Besluit aanpassing vergoedingen Raad van Beheer SAIP 2018

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Financiën

Gelet op artikel 4, vierde lid, van de statuten van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen;

Gelezen het verzoek van de Raad van Beheer van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen en artikel 5 van het besluit d.d. 9 mei 2016;

BESLUITEN:

Artikel 1

  • 1. De vergoeding van de voorzitter van de Raad van Beheer van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen vast te stellen op

    € 820,36 bruto per maand met ingang van 1 juli 2018;

    € 836,77 bruto per maand met ingang van 1 juli 2019, en

    € 853,50 bruto per maand met ingang van 1 januari 2020

  • 2. Op 1 januari 2019 wordt eenmalig € 42,55 uitgekeerd.

Artikel 2

  • 1. De vergoeding van de plaatsvervangend voorzitter van de Raad van Beheer van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen vast te stellen op

    € 538,72 bruto per maand met ingang van 1 juli 2018;

    € 549,50 bruto per maand met ingang van 1 juli 2019, en

    € 560,49 bruto per maand met ingang van 1 januari 2020

  • 2. Op 1 januari 2019 wordt eenmalig € 27,63 uitgekeerd.

Artikel 3

  • 1. De vergoeding van de leden en het plaatsvervangend lid van de Raad van Beheer van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen vast te stellen op

    € 187,77 bruto per maand met ingang van 1 juli 2018;

    € 191,52 bruto per maand met ingang van 1 juli 2019, en

    € 195,35 bruto per maand met ingang van 1 januari 2020

  • 2. Op 1 januari 2019 wordt eenmalig € 9,63 uitgekeerd.

Artikel 4

  • 1. De vergoeding voor het voorzitten van een hoorzitting door een lid of een plaatsvervangend lid van de Raad van Beheer van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen, niet zijnde de voorzitter van de Raad van Beheer vast te stellen op

    € 204,71 per dag met ingang van 1 juli 2018;

    € 208,80 per dag met ingang van 1 juli 2019, en

    € 212,98 per dag met ingang van 1 januari 2020

Artikel 5

De bedragen genoemd in de artikelen 1, 2, 3 en 4 zijn gebaseerd op het maximum van schaal 17, genoemd in bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, zoals dat met ingang van 1 januari 2016 geldt, en volgen de algemene salarisontwikkeling van het burgerlijk rijkspersoneel.

Artikel 6

Dit besluit vervangt het besluit van 16 februari 2018, kenmerk 2018-0000062304.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2018.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, De Minister van Financiën, namens dezen, M. Schurink secretaris-generaal Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

TOELICHTING

De voorzitter en de overige leden van de Raad van Bestuur van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (hierna: SAIP) genoemd in artikel 4, vierde lid, van de statuten van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen, ontvangen een vaste vergoeding per maand. Deze maandelijkse vergoeding is in 1997 berekend op basis van de tijd die de voorzitter en de leden van Raad van Beheer destijds maandelijks aan de SAIP besteedden. De maandelijkse vergoeding volgt de algemene salarisontwikkeling van het burgerlijk rijkspersoneel.

De voorzitter ontvangt een vaste vergoeding per maand, afgeleid van het maximum van schaal 17 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (hierna: BBRA 1984), met een deeltijdfactor van 0,0935.

De plaatsvervangend voorzitter ontvangt een vaste vergoeding per maand, afgeleid van het maximum van schaal 17 van bijlage B van het BBRA 1984, met een deeltijdfactor van 0,0614. De leden en het plaatsvervangend lid, niet zijnde de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, ontvangen een vaste vergoeding per maand, afgeleid van het maximum van schaal 17 van bijlage B van het BBRA 1984, met een deeltijdfactor van 0,0214. Naast de bovengenoemde vergoeding hebben de leden en het plaatsvervangend lid van de Raad van Beheer, waar dat aan orde is, aanspraak op een vergoeding voor het voorzitten van een hoorzitting. Omdat in het akkoord ook een eenmalige vergoeding is inbegrepen, wordt deze ook aan de leden van de Raad van Beheer uitgekeerd, met inachtneming van de deeltijdfactor.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, De Minister van Financiën, namens dezen, M. Schurink secretaris-generaal Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Naar boven