Beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, houdende ontheffing voor het Vliegend Museum Seppe van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte ten behoeve van training voor het verkrijgen en het behoud van Display Autorisatie

Datum: 15 juni 2018

Nummer: ILT-2018/39828

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelezen het verzoek om ontheffing van 5 juni 2018 van het Vliegend Museum Seppe, contactpersoon: W.J.C.M. Thuring, adres: Pastoor van Breugelstraat 93e, 4722 RC Bosschenhoofd, e-mail: willemthuring@yahoo.com;

Overwegende dat:

  • het doel van de vlucht is het trainen voor het verkrijgen en het behoud van Display Autorisatie om deel te kunnen nemen aan luchtvaartvertoningen in het circuitgebied van de luchthavens Breda International Airport en Midden-Zeeland;

  • paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 de mogelijkheid biedt aan (nationale) bevoegde autoriteiten om toestemming te verlenen lager te vliegen dan de minimum vlieghoogten, zoals die voor VFR-vluchten zijn opgenomen in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012;

Gelet op paragraaf SERA.3105 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de luchtvaartuigen in gebruik bij het Vliegend Museum Seppe van het type DH-82 Tiger Moth, N2S3 Boeing Stearman, L18 Piper Cub, Super Cub, Auster, Focke Wulf 149D of een vergelijkbaar vervangend luchtvaartuig in gebruik bij het Vliegend Museum Seppe, waarmee VFR-trainingsvluchten worden uitgevoerd beneden de minimum VFR-vlieghoogte ten behoeve van trainen voor het verkrijgen en het behoud van Display Autorisatie (DA).

Artikel 2

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde luchtvaartuigen wordt van 18 juni 2018 tot en met 18 juni 2019 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012 om VFR-vluchten uit te voeren beneden de toegestane minimum VFR-vlieghoogte, maar niet boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de minimum toegestane vlieghoogte bedraagt 60 meter (200 ft) boven de grond of het water, doch ten minste 30 meter (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 meter van het luchtvaartuig;

  • b. boven de start- en landingsbaan van de luchthavens Breda International Airport en Midden-Zeeland mag zoveel lager worden gevlogen als aangegeven door de exploitant van de betrokken luchthaven;

  • c. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte in het circuitgebied van de luchthavens Breda International Airport en Midden-Zeeland;

  • d. de aanvrager maakt voorafgaand aan de vlucht afspraken met de exploitant van de betrokken luchthaven over de wijze van uitvoeren van de vlucht; hierin wordt onder andere afgesproken in welke periode vluchten zijn toegestaan en op welke wijze overige gebruikers van de luchthaven worden geïnformeerd over deze afwijkende activiteit;

  • e. er worden geen vluchten beneden de minimale vlieghoogte zoals gesteld in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012 uitgevoerd boven aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen;

  • f. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2°. er niet wordt gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;

    • 3°. vee niet wordt verstoord;

    • 4°. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, penitentiaire inrichting etc., worden gemeden, en

    • 5°. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

  • g. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de vlucht, anders dan benodigd voor de beoordeling voor het verkrijgen en het behoud van Display Autorisatie;

  • h. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:

    de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart (tel.: 020-5025693, fax: 020-5025699 of e-mail: dlvplvt@klpd.politie.nl) en worden de volgende gegevens verstrekt:

    • 1°. de naam van de gezagvoerder, de registratie en het model/type helikopter;

    • 2°. de route en de periode van de voorgenomen vlucht.

Artikel 3

  • 1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de inhoud van deze beschikking.

  • 2. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in deze beschikking, kan deze ontheffing worden ingetrokken.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 18 juni 2018 en vervalt met ingang van 19 juni 2019, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, DE INSPECTEUR ILT/LUCHTVAART, M.A.M. van Velzen Senior Inspecteur

Bezwaarmogelijkheid

Tegen dit besluit kunt u binnen een termijn van zes weken na dagtekening, ingaande de dag na verzending van dit besluit, bezwaar indienen. Het bezwaar moet minimaal bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar;

  • uw handtekening.

Het bezwaar kan onder vermelding van ‘bezwaar’ en het kenmerk van dit besluit worden gestuurd naar het volgende adres:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Postbus 16191

2500 BD Den Haag

Is er sprake van onverwijlde spoed? Dan kunt u de rechtbank in het rechtsgebied van uw woonplaats verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen.

Meer informatie over de voorlopige voorziening vindt u op www.rechtspraak.nl.

Naar boven