Overwegingen ten aanzien van het besluit
Gelet op:
De bepalingen in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) en de Algemene wet bestuurs-recht;
Overwegende:
Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepa-lingen inzake het Wegverkeer genoemde verkeertekens, alsmede voor het onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd. Voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken, moet een verkeersbesluit worden genomen op grond van het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Motivering
- Dat door het parkeren aan op de rijbaan de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en de doorstroming van het verkeer in het geding is;
- Dat de rijbaanbreedte het niet toelaat om op de rijbaan te parkeren;
- Dat bij het parkeren op de rijbaan er onvoldoende ruimte overblijft om te manoeuvreren;
- Dat dit zorgt voor verkeersgevaarlijke situaties;
- Dat hulpdiensten bij het parkeren op de rijbaan hinder ondervinden van geparkeerde auto's;
- dat met onderstaande verkeersmaatregel, gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994,
wordt beoogd:
- het verzekeren van de veiligheid op de weg;
- het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;
- het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade;
- dat overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer overleg is gepleegd met de Nationale Politie.