Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2018, 38827Overig

Besluit van 3 juli 2018 tot Aanpassing van het Besluit organisaties gerechtigd tot het benoemen van SER-leden in verband met de aanduiding van deze organisaties en het aantal te benoemen leden per organisatie

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 juni 2018, nr. 2018-0000101627;

Gelet op artikel 4, tweede en vijfde lid, van de Wet op de Sociaal-economische Raad;

HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:

ARTIKEL I

Het Besluit van 1 maart 1980, tot het aanwijzen van organisaties gerechtigd tot het benoemen van SER-leden (Stcrt. 1980, 66) wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

De volgende organisaties worden aangewezen tot het benoemen van het achter hun naam vermelde aantal leden van de Sociaal-economische Raad:

  • a. organisaties van ondernemers:

    Vereniging VNO-NCW:

    7 leden

    Koninklijke Vereniging MKB-Nederland:

    3 leden

    Land- en Tuinbouworganisatie Nederland:

    1 lid

  • b. organisaties van werknemers:

    Federatie Nederlandse Vakbeweging:

    7 leden

    Christelijk Nationaal Vakverbond:

    2 leden

    Vakcentrale voor Professionals:

    2 leden

B

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit organisaties gerechtigd tot het benoemen van SER-leden.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

NOTA VAN TOELICHTING

Het Besluit Organisaties gerechtigd tot het benoemen van SER-leden is sinds 1994 niet meer gewijzigd. Omdat een aantal van de in dit besluit opgenomen organisaties inmiddels is gefuseerd of van naam is veranderd, wordt een actualisatie doorgevoerd. Tevens wordt de gewijzigde bezetting van het aantal raadszetels per organisatie vastgelegd.

Als organisaties van ondernemers vermeldde het besluit tot nog toe: het Verbond van Nederlandse Ondernemingen, het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond, het Koninklijk Nederlands Ondernemersverbond, het Nederlands Christelijk Ondernemers Verbond, het Koninklijk Nederlands Landbouw-Comité, Katholieke Nederlandse Boeren en Tuindersbond en Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond. Als organisaties van werknemers vermeldde het besluit tot nog toe: de Federatie Nederlandse Vakbeweging, het Christelijk Nationaal Vakverbond, de Algemene Vakcentrale en de Vakcentrale voor Middelbaar en Hoger Personeel.

Het geactualiseerde besluit vermeldt de huidige benamingen van de benoemingsgerechtigde organisaties.

De zetelverdeling in de Raad vindt, zowel aan werknemerszijde als werkgeverszijde, plaats op basis van overeenstemming tussen de respectieve betrokken organisaties. Als geen overeenstemming wordt bereikt, wordt de zetelverdeling vastgesteld op basis van het SER-besluit beleidsregels representativiteit.

Normaal gesproken wordt bij de vaststelling van het ledenaantal van de organisaties aan werknemerszijde aangesloten bij cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, maar aangezien het ledental van de Vakcentrale voor Professionals nadien, namelijk per 1 juli 2017, nog aanmerkelijk is toegenomen zijn nieuwe afspraken gemaakt. Rekening houdend met de door de drie organisaties bereikte overeenstemming is het aantal zetels per organisatie dienovereenkomstig herzien. Dit houdt in dat de FNV van acht naar zeven zetels gaat en de VCP van één naar twee zetels. Het CNV behoudt twee zetels.

Ook aan de zijde van de benoemingsgerechtigde organisaties van ondernemers bestaat, mede gelet op het genoemde SER-besluit, overeenstemming over de onderlinge zetelverdeling. Het aantal zetels per werkgeversorganisatie blijft ongewijzigd ten opzichte van de zittingsperiode 2016 – 2018.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees