Datum: 27 juni 2018
Nummer: DGETM-E&O / 18147548
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
Overwegende,
dat TenneT TSO B.V., hierna aan te duiden als TenneT, het voornemen heeft om het hoogspanningsstation
Weiwerd 220 kV (hierna: het project Weiwerd 220 kV) uit te breiden met het oog op
het voornemen van marktpartijen om ten minste 220 MW windturbinevermogen te plaatsen
in de gemeente Delfzijl. Verder wordt het hoogspanningsstation uitgebreid met reservevelden
voor een eventueel toekomstig nieuw hoogspanningsstation in de omgeving van Weiwerd;
dat project Weiwerd 220 kV op grond van artikel 20a, eerste lid, aanhef en onder a,
van de Elektriciteitswet 1998, onder de rijkscoördinatieregeling valt, als bedoeld
in artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro);
dat dit onder meer betekent dat de voorbereiding en bekendmaking van diverse voor
het project benodigde besluiten worden gecoördineerd, overeenkomstig artikel 3.35,
eerste lid, aanhef en onder b, van de Wro, waarbij de Minister van Economische Zaken
en Klimaat met deze coördinatie is belast;
dat de Minister van Economische Zaken en Klimaat, in afwijking van het voorgaande,
op grond van artikel 20a, derde lid, kan bepalen dat voor een bepaald project de voorbereiding
en bekendmaking van besluiten niet door hem worden gecoördineerd;
dat deze bevoegdheid kan worden toegepast indien, in aanmerking genomen de omvang,
aard en ligging van het desbetreffende net, alsmede het aantal voor de aanleg of uitbreiding
van het project Weiwerd 220 kV benodigde besluiten, redelijkerwijze niet valt te verwachten
dat toepassing van rijkscoördinatieregeling, als bedoeld in artikel 3.35 van de Wet
ruimtelijke ordening, de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of daaraan
anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden;
dat deze situatie zich bij dit project voordoet, omdat de gemeente Delfzijl bereid
is zich in te spannen om de vergunningen te verlenen en de uitbreiding van het hoogspanningsstation
Weiwerd 220 kV plaats vindt op grote afstand van woonbebouwing en burgers geen hinder
van het initiatief ondervinden. Hierdoor valt redelijkerwijze niet te verwachten dat
toepassing van de rijkscoördinatieregeling, als bedoeld in artikel 3.35 van de Wet
ruimtelijke ordening, de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of daaraan
anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden;
dat er ook overigens geen bijzondere belemmeringen zijn die in de weg staan aan een
voorspoedig verloop van de benodigde procedures, zonder dat de rijkscoördinatieregeling
wordt toegepast;
dat, gelet op het voorgaande, TenneT mij bij mail van 30 april 2018 heeft verzocht
de rijkscoördinatieregeling buiten toepassing te laten;
dat vervolgens de bij het project betrokken bestuursorganen -de gemeente Delfzijl
en de provincie Groningen- zijn gehoord over het voornemen de rijkscoördinatieregeling
buiten toepassing te laten en zij kunnen instemmen met het voornemen;
Gelet op artikel 20a, derde lid, aanhef en onder c, Elektriciteitswet 1998;
Besluit: