Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2018, 56948Circulaires

Circulaire toepassing programma versterken inzetbaarheid sector Rijk

Aan: het bevoegd gezag van de ambtelijke diensten van de sector Rijk

Onderwerp: toepassing programma versterken inzetbaarheid sector Rijk

Doelstelling: bekend maken beleid

Relatie met andere circulaires: Circulaire toepassen Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2018–2020 (Stcrt. 2018, nr. 49773)

Datum: 3 oktober 2018

Kenmerk: 2018-0000799995

Ingangsdatum: dag na de uitgifte van de Staatscourant met terugwerkende kracht tot 1 september 2018

Geldig tot: 1 januari 2020

Inleiding

Op 13 juli jongstleden hebben de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de vakbonden FNV Overheid, Ambtenarencentrum, CNV Overheid en CMHF de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2018–2020 gesloten. Eén van deze afspraken is het pilotprogramma versterken inzetbaarheid. Met deze circulaire informeer ik u over de inhoud van dit onderdeel van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst met meer toelichting op het programma, op welke wijze organisaties dit programma kunnen inzetten, uitvoering en de opzet van de evaluatie. De volledige tekst over het programma versterken inzetbaarheid uit de arbeidsvoorwaardenovereenkomst is als bijlage bij deze circulaire gevoegd.

Doelgroep

Het pilotprogramma is erop gericht de inzetbaarheid te versterken van de ambtenaren van wie – afgaand op bepaalde omstandigheden – verondersteld kan worden dat ze een verminderde inzetbaarheid hebben. Het gaat dan om de middellangetermijninzetbaarheid zowel binnen als buiten het Rijk. Bij het formuleren van de doelgroep worden verschillende mogelijkheden onderscheiden:

  • ambtenaren doen werk waarvan aangenomen wordt dat het op termijn verdwijnt of ingrijpend wijzigt, al is op dit moment nog niet te voorspellen wanneer dat precies zal gebeuren;

  • ambtenaren zijn gedurende langere tijd werkzaam in zwaardere functies;

  • ambtenaren doen langdurig hetzelfde werk.

Om het pilotprogramma in te zetten geldt voor organisaties dat een of meerdere criteria van toepassing moet(en) zijn. Uiteindelijk wordt de precieze doelgroep vastgesteld in gezamenlijk overleg van de werkgever/bestuurder met het Departementaal Georganiseerd Overleg. De ondernemingsraad kan hierbij ook een initiërende of adviserende rol innemen. Zij beschikken – gelet op het experimentele en tijdelijke karakter van dit programma – over een ruime discretionaire marge bij het afbakenen van de groep ambtenaren die voor dit programma in aanmerking komen. Uitgesloten zijn evenwel ambtenaren die in de voorbereidende of verplichte fase van het VWNW-beleid zitten, vanwege de overlap in de aangeboden faciliteiten. Om diezelfde reden stopt deelname aan het programma versterken inzetbaarheid voor ambtenaren die in één van deze fases komen. Ambtenaren die werkzaam zijn in een zogenaamde substantieel bezwarende functie (SBF) komen wel in aanmerking.

Deelname door de ambtenaar aan het programma versterken inzetbaarheid is te allen tijde op vrijwillige basis.

Inhoud en looptijd programma

In het gezamenlijke overleg tussen de werkgever en het DGO wordt vastgesteld welke faciliteiten en voorzieningen gericht op de ontwikkeling van de medewerker en/of de begeleiding naar ander werk voor deelnemende ambtenaren worden georganiseerd. De ondernemingsraad kan hierbij ook een initiërende of adviserende rol innemen.

Het kan daarbij gaan om:

  • Scholing gericht op een andere functie, met de faciliteiten van artikel 59, derde lid, ARAR;

  • Begeleiding door een coach of mobiliteitsorganisatie.

  • Hierbij kunnen de volgende voorzieningen worden toegekend:

    • bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid overeenkomstig het geldende (met inbegrip van reeds afgesproken aanpassingen in de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering) artikel 49ff ARAR;

    • duur en omvang aflopende toelage overeenkomstig artikel 49hh ARAR;

    • vergoeding pensionkosten overeenkomstig artikel 49ii ARAR;

    • aflopende vergoeding extra reistijd overeenkomstig artikel 49jj ARAR (inclusief maximum van artikel 49kka ARAR);

    • duur en omvang van de tegemoetkoming extra reiskosten overeenkomstig artikel 49kk ARAR (inclusief maximum van artikel 49kka ARAR);

    • tegemoetkoming na voldoen aan verhuisplicht overeenkomstig artikel 49ll ARAR;

    • flexibel werken overeenkomstig artikel 49 mm ARAR;

    • voorziening bij niet passende functie binnen de sector Rijk overeenkomstig artikel 49nn ARAR;

    • voorziening bij verlies functie buiten de sector Rijk overeenkomstig artikel 49oo ARAR;

    • proportionele ambtsjubileumgratificatie overeenkomstig artikel 49pp ARAR;

    • vrijstelling terugbetalingen overeenkomstig artikel 49qq ARAR;

    • bijdrage pensioenopbouw overeenkomstig artikel 49ss ARAR.

De looptijd van de verschillende programma’s binnen de organisatieonderdelen kan variëren van zes tot vierentwintig maanden, door de werkgever van de organisatie te bepalen in het overleg met het DGO.

Het betreft hier pilots, dat wil zeggen dat deelnemende partijen zich enige vrijheid mogen veroorloven bij de invulling. Indien mogelijk en nodig kan P-Direkt dit administratief ondersteunen. Voor innovatieve aspecten kunnen organisaties hierbij in de vorm van een onderbouwd projectvoorstel financiële ondersteuning aanvragen bij het Arbeidsmarkt- en Opleidingsfonds van het Rijk (A+O fonds Rijk).

Het is evident dat, op het moment dat wordt besloten tot het in gang zetten van een dergelijk programma, de organisatie gehouden is voldoende tijd en capaciteit beschikbaar te stellen, opdat medewerkers daadwerkelijk in staat zijn gebruik te maken van de verschillende faciliteiten die het programma biedt. De ondernemingsraad kan geconsulteerd worden bij de uitvoering van het programma.

Registratie van deelnemende partijen en ambtenaren

Organisaties die overgaan tot het organiseren van een programma versterken inzetbaarheid houden een registratie daarvan bij. Voor zover de deelnemende ambtenaren voorzieningen worden toegekend, kunnen deze voorzieningen via P-Direkt worden gefaciliteerd. U informeert de deelnemende ambtenaren schriftelijk over de beschikbare faciliteiten en voorzieningen, en de overige condities.

Evaluatie

Gedurende het eerste half jaar van 2020 worden de resultaten van de dan lopende pilotprogramma’s geëvalueerd. De evaluatie is onderwerp van gesprek in het Sectoroverleg Rijk (SOR), dat besluit over eventuele voortzetting van het programma versterken inzetbaarheid. Elementen die in de evaluatie worden meegenomen zijn de effectiviteit van de aangeboden faciliteiten en voorzieningen, de ervaringen van ambtenaren, eventuele struikelblokken bij de totstandkoming van het programma, begrotingsaspecten waaronder de doelmatigheid van bestede middelen, en de administratieve belasting voor de organisaties. Deelnemende organisaties dienen tevens hun pilotprogramma’s mede langs deze parameters te evalueren. Ten minste de volgende zaken worden hierbij systematisch uitgevraagd:

  • Hoeveel ambtenaren kwamen in aanmerking voor deelname?

  • Hoeveel ambtenaren hebben daadwerkelijk deelgenomen aan het programma?

  • Welke faciliteiten zijn door ambtenaren gebruikt?

  • Hoe vaak?

  • In hoeverre hebben ambtenaren ervaren dat deelname bijdroeg aan hun inzetbaarheid?

  • Waarbij steeds zoveel mogelijk de groepskenmerken van de doelgroep worden uitgesplitst, inzake schaalniveau, functieverblijfsduur en FGR-functiefamilie.

Ik verzoek u met de inhoud van deze circulaire rekening te houden en daaraan voor zover nodig uitvoering te geven.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, namens deze, A.W.H. Bertram Wnd. directeur-generaal Overheidsorganisatie

BIJLAGE BIJ CIRCULAIRE 2018-0000799995

Relevante delen uit de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2018-2020

4.1. Programma versterken inzetbaarheid

Partijen zien duurzame inzetbaarheid in het kader van deze cao als: ‘In de positie zijn om huidig en toekomstig werk te blijven uitvoeren met behoud van gezondheid en welzijn.’

Er zijn verschillende situaties denkbaar waarin meer behoefte is aan voorzieningen en ondersteuning om de duurzame inzetbaarheid van groepen medewerkers te versterken, wanneer er (nog) geen sprake is van een organisatieverandering. Partijen onderscheiden daarbij de volgende mogelijkheden:

  • Het vroegtijdig voorzien van de mogelijkheid dat werk verdwijnt of ingrijpend wijzigt als gevolg van bijvoorbeeld technologische ontwikkelingen. Het moment waarop dit gebeurt is lang niet altijd goed te voorspellen, waardoor het kortetermijnbelang van de organisatie op gespannen voet kan komen te staan met het langetermijnbelang van (de inzetbaarheid van) de medewerker.

  • Medewerkers die gedurende langere periodes in zwaardere functies werkzaam zijn.

  • Medewerkers die langdurig dezelfde functie uitvoeren.

Ter versterking van de duurzame inzetbaarheid van bovengenoemde groepen medewerkers, spreken partijen een pilotprogramma af. Dit programma onderstreept de gezamenlijke verantwoordelijkheid van organisaties en medewerkers voor ontwikkeling, loopbaanoriëntatie en inzetbaarheid. Organisaties dienen voldoende tijd en capaciteit te bieden, zodat medewerkers in staat worden gesteld het programma te volgen.

Partijen spreken daarom het volgende af:

  • 1. Vanaf 1 september 2018 zijn voor pilots die uiterlijk 1 januari 2020 dienen te starten, voor de duur van twee jaar faciliteiten en voorzieningen beschikbaar voor situaties waarin het op termijn verdwijnen of ingrijpend wijzigen van functies wordt voorzien en waarbij nog geen sprake is van een voorbereidende fase uit het Van Werk Naar Werk-beleid. Deze voorzieningen worden eveneens ter beschikking gesteld voor groepen medewerkers die langdurig in bepaalde functies werkzaam zijn en groepen medewerkers die langere tijd in zwaardere functies werkzaam zijn en waarbij extra inspanning en ondersteuning voor duurzame inzetbaarheid noodzakelijk wordt gevonden.

  • 2. Doelgroep, aanwijzing en toepassing van het programma wordt in gezamenlijk overleg tussen het DGO, de ondernemingsraad en de bestuurder vastgesteld.

  • 3. Deelname aan het programma is op vrijwillige basis.

  • 4. Tijdens het programma is inzet mogelijk van de volgende faciliteiten en voorzieningen gericht op de ontwikkeling van de medewerker en begeleiding naar ander werk:

    • Scholing gericht op een andere functie, met de faciliteiten van artikel 59, derde lid, ARAR.

    • Begeleiding door een coach of mobiliteitsorganisatie.

    • De volgende voorzieningen kunnen worden toegekend:

      • bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid overeenkomstig het geldende (met inbegrip van reeds afgesproken aanpassingen in de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering) artikel 49ff ARAR;

      • duur en omvang aflopende toelage overeenkomstig artikel 49hh ARAR;

      • vergoeding pensionkosten overeenkomstig artikel 49ii ARAR;

      • aflopende vergoeding extra reistijd overeenkomstig artikel 49jj ARAR (inclusief maximum van artikel 49kka ARAR);

      • duur en omvang van de tegemoetkoming extra reiskosten overeenkomstig artikel 49kk ARAR (inclusief maximum van artikel 49kka ARAR);

      • tegemoetkoming na voldoen aan verhuisplicht overeenkomstig artikel 49ll ARAR;

      • flexibel werken overeenkomstig artikel 49 mm ARAR;

      • voorziening bij niet passende functie binnen de sector Rijk overeenkomstig artikel 49nn ARAR;

      • voorziening bij verlies functie buiten de sector Rijk overeenkomstig artikel 49oo ARAR;

      • proportionele ambtsjubileumgratificatie overeenkomstig artikel 49pp ARAR;

      • vrijstelling terugbetalingen overeenkomstig artikel 49qq ARAR;

      • bijdrage pensioenopbouw overeenkomstig artikel 49ss ARAR.

  • 5. Partijen evalueren de eerste zes maanden van 2020, op basis van gegevens van de dan lopende pilots, na twee jaar gezamenlijk de resultaten van het pilotprogramma. Evaluatie zal gericht zijn op de werking van de voorzieningen en bezien zal worden of voortzetting, dan wel structureel maken, van het programma zinvol is.