Burgemeester en wethouders,
Gelet op:
De bepalingen in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) en het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan – Beleidsnota – Best Mobiel (2017);
Artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 op grond waarvan verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij het verkeer betreffen op wegen, die niet in beheer zijn bij het Rijk, de Provincie of een waterschap;
Het feit dat de verkeerskundige van de afdeling Uitvoering bij besluit is gemandateerd tot het nemen van verkeersbesluiten op grond van artikel 15 van de wegenverkeerswet 1994;
Artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994, uit oogpunt van:
• Het verzekeren van de veiligheid op de weg.
• Het beschermen weggebruikers en passagiers.
• Het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan.
Overwegende dat
Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 de plaatsing van de in artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer genoemde verkeerstekens en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, geschiedt krachtens een verkeersbesluit.
Is het gewenst om
Een stopverbod in te stellen op het Stationsplein ter hoogte van de ingang van de tijdelijke fietsenstalling.
Motivering
Op het Stationsplein is een tijdelijke fietsenstalling geplaatst. De in- en uitgang van deze fietsenstalling is aan het Stationsplein gelegen. Het is gewenst dat voor de ingang niet geparkeerd of gestopt wordt. Zo blijft de ingang vrij voor de gebruikers van de fietsenstalling en heeft het verkeer goed zicht op overstekende mensen uit de fietsenstalling. Daarnaast blijft de ingang met het stopverbod ook vrij bij calamiteiten waarbij de mensen die in de fietsenstalling staan zonder obstakels weg moeten kunnen komen.
Belangenafweging
Er is in de omgeving voldoende mogelijkheid om te parkeren en te stoppen. De veiligheid van de gebruikers van de fietsenstalling bij zowel dagelijks gebruik als bij calamiteiten is van hoger belang dan de mogelijkheid om dicht bij de ingang van het station te kunnen parkeren en/of stoppen.
Niet is gebleken dat belanghebbenden hierdoor onevenredig worden benadeeld dan wel dat door te nemen maatregelen een onduidelijke verkeerssituatie zou ontstaan.
Gehoord
Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer heeft overleg plaatsgevonden met de verkeersadviseur van de Nationale Politie, eenheid Oost-Brabant, basisteam de Kempen.