De Minister van Justitie en Veiligheid,
Gelet op artikel 4, eerste en tweede lid van de Regeling wapens en munitie,
BESLUIT:
Artikel 1
Aan de opsporingsambtenaren van de teams Criminele Inlichtingen, Opsporingsondersteuning,
Bijzondere Bijstand, Hit and Run Cargo en Cargo Harc van de bijzondere opsporingsdienst
als bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten
wordt het voorschrift gegeven gedurende hun dienstuitoefening wapens en munitie voorhanden
te hebben.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde opsporingsambtenaren die daarvoor door de voorzitter van
het managementteam van de bijzondere opsporingsdienst zijn aangewezen, kunnen bij
de uitvoering van hun taak gebruik maken van:
-
a. peperspray, van een door de Minister van Justitie en Veiligheid goedgekeurd merk en
type;
-
b. een korte wapenstok, van een door de Minister van Justitie en Veiligheid goedgekeurd
merk en type; en
-
c. een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P99Q NL, kaliber 9 millimeter
maal 19 millimeter.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 23 juni 2011.
’s-Gravenhage, 26 juli 2018
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus
TOELICHTING
De Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) van de Belastingdienst is de bijzondere
opsporingsdienst als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a van die wet. Op grond
van artikel 3, onder a van deze wet is de FIOD in de eerste plaats belast met strafrechtelijke
handhaving van de rechtsorde op de beleidsterreinen waarvoor de Minister van Financiën
verantwoordelijkheid draagt. Daarnaast is de FIOD op grond van artikel 3, aanhef en
onder b van deze wet belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde op
een beleidsterrein waarvoor een andere Minister dan de Minister van Financiën verantwoordelijkheid
draagt en die in overeenstemming met de Minister van Financiën en de Minister van
Justitie en Veiligheid aan die bijzondere opsporingsdienst is opgedragen.
Dit besluit richt zich op de opsporingsambtenaren van de teams Criminele Inlichtingen,
Opsporingsondersteuning, Bijzondere Bijstand, Hit and Run Cargo (HARC) en CargoHarc
(Schiphol). Voor de inwerkingtreding van de Wet BOD waren de opsporingsambtenaren
van de FIOD buitengewoon opsporingsambtenaar en bevoegd een wapen te dragen op grond
van een aanwijzing op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIO-ECD
2006.
Door de inwerkingtreding van de Wet BOD per 1 juni 2007 zijn de opsporingsambtenaren
van de FIOD algemeen opsporingsambtenaar geworden als bedoeld in artikel 141 van het
Wetboek van Strafvordering. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, eerste en tweede
lid van de Regeling wapens en munitie, kan aan de opsporingsambtenaar van een bijzondere
opsporingsdienst bepaalde bewapening worden toegekend. Dit geschiedt in de vorm van
een voorschrift van de Minister van Justitie en Veiligheid. Dit besluit voorziet in
dit voorschrift.
Niet alle bij de in artikel 1 genoemde teams van de FIOD werkzame opsporingsambtenaren
beschikken bij de uitoefening van hun functie over geweldsmiddelen. De voorzitter
van het managementteam van de FIOD wijst de betreffende opsporingsambtenaren aan die
tijdens de uitoefening van hun functie uitgerust worden met geweldsmiddelen.
Deze opsporingsambtenaren dienen te voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot
het voorhanden hebben en het gebruik van een vuurwapen, zoals vermeld in de Regeling
toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere
opsporingsdiensten.
Met dit besluit worden de opsporingsambtenaren van de genoemde teams aangewezen als
vuurwapendragers. Dit besluit treedt daarmee in de plaats van alle voor de inwerkingtreding
van dit besluit door de voorzitter van het managementteam afgegeven aanwijzingen op
grond van artikel 1 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD.
Om de regelgeving weer in overeenstemming met de praktijk te brengen werkt het besluit
terug tot de datum waarom het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD
is vervallen.
’s-Gravenhage, 26 juli 2018
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus