Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2018
Nr. 48450

Gepubliceerd op 3 september 2018 09:00



Besluit gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2019

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

Gelet op artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) en artikel 2.10 lid 2 van het Besluit Wfsv;

Besluit:

Artikel 1

Voor de berekening van de gedifferentieerde premie op grond van artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2019 worden voor alle takken van bedrijf en beroep de navolgende algemeen geldende parameters vastgesteld:

Gemiddelde premieplichtig loon

€ 33.100

Grens kleine/middelgrote werkgever

€ 331.000

Grens middelgrote/grote werkgever

€ 3.310.000

Artikel 2

Voor de berekening van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas op grond van artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2019 worden voor de premiecomponent WGA voor alle takken van bedrijf en beroep de volgende premies en parameters vastgesteld:

Rekenpercentage

0,77%

Gemiddelde percentage

0,75%

Maximumpremie werkgevers

3,00%

Minimumpremie werkgevers

0,18%

Gemiddelde werkgeversrisicopercentage

0,41%

Correctiefactor werkgeversrisico

1,42

Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever

1 jaar bekend

2 jaar bekend

3 jaar bekend

4 jaar bekend

5,00

2,50

1,66

1,25

Sectorale premies

Bijlage

Artikel 3

Voor de berekening van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas op grond van artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2019 worden voor de premiecomponent ZW voor alle takken van bedrijf en beroep de volgende premies en parameters vastgesteld:

Rekenpercentage

0,47%

Gemiddelde percentage

0,43%

Maximumpremie werkgevers

1,72%

Minimumpremie werkgevers

0,10%

Gemiddelde werkgeversrisicopercentage

0,26%

Correctiefactor werkgeversrisico

1,39

Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever

1 jaar bekend

2 jaar bekend

3 jaar bekend

4 jaar bekend

2,00

1,00

1,00

1,00

Sectorale premies

Bijlage

Voor werkgevers in sector 52 ‘Uitzendbedrijven’ geldt een afwijkende maximumpremie van 8,48%.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gedifferentieerde premie Whk 2019.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

Dit besluit zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 21 augustus 2018

A. Paling Voorzitter Raad van Bestuur

BIJLAGE SECTORALE PREMIES

Sector

WGA

ZW-flex

1

Agrarisch bedrijf

0,59

0,27

2

Tabakverwerkende industrie

0,93

0,20

3

Bouwbedrijf

0,86

0,24

4

Baggerbedrijf

0,52

0,09

5

Houten emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie

0,79

0,27

6

Timmerindustrie

0,65

0,18

7

Meubel- en orgelbouwindustrie

0,74

0,28

8

Groothandel in hout, zagerijen, schaverijen en houtbereidingsindustrie

0,79

0,24

9

Grafische industrie

0,61

0,26

10

Metaalindustrie

0,49

0,28

11

Elektrotechnische industrie

0,29

0,72

12

Metaal-en technische bedrijfstakken

0,73

0,34

13

Bakkerijen

1,20

0,39

14

Suikerverwerkende industrie

1,15

0,37

15

Slagersbedrijven

1,32

0,34

16

Slagers overig

0,86

0,54

17

Detailhandel en ambachten

0,82

0,44

18

Reiniging

2,12

0,71

19

Grootwinkelbedrijf

0,83

0,39

20

Havenbedrijven

0,59

0,99

21

Havenclassificeerders

0,88

0,55

22

Binnenscheepvaart

0,64

0,39

23

Visserij

0,61

0,69

24

Koopvaardij

0,41

0,46

25

Vervoer KLM

1,53

0,68

26

Vervoer NS

0,84

0,68

27

Vervoer posterijen

0,81

0,84

28

Taxivervoer

2,15

1,09

29

Openbaar Vervoer

0,86

1,25

30

Besloten busvervoer

0,99

0,70

31

Overig personenvervoer te land en in de lucht

0,48

0,77

32

Overig goederenvervoer te land en in de lucht

0,76

0,63

33

Horeca algemeen

0,67

0,56

34

Horeca catering

1,22

0,62

35

Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen

0,80

0,33

38

Banken

0,39

0,16

39

Verzekeringswezen

0,48

0,11

40

Uitgeverij

0,77

0,28

41

Groothandel I

0,54

0,27

42

Groothandel II

0,61

0,27

43

Zakelijke Dienstverlening I

0,50

0,14

44

Zakelijke Dienstverlening II

0,34

0,28

45

Zakelijke Dienstverlening III

0,56

0,50

46

Zuivelindustrie

0,51

0,66

47

Textielindustrie

0,64

0,05

48

Steen-, cement-, glas- en keramische industrie

1,08

0,34

49

Chemische industrie

0,85

0,24

50

Voedingsindustrie

0,70

0,45

51

Algemene industrie

0,57

0,92

52

Uitzendbedrijven

1,15

4,85

53

Bewakingsondernemingen

1,26

0,96

54

Culturele instellingen

0,62

0,35

55

Overige takken van bedrijf en beroep

0,94

0,43

56

Schildersbedrijf

1,82

0,22

57

Stukadoorsbedrijf

1,79

0,34

58

Dakdekkersbedrijf

1,81

0,52

59

Mortelbedrijf

0,98

0,06

60

Steenhouwersbedrijf

1,79

0,34

61

Overheid, onderwijs en wetenschappen

0,94

0,10

62

Overheid, rijk, politie en rechterlijke macht

1,02

0,01

63

Overheid, defensie

0,00

0,04

64

Overheid, provincies, gemeenten en waterschappen

0,82

0,04

65

Overheid, openbare nutsbedrijven

0,30

0,04

66

Overheid, overige instellingen

1,60

0,15

67

Werk en (re)Integratie

3,31

1,30

68

Railbouw

0,83

0,14

69

Telecommunicatie

0,75

0,30

TOELICHTING

Algemeen

Op grond van artikel 38, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) stelt Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ten behoeve van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) voor alle takken van bedrijf en beroep een gelijk rekenpercentage en gemiddeld percentage vast. De gedifferentieerde premie Whk is opgebouwd uit twee premiecomponenten: WGA voor alle dienstbetrekkingen (WGA) en ZW voor flexibele dienstbetrekkingen (ZW). Ten behoeve van deze twee premiecomponenten wordt voor elk premiecomponent afzonderlijk een rekenpercentage en een gemiddeld percentage vastgesteld.

In het Besluit Wfsv zijn regels gesteld over de wijze waarop de rekenpercentages en de gemiddelde percentages worden vastgesteld. Tevens zijn daarin regels gesteld over de wijze waarop de opslagen of kortingen worden berekend en regels over de percentages die ten hoogste aan een werkgever in rekening mogen worden gebracht en die ten minste in rekening moeten worden gebracht.

Op grond van het Besluit Wfsv stelt UWV een aantal parameters vast die dienen als basis voor de vaststelling van de individuele premie WGA en de individuele premie ZW. De parameters gelden voor de premie verschuldigd over het premieplichtige loon in het jaar 2019.

Gemiddelde premieplichtige loon

Het gemiddelde premieplichtige loon dient als basis voor het onderscheid tussen kleine, middelgrote en grote werkgevers. Kleine werkgever is de werkgever te wiens laste in het tweede kalenderjaar (2017) dat aan het premiejaar (2019) vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 10 maal het gemiddelde premieplichtige loon (€ 331.000); middelgrote werkgever is de werkgever te wiens laste in dat jaar een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 10 maal en gelijk is aan of minder bedraagt dan 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon (€ 3.310.000); grote werkgever is de werkgever te wiens laste in dat jaar een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon.

Gemiddelde percentage

Het gemiddelde percentage is het percentage bedoeld in artikel 38, tweede lid, onderdeel b, van de Wfsv. Het gemiddelde percentage wordt voor elk van de twee premiecomponenten vastgesteld volgens artikel 2.8 van het Besluit Wfsv. Het gemiddelde percentage wordt berekend door het totaalbedrag van de in 2019 verwachte lasten voor elk onderdeel verminderd met de verwachte niet-premiebaten van de Whk, te vermenigvuldigen met honderd, welke uitkomst wordt gedeeld door het totaalbedrag van het in het premiejaar verwachte premieplichtige loon en te betalen uitkeringen.

Rekenpercentage

Het rekenpercentage is het percentage bedoeld in artikel 38, tweede lid, onderdeel a, van de Wfsv. Het rekenpercentage wordt voor elk van de twee premiecomponenten vastgesteld volgens artikel 2.9, eerste lid, van het Besluit Wfsv. Het rekenpercentage is afgeleid van het gemiddeld percentage. Daarbij wordt gecorrigeerd voor het effect van de maximumpremie op de premieopbrengst en de verplichting om een voldoende reserve voor de Whk te vormen en in stand te houden.

Gemiddelde werkgeversrisicopercentage

De gemiddelde werkgeversrisicopercentages zijn de percentages bedoeld in artikel 2.11, derde lid en artikel 2.13, derde lid, van het besluit Wfsv. Deze percentages worden berekend door per premiecomponent de uitkeringslasten 2017, bedoeld in artikel 117b Wfsv te delen door het premieplichtige loon in 2017 en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100. De uitkeringslasten 2017 betreffen voor de WGA voor vaste dienstbetrekkingen de lasten van uitkeringen ingegaan in 2007, voorzover deze uitkeringen de duur van 10 jaar niet overschrijden, en voor de WGA voor flexibele dienstbetrekkingen de lasten van uitkeringen ingegaan vanaf 1 januari 2012. Voor de ZW betreft het alle uitkeringslasten uit 2017.

Correctiefactor werkgeversrisico

Voor elke van de twee premiecomponenten wordt de spreiding van de individuele werkgeversrisicopercentages in lijn gebracht met het gemiddelde percentage door de afwijkingen van dit werkgeversrisicopercentage ten opzichte van het gemiddelde werkgeversrisicopercentage te vermenigvuldigen met een correctiefactor.

De correctiefactoren zijn in artikel 2.11, zevende lid, en artikel 2.13, vijfde lid, van het Besluit Wfsv per premiecomponent gedefinieerd als een breuk met als teller het rekenpercentage verminderd met een kwart van het gemiddelde percentage en als noemer het gemiddelde werkgeversrisicopercentage. De correctiefactor is voor de WGA en ZW gemaximeerd op de waarde 2. Deze maximering heeft in het premiejaar 2019 geen effect op de correctiefactoren.

Correctiefactor ontbrekende jaren

Voor werkgevers die niet gedurende de gehele periode, die bepalend is voor het individuele en het gemiddelde werkgeversrisicopercentage (berekeningstijdvak), werkgever zijn geweest, is in artikel 2.16 van het Besluit Wfsv een correctie voorgeschreven op het individueel werkgeversrisicopercentage. De correctie doet zich voor indien de werkgever is gestart vóór 2017, maar niet gedurende de gehele periode van 2013 tot en met 2017 werkgever is geweest, of de werkgever heeft binnen de periode van 2013 tot en met 2017 een periode waarin hij geen werknemers heeft gehad en dus geen werkgever is geweest. In deze situaties kan een individueel werkgeversrisicopercentage worden bepaald over een onvolledige periode. Voor ieder ontbrekend jaar wordt een correctie toegepast. De correctiefactor is berekend door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over de periode van 2013 tot en met 2017 te delen door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over het aantal beschikbare jaren.

Maximumpremie

Artikel 2.6, zesde lid, van het Besluit Wfsv bepaalt dat voor elke van de twee gedifferentieerde premiecomponenten voor grote werkgevers geldt dat deze ten hoogste vier maal het gemiddelde percentage bedraagt. Het maximum vloeit voort uit de vaststelling van het gemiddelde percentage. Voor elke premiecomponent wordt een maximumpremie vastgesteld. Voor werkgevers werkzaam in de sector Uitzendbedrijven (sector 52) geldt op basis van artikel 3.9 regeling Wfsv voor de gedifferentieerde premie ZW een afwijkend maximum van 1,75 maal de voor die sector geldende sectorale premie ZW.

Minimumpremie

Artikel 2.6, zesde lid, van het Besluit Wfsv bepaalt dat voor elk van de twee gedifferentieerde premiecomponenten voor grote werkgevers geldt dat deze ten minste een kwart van het gemiddelde percentage bedraagt. Het minimum vloeit voort uit de vaststelling van het gemiddelde percentage. Voor elke premiecomponent wordt een minimumpremie vastgesteld.

Sectorale premies

De sectoraal bepaalde premies zijn de premies bepaald in artikel 2.10 van het Besluit Wfsv. Per premiecomponent wordt er per sector een premie berekend door de verwachte lasten in de sector in het premiejaar (2019) minus de niet-premiebaten te delen door de verwachte premieplichtige loonsom van de werkgevers in de sector in dat jaar.

Inwerkingtreding

Het onderhavige besluit treedt in werking op 1 januari 2019.

Amsterdam, 21 augustus 2018

A. Paling Voorzitter Raad van Bestuur


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl