De Nederlandsche Bank N.V.,
Gelet op artikel 24 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
Gelet op titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder DNB: De Nederlandsche Bank N.V.
Artikel 2
Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Wet ter voorkoming van
witwassen en financieren van terrorisme gestelde regels zijn belast de medewerkers
van DNB met de functie van bedrijfsanalist, toezichthouder, of toezichthouder-specialist,
alsmede de divisiedirecteuren en de afdelingshoofden van de organisatieonderdelen
van DNB.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop artikel I, onderdeel W,
van de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtijn in werking treedt.
De Nederlandsche Bank N.V.,
F. Elderson
TOELICHTING
De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) zal binnenkort
op een aantal onderdelen worden gewijzigd.1 Een van de wijzigingen betreft de aanwijzing van toezichthouders. Voorheen bepaalde
de Wwft dat de Minister van Financiën en de Minister van Justitie gezamenlijk toezichthouders
konden aanwijzen (artikel 24 Wwft). Dit was nader uitgewerkt in het Besluit aanwijzing
toezichthouders Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
Na de inwerkingtreding van genoemde wijzigingswet bepaalt artikel 24 Wwft dat met
het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Wwft gestelde regels zijn belast
de bij besluit van de toezichthoudende autoriteit aangewezen personen. DNB is een
van deze toezichthoudende autoriteiten. DNB geeft door middel van onderhavig besluit
invulling aan artikel 24 Wwft door bepaalde medewerkers van DNB aan te wijzen als
zijnde belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Wwft gestelde
regels. Hiermee zijn dezelfde medewerkers belast met Wwft-toezicht als de medewerkers
die voorheen daarmee waren belast.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat tot de regels als bedoeld in artikel 24 Wwft
ook behoort de Verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie als
bedoeld in artikel 1 Wwft. Uit artikel 1d, vijfde lid, Wwft volgt namelijk dat die
verordening voor de toepassing van de Wwft wordt gelijkgesteld met bij of krachtens
de Wwft gestelde regels. De met dit besluit aangewezen medewerkers van DNB zijn derhalve
ook belast met het toezicht op de naleving van genoemde verordening.
Voornoemde medewerkers behouden met onderhavig besluit de status van toezichthouders
in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uit dien hoofde beschikken zij
over de bevoegdheden die zijn neergelegd in Titel 5.2 van de Awb. Dit betreft achtereenvolgens
de bevoegdheid elke plaats te betreden (met uitzondering van een woning zonder toestemming
van de bewoner, zie artikel 5:15 van de Awb), van een ieder inlichtingen te vorderen
(artikel 5:16 van de Awb), en inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden
(artikel 5:17 van de Awb), alsmede de bevoegdheid van personen inzage te vorderen
van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht
(artikel 5:16a van de Awb). Een ieder is verplicht om aan een toezichthouder medewerking
te verlenen (artikel 5:20 van de Awb). Bij overtreding van laatstgenoemde bepaling
kan DNB een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen (zie artikel 29
respectievelijk 30 Wwft).
De inwerkingtreding van dit besluit is in artikel 3 afhankelijk gemaakt van de inwerkingtreding
van de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn. Artikel VII van die wet bepaalt
dat die wet in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel I, onderdeel W van de implementatiewet wijzigt artikel 24 Wwft, dat de grondslag
is van onderhavig besluit.
De Nederlandsche Bank N.V.,
F. Elderson