsporingsvergunning aardwarmte Rotterdam 4 dient binnen 1 jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 4

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: J.L. Rosch MT-lid directie Energie en Omgeving

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken, na de dag waar op dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK 's-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven