De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
BESLUIT
vast te stellen het navolgende volmachtbesluit:
Artikel 1
Aan de directeur-generaal, de directeuren, de afdelingshoofden en de sectiehoofden
van het Rijksvastgoedbedrijf wordt volmacht verleend voor het verlenen van volmacht
aan medewerkers van notariskantoren voor het passeren van notariële akten ten aanzien
van aangelegenheden die behoren tot het eigen werkterrein en voor zover het gaat om
het zakenrechtelijk bevestigen van reeds aangegane verplichtingen.
Artikel 2
De volmacht wordt verleend bij schriftelijk besluit, in overeenstemming met de hiërarchisch
naasthogere functionaris.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de
Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 4
Dit besluit wordt aangehaald als: Volmachtbesluit notariaat Rijksvastgoedbedrijf 2018.
TOELICHTING
Algemeen
Dit besluit regelt de bevoegdheid van de directeur-generaal, de directeuren, de afdelingshoofden
en de sectiehoofden van het Rijksvastgoedbedrijf om volmacht te verlenen aan medewerkers
van notariskantoren voor het namens de Staat der Nederlanden verrichten van rechtshandelingen,
bestaande uit het passeren van notariële akten.
Ter waarborging van de onafhankelijke positie van de notaris dient de volmacht te
worden verleend aan medewerkers van het desbetreffende notariskantoor en niet aan
de notaris zelf.
Het gaat hier uitsluitend om rechtshandelingen waarmee reeds aangegane verplichtingen
zakenrechtelijk worden bevestigd. Aan de zakenrechtelijke bevestiging bij de notaris
moet een rechtsgeldig ondertekende overeenkomst ten grondslag liggen. Dit wil zeggen:
een overeenkomst die is ondertekend door een op grond van de vigerende mandaatbesluiten
bevoegde functionaris. Alleen dan kan gesproken worden van het bij de notaris zakenrechtelijk
bevestigen van een reeds aangegane verplichting.
Het verlenen van volmacht aan medewerkers van notariskantoren moet ook steeds geschieden
door de functionaris tot wiens werkterrein de betreffende aangelegenheid behoort.
De in artikel 6, eerste lid van het mandaatbesluit van het Rijksvastgoedbedrijf opgenomen
grensbedragen zijn hierop, op grond van artikel 6, derde lid, onder d. van het mandaatbesluit
van het Rijksvastgoedbedrijf, niet van toepassing.
Overigens is de bevoegdheid voor de betreffende functionarissen zelf om de Staat te
vertegenwoordigen bij het zakenrechtelijke bevestigen bij de notaris van een rechtsgeldig
ondertekende overeenkomst geregeld in het mandaatbesluit van BZK (voor de directeur-generaal
en de directeuren) en in het mandaatbesluit van het Rijksvastgoedbedrijf (voor de
afdelingshoofden en de sectiehoofden). De bevoegdheid om de volmacht door te geven
aan niet onder hen ressorterende functionarissen was tot dusver niet geregeld.
De behoefte om deze bevoegdheid nu wel te regelen komt voort uit het toegenomen aantal
rechtshandelingen waarvoor de notaris moet worden ingeschakeld en uit de inefficiëntie
van het inzetten van functionarissen van het Rijksvastgoedbedrijf om de Staat te vertegenwoordigen
bij het passeren van aktes, mede als gevolg van de landelijke spreiding en het afgenomen
aantal regiokantoren.
Daarbij stond het voormalige Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996 het
verlenen van volmacht aan niet onder de ministers ressorterende natuurlijke personen
en rechtspersonen alleen toe indien daartoe dwingende redenen bestonden. De Regeling
financieel beheer van het Rijk, waarin de volmachtverlening thans is geregeld, geeft
een ruimere bevoegdheid om volmacht te verlenen aan niet onder de ministers ressorterende
personen.
Artikelsgewijs
Artikel 2
In geval bijvoorbeeld een sectiehoofd de volmacht verstrekt, dient deze volmacht blijk
te geven van de instemming van de naasthogere functionaris, in dit geval het betreffende
afdelingshoofd.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.W. Knops