ARTIKEL I
Het Instellingsbesluit Transitie Autoriteit Jeugd wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 3, eerste lid, zesde gedachtestreepje, wordt ‘het bieden van ondersteuning
bij frictiekosten van instellingen’ vervangen door: het bieden van ondersteuning bij
frictiekosten of acute liquiditeitsproblemen van instellingen.
B
Artikel 5 komt te luiden:
Artikel 5
De Transitie Autoriteit Jeugd wordt ingesteld met ingang van 1 april 2014 en wordt
opgeheven per 1 januari 2019.
C
In artikel 6 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid.
D
Artikel 13, tweede lid, komt te luiden:
ARTIKEL II
De benoeming van drs. M. Sint, te Amsterdam, als voorzitter van de Transitie Autoriteit
Jeugd wordt met negen maanden verlengd.
ARTIKEL III
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de
Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge
De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker
TOELICHTING
Om te voorkomen dat er gedurende de transformatie van het zorglandschap essentiële
functies in de jeugdhulp verdwijnen en om continuïteit van hulp te borgen, is per
1 april 2014 de Transitie Autoriteit Jeugd (hierna: TAJ) ingesteld voor de duur van
drie jaar. Op 1 april 2017 liep de driejarige termijn af, waarna de duur van het instellingsbesluit
is verlengd met één jaar, tot 1 april 2018.
Samen met gemeenten en aanbieders wil het kabinet de continuïteit van jeugdhulp (structureel)
borgen. De TAJ heeft zich met name gericht op vragen vanuit jeugdhulpaanbieders om
continuïteit van zorg en behoud van essentiële functies tijdens de transitie te realiseren.
De TAJ heeft veelvuldig – vooral in de periode rond de transitie – doorbraken weten
te creëren wanneer gemeenten en aanbieders bij inkoopgerelateerde discussies vastliepen.
Ook is de TAJ waardevol gebleken bij de bemiddeling rond de inkoop van zorg en bij
de beoordeling van aanvragen van aanbieders voor financiële steun op basis van de
Beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet (hierna: de
beleidsregels).
We zullen verkennen of een aanbieder van jeugdhulp met dreigende financiële problemen
ook in 2018 een aanvraag voor tijdelijke liquiditeitssteun kan indienen. Het is nadrukkelijk
niet mogelijk om in 2018 nog subsidie aan te vragen op grond van artikel 2, onder
a of b, van de beleidsregels. Gelet hierop is artikel 3, eerste lid, van het Instellingsbesluit
van de TAJ gewijzigd.
De TAJ zelf constateert in haar derde jaarrapportage dat er een breed draagvlak is
voor de Jeugdwet en de onderliggende doelen. Tegelijkertijd is het beeld van de TAJ
dat de transformatie van jeugdhulp in 2015 en 2016 beperkt op gang is gekomen. De
opdracht van het nieuwe kabinet ligt daarom bij de transformatie (inhoudelijke vernieuwing
van jeugdhulp). Zodoende kunnen de veranderdoelen van de Jeugdwet worden gerealiseerd.
Omdat het transformatieproces nog meer tijd nodig heeft en gezien de positieve ervaringen
met de TAJ, wordt met onderhavig besluit de instellingsduur van de TAJ nogmaals verlengd,
met negen maanden. De TAJ blijft ingesteld tot 1 januari 2019. De geldingsduur van
het Instellingsbesluit en de benoeming van drs. M. Sint als voorzitter worden derhalve
verlengd tot 1 januari 2019. Gelet hierop is artikel 5 aangepast. In artikel 6 is
het tweede lid komen te vervallen. De komende maanden wil het kabinet benutten om
met gemeenten en branches te bespreken welke van de huidige taken van TAJ nog nodig
zijn na 1 januari 2019 en in welke vorm die taken het best geborgd kunnen worden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge
De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker