Kennisgeving besluiten in het kader van het project N18 Varsseveld – Enschede, Rijkswaterstaat

Op grond van artikel 20 van de Tracéwet bevordert de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een gecoördineerde voorbereiding van de besluiten op de aanvragen om de vergunningen en van de overige ambtshalve te nemen besluiten met het oog op de uitvoering van een Tracébesluit.

In het kader van deze coördinatie geeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat kennis van het feit dat het volgende ontwerpbesluit is genomen.

Welk ontwerpbesluit is genomen en ligt ter inzage?

Voor de uitvoering van het Tracébesluit N18 Varsseveld – Enschede is onderstaand ontwerpbesluit genomen, overeenkomstig de procedure van artikel 20, lid 4 Tracéwet jo. afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht:

  • ontwerpbesluit van het waterschap Rijn en IJssel voor het aanpassen van de waterhuishouding ten behoeve van het project N18 over het traject Groenlo – Enschede.

Waar en wanneer kunt u het ontwerpbesluit inzien?

De aanvraag, het ontwerpbesluit en de bijkomende stukken liggen met ingang van 25 januari 2018 gedurende zes weken ter inzage bij het waterschap Rijn en IJssel, Liemersweg 2 in Doetinchem.

U kunt het ontwerpbesluit op afspraak inzien op het kantoor van het waterschap Rijn en IJssel, op werkdagen van 9.00 uur tot 16.30 uur.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de unit Vergunningverlening en Handhaving, bereikbaar via telefoonnummer 0314 – 36 93 69.

Hoe kunt u een zienswijze indienen?

Gedurende de periode van terinzagelegging kunnen schriftelijke zienswijzen worden ingebracht. Deze moeten worden gericht aan het college van dijkgraaf en heemraden van waterschap Rijn en IJssel, Postbus 148, 7000 AC Doetinchem.

Het waterschap Rijn en IJssel betrekt de ingediende zienswijzen bij het nemen van het definitieve besluit. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend, wordt geïnformeerd over wat daarmee is gedaan.

Tegen het uiteindelijke besluit kan beroep worden ingediend als men belanghebbende is en als men een zienswijze naar voren heeft gebracht over het betreffende ontwerpbesluit, tenzij redelijkerwijs niet kan worden verweten dat geen zienswijze naar voren is gebracht.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze, het hoofd van de afdeling BJV Projectadvisering bij de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat, A.K. van de Ven

Naar boven