Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2018
Nr. 22881

Gepubliceerd op 17 mei 2018 09:00



Besluit van de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 29 maart 2018, houdende instelling van de Onderzoekscommissie NFI inzake een melding van een vermoeden van een misstand bij de uitvoering van de onderzoeksmethode Micro-analyse Invasieve Trauma’s door het Nederlands Forensisch Instituut. (Instellingsbesluit Onderzoekscommissie NFI inzake MIT)

De secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. SG:

de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;

b. Commissie:

de commissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1. Er is een onafhankelijke Onderzoekscommissie NFI inzake een melding van een vermoeden van een misstand bij de uitvoering van de onderzoeksmethode Micro-analyse Invasieve Trauma’s door het Nederlands Forensisch Instituut.

  • 2. De Commissie heeft tot taak te beoordelen:

    • a) of de verwijten of beschuldigingen van de melder gegrond zijn dat bij de uitvoering van de onderzoeksmethode Micro-analyse Invasieve Trauma’s procedures niet zijn gevolgd dan wel onduidelijk zijn geweest;

    • b) of er bij de uitvoering van de hiervoor onder 2a genoemde onderzoeksmethode sprake is geweest van enige wijze van handelen of nalaten door één of meerdere medewerkers van het NFI in strijd met de voor hen toepasselijke gedragsregels en/of wetenschappelijk aanvaard normenkader. De Commissie onderzoekt uitdrukkelijk het proces dat bij deze onderzoeksmethode is gevolgd en niet het functioneren van personen;

    • c) of er sprake is geweest van enige wijze van handelen of nalaten door één of meer medewerkers van het NFI dat is aan te merken als een misstand in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet Huis voor klokkenluiders. De Commissie onderzoekt uitdrukkelijk het proces dat bij deze onderzoeksmethode is gevolgd en niet het functioneren van personen;

  • 3. De Commissie is bevoegd gedurende het onderzoek aanvullende vragen te formuleren en deze te onderzoeken en beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.

  • 4. Naar aanleiding van de bevindingen en conclusies is de Commissie bevoegd aanbevelingen te doen, die mede betrekking kunnen hebben op de huidige standaarden voor de onderzoeksmethode Micro-Analyse Invasieve Trauma’s en de toepassing daarvan.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag

  • 1. De Commissie bestaat uit een voorzitter en twee andere leden. De leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

  • 2. Tot voorzitter van de Commissie wordt benoemd: prof. dr. S.C. Bleker-van Eyk.

  • 3. Tot leden van de Commissie worden benoemd:

    • prof. dr. A.G.J.M. van Leeuwen;

    • prof. mr. J.M. Reijntjes.

  • 4. De benoeming geschiedt voor de duur van de werkzaamheden van de Commissie.

  • 5. Bij tussentijds vertrek van de voorzitter of een ander lid kan de SG op voordracht van de resterende leden onderscheidenlijk de voorzitter een andere voorzitter dan wel een ander lid benoemen.

  • 6. De voorzitter en de overige leden kunnen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de SG.

Artikel 4. Instellingsduur

  • 1. De Commissie wordt ingesteld met ingang van 16 maart 2018.

  • 2. De Commissie wordt opgeheven vier weken nadat het eindrapport is uitgebracht.

  • 3. Na de opheffing van de Commissie kan de voorzitter nog worden verzocht om namens de Commissie een toelichting te geven op het eindrapport.

Artikel 5. Secretariaat

  • 1. De Commissie voorziet zelf in haar secretariaat.

  • 2. Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de Commissie.

  • 3. De SG draagt, op verzoek van de voorzitter van de Commissie, zorg voor de benodigde voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de Commissie.

Artikel 6. Werkwijze

  • 1. De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2. De Commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover zij dat voor de vervulling van haar taak nodig acht.

  • 3. De Commissie stelt een protocol vast over de wijze waarop zij het onderzoek uitvoert, waaronder in ieder geval over de wijze waarop zij personen hoort en daarvan verslag doet.

  • 4. De Commissie bepaalt hoe zij, in het kader van hoor en wederhoor, bevindingen voorlegt aan personen of instanties die door deze bevindingen worden geraakt of die daartegen bedenkingen zouden kunnen hebben.

Artikel 7. Inwinnen van inlichtingen; medewerkingsplicht ambtenaren

  • 1. De Commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.

  • 2. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid verleent de Commissie de verlangde medewerking binnen de van toepassing zijnde wettelijke kaders. De Commissie krijgt toegang tot alle informatie die zij nodig heeft, binnen de van toepassing zijnde wettelijke kaders en met inachtneming van het in artikel 6, derde lid, bedoelde protocol.

  • 3. De Commissie zal zich over de aan haar geboden medewerking verantwoorden in het eindrapport.

Artikel 8. Eindrapport, tussenrapporten

  • 1. De Commissie brengt haar eindrapport uit aan de SG.

  • 2. De Commissie is bevoegd desgewenst één of meer tussenrapporten uit te brengen.

Artikel 9. Vergoeding

  • 1. De voorzitter en de andere leden van de Commissie hebben recht op een vaste vergoeding per maand. De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter en de andere leden is schaal 18, trede 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

  • 2. De arbeidsduur van de voorzitter wordt vastgesteld op deeltijdfactor 0,3 en die van de leden op deeltijdfactor 0,2 van een volledige taak.

Artikel 10. Huisvesting en kosten

  • 1. De Commissie verricht haar werkzaamheden op een locatie buiten het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

  • 2. De kosten van de Commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek; en

    • c. de kosten voor publicatie van rapporten.

  • 3. De Commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een gespecificeerde begroting aan de SG aan.

  • 4. De Commissie voert een eigen financiële administratie.

Artikel 11. Archiefbescheiden

  • 1. Het archief van de Commissie wordt na afloop van het onderzoek overgebracht naar het archief van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

  • 2. Het beheer vindt plaats met inachtneming van de door de Commissie in haar protocol aangegeven vertrouwelijkheid, waarover met de Commissie nadere afspraken kunnen worden gemaakt.

Artikel 12. Inwerkingtreding

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 16 maart 2018.

  • 2. Dit besluit vervalt vier weken na het uitbrengen van het eindrapport.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: instellingsbesluit Onderzoekscommissie NFI inzake vermoeden van een misstand MIT.

Dit besluit zal worden geplaatst in de Staatscourant en op de websites van het ministerie en het NFI. Het wordt in afschrift gezonden aan de leden van de Commissie.

De secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,

TOELICHTING

Vergoeding

Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies hebben de leden van de Commissie recht op een vaste vergoeding per maand. Op de voet van artikel 4 van het Besluit vergoedingen adviescommissies en commissies is de toepasselijke salarisschaal voor deze leden vastgesteld op schaal 18, trede 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. Gelet op de omvang en met name de zwaarte van de werkzaamheden van de voorzitter wordt de arbeidsduurfactor van de voorzitter vastgesteld op deeltijdfactor 0,3 van een volledige taak en van de overige leden op deeltijdfactor 0,2 van een volledige taak.

De leden hebben geen aanspraak op kostenvergoedingen op grond van de Handleiding Overheidstarieven 2016 en de Handleiding Overheidstarieven 2017.

De secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl