Mededeling in het kader van de uitvoering van het project Omlegging A9 Badhoevedorp, Rijkswaterstaat

Ontgrondingsvergunning – provincie Noord-Holland

Op grond van artikel 20 van de Tracéwet bevordert de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een gecoördineerde voor­bereiding van de besluiten op de aanvragen om vergunningen en van de overige ambtshalve te nemen besluiten met het oog op de uitvoering van een Tracébesluit. Op deze besluiten is de Crisis- en herstelwet van toepassing.

In het kader van deze coördinatie geeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat kennis van het feit dat het volgende besluit is genomen.

Welk besluit is genomen en ligt ter inzage?

Voor de uitvoering van het tracébesluit Omlegging A9 Badhoevedorp is onderstaand besluit genomen, overeenkomstig de procedure van artikel 20, lid 4, van de Tracéwet in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

In opdracht van Rijkswaterstaat realiseert Combinatie Badhoever­Bogen de omlegging van de A9 tussen knooppunt Raasdorp en knooppunt Badhoevedorp. Vanaf 2018 loopt de A9 niet meer dwars door Badhoevedorp, maar komt ten zuiden om het dorp heen te liggen.

Bij besluit van 1 mei 2018 (kenmerk 7230003) is door gedeputeerde staten van Noord-Holland aan Combinatie BadhoeverBogen een vergunning op grond van artikel 3 van de Ontgrondingenwet verleend. Het besluit heeft betrekking op het verwijderen van de oude op- en afritten van de oude rijksweg A9 bij de S106-Amsterdamse Baan te Badhoevedorp.

Het besluit is niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbesluit en is op 7 mei 2018 aan de aanvrager bekendgemaakt.

Waar en wanneer kunt u de stukken inzien?

Het besluit en de bijbehorende stukken liggen met ingang van 8 mei 2018 tot en met 18 juni 2018 ter inzage:

  • tijdens openingstijden bij de gemeente Haarlemmermeer, Raadhuisplein 1, 2132 TZ Hoofddorp;

  • tijdens kantooruren (tussen 9.00 uur en 16.00 uur) bij de Provincie Noord-Holland, Houtplein 33 te Haarlem.

Het besluit is tevens beschikbaar via de website www.odnzkg.nl onder de kop ‘bekendmakingen’.

Hoe kunnen belanghebbenden beroep indienen?

Van 8 mei 2018 tot en met 18 juni 2018 staat voor belanghebbenden beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het instellen van beroep tegen het besluit geschiedt door indiening van een ondertekend beroepschrift dat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het is gericht, alsmede de gronden van het beroep bevat.

Het beroepschrift moet worden gericht aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en dient ten minste te bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, dat wil zeggen in ieder geval de vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en, zo mogelijk, de datum en het kenmerk van het besluit;

  • een opgave van de redenen waarom u zich niet met het besluit kunt verenigen.

Tevens dient ten behoeve van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zo mogelijk, een afschrift van het besluit waartegen het beroep is gericht te worden overgelegd.

Op dit besluit is hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbende in het beroepschrift moet aangeven welke zijn beroepsgronden zijn. Na afloop van de beroepstermijn kunnen deze gronden niet meer worden aangevuld. In het beroepschrift dient tevens te worden vermeld dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

Het instellen van beroep schorst de werking van het besluit niet.

Indien beroep is ingesteld, kan een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening, bijvoorbeeld inhoudende een schorsing van het besluit. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden ingediend bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Bij het verzoek moet een afschrift van het beroepschrift worden overgelegd.

Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, dat wil zeggen in ieder geval de vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en het nummer of kenmerk van het besluit;

  • de gronden van het verzoek (motivering).

Voor het indienen van een beroepschrift en/of een verzoekschrift om een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Meer informatie?

Voor nadere informatie met betrekking tot het ontwerpbesluit kunt u zich wenden tot de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied door gebruik te maken van het contactformulier op www.odnzkg.nl. Er wordt dan contact met u opgenomen.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze, het hoofd van de afdeling BJV-Projectadvisering bij de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat, A.K. van de Ven

Naar boven