Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2018
Nr. 33117

Gepubliceerd op 11 juni 2018 09:00



Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 8 juni 2018, nr. WJZ/18082349, tot wijziging van de Regeling Europese EZ-subsidies, de Regeling openstelling EZ-subsidies 2017, de Regeling uitvoering ELFPO programmaperiode 2014–2020 en de Regeling producenten- en brancheorganisaties in verband met de invoering van twee subsidiemodules voor de vleeskalversector en enkele wijzigingen ter aanpassing aan Europese regelgeving

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op:

  • Verordening (EU) nr. 1305/2015 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) 1698 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • artikelen 13, tweede lid, onder b, en 19, eerste lid, van de Landbouwwet;

  • artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De regeling Europese EZ-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2.1 wordt ‘hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4, titel 4.2.’ vervangen door ‘hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4, titel 4.2 tot en met titel 4.4.’.

B

In artikel 4.1.2, vijfde lid, wordt ‘Artikel 2.3, derde lid,’ vervangen door ‘Artikel 2.3’.

C

Artikel 4.2.8. wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd luidende:

  • 2. Geen subsidie wordt verstrekt wanneer de aanvraag wordt gedaan na meer dan vijf jaar na toetreding tot een kwaliteitsregeling door de landbouwer.

D

Artikel 4.2.9. wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt toegevoegd: , met dien verstande dat de maximale duur van de periode wordt verminderd met het aantal dagen dat de landbouwer deel heeft genomen aan een kwaliteitsregeling voorafgaand aan de aanvraag.

2. In het vijfde lid wordt ‘Artikel 2.3, derde en negende lid,’ vervangen door ‘Artikel 2.3’.

E

In hoofdstuk 4 worden na titel 4.2 twee nieuwe titels toegevoegd, luidende:

Titel 4.3. Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

Paragraaf 4.3.1. Algemene bepalingen
Artikel 4.3.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

vleeskalverenhouder:

een eigenaar van een of meerdere stallen waarin bedrijfsmatig vleeskalveren worden gehouden;

welzijnsvriendelijke stalvloer:

een stalvloer voor vleeskalveren die voldoet aan de voorwaarden van bijlage 3.

Paragraaf 4.3.2. Voorschriften inzake de vleeskalverenhouder
Artikel 4.3.2. Subsidieaanvraag en hoogte subsidie
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de aanschaf en installatie van een welzijnsvriendelijke stalvloer en indien van toepassing, wanneer de welzijnsvriendelijke stalvloer niet op de bestaande roostervloer kan worden bevestigd, voor de aanschaf van nieuwe roostervloeren of voor de kosten voor het laten infrezen van de bestaande roostervloeren door een vleeskalverenhouder.

  • 2. Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag voor subsidieverlening in ieder geval:

    • a. een offerte voor een welzijnsvriendelijke stalvloer, en

    • b. een plattegrond met stalindeling van het bedrijf van de vleeskalverenhouder waaruit het aantal kalverplaatsen blijkt.

  • 3. De subsidie bedraagt 40 procent van de aanschaf- en installatiekosten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4.3.3. Absolute afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.2, wordt geen subsidie verstrekt voor zover de vleeskalverenhouder van overheidswege een andere bijdrage ontvangt voor de aanschaf- en installatiekosten, bedoeld in artikel 4.3.2, eerste lid.

Artikel 4.3.4 Subsidieplafond en verdeling
  • 1. Het subsidieplafond bedraagt ten hoogste € 7.500.000.

  • 2. De minister verdeelt per openstelling het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in de artikelen 2.4, onderdeel b, en 2.6.

Artikel 4.3.5. Rangschikkingscriteria
  • 1. De minister rangschikt een aanvraag voor subsidie, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate de vleeskalverenhouder meer stalplaatsen heeft, een hoger percentage van het aantal stalplaatsen een welzijnsvriendelijke stalvloer krijgt en als sprake is van renovatie van een bestaande stal in tegenstelling tot nieuwbouw. Voor de rangschikking worden de volgende criteria toegepast:

    • a. aantal stalplaatsen, waaraan de volgende scores worden toegekend met een wegingsfactor 1:

      • 1°. minder dan 400 stalplaatsen: 1 punt;

      • 2°. tussen de 400 en 600 stalplaatsen: 2 punten, en

      • 3°. meer dan 600 stalplaatsen: 3 punten.

    • b. het percentage van de stalplaatsen van alle stallen waarvan de stalvloer wordt vervangen door een welzijnsvriendelijke stalvloer, waaraan de volgende scores worden toegekend met een wegingsfactor 2:

      • 1°. een percentage van 0 tot en met 30 procent: 1 punt;

      • 2°. een percentage van 31 tot en met 60 procent: 2 punten, en

      • 3°. een percentage van 61 tot en met 100 procent: 3 punten.

    • c. er is sprake van nieuwbouw of renovatie van de stal, waaraan de volgende scores worden toegekend met een wegingsfactor 1:

      • 1°. nieuwbouw: 1 punt, en

      • 2°. renovatie: 2 punten.

  • 2. Het aantal punten dat wordt behaald betreft de score onder a, b en c van het eerste lid vermeerderd met de wegingsfactor. Het maximum aantal punten is 11.

  • 3. Indien een aanvraag minder dan 4 punten behaalt, wordt de aanvraag afgewezen.

  • 4. Aanvragen worden op volgorde van rangschikking toegewezen.

Artikel 4.3.6 Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.5 en in afwijking van artikel 1.3, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

  • a. tweedehands vloeren;

  • b. bijdragen in natura;

  • c. afschrijvingskosten, en

  • d. loonkosten.

Artikel 4.3.7. Realisatietermijn
  • 1. De aanschaf van een welzijnsvriendelijke stalvloer vindt plaats na de datum van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 2.9, en binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening.

  • 2. De betaling, levering en installatie van een welzijnsvriendelijke stalvloer vinden plaats binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening en voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 2.20.

Artikel 4.3.8. Indienen aanvraag subsidievaststelling

Onverminderd artikel 2.20 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

  • a. een gespecificeerde factuur en een afschrift van het betalingsbewijs van de welzijnsvriendelijke stalvloer, en

  • b. een specificatie van de vloer waaruit blijkt dat deze voldoet aan de voorwaarden van bijlage 3.

Paragraaf 4.3.3. Controles en sancties
Artikel 4.3.9. Onregelmatigheden, controles en sancties

De artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.18 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.3.10. Vervaldatum

Deze titel vervalt met ingang van 1 oktober 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Titel 4.4. Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

Paragraaf 4.4.1. Algemene bepalingen
Artikel 4.4.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

ammoniak reducerende eenheid:

één of meer systemen die voldoen aan de voorwaarden van bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij;

vleeskalverenhouder:

een eigenaar van een of meerdere stallen waarin bedrijfsmatig vleeskalveren worden gehouden.

Paragraaf 4.4.2. Voorschriften inzake de landbouwer
Artikel 4.4.2. Subsidieaanvraag en hoogte subsidie
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de aanschaf en installatie van een ammoniak reducerende eenheid door een vleeskalverenhouder.

  • 2. Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag voor subsidieverlening in ieder geval:

    • a. een offerte voor een ammoniak reducerende eenheid, en

    • b. een plattegrond met stalindeling van het bedrijf van de vleeskalverenhouder waaruit het aantal kalverplaatsen blijkt.

  • 3. De subsidie bedraagt 40 procent van de aanschaf- en installatiekosten, bedoeld in het eerste lid.

  • 4. De subsidie bedraagt ten hoogste € 100.000 per vleeskalverenhouder.

Artikel 4.4.3. Absolute afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.2, wordt geen subsidie verstrekt voor zover de vleeskalverenhouder van overheidswege een andere bijdrage ontvangt voor de aanschaf- en installatiekosten, bedoeld in artikel 4.4.2, eerste lid.

Artikel 4.4.4 Subsidieplafond en verdeling
  • 1. Het subsidieplafond voor deze module bedraagt € 7.500.000.

  • 2. De minister verdeelt per openstelling het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in de artikelen 2.4, onderdeel b, en 2.6.

Artikel 4.4.5. Rangschikkingscriteria
  • 1. De minister rangschikt een aanvraag voor subsidie, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate de vleeskalverenhouder meer stalplaatsen heeft, een hoger percentage van ammoniakreductie wordt bereikt en in een groter deel van het bedrijf deze ammoniakreductie wordt bereikt. Voor de rangschikking worden de volgende criteria toegepast:

    • a. aantal stalplaatsen, waaraan de volgende scores worden toegekend met een wegingsfactor 1:

      • 1°. minder dan 400 stalplaatsen: 1 punt;

      • 2°. tussen de 400 en 600 stalplaatsen: 2 punten, en

      • 3°. meer dan 600 stalplaatsen: 3 punten.

    • b. het gemiddelde percentage ammoniakreductie dat wordt bereikt bij gebruik van al dan niet meerdere systemen op het bedrijf, waaraan de volgende scores worden toegekend met een wegingsfactor 2:

      • 1°. een reductiepercentage van minder dan 50 procent: 1 punt;

      • 2°. een reductiepercentage tussen de 50 tot en met 70 procent: 2 punten, en

      • 3°. een reductiepercentage van meer 70 procent: 3 punten.

    • c. voor welk deel van het bedrijf, uitgedrukt in een percentage, reducerende maatregelen worden getroffen, waaraan de volgende scores worden toegekend met een wegingsfactor 1:

      • 1°. het percentage bedraagt minder dan 30 procent: 1 punt;

      • 2°. het percentage bedraagt tussen de 30 tot en met 60 procent: 2 punten, en

      • 3°. het percentage bedraagt meer dan 60 procent: 3 punten.

  • 2. Het aantal punten dat wordt behaald, betreft de score onder a, b en c van het eerste lid vermeerderd met de wegingsfactor. Het maximum aantal punten is 12.

  • 3. Indien een aanvraag minder dan 4 punten behaalt, wordt de aanvraag afgewezen.

  • 4. Aanvragen worden op volgorde van rangschikking toegewezen.

Artikel 4.4.6. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.5 en in afwijking van artikel 1.3 komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

  • a. tweedehands systemen;

  • b. bijdragen in natura;

  • c. afschrijvingskosten, en

  • d. loonkosten.

Artikel 4.4.7. Realisatietermijn
  • 1. De aanschaf van een ammoniak reducerende eenheid vindt plaats na de datum van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 2.9, en binnen drie jaar na de datum van subsidieverlening.

  • 2. De betaling, levering en installatie van de ammoniak reducerende eenheid vinden plaats binnen drie jaar na de datum van subsidieverlening en voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 2.20.

Artikel 4.4.8. Indienen aanvraag subsidievaststelling

Onverminderd artikel 2.20 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval een gespecificeerde factuur en een afschrift van het betalingsbewijs van de ammoniak reducerende eenheid.

Paragraaf 4.4.3. Controles en sancties
Artikel 4.4.9. Onregelmatigheden, controles en sancties

De artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.18 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.4.10. Vervaldatum

Deze titel vervalt met ingang van 1 oktober 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

F

Er wordt een bijlage toegevoegd, luidende:

Bijlage 3, behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies.

Voorwaarden voor een welzijnsvriendelijke stalvloer
a. Algemeen

Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

b. Eisen aan de welzijnsvriendelijke vloer:
  • 1. De duurzaamheid van de toplaag:

    De indrukbare toplaag mag niet beschadigd raken en is bestand tegen forse belastingen bij toepassing in de stal.

    De duurzaamheid van de toplaag wordt bepaald aan de hand van een duurzaamheidstest van het Deutsche Landwirtschafts-Gesellschaft (DLG). Dit internationale geaccrediteerde testcentrum is financieel en politiek onafhankelijk. Bij de test wordt de toplaag in het lab wordt blootgesteld aan een repeterende mechanische belasting met behulp van een stalen kunstklauw. In de test wordt een proefstrook van de toplaag blootgesteld aan 250.000 betredingen met de kunstklauw bij een belasting van 2000 N/75 cm2. Aan de hand daarvan wordt een beoordeling van de indrukbare toplaag gegeven over de kans op het optreden van beschadigingen, de slijtvastheid en de vervormbaarheid in de zin van het behoud van elasticiteit.

    Uit deze test blijkt dat de vloer ten minste als volgt scoort:

    • beschadigingen:

    0, + of ++

    • slijtvastheid:

    + of ++

    • vervormbaarheid:

    ++

  • 2. Het comfort van de vloer

    Voor het bepalen van de beloopbaarheid van de vloer wordt uitgegaan van de slipweerstand of dynamische wrijvingscoefficient (µ) van de vloer. De slipweerstand is daarbij een resultante van de oppervlakteweerstand van het materiaal en de indrukbaarheid. Slipweerstandsbepalingen worden instrumenteel uitgevoerd met een zogenaamde TRiBO-test (volgens NEN 7909:2015) of met de Rutsfestigkeitstest die DLG hiervoor aanbiedt.

    De ondergrens voor de slipweerstand van de vloer is, bij beide methoden, een µ-waarde van 0,40.

    De indrukbaarheid van het materiaal bepaalt het ligcomfort dat de toplaag aan de kalveren biedt. De indrukbaarheid is ook een belangrijke parameter om de slipvastheid en beloopbaarheid van de vloer te verbeteren. De klauw van het kalf kan zich dan als het ware in de vloer nestelen en zal minder snel genegen zijn weg te glijden.

    De indrukbaarheid wordt aangetoond met een DLG-test of een vergelijkbaar onderzoek door een ander onafhankelijk bureau. Ten aanzien van de indrukbaarheid worden de volgende eisen gesteld:

    • ten minste 3 mm indrukbaar bij een belasting van 62 N/cm2

    • minimale materiaaldikte, 16 mm, gerekend van bovenzijde ondervloer tot de geringste hoogte van de bovenzijde mat.

    Toepassing van hulpmiddelen om de indrukbaarheid te vergroten, bijvoorbeeld door middel van luchtkamers, vinnen aan de onderzijde of een meerlaagse matopbouw, zijn toegestaan.

  • 3. Hygiëne van de vloer

    De toplaag moet bestand zijn tegen gangbare reinigings- en ontsmettingsmiddelen en de fabrikant heeft een gebruiksadvies voor het verantwoord toepassen van een hogedrukreiniger meegeleverd.

    Om de kalveren een comfortabele, droge ligplaats te bieden en bevuiling van het dier met mest te voorkomen:

    • is de bovenzijde van de vloer bol of enigszins aflopend naar roosterspleten met ten minste 5 mm hoogteverschil.

    • heeft de vloer maximaal 2 mm oppervlakteprofilering en geen sleuven of diepe groeven.

    • is de toplaag ten minste 1,0–1,5 mm breder dan de balkbreedte van de ondervloer.

    • moet de vloer bij aanleg aan de onderstaande maatvoeringen voldoen:

      Maatvoering vloeren
       

      Balkbreedte (inclusief toplaag) mm

      Effectieve spleetbreedte (inclusief toplaag) mm

      Blank vlees & opfok rosé kalf (bij opzet jonger dan 10 weken)

      80 – 130

      27 – 30

      Afmest rosé kalf (bij opzet ouder dan 10 weken)

      80 – 140

      30 – 35

ARTIKEL II

De Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2017 wordt als volgt gewijzigd:

In de tabel behorende bij artikel 3 van de Regeling openstelling EZ-subsidies 2017 worden na de rij met titel 4.1 de volgende rijen ingevoegd:

Titel 4.2: Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

4.2.9

   

Periode bedoeld in artikel 4.2.7 van de Regeling Europese EZ-subsidies

6.000.000

Titel 4.3: Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

4.3.2

   

01-10-2018 t/m 30-10-2018

01-09-2019 t/m 30-09-2019

7.500.000

Titel 4.4: Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

4.4.2

   

01-10-2018 t/m 30-10-2018

01-09-2019 t/m 30-09-2019

7.500.000

ARTIKEL III

De Regeling uitvoering ELFPO programmaperiode 2014–2020 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 komt de definitie van ‘minister’ te luiden:

minister:

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

B

Aan artikel 3 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. In afwijking van het eerste lid, behoudt de minister de verantwoordelijkheid voor het beheer en de uitvoering van concrete acties op grond van artikel 17, eerste lid, onder a en d, van verordening (EU) nr. 1305/2013, voor zover deze acties betrekking hebben op investeringen in welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren en ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren.

ARTIKEL IV

De Regeling producenten- en brancheorganisaties wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2:1 komt te luiden:

Artikel 2:1

De minister is bevoegd tot het verlenen van een erkenning overeenkomstig de artikelen 152, eerste lid, of 161, eerste lid, van verordening 1308/2103 voor één of meerdere sectoren, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van die verordening.

B

Aan artikel 2:2 wordt na ‘bedraagt 15’ toegevoegd: per sector, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van die verordening, waarvoor erkenning wordt gevraagd.

C

Artikel 2:3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt ‘sector’ vervangen door ‘sector of sectoren’.

2. Onderdeel c komt te luiden:

  • c. Een omschrijving van de activiteit of activiteiten, bedoeld in artikel 152, eerste lid, onderdeel b, van verordening 1308/2013, die de producentenorganisatie zal verrichten alsmede een omschrijving van de doelstelling, bedoeld in artikel 152, eerste lid, onderdeel c, of, voor zover van toepassing, de doelstelling, bedoeld in artikel 161, eerste lid, onderdeel a, van die verordening, die zij nastreeft.

D

Artikel 3:2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt ‘sector’ vervangen door ‘sector of sectoren’.

2. Onderdeel c komt te luiden:

  • c. Een omschrijving van de activiteit of activiteiten, bedoeld in artikel 152, eerste lid, onderdeel b, van verordening 1308/2013, die de producentenorganisatie zal verrichten alsmede een omschrijving van de doelstelling, bedoeld in artikel 152, eerste lid, onderdeel c, of, voor zover van toepassing, de doelstelling, bedoeld in artikel 161, eerste lid, onderdeel a, van die verordening, die zij nastreeft.

E

Aan artikel 4:1 wordt na ‘verordening 1308/2013’ toegevoegd: voor één of meerdere sectoren, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van die verordening.

F

Aan artikel 4:2 wordt na ‘handelaren’ toegevoegd: per sector, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van die verordening, waarvoor erkenning wordt gevraagd.

G

In artikel 4:3, onderdeel b, wordt ‘sector’ vervangen door ‘sector of sectoren’.

ARTIKEL V

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 8 juni 2018

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Aanleiding en doel

Met het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) zorgt de Europese Unie voor duurzaam, voedzaam, veilig en betaalbaar voedsel in Europa. Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347), hierna: verordening 1305/2013, kent verschillende maatregelen om landbouwers te ondersteunen. Het kabinet wil de kalversector een stimulans geven om door te groeien naar een robuuste, duurzame en maatschappelijk verantwoorde sector. Gekeken is naar een maatregel die al is opgenomen in het Nederlandse Plattelandsontwikkelings-programma (POP) en het beste aansluit bij de behoeften van de vleeskalversector. Het betreft investeringen in innovatie en modernisering gericht op verduurzaming.

Op grond van deze regeling wordt daartoe door middel van een wijziging van de Regeling Europese EZ-subsidies subsidie verstrekt aan vleeskalverhouders die investeren in welzijnsvriendelijke vloeren of in ammoniak reducerende systemen. Dit betreft een maatregel onder artikel 17, eerste lid onder a, van verordening 1305/2013. Artikel 17 van verordening 1305/2013 biedt de mogelijkheid om steun te verlenen aan landbouwers (i.c. vleeskalverhouders) die investeren in materiële activa die de algehele prestatie en duurzaamheid van het landbouwbedrijf verbeteren.

Ingevolge dit artikel mag het in bijlage II bij voornoemde verordening vastgestelde maximale steunpercentage van 40 procent niet worden overschreden.

Van de gelegenheid wordt verder gebruik gemaakt om de Regeling Europese EZ-subsidies en de Regeling producenten- en brancheorganisaies aan te passen om deze weer aan te laten sluiten bij de net gewijzigde verordening 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347). Deze wijzigingen houden verband met de totstandkoming van de zogenaamde Omnibusverordening.1

2. Opzet van de regeling

Deze regeling is bedoeld om de sector een kwaliteitsimpuls te geven waarmee ze in 2020 concurrerend en duurzaam kan zijn. De fysieke investeringen zijn primair bedoeld om innovatie en modernisering in de primaire sector te bevorderen, en niet voor uitvoering van reguliere bedrijfsactiviteiten. Het betreft hier vooral situaties waar steun voor fysieke investeringen de toepassing van innovatie en modernisering op grote schaal zal versnellen.

De subsidie is een stimulans voor vleeskalverhouders om investeringen te doen in het realiseren van welzijnsvriendelijke stalvloeren en in ammoniakreducerende systemen in vleeskalverstallen.

Welzijnsvriendelijke stalvloer

De basis voor de criteria voor welzijnsvriendelijke stalvloeren ligt in het onderzoeksrapport ‘alternatieve vloeren voor vleeskalveren’ van Wageningen Livestock Research 2017.

Voor dit grootschalige onderzoek zijn de twee meest geschikte vloertypen geselecteerd en in een vergelijkingsproef op een aantal praktijkbedrijven uitgezet. Het onderzoek heeft laten zien dat het gebruik van zachte vloeren meer lig- en loopcomfort kan bieden en bij kan dragen aan een afname van pathologische afwijkingen. De uitkomsten geven voldoende aanleiding voor de sector, dierenbescherming en overheid om de toepassing van alternatieve vloeren in de praktijk breder te willen inzetten. In het onderzoek zijn een aantal uiteenlopende vloeren onderzocht die op dat moment voor de praktijk beschikbaar waren of specifiek hiervoor ontworpen zijn. Het was niet de bedoeling van het onderzoek om een ‘merken-oordeel’ te vellen, maar om op basis van de opgedane kennis criteria te identificeren die van belang zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de alternatieve vloeren. Door deze criteria te objectiveren tot praktische en meetbare kenmerken, kunnen niet alleen de bewezen vloeren maar ook nieuwe producten snel en eenvoudig beoordeeld worden op te verwachten geschiktheid voor de praktijk.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft daarom Wageningen Livestock Research in december 2017 opdracht gegeven om in aanvulling op het eerdergenoemde onderzoek objectieve criteria te benoemen waaraan alternatieve vloeren moeten voldoen om zo tot een toetsingskader te kunnen komen waarmee bredere toepassing in de praktijk kan worden gestimuleerd. De technische specificaties van de vloeren die als geschikt uit dit aanvullend onderzoek zijn gekomen, zijn opgenomen als bijlage 3 bij deze regeling.

Een vleeskalverhouder die deze vloeren in de kalverstal wil toepassen, of bestaande vloeren (deels) wil vervangen door een welzijnsvriendelijke vloer kan hiervoor 40 procent subsidie ontvangen als de vloer voldoet aan de specificaties uit bijlage 3.

Wanneer de welzijnsvriendelijke stalvloer niet op de bestaande roostervloer kan worden bevestigd, kan ook subsidie worden verkregen voor de aanschaf van nieuwe roostervloeren en voor de kosten voor het laten infrezen van de bestaande roostervloeren. BTW komt niet voor subsidie in aanmerking tenzij de begunstigde kan aantonen dat BTW niet terugvorderbaar is via een bepaalde regeling.

Ammoniakreducerende maatregelen in vleeskalverstallen

Voor de ammoniak reducerende maatregelen wordt verwezen naar de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). Op dit moment is het in de kalverhouderij alleen mogelijk om met luchtwassers de uitstoot van ammoniak, geur en/of fijnstof te beperken. Op het moment dat er andere ammoniak reducerende maatregelen worden opgenomen in de Rav voor de kalverhouderij is deze subsidieregeling ook van toepassing op die maatregelen.

In de lijst met stalbeschrijvingen (bijlage 1 van de Rav) staan alle luchtwassers die gebruikt mogen worden. Een luchtwasser wordt gebruikt om de uitstoot van stoffen die het milieu aantasten te verminderen. Deze luchtwassers kunnen chemisch of biologisch zijn. In deze lijst staan ook de emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijnstof vermeld. Sinds 1 januari 2016 is het verplicht om elektronische monitoring te gebruiken voor de bestaande en nieuwe luchtwassers. Op deze manier is het mogelijk om te meten of iedere luchtwasser voldoet aan de eisen.

Een vleeskalverhouder die een ammoniak reducerende eenheid aanschaft, kan hiervoor 40 procent subsidie ontvangen op de aanschaf- en installatiekosten als de maatregel voldoet aan bijlage 1 van de Rav. BTW komt niet voor subsidie in aanmerking tenzij de begunstigde kan aantonen dat BTW niet terug vorderbaar is via een bepaalde regeling.

3. Staatssteun

Op grond van artikel 81, tweede lid, van verordening 1305/2013, zijn de artikelen 107, 108 en 109 betreffende steunmaatregelen van de staten van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU) niet van toepassing op betalingen die de lidstaten doen op grond van en in overeenstemming met deze verordening en die binnen de werkingssfeer van artikel 42 VWEU vallen. Het verlenen van subsidie voor een investering in materiële activa kan op grond van artikel 17 van verordening 1305/2013. De module voldoet aan en reikt niet verder dan wat de bepalingen van deze verordening mogelijk maken. De betalingen die op grond van deze module plaatsvinden, dienen ter uitvoering van verordening 1305/2013 en het POP3-programma dat gebaseerd is op deze verordening en is goedgekeurd door de Europese Commissie. Door de overheveling van gelden van de eerste pijler naar de tweede pijler, waardoor extra gelden vrij zijn gemaakt voor uitvoering van de maatregel onder POP3, wordt deze subsidiemodule volledig bekostigd door EU-gelden.

4. Regeldruk

De administratieve lasten voor de subsidiemodule voor de welzijnsvriendelijke stalvloer bedragen € 14.800,– voor de totale subsidieperiode, dit is 0,2 procent van het totale budget van deze regeling, en gaan gepaard met de aanvraag, uitvoering en eindverantwoording. De berekening is gebaseerd op de inschatting dat maximaal 200 kalverhouders interesse hebben in de subsidiemodule voor de aanschaf van een welzijnsvriendelijke stalvloer voor kalveren en een aanvraag zullen indienen die kan worden gehonoreerd.

De administratieve lasten voor de subsidiemodule voor de ammoniak reducerende systemen bedragen eveneens € 14.800,– voor de totale subsidieperiode, dit is 0,2% van het totale budget van deze regeling, en gaan gepaard met de aanvraag, uitvoering en eindverantwoording. De berekening is gebaseerd op de inschatting dat maximaal 200 kalverhouders interesse hebben in de subsidiemodule voor de aanschaf van een ammoniak reducerende luchtwasser of andere maatregel en een aanvraag zullen indienen die kan worden gehonoreerd.

Er zijn geen extra administratieve lasten voor de wijzigingen ter implementatie van de Omnibus verordening omdat er geen extra verplichtingen worden opgelegd. De administratieve lasten blijven daarom hetzelfde voor dez.

5. Uitvoering

De uitvoering van deze subsidiemodules is in handen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Deze module wordt uitvoerbaar en handhaafbaar geacht.

6. Notificatie

De ontwerpregeling is ingevolge richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij voorgelegd aan de Europese Commissie. Het gaat hier om een kennisgeving die betrekking heeft op technische specificaties of andere eisen die verbonden zijn met fiscale of financiële maatregelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, onder iii, van richtlijn (EU) 2015/1535. Voor deze kennisgeving geldt geen stand still-periode (artikel 7, vierde lid, van die richtlijn).

II. Artikelen

Artikel I, onderdeel A

Hoofdstuk 2 van de Regeling Europese EZ-subsidies (hierna: REES), bevat algemene regels omtrent subsidieverstrekking door de minister. Deze algemene regels zijn van toepassing op de in deze regeling nieuw ingevoerde titels 4.3 en 4.4. Voor de aanvraag tot subsidieverlening voor de in deze titels genoemde investeringen gelden derhalve bijvoorbeeld de eisen voor de aanvraag zoals opgenomen in artikel 2.9 en de beslissingstermijnen van artikel 2.12 van de REES.

Artikel I, onderdelen B t/m D

Deze onderdelen zien (samen met artikel III) op de aanpassing in verband met de Omnibusverordening. Het wordt het mogelijk gemaakt voor landbouwers om een subsidieaanvraag te doen voor deelname aan een kwaliteitsregeling tot en met vijf jaar na eerste deelname aan een kwaliteitsregeling. Daarbij geldt wel dat de subsidie alleen zal zien op de periode na de subsidieaanvraag en dat de duur van de subsidie is gemaximeerd tot het moment dat een landbouwer in totaal vijf jaar heeft deelgenomen aan een kwaliteitsregeling. Wanneer een landbouwer al vier jaar deelneemt aan een kwaliteitsregeling kan de landbouwer dus nog voor maximaal één jaar deelname subsidie aanvragen.

Tevens wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om een tweetal verwijzingen naar de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB aan te passen.

Artikel I, onderdeel E

In de REES worden na titel 4.2 twee titels toegevoegd. De nieuwe titel 4.3 bevat regels voor de aanvraag van subsidie voor een welzijnsvriendelijke stalvloer voor vleeskalveren en de nieuwe titel 4.4 bevat regels voor de aanvraag van subsidie voor ammoniak reducerende systemen op het bedrijf van vleeskalverhouders.

Titel 4.3
Artikel 4.3.1. Begripsbepalingen

In artikel 4.3.1 zijn een aantal begrippen omschreven die voor de subsidiemodule van belang zijn. Zo wordt nader geduid wat met een welzijnsvriendelijke stalvloer wordt bedoeld. Hiervoor wordt verwezen naar de voorwaarden die zijn opgenomen in bijlage 3 bij deze module.

Het gaat hierbij allereerst om de duurzaamheid van de toplaag; hiervoor wordt een beoordeling gevraagd van de indrukbare toplaag op het gebied van het optreden van beschadigingen, de slijtvastheid en de vervormbaarheid. Dit is van belang voor het behoud van de elasticiteit van de vloer.

Ten tweede wordt gekeken naar het comfort van de vloer; hiervoor moet de slipweerstand worden bepaald. Deze waarde moet hoger zijn dan 0,40 zodat het kalf niet kan uitglijden. Verder is de indrukbaarheid en de materiaaldikte van belang om te kunnen aantonen dat het dier comfortabel kan liggen op de vloer.

Daarnaast wordt gekeken naar de hygiëne. Hiervoor zijn eisen gesteld aan de vorm en de spleetbreedte van de vloer om een goede mestdoorlaat te faciliteren, zodat het dier schoon blijft. De gestelde eisen borgen dat een welzijnsvriendelijke stalvloer een stabiele ondergrond biedt waarop de kalveren vlot en veilig kunnen bewegen en dat deze meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren en dusdanig is uitgevoerd dat mest vlot wordt weggetreden en afgevoerd door de roosterspleten en er geen urine achterblijft.

Tot slot is het begrip vleeskalverenhouder omschreven. Uit deze omschrijving volgt dat degene die subsidie kan aanvragen degene is die eigenaar is van een of meerdere stallen waarin bedrijfsmatig vleeskalveren worden gehouden. Een vleeskalverenhouder die bijvoorbeeld stallen huurt om daar zijn vleeskalveren te houden, komt derhalve niet voor deze subsidiemodule in aanmerking. Dit is logisch aangezien de subsidie bedoeld is om verbeteringen aan de stal aan te brengen, waarover alleen de eigenaar van de stal zeggenschap heeft.

Artikel 4.3.2 Subsidieaanvraag en hoogte van de subsidie

In deze bepaling is aangegeven voor welke investering subsidie op grond van deze titel verstrekt kan worden. Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor de aanschaf en installatie van een welzijnsvriendelijke vloer. Als deze vloer niet op de bestaande roostervloer kan worden bevestigd dan wordt ook subsidie verstrekt voor de aanschaf van nieuwe roostervloeren of voor de kosten van het laten infrezen van de bestaande roosters om plaatsing van de nieuwe vloer mogelijk te maken.

In het tweede lid van dit artikel wordt aangegeven aan welke voorwaarden de subsidieaanvraag moet voldoen. Hierbij wordt verwezen naar de algemene bepaling van artikel 2.9 van de REES, waarin onder meer is bepaald dat de aanvraag tot subsidieverlening moet worden ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. Hierin wordt voorzien door RVO.nl. Daarnaast dient bij de aanvraag een offerte te worden overgelegd waaruit blijkt welke vloer van welke leverancier men wil aankopen. Ook dient de vleeskalverenhouder bij de aanvraag een plattegrond met stalindeling van zijn bedrijf bij te voegen. Hij kan hiervoor de gewaarmerkte plattegrond gebruiken die door de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector (SKV) wordt verstrekt. Deze plattegrond is nodig voor de rangschikking van de aanvragen, zodat RVO.nl kan vaststellen hoeveel stalplaatsen e.d. er op het bedrijf van de vleeskalverenhouder aanwezig zijn.

In het derde lid is bepaald dat slechts subsidie verstrekt wordt voor 40 procent van de aanschafkosten. Dit volgt uit bijlage II bij artikel 17 van verordening 1305/2013, waarin is opgenomen dat voor materiële activa die de algehele prestatie en duurzaamheid van het landbouwbedrijf verbeteren het maximale steunpercentage van 40 procent niet mag worden overschreden.

Artikel 4.3.3. Absolute weigeringsgronden

In artikel 4.3.3. is in aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1.2 opgenomen dat de kalverhouder voor de aanschaf van de welzijnsvriendelijke vloer niet al andere subsidie mag hebben ontvangen om te borgen dat geen sprake zal zijn van dubbele financiering.

Artikel 4.3.4 en 4.3.5 Subsidieplafond, verdeling en rangschikkingscriteria

Het subsidieplafond voor deze module bedraagt in totaal € 7,5 miljoen, derhalve voor beide openstellingen, zoals blijkt uit artikel 4.3.4.

De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op volgorde van rangschikking van de aanvragen per openstelling.

Uit artikel 4.3.5 volgt dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate de vleeskalverenhouder meer stalplaatsen heeft, een hoger percentage van het aantal stalplaatsen een welzijnsvriendelijke stalvloer krijgt en als sprake is van renovatie van een bestaande stal in plaats van nieuwbouw. Bij nieuwbouw is de aanschaf van nieuwe vloeren immers vanzelfsprekend.

Om tot een goede rangschikking van de aanvragen te komen wordt gebruik gemaakt van selectiecriteria. Het gebruik van selectiecriteria is verplicht ingevolge artikel 49 van verordening 1305/2013. Dit artikel schrijft voor dat de minister na raadpleging van het toezichtcomité criteria vaststelt voor de selectie van concrete acties in het kader van subsidieverstrekking. De selectiecriteria staan borg voor de gelijke behandeling van de aanvragers, voor beter gebruik van de financiële middelen en voor het afstemmen van de maatregelen overeenkomstig de prioriteiten van de Unie voor plattelandsontwikkeling. Door middel van de selectiecriteria komen als eerst voor subsidie in aanmerking die maatregelen die het meest leiden tot verbetering van dierenwelzijn en diergezondheid en die zorgdragen voor een verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier. De in deze module gehanteerde selectiecriteria zijn op 8 december 2017 aan het Comité van Toezicht voorgelegd ter raadpleging en vervolgens vastgesteld.

Volgens de richtsnoeren van de Europese Commissie is het daarnaast nodig dat de selectiecriteria een wegingsfactor krijgen toebedeeld, zodat duidelijk is welk selectiecriterium belangrijker is voor het bereiken van het doel van de subsidie. Door middel van het toekennen van scores aan de selectiecriteria en wegingsfactoren met daarbij een vereiste minimumscore waaraan de aanvragen moet voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt volgens de richtsnoeren bereikt dat de aanvragen die het meest aan het doel van de subsidie beantwoorden ook daadwerkelijk via rangschikking als eerste subsidie krijgen toegewezen.

Uit artikel 4.3.5 volgt dat aan het selectiecriterium ‘het percentage van de stalplaatsen waarvan de stalvloer wordt vervangen door een welzijnsvriendelijke stalvloer’ (wegingsfactor 2) twee keer zoveel waarde wordt gehecht dan aan de twee andere selectiecriteria ‘aantal stalplaatsen’ en ‘nieuwbouw versus bestaande bouw’ (beide wegingsfactor 1). Het gaat hierbij om de stalplaatsen in alle stallen op het gehele bedrijf van de vleeskalverenhouder. Dit kunnen derhalve stallen zijn op meerdere locaties. Vleeskalverenhouders kunnen maximaal 11 punten scoren. Kalverenhouders die minder dan 4 punten scoren, komen niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 4.3.6 Niet-subsidiabele kosten

Voor subsidie komen enkel de kosten van aanschaf en installatie van de welzijnsvriendelijke vloer in aanmerking en indien van toepassing de kosten voor een nieuwe roostervloer of het infrezen van een bestaande roostervloer. Ten behoeve van de duidelijkheid is expliciet in artikel 4.3.7 aangegeven dat tweedehands vloeren, bijdragen in natura, afschrijvingskosten en loonkosten niet subsidiabel zijn.

Artikel 4.3.7. Realisatietermijn

Om subsidie te kunnen krijgen, moet een vleeskalverenhouder eerst een aanvraag tot subsidieverlening doen voordat hij overgaat tot de aanschaf van een welzijnsvriendelijke stalvloer. De vloer dient binnen twee jaar nadat de beschikking tot subsidieverlening is afgegeven worden aangeschaft. Ook de betaling en plaatsing van de vloer dient binnen twee jaar na subsidieverlening plaats te vinden. Pas als de vloer betaald, geleverd en geplaatst is, binnen voornoemde termijn, kan de vleeskalverenhouder RVO.nl vragen om subsidievaststelling, oftewel uitbetaling van de subsidie. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling dient de vleeskalverenhouder de factuur, een afschrift van het betalingsbewijs van de vloer en een specificatie van de welzijnsvriendelijke vloer waaruit blijkt dat deze voldoet aan alle in bijlage 3 gestelde eisen, mee te zenden.

Artikel 4.3.9. Onregelmatigheden, controles en sancties

De artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.18 van de REES zijn van overeenkomstige toepassing verklaard. In deze artikelen wordt verwezen naar de bepalingen van verordening 1306/2013 waarin verplichtingen tot terugvordering van subsidie zijn opgenomen in geval van onrechtmatigheden. Ook wordt hierin verwezen naar de bevoegdheden om te controleren of de aanvragen voor subsidie voldoen aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden en naar de bevoegdheden om tot intrekking van betalingen en de oplegging van sancties over te gaan als sprake is van schending van de subsidiabiliteitseisen. Voor deze subsidiemodule oefent de minister deze bevoegdheden uit.

In de praktijk komt dit erop neer dat door RVO.nl aan de hand van een administratieve controle wordt beoordeeld of de aangeschafte vloer voldoet aan de criteria uit bijlage 3. Een vloer voldoet of voldoet niet; er is geen staffeling in de subsidie opbouw. De informatie op de factuur komt overeen met de informatie op de offerte waarvoor de beschikking is afgegeven. Als de factuur afwijkt van de offert moet dit bij de vaststelling worden aangegeven.

Een deel van de controles zullen fysiek op de bedrijven plaatsvinden om te controleren of vloeren daadwerkelijk geplaatst zijn.

Artikel 4.3.10. Vervaldatum

Deze titel vervalt met ingang van 1 oktober 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Titel 4.4
Artikel 4.4.1

In artikel 4.4.1 zijn een aantal begrippen omschreven die voor de subsidiemodule van belang zijn. Nader geduid wordt wat met ammoniak reducerende eenheid wordt bedoeld. Hieronder worden één of meerdere systemen verstaan die genoemd worden in bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij.

In deze bijlage worden de volgende systemen genoemd:

Een chemisch luchtwassysteem met 90% emissiereductie; een biologisch luchtwassysteem met 70% emissiereductie; een chemisch luchtwassysteem met 70% of 95% emissiereductie; een luchtwassysteem anders dan biologisch of chemisch; een gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser;een gecombineerd luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter; een gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter; een gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met watergordijn en biologische wasser; een gecombineerd luchtwas-systeem 85% emissiereductie met waterwasser, biologische wasser en geurverwijderingssectie; een gecombineerd luchtwassysteem 90% emissiereductie met een biologische en een chemische wasser en een biofilter; een biologisch luchtwassysteem 85% emissiereductie.

Als er nieuwe systemen aan bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij worden toegevoegd, mogen deze ook worden gebruikt.

Tot slot is het begrip vleeskalverenhouder omschreven om dezelfde redenen als bij artikel 4.3.1 al is uitgelegd. Uit deze omschrijving volgt dat degene die subsidie kan aanvragen degene is die eigenaar is van een of meerdere stallen waarin bedrijfsmatig vleeskalveren worden gehouden.

Artikel 4.4.2. Subsidieaanvraag en hoogte subsidie

In deze bepaling is aangegeven voor welke investering subsidie op grond van deze titel verstrekt kan worden. Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor de aanschaf van een of meerdere ammoniak reducerende systemen.

In het tweede lid van dit artikel wordt aangegeven aan welke voorwaarden de subsidieaanvraag moet voldoen. Hierbij wordt verwezen naar de algemene bepaling van artikel 2.9 van de REES.

Daarnaast dient bij de aanvraag een offerte te worden overgelegd waaruit blijkt welke ammoniak reducerende eenheid of eenheden men wil aankopen door de vermelding van de Rav code en het reductiepercentage.

Ook dient de vleeskalverenhouder bij de aanvraag een plattegrond met stalindeling van zijn bedrijf bij te voegen. Hij kan hiervoor de gewaarmerkte plattegrond gebruiken die door de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector (SKV) wordt verstrekt. Om zoveel mogelijk deelnemers een financiële stimulans te bieden is hier een maximum per aanvraag toegevoegd

Voor een toelichting bij het derde lid wordt verwezen naar hetgeen hierover al is opgemerkt bij artikel 4.3.2, derde lid.

De artikelen 4.4.3–4.4.4 en 4.4.6–4.4.9

Verwezen wordt naar de toelichting bij de bepalingen van gelijke strekking in titel 4.3.

In artikel 4.4.7. is evenwel een termijn van drie jaar in plaats van twee jaar opgenomen. Deze langere termijn is ingegeven door het feit dat voor de aanschaf en installatie van ammoniak reducerende systemen een vergunningsaanvraag of melding noodzakelijk is.

Artikel 4.4.5 Rangschikkingscriteria

Uit artikel 4.4.5 volgt dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate de vleeskalverenhouder meer stalplaatsen heeft, een hoger percentage van ammoniakreductie wordt bereikt en in een groter deel van het bedrijf deze ammoniakreductie wordt bereikt. Met het percentage ammoniakreductie wordt hier het theoretisch bereik bedoeld van de aan te schaffen luchtwasser(s).

Hetgeen bij artikel 4.3.5 is opgemerkt over selectiecriteria geldt hier onverkort.

Door middel van de bij deze module gekozen selectiecriteria komen als eerst voor subsidie in aanmerking die maatregelen die het meest leiden tot een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater (zoals broeikasgassen en ammoniak).

Ook voor deze module geldt dat voor het beoordelen van het aantal stalplaatsen en de grootte van het bedrijf gebruik wordt gemaakt van de bij aanvraag meegestuurde plattegrond.

Artikel II

De twee nieuwe modules voor de vleeskalveren worden toegevoegd aan de tabel in artikel 3 van de Regeling openstelling EZ-subsidies 2017. In de tabel is aangegeven in welke periode aanvragen voor subsidie voor welzijnsvriendelijke stalvloeren en ammoniak reductie in stallen voor vleeskalveren ingediend kunnen worden en wat de hoogte van het subsidieplafond is voor deze modules.

Volledigheidshalve is ook nog de module van de kwaliteitsregeling in de tabel opgenomen.

Artikel III

In artikel 3 van de Regeling uitvoering ELFPO programmaperiode 2014–2020 is onder meer het beheer en de uitvoering van maatregel 17 (investeringen) van het POP3 gedelegeerd aan de provincies. Gelet evenwel op de wens van het kabinet om de gehele vleeskalversector een stimulans te geven om door te groeien naar een robuuste, duurzame en maatschappelijk verantwoorde sector, wordt op deze delegatiebepaling met de onderhavige wijzigingsregeling voor de goede orde een uitzondering gemaakt zodat de minister een subsidieregeling kan openstellen voor welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren en voor ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren. Hiertoe dient het nieuwe derde lid van artikel 3 van de hierboven genoemde regeling (onderdeel A).

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in artikel 1 van dezelfde regeling, waarin definities staan opgenomen, de Minister van Economische Zaken te vervangen door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Deze aanpassing houdt verband met de instelling van een ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de herindeling van departementale taken (onderdeel B).

Artikel IV

In dit artikel wordt het, door middel van een wijziging van de Regeling producenten- en brancheorganisaties, mogelijk gemaakt dat producenten- en brancheorganisaties voor verschillende sectoren worden erkend. Daarnaast moeten producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties om in aanmerking te komen voor erkenning één of meer activiteiten verrichten die in de gewijzigde verordening (EU) nr. 1308/2013 genoemd worden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Verordening (EU) 2017/2393 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2017 tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), (EU) nr. 1306/2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, (EU) nr. 1307/2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en (EU) nr. 652/2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal (PB EU L 350).

Inhoudsopgave


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl