Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2018, 56487Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 24 september 2018, nr. PO/FenV/1406192, houdende de vaststelling van de bedragen voor de materiële instandhouding van het basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur voor het jaar 2019 en de vaststelling van het bedrag per formatieplaats voor de bekostiging van de materiële voorzieningen voor de instandhouding van rijdende scholen voor het jaar 2019 (Regeling vaststelling bedragen programma's van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar 2019)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 113, vierde en vijfde lid, en 118, derde, negende en tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 111, vierde en vijfde lid, 113, eerste lid, 114 en 128, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 89a, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en artikel B 18 van het Besluit trekkende bevolking WPO;

Besluit:

Artikel 1. Vaststelling bedragen programma’s van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs

De bedragen van de programma’s van eisen voor de basisscholen en de speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 113, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, worden voor het jaar 2019 vastgesteld overeenkomstig bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 2. Vaststelling basisbekostiging en bekostiging voor zware ondersteuning (voortgezet) speciaal onderwijs

De bedragen van de programma’s van eisen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, bedoeld in de artikelen 111, vierde lid, 114 en 128, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra worden voor het jaar 2019 vastgesteld overeenkomstig bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel 3. Vaststelling van de bekostiging voor materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur

De bekostiging voor de materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur, bedoeld in artikel 118, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, wordt voor het jaar 2019 vastgesteld overeenkomstig bijlage 3 bij deze regeling.

Artikel 4. Vaststelling van de bekostiging voor materiële instandhouding van het samenwerkingsverband voor zware ondersteuning primair onderwijs en voortgezet onderwijs

De bekostiging voor de materiële instandhouding voor het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 118, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs, en artikel 89a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt voor het jaar 2019 vastgesteld overeenkomstig bijlage 4 bij deze regeling.

Artikel 5. Vaststelling percentage ten behoeve van de vereveningsregeling materiële instandhouding

De percentages ter aanpassing van de vastgestelde correctiebedragen, bedoeld in de artikelen XIV en XVI, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), worden voor het jaar 2019 vastgesteld overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling.

Artikel 6. Vaststelling bedrag per formatieplaats voor de bekostiging van de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van rijdende scholen

Het bedrag per formatieplaats, bedoeld in artikel B 18 van het Besluit trekkende bevolking WPO, wordt voor het jaar 2019 vastgesteld overeenkomstig bijlage 6 bij deze regeling.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2019 en vervalt met ingang van 1 januari 2029.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling bedragen programma’s van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

BIJLAGE 1. BEDRAGEN PROGRAMMA’S VAN EISEN VOOR BASISSCHOLEN EN SPECIALE SCHOLEN VOOR BASISONDERWIJS VOOR HET JAAR 2019, BEDOELD IN ARTIKEL 1.

Totale MI-vergoeding

De totale MI-vergoeding is een lumpsumvergoeding bestaande uit verschillende onderdelen en wordt uitgedrukt in de formule:

Y = Ya + Yb + Yc + Yd

waarbij

Y = rijksvergoeding per school per jaar

Ya = vergoeding groepsafhankelijke programma's van eisen

Yb = vergoeding leerlingafhankelijke programma's van eisen

Yc = vergoeding aanvullende programma's van eisen

Yd = extra bekostiging (zie bijlage 3)

Voor elk van de symbolen Ya tot en met Yd geldt een formule, waarin gerekend wordt met een vast bedrag per school en een bedrag per variabele indicator (leerling, groep of m2).

Hieronder volgt de uitwerking naar de verschillende programma's van eisen.

A. Groepsafhankelijke programma's van eisen

Ya = bedrag per school afhankelijk van het aantal te huisvesten groepen leerlingen als bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO

2 groepen

3 groepen

4 groepen

5 groepen

6 groepen

€ 25.847,00

€ 33.461,00

€ 43.296,00

€ 51.862,00

€ 57.572,00

voor elke groep meer: € 6.662,00

     

Bij meer dan 13 groepen wordt het bedrag eenmalig verhoogd met € 2.538,00

 

B. Leerlingafhankelijke programma's van eisen

Vergoedingsformule:

Yb = vast bedrag per school + bedrag per leerling x het aantal leerlingen

Vergoedingsbedragen:

Vast bedrag per school = € 13.951,54

Bedrag per leerling = € 337,87

C. Aanvullende programma’s van eisen

Nederlands Onderwijs aan AndersTaligen (NOAT)

Vergoedingsformule:

Yc = vast bedrag per school + bedrag per leerling x het aantal NOAT-leerlingen

Vergoedingsbedragen:

Vast bedrag per school = € 115,59

Bedrag per leerling = € 20,71

BIJLAGE 2. BEDRAGEN MATERIËLE INSTANDHOUDING VOOR SCHOLEN VOOR (VOORTGEZET) SPECIAAL ONDERWIJS VOOR HET JAAR 2019, BEDOELD IN ARTIKEL 2.

1. De basisbekostiging

I. Cluster 1 t/m 4

De bedragen, bedoeld in artikel 111, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, staan in onderstaande tabel.

type

bedrag per leerling

per leerling SO <8

€ 692,67

per leerling SO >=8

€ 609,14

per leerling VSO

€ 1.253,02

II. Vaste voeten cluster 3 en 4

De bedragen per school en per schooltype als bedoeld in artikel 111, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, staan in onderstaande tabel.

Onderwijssoort

per school

SO-schooltype

VSO-schooltype

Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG)

€ 28.102,93

€ 21.231,69

€ 21.140,72

1e Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap (LZ/S)

€ 21.603,65

€ 8.980,65

€ 14.008,59

2e langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap (LZ/P)

€ 19.657,74

€ 8.486,28

€ 14.974,52

Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)

€ 20.906,32

€ 10.808,38

€ 13.562,59

Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)

€ 19.657,74

€ 8.486,28

€ 14.974,52

Kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut (PI)

€ 19.657,74

€ 8.486,28

€ 14.974,52

meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie LG en ZMLK

€ 25.546,22

€ 7.505,20

€ 10.325,60

Bij LG-scholen en ZMLK-scholen met een reguliere SO MG-afdeling wordt het SO schooltype bedrag verhoogd met € 4.129,12.

III. Brancardliften

Dit betreft een aanvullende vergoeding voor brancardliften waarin vergoedingscomponenten zijn opgenomen voor installatieonderhoud en elektriciteitsverbruik. De vergoeding per brancardlift is € 6.527,32.

IV. Schoolbaden

Dit betreft een aanvullende vergoeding voor ruimten voor watergewenning of bewegingstherapie (hydrotherapie) in gebruik bij en door scholen. De genormeerde vergoeding is afhankelijk van het soort bad en het bedrag per m3 waterinhoud.

Soort bad

Bedrag per bad

Bedrag per m3 waterinhoud

hydrotherapiebad

€ 10.137,42

€ 295,13

watergewenningsbad

€ 21.919,07

€ 171,54

toeslag beweegbare bodem

€ 1.063,11

€ 80,38

2. Aanvullende materiële bekostiging voor zware ondersteuning

Cluster 1

In verband met de invoering van een aangepaste bekostigingssystematiek wordt met toepassing van artikel 114, van de Wet op de expertisecentra aan de instellingen aanvullende bekostiging voor de materiële instandhouding toegekend volgens onderstaande tabel.

Brinnr

Naam instelling

Aanvullende bekostiging

25GP

Visio Onderwijsinstelling Noord

€ 432.005,05

25GR

Bartimeus OWI voor Visueel Gehandicapte Leerlingen

€ 947.288,50

25HD

Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Slechtziende en Blinden

€ 603.023,30

25HE

Onderwijsinstelling Sensis

€ 1.509.742,47

Cluster 2

In verband met de invoering van een aangepaste bekostigingssystematiek wordt met toepassing van artikel 114 van de Wet op de expertisecentra aan de instellingen aanvullende bekostiging voor de materiële instandhouding toegekend volgens onderstaande tabel.

Brinnr

Naam instelling

aanvullende bekostiging

08ZP

Stg Op weg naar Zuid

€ 2.328.812,60

01JO

Koninklijke Auris Groep

€ 6.978.686,46

17GW

Koninklijke Kentalis

€ 9.936.931,96

20WR

VierTaal

€ 2.408.498,32

Cluster 3 en 4

De bedragen voor zware ondersteuning bedoeld in artikel 128, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra, staan in onderstaande tabel.

ondersteuningscategorie

per leerling SO <8

per leerling SO >=8

per leerling VSO

categorie 1 (L)

€ 769,60

€ 855,16

€ 637,33

categorie 2 (M)

€ 1.258,58

€ 1.342,65

€ 991,33

categorie 3 (H)

€ 1.647,85

€ 1.641,21

€ 1.149,42

BIJLAGE 3. BEKOSTIGING VOOR DE MATERIËLE INSTANDHOUDING VAN HET SAMENWERKINGSVERBAND SAMENHANGEND MET DE INRICHTING VAN DE ONDERSTEUNINGSSTRUCTUUR, BEDOELD IN ARTIKEL 3.

1. Ondersteuningsbekostiging basisonderwijs

Het bedrag, bedoeld in artikel 118, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs is € 7,72.

2. Extra bekostiging

Voor speciale scholen voor basisonderwijs wordt op basis van artikel 115 van de Wet op het primair onderwijs voor 2% van de leerlingen in het samenwerkingsverband een extra vergoeding van € 232,62 per leerling verstrekt. Indien in het samenwerkingsverband meerdere speciale scholen voor basisonderwijs aanwezig zijn, vindt de verdeling van deze vergoeding plaats overeenkomstig de rekenregel ondersteuningsformatie:

l = p/q x (0,02 x r) x eerdergenoemd bedrag per leerling. De factor (0,02 x r) wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. In deze rekenregel hebben de componenten de volgende inhoud:

l = extra vergoeding MI voor een speciale school voor basisonderwijs in een samenwerkingsverband

p = het aantal leerlingen van de speciale school voor basisonderwijs

q = het totale aantal leerlingen van alle speciale scholen voor basisonderwijs die deelnemen aan het desbetreffende samenwerkingsverband

r = het totale aantal leerlingen van alle basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs die deelnemen aan het desbetreffende samenwerkingsverband

BIJLAGE 4. AANVULLENDE BEKOSTIGING VOOR MATERIËLE INSTANDHOUDING VOOR ZWARE ONDERSTEUNING PRIMAIR ONDERWIJS EN VOORTGEZET ONDERWIJS VOOR HET SAMENWERKINGSVERBAND, BEDOELD IN ARTIKEL 4.

A. Primair onderwijs

1. Normbekostiging

Het bedrag, bedoeld in artikel 118, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs is € 31,94.

2. Ondersteuningsbekostiging.

De bedragen, bedoeld in artikel 118, tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs staan in onderstaande tabel.

Ondersteuningscategorie

so jonger dan 8

so 8 jaar en ouder

so categorie 1 (L)

€ 769,60

€ 855,16

so categorie 2 (M)

€ 1.258,58

€ 1.342,65

so categorie 3 (H)

€ 1.647,85

€ 1.641,21

B. Voortgezet onderwijs

1. Normbekostiging

Het bedrag, bedoeld in artikel 89a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs is € 29,57.

2. Ondersteuningsbekostiging

De bedragen, bedoeld in artikel 89a, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs staan in onderstaande tabel.

Ondersteuningscategorie

vso

vso categorie 1 (L)

€ 637,33

vso categorie 2 (M)

€ 991,33

vso categorie 3 (H)

€ 1.149,42

BIJLAGE 5. VASTSTELLING PERCENTAGE TEN BEHOEVE VAN DE VEREVENINGREGELING MATERIËLE INSTANDHOUDING, BEDOELD IN ARTIKEL 5.

Het percentage waarmee de, met inachtneming van artikel 35b, van het Besluit bekostiging WPO, en artikel 27b van het Besluit bekostiging WVO, vastgestelde correctiebedragen, bedoeld in artikel XIV, tweede lid, en artikel XVI, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), worden aangepast is 1,50%.

BIJLAGE 6. BEKOSTIGING VAN DE MATERIËLE VOORZIENINGEN TEN BEHOEVE VAN DE INSTANDHOUDING VAN RIJDENDE SCHOLEN, BEDOELD IN ARTIKEL 6.

Het bedrag per formatieplaats, bedoeld in artikel B18 van het Besluit trekkende bevolking WPO, is voor het jaar 2019 vastgesteld op € 17.169,71.

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling geldt zowel voor het basisonderwijs, het speciaal onderwijs als het voortgezet speciaal onderwijs en de samenwerkingsverbanden po en vo.

De programma’s van eisen vormen de onderbouwing van de rijksvergoeding voor de materiële instandhouding van de scholen in het basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. De bedragen van de programma's van eisen voor het jaar 2019, alsmede de bekostiging voor de materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de zorgstructuur voor dat jaar en het vaststellen van het bedrag per formatieplaats voor de bekostiging van de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van rijdende scholen voor dat jaar, worden met ingang van het jaar 2016 aangepast volgens de methodiek die hieronder is beschreven onder het kopje ‘Prijsbijstelling’.

Prijsbijstelling

De bedragen van de programma's van eisen voor het jaar 2019 en de bekostiging voor de materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur voor 2019 en het bedrag per formatieplaats voor de bekostiging van de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van rijdende scholen zijn aangepast op basis van de werkelijke prijsontwikkeling in 2017 zoals gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan 2018, de geactualiseerde prijsontwikkeling in 2018 en de verwachte prijsontwikkeling in 2019 zoals deze zijn gepubliceerd in de Macro Economische Verkenning 2019. Dit heeft geresulteerd in een bijstelling van 1,50% om op het prijsniveau voor het bekostigingsjaar 2019 te komen. De afzonderlijke vergoedingsbedragen voor het jaar 2018 zijn overeenkomstig dit percentage aangepast. Deze prijsbijstelling kan door de gehanteerde methodiek, waarin ook een verwachting is meegenomen, afwijken van de inflatiecorrectie die gaat gelden voor het desbetreffende jaar.

Op grond van artikel 113, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 111, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, kan de minister bij het vaststellen van deze regeling wijzigingen in de programma’s van eisen aanbrengen indien de toestand van ’s Rijks schatkist of onderwijskundige ontwikkelingen dat noodzakelijk maken. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt. In overleg met de PO-Raad is afgesproken dat het budget voor de uitvoeringskosten voor de bovenwettelijke regelingen met ingang van 2019 in de lumpsum wordt opgenomen. Het totale budget, op basis van achterliggende jaren vastgesteld op € 2,5 miljoen, wordt als een bedrag per leerling verdeeld over de schoolbesturen. Het bedrag per leerling is € 1,66 en is verwerkt in de leerlingafhankelijke bedragen genoemd in bijlage 1, onderdeel B, en bijlage 2, onderdeel 1.I.

Administratieve lasten

In deze regeling worden alleen de bedragen van de programma’s van eisen PO en (V)SO en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverband voor het jaar 2019 vastgesteld. De regeling leidt daarom niet tot wijziging van de administratieve lasten.

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019, tenzij de Tweede Kamer anders bepaalt. De leden van de Tweede Kamer kunnen tijdens de op deze regeling van toepassing verklaarde procedure, de zogeheten voorhangprocedure, gedurende een termijn van 4 weken aangeven dat zij overleg wensen over de voorgestelde inhoud van de regeling. Als dit overleg ook daadwerkelijk resulteert in een wijziging van de regeling, wordt voor 1 januari 2019 de inhoud van de regeling gewijzigd en wordt de regeling opnieuw gepubliceerd.

Voorlichting

Bij deze regeling hoort een digitale voorlichtingsbrochure die te raadplegen is via de website van DUO, www.duo.nl.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob