Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2018, 31384Besluiten van algemene strekking

Regeling van het College voor Toetsen en Examens van 16 mei 2018, nummer CvTE-18.00853, houdende wijziging van de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO 2015 en de Regeling omzetting scores in cijfers centrale examens en rekentoets VO 2016 in verband met explicitering van de wijze van compensatie voor fouten of onvolkomenheden via de normeringsterm

Gelet op artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel e, van de Wet College voor toetsen en examens;

Gezien de goedkeuring van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, gegeven op 22 mei 2018, nummer 1362293;

Besluit:

ARTIKEL I. WIJZIGING REGELING BEOORDELINGSNORMEN EN BIJBEHORENDE SCORES CENTRAAL EXAMEN VO 2015

In artikel 7, vierde lid, van de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO 2015 wordt na ‘zoals bedoeld in artikel’ ingevoegd ‘ 2,’.

ARTIKEL II. WIJZIGING REGELING OMZETTING SCORES IN CIJFERS CENTRALE EXAMENS EN REKENTOETS VO 2016

Bijlage 1 van de Regeling omzetting scores in cijfers centrale examens en rekentoets VO 2016 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder het kopje ‘Examens in het eerste tijdvak’ vervalt ‘Als een onvolkomenheid pas wordt ontdekt bij de vaststelling van de normeringsterm, worden kandidaten voor de nadelige gevolgen van de onvolkomenheid gecompenseerd in de vastgestelde normeringsterm.’

2. Onder het kopje ‘Examens in het tweede tijdvak’ vervalt ‘Als een onvolkomenheid wordt ontdekt bij de vaststelling van de normeringsterm, worden kandidaten voor de nadelige gevolgen van de onvolkomenheid gecompenseerd in de vastgestelde normeringsterm.’

3. Na ‘Bij de examens in het derde tijdvak wordt de normeringsterm bepaald aan de hand van een gewogen oordeel over de moeilijkheidsgraad, samengesteld uit de oordelen van Cito, van het CvTE en van de correctoren van deze examens en worden de gangbare normeringstermen voor het vak in de loop van een aantal recente jaren in aanmerking genomen.’ wordt ingevoegd:

Compensatie voor fouten of onvolkomenheden via de normeringsterm

Voor de voor een kandidaat nadelige gevolgen van een door het CvTE vastgestelde fout of onvolkomenheid in een examen of correctievoorschrift compenseert het CvTE via de normeringsterm indien:

  • a. de fout of onvolkomenheid niet eerder is hersteld via een erratum op de opgaven of via een aanvulling op het correctievoorschrift, bedoeld in artikel 10 van de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO 2015;

  • b. herstel via een aanvulling op het correctievoorschrift gelet op het tijdstip waarop de fout wordt vastgesteld naar het oordeel van het CvTE leidt tot een te groot risico op onjuistheden bij het vaststellen van scores op examens; en

  • c. de normeringsterm nog niet is vastgesteld.

Deze correctieprocedure via de normeringsterm geldt voor alle tijdvakken en vindt in voorkomende gevallen plaats op grond van de in supplement II bij deze bijlage opgenomen formules voor het compenseren voor een fout of onvolkomenheid in respectievelijk het eerste, tweede en derde tijdvak. Hierdoor wordt voorkomen dat de score van een kandidaat in een te laag cijfer wordt omgezet.

4. Na ‘Supplement’ en voor ‘De formules voor de omzetting van score naar cijfer’ wordt op dezelfde regel als ‘Supplement’ ingevoegd ‘ I’.

5. Er wordt een supplement toegevoegd, luidende:

Supplement II

De formules voor het compenseren voor een fout of onvolkomenheid
Examens in het eerste tijdvak

De N-term die zou zijn vastgesteld als de desbetreffende fout of onvolkomenheid in een examen of correctievoorschrift niet door het CvTE was vastgesteld, wordt verhoogd met 9 * Pvrg* Mvrg / L, waarbij deze uitkomst wordt afgerond op één decimaal.

In deze formule staat Pvrg voor de P-waarde van de onvolkomen vraag en Mvrg voor de maximaal haalbare score op deze vraag. Een P-waarde van 0,63 betekent dat de kandidaten gemiddeld 63% van Mvrg behaald hebben. L staat voor de lengte van de scoreschaal oftewel de maximaal haalbare score op het gehele examen.

Het uitgangspunt bij deze werkwijze is dat de kandidaat die geen punten heeft kunnen scoren op de onvolkomen vraag, precies voldoende wordt gecompenseerd.

Examens in het tweede tijdvak

De formule die in het eerste tijdvak voor het compenseren voor een fout of onvolkomenheid wordt gehanteerd, zou in het tweede tijdvak tot een te lage compensatie kunnen leiden.

In het tweede tijdvak wordt van het ingekorte examen, dus zonder de foute of onvolkomen vraag, P-ir berekend. Een P-ir van 0,38 betekent, dat de kandidaten die in het eerste tijdvak een onvoldoende hadden, van het ingekorte examen gemiddeld 38% van de maximaal haalbare score behaald hebben.

De N-term die in eerste instantie zonder de fout zou zijn vastgesteld, wordt verhoogd met 9 * P-ir * Mvrg / L, waarbij deze uitkomst wordt afgerond op één decimaal.

Deze verhoging voorkomt dat de onvolkomen vraag tot een te lage N-term zou leiden.

De N-term van het tweede tijdvak wordt echter nooit lager dan de voorlopige N-term voor het tweede tijdvak die vooraf is gepubliceerd. De definitieve N-term van het tweede tijdvak is dus alleen de laatstgenoemde uitkomst (inclusief de verhoging en afronding op één decimaal) als die hoger is dan de voorlopige N-term.

Examens in het derde tijdvak

Aan het derde tijdvak nemen nog minder kandidaten deel dan aan het tweede tijdvak, waardoor de P-waarden geen relevante informatiebron vormen.

De N-term die zonder de fout zou zijn vastgesteld wordt verhoogd met 9 * Mvrg / L. Dit komt erop neer dat in het derde tijdvak gewerkt wordt met een Pvrg en een P-ir van 1.

ARTIKEL III. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

Het College voor Toetsen en Examens, de voorzitter, P.J.J. Hendrikse

TOELICHTING

Met deze regeling worden de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO 2015 en de Regeling omzetting scores in cijfers centrale examens en rekentoets VO 2016 gewijzigd in verband met explicitering van de wijze waarop compensatie plaatsvindt van fouten of onvolkomenheden via de normeringsterm.

De wijziging van de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO 2015 betreft het herstel van een omissie in artikel 7, vierde lid, van de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO 2015. Artikel 7 regelt hoe wordt omgegaan met (vermeende) fouten of onvolkomenheden in toetsen en correctievoorschriften en regelt dat herstel daarvan in eerste instantie plaatsvindt via een aanvulling op het correctievoorschrift zoals bedoeld in artikel 10 van deze regeling. Met in een later stadium ontdekte fouten wordt op grond van artikel 7, vierde lid, rekening gehouden bij de vaststelling van de normeringsterm, bedoeld in de Regeling omzetting scores in cijfers centrale examens en rekentoets VO. In artikel 7, vierde lid, is echter abusievelijk niet het artikelnummer genoemd waarnaar wordt verwezen. Bedoeld is te verwijzen naar artikel 2 van de Wet College voor Toetsen en Examens, waarop de Regeling omzetting is gebaseerd. Dit is recht gezet.

De wijziging van de Regeling omzetting scores in cijfers centrale examens en rekentoets VO 2016 bevat een verduidelijkte weergave van de huidige praktijk. Daardoor is voor ieder beter inzichtelijk wanneer sprake is van compensatie voor fouten en onvolkomenheden in examens en correctievoorschriften via de normeringsterm. En op welke wijze deze compensatie plaatsvindt.

In de ingevoegde tekst met als kop ‘Compensatie voor fouten of onvolkomenheden via de normeringsterm’ is beschreven dat voor een fout of een onvolkomenheid in een examen of correctievoorschrift via de normeringsterm wordt gecompenseerd als herstel van de fout of onvolkomenheid niet al eerder heeft plaatsgevonden via een erratum op de opgaven of, conform artikel 10 van de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO 2015, via een aanvulling op het correctievoorschrift. Een aanvulling op het correctievoorschrift wordt overigens niet alleen gebruikt om een fout of onvolkomenheid te herstellen, maar betreft veelal een verduidelijking van het correctievoorschrift.

Daarnaast dient het CvTE van oordeel te zijn dat het te laat is om in herstel te voorzien via een aanvulling op het correctievoorschrift. Dat is het geval als de correctie door veel duo’s van eerste en tweede correctoren (examinatoren en gecommitteerden) al is afgerond, waardoor de kans te groot is dat bijvoorbeeld de aanvulling op het correctievoorschrift wordt gemist of onzorgvuldig wordt verwerkt, met onjuiste scores op examens als gevolg. Dat is onwenselijk, omdat onjuiste scores leiden tot onjuiste cijfers en die kunnen uiteindelijk leiden tot verkeerde uitslagen. Wanneer het te laat is voor een aanvulling op het correctievoorschrift is niet in algemene zin exact in deze regeling te bepalen, omdat dat onder meer afhankelijk is van het tijdstip van de examenzittingen. Het CvTE weegt daarom de omstandigheden per geval. Als een aanvulling op het correctievoorschrift naar het oordeel van het CvTE een te groot risico meebrengt op fouten bij het vaststellen van scores, wordt via de normeringsterm gecompenseerd.

Bij het compenseren via de normeringsterm worden de formules gehanteerd die in supplement II worden gepresenteerd. Deze zijn al jaren in gebruik, maar worden middels supplement II geëxpliciteerd. Dat de formules voor de drie tijdvakken verschillen, komt doordat de groepen kandidaten die aan de verschillende tijdvakken deelnemen qua omvang en samenstelling verschillend zijn.

Onder de kopjes ‘Examens in het eerste tijdvak’ en ‘Examens in het tweede tijdvak’ zijn de huidige passages die zien op de compensatie via de normeringsterm van fouten en onvolkomenheden verwijderd, omdat de nieuw toegevoegde explicitering van dit proces (onder het kopje ‘Correctie van fouten of onvolkomenheden via de normeringsterm’) betrekking heeft op alle drie de tijdvakken.

Deze – dus reeds bestaande maar nu ook geëxpliciteerde – werkwijze dient er steeds toe leerlingen niet in een nadeliger positie te laten komen ten opzichte van de situatie waarin zij hadden verkeerd indien het examen of correctievoorschrift de betreffende fout of onvolkomenheid niet zou hebben bevat.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin zij wordt geplaatst.

Het College voor Toetsen en Examens, de voorzitter, P.J.J. Hendrikse