De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op artikel 32 van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag
inzake de internationale burgerluchtvaart (Stb. 1947, H 165), artikel 2.8 van de Wet
luchtvaart, en de Service Level Agreement for the provision of air traffic services
on Saba and Sint Eustatius;
BESLUIT:
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga
TOELICHTING
Deze regeling strekt tot erkenning van het document Aerodrome flight information service
officer license (AFISO) van Sint Maarten als bewijs van bevoegdheid voor het verstrekken
van vluchtinformatie en het bedienen van luchtvaartstations op Saba en Sint Eustatius
(Bonaire wordt niet genoemd omdat daar uitsluitend luchtverkeersleiders werkzaam zijn).
Deze erkenning is wettelijk gebaseerd op artikel 2.8 van de Wet luchtvaart in samenhang
met artikel 32 van het ICAO-verdrag1 en de Service level agreement for the provision of air traffic services on Saba and
Sint Eustatius met Sint Maarten. Artikel 32, onderdeel a, van het ICAO-verdrag geeft
aan dat verdragslanden valide certificaten afgeven. Dat houdt het generieke uitgangspunt
in dat een door de registratiestaat uitgegeven brevet per definitie akkoord is. Onderdeel
b biedt de verdragslanden de mogelijkheid toch expliciet de erkenning van een buitenlands
brevet te weigeren en dus hun eigen weg te volgen. Voor die voorziening is in de Nederlandse
wetgeving een systeem ingericht waarbij alleen wordt erkend wat bij verdrag of door
een internationale organisatie is aangewezen. Voorts is de erkenning mede gebaseerd
op de Service level agreement for the provision of air traffic services on Saba and
Sint Eustatius met Sint Maarten. Volkenrechtelijk is Sint Maarten geen aparte staat
maar wordt gelet op het Koninkrijksstatuut binnen het Koninkrijk wel als zodanig behandeld.
De reden om op Saba en Sint Eustatius het gebruik van het AFISO van Sint Maarten toe
te staan in plaats van of naast de bewijzen van bevoegdheid ASO of FISO is dat het,
gelet op de verschillen in karakter en omvang van de dienstverlening op de luchthavens
binnen Caribisch Nederland, redelijkerwijs niet verwacht mag worden dat de voorschriften
van het Besluit bewijzen van bevoegdheid met betrekking tot het ASO en het FISO daar
op gelijke wijze uitvoerbaar zijn als in het Europese deel van Nederland. Bij gelijktrekking
zouden er disproportionele, deels EU-georiënteerde, eisen gaan gelden voor vluchtinformatieverstrekkers
en bedieners van luchtvaartstations op de BES-luchthavens. Daarnaast is de wetgeving
in de andere landen van het Koninkrijk op dit gebied niet op de Europese maar uitsluitend
op de ICAO-voorschriften georiënteerd en is het wenselijk om de lokale situatie op
de BES-eilanden daarbij te laten aansluiten. Dat is tevens van belang voor de mogelijkheden
tot werving, opleiding en uitwisseling van vluchtinformatieverstrekkers en bedieners
van luchtvaartstations in het Caribisch deel van het Koninkrijk en borgt daarmee het
behoud van voldoende gekwalificeerd personeel nu en in de toekomst. Al enige jaren
worden de employees die op de luchthavens van Saba en Sint Eustatius luchthaven- en
vluchtinformatie verstrekken door de luchtverkeersdienstverlener Princess Juliana
International Airport operating company N.V. opgeleid voor het AFISO van Sint Maarten.
Het opleidingsprogramma hiervoor is krachtens artikel 68, derde lid, van het Besluit
luchtverkeer BES door de Minister van Infrastructuur en Milieu goedgekeurd en voldoet
aan de eisen van het ICAO-verdrag. Ook in het Service Level Agreement for the provision
of air traffic services met de luchtverkeersdienstverlener is deze goedkeuringseis
vastgelegd.
Administratieve lasten en andere kosten voor burgers en bedrijven
Aan deze erkenningsregeling zijn geen administratieve lasten of andere kosten verbonden.
Vaste verandermomenten
Aangezien deze regeling reparatiewetgeving betreft, te weten voorziet in de erkenning
van het AFISO als ontbrekend sluitstuk van de opleiding van de luchthaven- en vluchtinformatieverstrekkers
op de BES, is afgezien van de invoering op een vast verandermoment.
Handhavings-, uitvoerings- en fraudebestendigheidstoets
De Inspecteur-Generaal Leefomgeving en Transport heeft bij schrijven van 16 augustus
2017, kenmerk ILT-2017/73828, de uitkomsten van de handhavings-, uitvoerings- en fraudebestendigheidstoets
met betrekking tot deze regeling aan het ministerie meegedeeld. De Inspecteur-Generaal
stelt vast dat de eisen zoals gesteld in deze regeling handhaafbaar zijn, er geen
uitvoeringskosten mee gemoeid zijn en er geen personele gevolgen voor de Inspectie
Leefomgeving en Transport naar aanleiding van deze regeling zijn.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga