Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek

Logo Gooise Meren

Vastgesteld met de vereiste meerderheid door de colleges en de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in de periode 13 april 2017 tot en met 13 juli 2017. Voor de overdracht van de gewijzigde taken en bevoegdheden van artikel 5 en 7 is de vereiste unanimiteit bereikt met besluit van de raad van de gemeente Gooise Meren op 13 december 2017.

Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek

De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren, ieder voor zoveel het zijn bevoegdheden betreft en de raad en het college van burgemeester en wethouders van gemeente Eemnes die per 1 januari 2016 partieel op enkele daarbij expliciet in de regeling weergegeven werkgebieden is toegetreden (partiële toetreding) onder instemming met de door het algemeen bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek gestelde bestuurlijke en financiële randvoorwaarden;

overwegende:

dat de gemeenschappelijke regeling in 2015 is geactualiseerd en aangepast;

dat inmiddels zowel de taken van de Regio als de ideeën over de inrichting van het bestuur aan wijziging onderhevig zijn;

dat het algemeen bestuur in zijn vergadering van 9 februari 2017 heeft ingestemd met een aantal verbeteringen ten aanzien van de governance van de Regio;

gelezen:

het voorstel aan het algemeen bestuur, nr. 17.0003776.

gelet op de bepalingen in de Gemeentewet en in de Wet gemeenschappelijke Regelingen;

BESLUITEN:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Algemene bepalingen

  • 1.

    In deze Gemeenschappelijke Regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Regio.

    • b.

      Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Regio.

    • c.

      Gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten met uitzondering van Eemnes.

    • d.

      Eemnes: de gemeente Eemnes

    • e.

      Regio: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en in artikel 3 van deze regeling.

    • f.

      Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 2.

    Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet, dan wel andere wettelijke regelingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester, respectievelijk gelezen: de Regio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Hoofdstuk 2 Regio Gooi en Vechtstreek

Artikel 2 Doelstelling

Doel van deze regeling is de wenselijk geachte samenwerking tussen de gemeenten in Gooi en Vechtstreek en Eemnes zodanig vorm te geven dat de aan de Regio opgedragen taken doelmatig en doeltreffend worden uitgevoerd met behoud van de regie van de gemeenten onder waarborging van betrokkenheid van gemeenteraden bij de regionale samenwerking.

Artikel 3 Instelling

  • 1.

    Er is een openbaar lichaam genaamd Regio Gooi en Vechtstreek.

  • 2.

    Het openbaar lichaam is gevestigd in Bussum (gemeente Gooise Meren).

  • 3.

    Het werkgebied betreft het grondgebied van de samenwerkende gemeenten.

Hoofdstuk 3 Samenwerking

Artikel 4 Afstemming en coördinatie

  • 1.

    De Regio kan voor de gemeenten de navolgende taken uitvoeren:

    • belangenbehartiging/lobby;

    • delen kennis, capaciteit en deskundigheid;

    • bevorderen onderlinge afstemming;

    • visieontwikkeling;

    • verwerving van budgetten;

    • beleidsvoorbereiding;

    • inkoop en contractbeheer;

    • gezamenlijk beheer.

Artikel 5 Overgedragen taken

  • 1.

    De Regio is ten aanzien van alle overgedragen taken belast met beleidsvoorbereiding.

  • 2.

    De Regio is voor de gemeenten belast met uitvoering van de navolgende taken:

    • a.

      het verlenen van ambulancezorg op grond van de Tijdelijke wet ambulancezorg en de uitvoering van het ambulancedeel in de meldkamer die gemeenschappelijk met politie en brandweer wordt beheerd;

    • b.

      de uitvoering van hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer inzake afvalstoffen, voor zover deze aan gemeenten is opgedragen, met uitzondering van het bepaalde over afvalwater;

    • c.

      de uitvoering van de artikelen 2 (algemeen), 5 (jeugdgezondheidszorg), 5a (ouderengezondheidszorg) 6 lid 1 (algemene infectieziektenbestrijding), 15 (beschikbaarstelling deskundigheid) en 15a (vaststelling meldcode signalen huiselijk geweld en kindermishandeling) van de Wet publieke gezondheid.

  • 3.

    De Regio is voor de gemeenten belast met de uitvoering van de taken van genoemde gemeenten met betrekking tot het Advies en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gooi en Vechtstreek als bedoeld in het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 4 van de Wmo 2015.

  • 4.

    De Regio is voor de gemeenten en voor Eemnes belast met de navolgende taken ten aanzien van de nieuwe centrumgemeente taken (beschermd wonen) als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015:

    • a.

      accounthouderschap & marktmeesterschap;

    • b.

      inkoop en contractbeheer;

    • c.

      kassiersfunctie

  • 5.

    De Regio is voor de gemeenten en voor Eemnes belast met de uitvoering van alle gemeentelijke taken bedoeld in de Leerplichtwet 1969 én met de uitvoering van de regelgeving met betrekking tot de melding en de bestrijding van voortijdig school verlaten (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdig Schoolverlaten) als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra. Tot deze taken behoren in ieder geval:

    • de registratie en administratie van de leerplichtige en kwalificatieplichtige leerlingen en van leerlingen met een leerovereenkomst;

    • de preventieve en curatieve maatschappelijke zorg bij schoolverzuim en voortijdig schoolverlaters;

    • justitiële taken in geval van overtreding van de leerplicht of kwalificatieplicht ten behoeve van ouders, scholen en jongeren vanaf 12 jaar;

    • de behandeling van aanvragen tot vrijstelling of ontheffing schoolbezoek, leerplicht en kwalificatieplicht;

    • het voeren van overleg met de daarvoor in aanmerking komende instanties;

    • het geven van voorlichting aan scholen, ouders en jongeren;

    • het toezicht op naleving van de Leerplichtwet 1969.

  • 6.

    De Regio is voor de gemeenten en voor Eemnes belast met de uitvoering van de opdrachtverstrekking van maatwerkvoorzieningen aan aanbieders, de controle op rechtmatigheid van declaraties van maatwerkvoorziening en de behandeling van klachten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Tot deze taakuitvoering behoort de daartoe benodigde verwerking van persoonsgegevens.

  • 7.

    De Regio is voor de gemeenten belast met de uitvoering van de opdrachtverstrekking van jeugdhulpvoorzieningen aan aanbieders, de controle op rechtmatigheid van declaraties van jeugdhulpvoorzieningen, de melding aanvang zorg en de behandeling van klachten in het kader van de Jeugdwet. Tot deze taakuitvoering behoort de daartoe benodigde verwerking van persoonsgegevens.

  • 8.

    De Regio is voor de gemeente en voor Eemnes belast met de uitvoering van de opdrachtverstrekking van re-integratievoorzieningen aan aanbieders, de controle op rechtmatigheid van declaraties van re-integratievoorzieningen en de behandeling van klachten in het kader van de Participatiewet. Tot deze taakuitvoering behoort de daartoe benodigde verwerking van persoonsgegevens.

  • 9.

    De Regio is voor de gemeenten belast met de uitvoering van de taak jeugdhulp te allen tijde bereikbaar en beschikbaar te hebben in situaties waarin onmiddellijke uitvoering van taken is geboden (art. 2.6 lid 1 onder b Jeugdwet)).

  • 10.

    De Regio is voor de gemeenten en voor Eemnes belast met de uitvoering van het bepaalde in het door de gemeenten en Eemnes vastgestelde plan als bedoeld in artikel 2.1.2 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ten aanzien van beschermd wonen of opvang als bedoeld in artikel 2.1.2 lid 2 sub g. Tot deze taakuitvoering behoren in ieder geval de beleidsuitvoering, de inkoop en het contractbeheer voor bescherming en opvang.

  • 11.

    De Regio is in het kader van de uitoefening van de taken vermeld in de vorige leden voor de gemeenten belast met de uitoefening van de taken voortvloeiend uit de artikelen 35 tot en met 39 en 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

  • 12.

    Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen op de terreinen vermeld in de leden 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 van dit artikel, de uitvoering van werkzaamheden ter realisatie strekt van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze regeling strekte, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven deze, voor zover hun strekking en omvang door hun wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de aan de Regio opgedragen taken.

Artikel 6 Dienstverlening

  • 1.

    De Regio kan diensten verlenen aan één of meerdere deelnemende gemeenten indien deze daarom verzoeken.

  • 2.

    De Regio kan diensten verlenen aan één of meerdere niet deelnemende gemeenten indien deze daarom verzoeken.

  • 3.

    Een besluit tot verlening van diensten wordt – op basis van een advies van een betrokken portefeuillehoudersoverleg- genomen door het algemeen bestuur onder vermelding van de wijze van kostentoerekening en de overige voorwaarden waaronder diensten worden verleend.

  • 4.

    Tot de dienstverlening als bedoeld in lid 1 behoort de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied ten behoeve van de Veiligheidsregio.

Artikel 7 Bevoegdheden Regio

  • 1.

    Ten behoeve van de uitvoering van hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer wordt aan het algemeen bestuur van de Regio overgedragen de bevoegdheid tot het vaststellen van de afvalstoffenverordening als bedoeld in artikel 10.23 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    Ten behoeve van de uitvoering van artikel 5 van de Wet publieke gezondheid wordt aan het dagelijks bestuur van de Regio overgedragen de bevoegdheid tot verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Wet publieke gezondheid.

  • 3.

    Ten behoeve van de uitvoering van de taken vermeld in artikel 5 lid 5(leerplicht c.a.) wordt aan het algemeen bestuur de bevoegdheid tot daden van regeling en bestuur overgedragen.

  • 4.

    Ten behoeve van de uitvoering van de taken vermeld in artikel 5 lid 5 worden aan het dagelijks bestuur de navolgende bevoegdheden overgedragen:

    • a.

      de bevoegdheden die in de Leerplichtwet 1969, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra worden toegekend aan het college van burgemeester en wethouders;

    • b.

      de bevoegdheid om bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 tweede lid Gemeentewet toe te passen indien dit dient tot handhaving van de regels van de Leerplichtwet 1969.

  • 5.

    Ten behoeve van de uitvoering van de taken vermeld in artikel 5 lid 9 worden aan het dagelijks bestuur overgedragen de met de uitvoering van deze taak verband houdende bevoegdheden te weten:

    • het onverwijld melden aan de ingevolge de Jeugdwet met toezicht belaste ambtenaren van iedere calamiteit die zich bij de verlening van jeugdhulp heeft voorgedaan en van geweld bij de verlening van jeugdhulp (artikel 4.1.8 onder 1 Jeugdwet);

    • het treffen van een regeling voor de behandeling van klachten over gedragingen van de Crisisdienst Jeugdwet en van voor de Crisisdienst Jeugdwet werkzame personen jegens een jeugdige, ouder, ouder zonder gezag, voogd, degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag over de jeugdige uitoefent of een pleegouder in het kader van de verlening van jeugdhulp (artikel 4.2.1 Jeugdwet):

    • het jaarlijks opstellen van een verslag over de naleving van de Jeugdwet in het voorafgaande jaar met betrekking tot regels omtrent de kwaliteit van de jeugdhulp onderscheidenlijk de kwaliteit van de uitvoering van de taken, het klachtrecht en de medezeggenschap (in artikel 4.3.1 Jeugdwet);

      - het gebruik van het burgerservicenummer van een jeugdige als bedoeld in artikel 7.2.1 van de Jeugdwet en het vaststellen van het burgerservicenummer van een jeugdige als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Jeugdwet alsmede de bevoegdheid om van de verplichtingen in de artikelen 7.2.1 en 7.2.2 van de Jeugdwet af te wijken als bedoeld in artikel 7.2.6 van de Jeugdwet;

    • de bevoegdheid tot het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 7.4.0 lid 1 en 2 van de Jeugdwet

  • 6.

    Ten behoeve van de uitvoering van de ingevolge artikel 5 van deze gemeenschappelijke regeling overgedragen taken worden aan het dagelijks bestuur de bevoegdheden voortvloeiend uit de artikelen 35 tot en met 39 en 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens overgedragen.

  • 7.

    Bij het uitoefenen van de onder 1 vermelde bevoegdheden worden de bij en krachtens de

  • 8.

    geldende wetgeving ter zake gestelde regels in acht genomen.

Artikel 8 Wijziging overgedragen taken en bevoegdheden

  • 1.

    Een portefeuillehoudersoverleg kan voorstellen doen aan het algemeen bestuur tot het aanbrengen van wijzigingen in de door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten aan de Regio overgedragen taken en bevoegdheden als vermeld in de artikelen 5 en 7 van de gemeenschappelijke regeling.

  • 2.

    Het algemeen bestuur doet naar aanleiding van het voorstel van het portefeuillehoudersoverleg als vermeld onder 1 een voorstel aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

  • 3.

    Een voorstel tot wijziging heeft uitsluitend betrekking op taken en/of bevoegdheden van de colleges van burgemeester en wethouders.

  • 4.

    Een voorstel tot wijziging als bedoeld onder 1 kan inhouden:

    • a.

      een voorstel tot uitbreiding van de aan de Regio overgedragen taken en/of bevoegdheden

    • b.

      een voorstel tot het niet langer door de Regio laten uitvoeren van aan de Regio overgedragen taken en/of het intrekken van aan de Regio overgedragen bevoegdheden.

  • 5.

    Een voorstel tot wijziging als bedoeld in lid 4 van dit artikel wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

  • 6.

    Indien de colleges van burgemeester en wethouders van alle gemeenten instemmen met een voorstel als bedoeld in lid 4 van dit artikel zal de betreffende taak en/of bevoegdheid in overeenstemming met de voorgestelde wijziging worden uitgeoefend.

  • 7.

    Colleges van burgemeester en wethouders besluiten tot instemming met een voorstel als bedoeld in lid 4 van dit artikel door het nemen van een delegatiebesluit waarin de overdracht van een bevoegdheid of het intrekken daarvan expliciet wordt geregeld.

  • 8.

    Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het inrichten van een register waarin de wijzigingen van aan de Regio overgedragen taken en bevoegdheden alsmede nieuwe taken en bevoegdheden van de Regio worden vastgelegd.

  • 9.

    Wijzigingen als bedoeld in dit artikel treden eerst in werking na bekendmaking hiervan door het dagelijks bestuur in het blad Gemeenschappelijke Regeling.

Artikel 9 Regionale samenwerkingsagenda

  • 1.

    Ter bevordering van de onderlinge samenwerking wordt door de portefeuillehoudersoverleggen een regionale samenwerkingsagenda voorbereid met daarin opgenomen speerpunten van regionale samenwerking. De voorbereiding vindt plaats bij aanvang van een nieuwe raadsperiode. Vaststelling vindt plaats door de individuele gemeenten op de daarvoor in de gemeenten aangewezen wijze.

  • 2.

    Gemeenten beslissen individueel over deelname aan (delen van) de uitvoering van de regionale samenwerkingsagenda.

Hoofdstuk 4 De inrichting en de samenstelling van het bestuur

Artikel 10 Het bestuur

Het bestuur van de Regio bestaat uit

  • a.

    Het algemeen bestuur.

  • b.

    Het dagelijks bestuur.

  • c.

    De voorzitter.

Paragraaf 1 Algemeen bestuur

Artikel 11 Samenstelling algemeen bestuur

  • 1.

    Het aantal leden van het algemeen bestuur is gelijk aan het aantal gemeenten plus één. Indien het aantal aan deze regeling deelnemende gemeenten vermindert dan zal het aantal leden van het algemeen bestuur gelijk zijn aan 2 x het aantal deelnemende gemeenten plus één.

  • 2.

    De gemeenteraden wijzen uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders ieder één lid aan in het algemeen bestuur. Doet de situatie vermeld in de tweede volzin van het eerste lid van dit artikel zich voor dan wijzen de gemeenteraden uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders ieder twee leden aan in het algemeen bestuur.

  • 3.

    De raad van de gemeente met het grootst aantal inwoners wijst –in aanvulling op het tweede lid van dit artikel- uit zijn midden de voorzitter inbegrepen en uit de wethouders een extra lid aan in het algemeen bestuur.

  • 4.

    De gemeenteraden wijzen voor door hen benoemde lid/ leden in het algemeen bestuur uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders een plaatsvervangend lid/ plaatsvervangende leden aan, die het door hen aangewezen lid/aangewezen leden bij ontstentenis of verhindering vervangt/vervangen. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het algemeen bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur zoals bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor de gemeenteraad wordt gekozen en vindt plaats in een vergadering van de gemeenteraad in nieuwe samenstelling.

  • 6.

    De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuw aangewezen leden van het algemeen bestuur in functie treden.

  • 7.

    Wanneer een lid van het algemeen bestuur ophoudt lid te zijn van het orgaan waaruit hij is aangewezen dan houdt hij tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur. De raad van de gemeente die hem heeft aangewezen, voorziet zo spoedig mogelijk in de vervulling van de vacature.

  • 8.

    De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen.

  • 9.

    Bij tussentijds ontslag voorziet de betreffende gemeenteraad zo spoedig mogelijk in de aanwijzing van een nieuw lid van het algemeen bestuur.

Artikel 12 Stemverdeling en quorum

  • 1.

    Elk algemeen bestuurslid heeft één stem met dien verstande dat het door de raad van de gemeente met het grootst aantal inwoners aangewezen extra lid geen stem heeft in het algemeen bestuur.

  • 2.

    Een stemming is alleen geldig meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft, en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.

  • 3.

    Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van het aantal uitgebrachte stemmen.

Artikel 13 Incompatibiliteiten

Onverminderd het bepaalde in artikel 20 van de wet is het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één van de gemeenten dan wel door of vanwege het bestuur van de Regio aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met een ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die in dienst van één van de gemeenten dan wel de Regio op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.

Artikel 14 Vergaderingen algemeen bestuur

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

  • 2.

    Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel ten minste een vijfde van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt.

  • 3.

    De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Indien de voorzitter dan wel een vijfde gedeelte van de aanwezige leden het nodig oordeelt, dient het algemeen bestuur te besluiten of zal worden vergaderd met gesloten deuren. Over een wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling en over de begroting en de rekening kan niet in beslotenheid worden vergaderd of besloten.

  • 4.

    Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft.

Artikel 15 Bevoegdheden algemeen bestuur

  • 1.

    Alle bevoegdheden in het kader van de regeling, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur toe.

  • 2.

    Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

  • 3.

    Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden, de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen en de raden van tenminste 2/3 van de deelnemende gemeenten instemmen met het ontwerpbesluit.

Paragraaf 2 Dagelijks bestuur

Artikel 16 Samenstelling dagelijks bestuur

  • 1.

    Het dagelijks bestuur bestaat, de voorzitter inbegrepen, uit tenminste vier leden welke door en uit het algemeen bestuur worden aangewezen.

  • 2.

    De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.

  • 3.

    De leden van het dagelijks bestuur mogen qua stemverhouding nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur uitmaken.

  • 4.

    De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop zij ophouden lid van het algemeen bestuur te zijn.

  • 5.

    De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen.

  • 6.

    Leden van het dagelijks bestuur, die ontslag hebben genomen, blijven hun functie waarnemen tot onherroepelijk in hun opvolging is voorzien.

  • 7.

    Indien een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid.

Artikel 17 Vergaderingen dagelijks bestuur

De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn openbaar. Indien de voorzitter dan wel een lid van het dagelijks bestuur het nodig oordeelt, dient het dagelijks bestuur te besluiten of zal worden vergaderd met gesloten deuren.

Artikel 18 Bevoegdheden dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur is bevoegd:

  • a.

    het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;

  • b.

    beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;

  • c.

    regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;

  • d.

    ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan met uitzondering van de directeur Publieke Gezondheid;

  • e.

    tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet;

  • f.

    te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;

  • g.

    het nemen, ook alvorens besloten is tot het voeren van een rechtsgeding, van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles, wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit.

Paragraaf 3 Voorzitter

Artikel 19 Voorzitter

  • 1.

    De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen uit de door de grootste gemeente aangewezen leden.

  • 2.

    De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

  • 3.

    In aanvulling op artikel 12 lid 1 heeft de voorzitter geen stem in het dagelijks bestuur.

  • 4.

    De voorzitter neemt voordat de leerplichtambtenaren hun ambt aanvaarden, de eed of belofte af als bedoeld in artikel 16 tweede lid Leerplichtwet 1969. Het formulier daarvan is bij ministeriële regeling vastgesteld.

Artikel 20 Bevoegdheden voorzitter

  • 1.

    De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 2.

    Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid van dit bestuur.

  • 3.

    De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan.

  • 4.

    De voorzitter vertegenwoordigt de Regio in en buiten rechte.

  • 5.

    De voorzitter kan de in lid vier genoemde vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

Hoofdstuk 5 Informatie en Verantwoording

Artikel 21 Informatie van het bestuur aan gemeenteraad

  • 1.

    Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raden ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur van de Regio gevoerde en te voeren beleid nodig is.

  • 2.

    Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de gemeenteraden alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden gevraagd.

  • 3.

    Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.

Artikel 22 Verantwoording van leden van het algemeen bestuur aan gemeenteraad

  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur kan door de gemeenteraad die hem heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid op de binnen die gemeente gebruikelijke wijze.

  • 2.

    De gemeenteraad die een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur heeft aangewezen, kan deze vertegenwoordiger ontslaan, indien deze het vertrouwen van de gemeenteraad niet meer bezit.

Artikel 23 Informatie en verantwoording van leden van het algemeen bestuur aan de gemeenteraad en aan het college van burgemeester en wethouders

Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de gemeenteraad en aan het college van de door hem vertegenwoordigde gemeente alle inlichtingen die door het betreffende college of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de binnen die gemeente gebruikelijke wijze.

Artikel 24 Informatie en verantwoording van het dagelijks bestuur en de voorzitter aan algemeen bestuur

  • 1.

    Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

  • 3.

    Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.

Hoofdstuk 6 Portefeuillehoudersoverleggen

Artikel 25 Portefeuillehoudersoverleggen en regionale samenwerkingsagenda

  • 1.

    De gezamenlijke colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten kunnen ten behoeve van coördinatie en afstemming op onderscheiden samenwerkingsterreinen dan wel ter uitvoering van een dienstverleningsovereenkomst portefeuillehoudersoverleggen instellen indien het algemeen bestuur hiermee instemt.

  • 2.

    Portefeuillehoudersoverleggen bereiden een regionale samenwerkingsagenda voor met daarin opgenomen de speerpunten van de regionale samenwerking. Vaststelling vindt plaats door de individuele gemeenten op de daarvoor in de gemeenten aangewezen wijze.

  • 3.

    Portefeuillehoudersoverleggen zijn belast met:

    • a.

      het stimuleren en coördineren van overleg tussen de gemeenten;

    • b.

      het behartigen van de belangen van de Regio bij andere overheden, instellingen, diensten of personen;

  • 4.

    Portefeuillehoudersoverleggen kunnen jaarlijks, voor het samenwerkingsterrein waarvoor zij zijn ingesteld, een ontwerpprogramma opstellen ter uitvoering van de in lid 2 van dit artikel vermelde samenwerkingsagenda met daarin in ieder geval:

    • a.

      de hoofdpunten en de financiële uitgangspunten;

    • b.

      de relatie tussen de financiële uitgangspunten en de activiteiten en de prioriteiten;

    • c.

      voortgang en ontwikkelingen op de benoemde speerpunten.

  • 5.

    Portefeuillehoudersoverleggen bieden ontwerpbesluiten en/of ontwerpvoorstellen met betrekking tot het samenwerkingsterrein aan aan colleges van burgemeester en wethouders en/of door tussenkomst van colleges van burgemeester en wethouders aan gemeenteraden.

  • 6.

    Portefeuillehoudersoverleggen kunnen gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

  • 7.

    Besluiten van portefeuillehoudersoverleggen die financiële en/of beleidsmatige consequenties hebben voor één of meerdere gemeenten dienen - alvorens tot uitvoering kan worden overgegaan - bekrachtigd te worden in de eerstvolgende vergadering van het betreffende portefeuillehoudersoverleg.

Hoofdstuk 7 Ambtelijke organisatie

Artikel 26 Algemeen directeur

De algemeen directeur is hoofd van de ambtelijke organisatie.

Artikel 27 Rechtspositie

  • 1.

    Op de medewerkers in dienst van de Regio is de rechtspositieregeling van de gemeente Hilversum van toepassing voor zo ver het dagelijks bestuur daarin niet zelf heeft voorzien en met dien verstande dat op de medewerkers van de Regionale Ambulance Voorziening naast de hoofdstukken 8 en 16 van de rechtspositieregeling Hilversum de cao ambulancezorg van toepassing is.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan –in afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel- voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren een rechtspositieregeling voor de medewerkers in dienst van de Regio vaststellen.

  • 3.

    Met ingang van de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren vervalt het bepaalde in lid 1 van dit artikel.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de voor de medewerkers van de Regio geldende rechtspositieregels. als bedoeld in lid 1 van dit artikel.

  • 5.

    Waar in de in het eerste lid bedoelde regeling wordt gesproken van “gemeenteraad”, “college” dan wel “hoofd van de dienst” wordt voor de toepassing in het kader van deze regeling respectievelijk gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de algemeen directeur.

Hoofdstuk 8 Financiën en beheer

Artikel 28 Dienstjaar

Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december van elk jaar.

Artikel 29 Begroting

  • 1.

    Het dagelijks bestuur stelt met inachtneming van artikel 186 van de Gemeentewet jaarlijks een ontwerpbegroting op overeenkomstig de wettelijke vormvereisten.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting tezamen met de voorlopige jaarrekening, vermeld in artikel 30, acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden.

  • 3.

    De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

  • 4.

    De raden kunnen op grond van artikel 35 van de wet binnen acht weken hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze ter vaststelling bij het algemeen bestuur voorligt.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting toe aan de raden. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.

  • 6.

    Het bepaalde in het tweede, vierde en vijfde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting voor zover het betreft wijzigingen die leiden tot een verhoging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten.

Artikel 30 Algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening

Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 31 Jaarrekening

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening - inclusief de bestemming van het resultaat – vast, met inachtneming van artikel 186 van de Gemeentewet, in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening ter kennisneming aan de raden.

  • 3.

    De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.

Artikel 32 Vaststelling en betaling bijdrage

  • 1.

    De kosten van de Regio die niet uit andere inkomsten worden bestreden, komen ten laste van de gemeenten naar verhouding van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers op 1 januari van het jaar, waarop de kosten betrekking hebben met dien verstande dat de kosten verbonden aan de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 5 lid 5 (leerplicht c.a.), die niet uit andere inkomsten worden bestreden, ten laste komen van de deelnemende gemeenten naar de maatstaf van het aantal leerplichtigen en kwalificatieplichtigen in de onderscheiden gemeenten per 1 oktober van het boekjaar.

  • 2.

    Het algemeen bestuur kan bepalen dat voor de kosten verbonden aan bepaalde programmaonderdelen een van lid 1 van dit artikel afwijkende kostenverdeling geldt.

  • 3.

    De gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober telkens een vierde van de in het eerste en tweede lid bedoelde bijdrage.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur kan bepalen dat een van het in het eerste lid bedoelde bedrag afwijkend voorschot wordt betaald.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur kan bepalen dat een van lid 3 afwijkend betaalschema van toepassing is.

Artikel 33 Financiële voorschriften

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de uitgangspunten voor het financiële beleid, de regels voor het financiële beheer en de Inrichting van de financiële organisatie en het beheer van de geldmiddelen;

  • 2.

    Het dagelijks bestuur draagt zorg voor een verzekering van de risico's verbonden aan het optreden van het openbaar lichaam, het in dienst hebben van (tijdelijk) personeel en het beheer van eigendommen en gelden.

Artikel 34 Reserves en voorzieningen

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt financiële richtlijnen vast met betrekking tot de reserves en voorzieningen van het openbaar lichaam en benoemt daarbij een aan te houden noodzakelijk niveau van de algemene reserve, passend bij het risicoprofiel van de Regio.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan bij de jaarrekening, begroting en begrotingswijzigingen voorstellen doen aan het algemeen bestuur met betrekking tot respectievelijk de dotatie in- of onttrekking aan de reserves van de Regio naar de onderscheiden onderdelen.

Artikel 35 Controle

  • 1.

    Het algemeen bestuur wijst een accountant aan die, met inachtneming van de in artikel 33, 34 en 36 van deze regeling bedoelde regels, belast is met de controle op het financieel beheer en de boekhouding van de Regio. De controle geschiedt tenminste eenmaal per dienstjaar ten aanzien van de boekhouding in haar geheel.

  • 2.

    Van de controle wordt door de accountant een verslag gemaakt.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur zendt een exemplaar van het controleverslag terstond aan de gemeenten.

  • 4.

    De Regio verschaft aan hen, die ingevolge het bepaalde in het eerste en tweede lid, tot het uitoefenen van controle of het instellen van een onderzoek bevoegd zijn, zo dikwijls als deze het vorderen, inzage van de kas, de boekhouding en de bescheiden en verstrekt desgewenst ook schriftelijk alle inlichtingen die door hen voor de uitoefening van hun taak nodig worden geacht.

Artikel 36 Financiering

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt een treasurystatuut vast waarin onder meer geregeld is het aangaan van geldleningen en rekening-courantovereenkomsten en het uitlenen van geld en het doen van garantstellingen, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen.

  • 2.

    De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat de Regio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

  • 3.

    Indien blijkt dat een deelnemende gemeenten weigert de geraamde uitgaven op de eigen begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

Hoofdstuk 9 Archiefbescheiden

Artikel 37 Archief

  • 1.

    Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Regio. Deze zorg voor archiefbescheiden – voortkomend uit taken en bevoegdheden – wordt verricht volgens een door het algemeen bestuur vast te stellen verordening.

  • 2.

    Ten aanzien van beheer van de archiefbescheiden voortkomende uit de diensten worden nadere regelingen getroffen.

  • 3.

    De algemeen directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum.

  • 4.

    De archivaris van de gemeente Hilversum oefent toezicht uit op het onder het derde lid genoemde beheer.

  • 5.

    Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum.

  • 6.

    Na opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling worden de onder het eerste lid bedoelde archiefbescheiden met inachtneming van artikel 8 van het Archiefbesluit voorzover mogelijk vervreemd aan de taakopvolger. De overbrenging van de archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum geschiedt als had geen opheffing plaatsgevonden. Als er geen taakopvolger is, geschiedt de genoemde overbrenging direct.

  • 7.

    De onder het vijfde en zesde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Hilversum.

Hoofdstuk 10 Toe- en uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 38 Partiële toetreding

Een verzoek om te deel te nemen in een afgebakend deel van de aan de Regio opgedragen taken wordt op dezelfde wijze behandeld als een verzoek tot toetreding.

Artikel 39 Partiële uittreding

  • 1.

    Het algemeen bestuur doet over een besluit van een gemeente om niet langer deel te nemen in een afgebakend deel van de aan de Regio opgedragen taken een voorstel aan de gemeenten.

  • 2.

    Op een voorstel van het algemeen bestuur over een verzoek tot partiële uittreding is de procedure met betrekking tot een voorstel tot wijziging van de regeling als bedoeld in artikel 41 lid 2 van deze regeling van toepassing. In het voorstel wordt ingegaan op de gevolgen van partiële uittreding, of met de partiële uittreding kan worden ingestemd en –zo ja- de voorwaarden waaronder deze kan plaatsvinden. Ingegaan wordt in ieder geval op het tijdstip van daadwerkelijke partiële uittreding, de gevolgen voor het personeel en de financiële gevolgen.

Artikel 40 Toetreding

  • 1.

    Het algemeen bestuur doet naar aanleiding van een verzoek tot toetreding een voorstel over het verzoek tot toetreding aan de gemeenten.

  • 2.

    Toetreding vindt plaats bij daartoe strekkende besluiten van de bevoegde bestuursorganen van tenminste twee derde van de gemeenten.

  • 3.

    Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan hieraan financiële en andere voorwaarden verbinden.

Artikel 41 Uittreding

  • 1.

    Het algemeen bestuur zendt een besluit tot uittreding van een gemeente aan de raden van de gemeenten. Een besluit tot uittreding dient minimaal één jaar voor de datum van feitelijke uittreding aan het algemeen bestuur te worden aangeboden.

  • 2.

    De feitelijke uittreding kan eerst plaatsvinden aan het eind van het kalenderjaar.

  • 3.

    Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van uittreding waartoe in ieder geval behoren de gevolgen voor het personeel en de financiële gevolgen.

Artikel 42 Wijziging of opheffing

  • 1.

    De gemeenteraden, de colleges van burgemeester en wethouders, het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling.

  • 2.

    Deze regeling kan worden gewijzigd indien de bevoegde bestuursorganen van tenminste twee derde van de gemeenten daarmee hebben ingestemd.

  • 3.

    Een wijziging van de regeling inhoudende een overdracht van taken en/of bevoegdheden aan de Regio kan alleen plaatsvinden indien de bevoegde bestuursorganen van alle gemeenten daarmee hebben ingestemd.

  • 4.

    De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van tenminste tweederde van de gemeenten.

  • 5.

    Ingeval van opheffing, stelt het algemeen bestuur, de gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast dat voorziet in de vereffening van het vermogen en de verdeling over de deelnemende gemeenten van alle rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke regelingen. De verdeelsleutel wordt bepaald door het aantal inwoners of een hiervan afwijkende verdeelsleutel die bij het aangaan van de verplichtingen door gemeenten werd overeengekomen.

Hoofdstuk 11 Partieel toegetreden

Artikel 43 Eemnes

  • 1.

    Eemnes is partieel toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek.

  • 2.

    De partiële toetreding als bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft betrekking op die taken en bevoegdheden waar Eemnes op grond van de artikelen 5 en 7 van deze regeling in participeert.

Artikel 44 bestuurlijke randvoorwaarden

  • 1.

    Voor de beraadslaging en de besluitvorming door het algemeen bestuur over onderwerpen die betrekking hebben op het afgebakende deel van het takenpakket van de Regio waartoe Eemnes is toegetreden wordt een afzonderlijke agenda opgesteld, de agenda algemeen bestuur Regio + Eemnes.

  • 2.

    Het algemeen bestuur wordt voor de behandeling van de in lid 1 van dit artikel bedoelde agenda uitgebreid met één door de gemeente Eemnes aangewezen agenda lid

  • 3.

    Met het oog op de onder 2 bedoelde uitbreiding van het algemeen bestuur wijst de raad van de gemeente Eemnes uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders één agenda-lid en een plaatsvervangend agenda-lid aan.

  • 4.

    Bij de besluitvorming over de onderwerpen vermeld op de onder 1 vermelde agenda heeft de vertegenwoordiger van Eemnes het recht om deel te nemen aan de beraadslagingen én aan de stemmingen.

  • 5.

    De vertegenwoordiger van Eemnes heeft – indien er een stemming plaatsvindt in het kader van de besluitvorming over de onderwerpen vermeld op de in lid 1 van dit artikel bedoelde agenda één stem in het algemeen bestuur.

  • 6.

    Eemnes wordt betrokken in de zienswijzeprocedure ten aanzien van de begroting van de Regio alsmede ten aanzien van begrotingswijzigingen van de Regio, indien deze wijzigingen leiden tot een verhoging van de bijdrage van Eemnes. Eemnes kan uitsluitend zienswijzen geven ten aanzien van die taakonderdelen in de begroting waartoe zij is toegetreden.

  • 7.

    Het bepaalde in artikel 31 van deze gemeenschappelijke regeling ten aanzien van de jaarrekening is ook van toepassing voor Eemnes.

Artikel 45 Financiële randvoorwaarden

  • 1.

    De kosten verbonden aan de uitvoering van de taken waartoe Eemnes is toegetreden worden met Eemnes verrekend op basis van de afspraken die zijn vastgelegd in de begroting van de Regio

  • 2.

    Eemnes draagt bij aan de bestuurskosten van de Regio naar rato van het aantal inwoners.

Hoofdstuk 12 Slotbepalingen

Artikel 46 Geschillenregeling

Geschillen over de toepassing, in de ruimste zin van deze regeling tussen besturen van de deelnemende gemeenten of tussen besturen van een of meer gemeenten en het bestuur van de Regio worden behandeld volgens de geschillenregeling in artikel 28 van de wet.

Artikel 47 Slotbepaling

  • 1.

    Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren zendt deze regeling aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren maakt de regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. De regeling treedt op 21 maart 2018 in werking.

Artikel 48 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek".

Toelichting Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek

Algemeen

De laatste herziening van de gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2016 werd ingegeven door de noodzaak om de regeling in overeenstemming te brengen met de herziene Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) die per 1 januari 2015 in werking is getreden. Van die gelegenheid is tevens gebruik gemaakt om de regeling ook te actualiseren op het punt van taken Sociaal Domein en om een aantal aanpassingen van meer technische aard te doen. Ook de overheveling van de taken en bevoegdheden van de Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Bureau Leerlingzaken naar de Regio per 1 januari 2016 in de regeling verwerkt.

Een herziening per 21 maart 2018 is ingegeven door de wens om de governance van de Regio op een aantal punten te verbeteren en te richten op een meer integraal werkend bestuur.

Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt om de positie van de partieel toegetreden gemeente Eemnes in de gemeenschappelijke regeling te verankeren.

Artikelsgewijze toelichting

Samenwerking

Hoofdstuk 3 artikelen 4, 5 en 6

In deze artikelen staat vermeld de wijze waarop de deelnemende gemeenten met elkaar kunnen samenwerken. Onderscheiden worden afstemming en coördinatie (artikel 4), overgedragen taken (artikel 5), zoals bijv. de uitvoering van de ambulancezorg en dienstverlening (artikel 6).

Artikel 5 lid 4

In dit artikel staat vermeld dat de Regio voor alle deelnemende gemeenten een drietal specifieke taken

uitvoert. Ter toelichting dient het volgende:

a. accounthouderschap en marktmeesterschap

Dit betreft onder andere aanspreekpunt zijn voor aanbieders, het Rijk, de VNG, vertegenwoordigers van inwoners en cliënten en derden, data- en consequentieanalyse, coördineren van de samenwerking tussen uitvoering en beleid en het verzorgen van de bestuurlijke afstemming.

b. inkoop en contractbeheer;

Onder inkoop en contractbeheer worden gerekend: in gebrekestelling, ontbinding, vorderen van nakoming, opzegging van een overeenkomst en alle andere besluiten, die hiermee verband (kunnen) houden, met uitzondering van het voeren van een rechtsgeding.

c. kassiersfunctie

De kassiersfunctie houdt in het beheren van de rijksuitkering en het overnemen van de betalingsverplichting aan aanbieders en budgethouders van de centrumgemeente Hilversum inzake de nieuwe centrum gemeente taken onder de Wmo 2015. De gemeente Hilversum is in dit kader centrumgemeente binnen de regio Gooi en Vechtstreek en krijgt als onderdeel van de algemene uitkering in de integratie-uitkering Sociaal Domein de middelen voor de nieuwe centrumgemeente taken (beschermd wonen). De raad van Hilversum heeft op 10-12-2014 besloten om, in navolging van de keuze om de inkoop en contractbeheer bij de Regio te beleggen, het volledige budget Beschermd wonen over te dragen aan de Regio Gooi en Vechtstreek. Alle tien de gemeenten dragen in gezamenlijkheid de kansen en risico’s ten aanzien van dit budget.

Artikel 5 lid 5

In dit artikel staat vermeld dat de Regio belast is met de gemeentelijke taken op het terrein van de Leerplichtwet en de regels met betrekking tot de melding en de bestrijding van voortijdig school verlaten (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdig Schoolverlaten). Deze taakopdracht gaat in op 1 januari 2016. Vóór 1 januari 2016 waren de regiogemeenten en de gemeente Eemnes hiervoor een afzonderlijke gemeenschappelijke regeling “Regionaal Bureau Leerlingzaken” aangegaan. De gemeente Eemnes is onder meer met het oog op de uitvoering van deze taken partieel toegetreden tot deze gemeenschappelijke regeling.

Artikel 5 leden 6,7 en 8

In deze artikelen wordt aangegeven dat de Regio voor de genoemde gemeenten belast is met de uitvoering van de opdrachtverstrekking de controle op de rechtmatigheid van declaraties en de behandeling van klachten met betrekking tot onderscheiden voorzieningen. Hiermee wordt beoogd de grondslag in de gemeenschappelijke regeling voor de aansluitmogelijkheden op de Basisregistratie Personen (BRP) in het kader van deze taakuitvoering te verbeteren.

Dienstverlening

Artikel 6 lid 4

Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van het veiligheidsbestuur. De uitvoering van de GHOR-taken is ondergebracht in een afzonderlijke werkeenheid bij de GGD. De taken worden verricht in de vorm van dienstverlening aan het veiligheidsbestuur. De verbinding tussen de GGD organisatie en de witte kolom in de veiligheidsregio ligt bij de directeur publieke gezondheid. Deze is verantwoording verschuldigd aan het veiligheidsbestuur en is tevens directeur van de gewestelijke gezondheidsdienst.

Artikel 8 Wijziging overgedragen taken en bevoegdheden

In artikel 8 is een bepaling opgenomen op grond waarvan de taken en bevoegdheden kunnen worden gewijzigd zonder dat daar wijziging van de gemeenschappelijke regeling voor nodig is.

De wens daartoe is ingegeven door de praktijk in de afgelopen jaren. Zo moest bijvoorbeeld in zeer korte tijd de crisisdienst 0-18 jarigen gerealiseerd worden. Taakopdracht aan de Regio heeft in 2016 plaatsgevonden via verlening van mandaat door de colleges van burgemeester en wethouders. Verankering van een dergelijke overdracht van taken en bevoegdheden door de hier voorgestelde procedure verdient veruit de voorkeur. Randvoorwaarden zijn dat het alleen kan gaan om taken en bevoegdheden van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en dat alle colleges instemmen met wijziging.

Deze bepaling is geënt op het bepaalde in artikel 10.2 van de Wgr luidende:

“Een regeling, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede of derde lid, geeft aan welke bevoegdheden de besturen van de deelnemende gemeenten aan het bestuur van het openbaar lichaam of de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk aan het gemeenschappelijk orgaan bij het aangaan van de regeling overdragen. Een regeling als hier bedoeld kan bepalingen inhouden omtrent de wijze waarop verandering kan worden gebracht in de overgedragen bevoegdheden, met dien verstande dat niet kan worden bepaald dat het bestuur van het openbaar lichaam of de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan kan besluiten tot uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden.”

De Memorie van Toelichting zegt over deze bepaling: De strekking van deze bepaling is dat indien de gemeenschappelijke regeling dat bepaalt, ook zonder wijziging daarvan verandering kan worden aangebracht in overgedragen bevoegdheden.”

De inrichting en samenstelling van het algemeen bestuur

Artikel 11 Samenstelling algemeen bestuur

In deze regeling wordt uitgegaan van een compact collegiaal Regiobestuur. Dit Regiobestuur draagt zorg voor het nakomen van de formele verplichtingen voortvloeiend uit met name de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR), zoals de vaststelling van de begroting en de rekening.

Ten aanzien van dit onderwerp is van belang het gestelde in artikel 14 lid 3 van de wet. Daarin wordt bepaald: “De leden van het dagelijks bestuur mogen nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur uitmaken, tenzij sprake is van een regeling als bedoeld in artikel 13, zevende lid, met minder dan zes deelnemende gemeenten.”. In lid 1 van dit artikel wordt al rekening gehouden met de mogelijkheid dat door herindeling het aantal gemeenten daalt. Dan kan al snel de situatie zijn dat het dagelijks bestuur de meerderheid van het algemeen bestuur uitmaakt.

Artikel 11 lid 3 bepaalt dat de raad van de grootste gemeente een extra lid in het algemeen bestuur aanwijst. Het ligt in de bedoeling dat het extra lid de rol van voorzitter van de Regio gaat vervullen. Deze kan zich dan richten op het voorzitterschap van de Regio. Hij heeft geen stem in het algemeen en in het dagelijks bestuur. Het andere door de grootste gemeente aangewezen lid van het algemeen bestuur richt zich dan op de behartiging van de belangen van de gemeente die hij vertegenwoordigt.

Artikel 12 Stemverdeling en quorum

Om de regiofunctie van het algemeen bestuur te benadrukken heeft elk ab-lid één stem.

Bevoegdheden algemeen bestuur

Artikel 14 lid 2 en 3

De Regio beschikte op grond van de vóór 1 januari 2015 geldende wet over de in lid 2 vermelde bevoegdheid te besluiten tot het verrichten van specifieke rechtshandelingen als deelname in stichtingen, verenigingen e.d. Op grond van de aangepaste wet dient deze bevoegdheid expliciet in de regeling opgenomen te zijn om daarover te kunnen beschikken. De praktijk heeft geleerd dat het inzetten van deze bevoegdheid af en toe noodzakelijk is. Voorbeelden zijn de deelname door de Regio in de Stichting contractpartners VAM (gezamenlijke belangenbehartiging van publiekrechtelijke contractpartners van de VAM (nu Attero) en deelname in de Coöperatieve Oud Papier Organisatie Gooi en Vechtstreek. De verwachting is dat deze bevoegdheid nodig blijft gelet op o.m. nieuwe regels met betrekking tot de vennootschapsbelasting, de discussies over de TOMIN-groep etc.

Een besluit als hier bedoeld wordt alleen genomen als de gemeenteraden van tenminste twee derde van de gemeenten zich hierin kunnen vinden.

Bevoegdheden dagelijks bestuur

Artikel 18 sub d

Op grond van de per 1 januari 2015 inwerking getreden herziening van de wet is het dagelijks bestuur bevoegd ambtenaren te schorsen en te ontslaan. Volgens de Wet publieke gezondheid is benoeming en ontslag van de directeur publieke gezondheid een bevoegdheid van het algemeen bestuur van de Regio (in overeenstemming met het bestuur van de Veiligheidsregio). Daarom is voor deze functionaris een uitzondering gemaakt.

Portefeuillehoudersoverleggen en samenwerkingsagenda

Artikel 25 lid 1

Artikel 25 lid 1 bepaalt dat de gezamenlijk colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten portefeuillehoudersoverleggen kunnen instellen indien het algemeen bestuur daarmee instemt.

Artikel 25 lid 2 en 3

In deze bepalingen wordt tot uitdrukking gebracht dat de spil van de samenwerking ligt bij de portefeuillehoudersoverleggen. De portefeuillehoudersoverleggen bereiden de regionale samenwerkingsagenda voor. Onderlinge afstemming tussen de deelnemende gemeenten en beleidscoördinatie zal worden bevorderd door het hanteren van een regionale samenwerkingsagenda. Daarmee stellen de gemeenten vast welke gezamenlijke belangen ook gezamenlijk zullen worden behartigd. Het is aan de gemeenten zelf om te bepalen welke onderwerpen op de regionale agenda worden opgenomen. Vaststelling vindt plaats door de deelnemende gemeenten op de wijze waarop dat voor de individuele gemeenten het meest opportuun is. De te kiezen lijn zal per gemeente kunnen verschillen. Vaststelling of instemming met de samenwerkingsagenda is geen zaak voor de bestuursorganen van de Regio. De voor de portefeuillehouders benodigde legitimatie zal daarmee gebaseerd zijn op raads- dan wel collegebesluiten.

Artikel 25 lid 4

In dit artikel staat vermeld dat de betrokken portefeuillehoudersoverleggen jaarlijks een programma van uitvoering van de benoemde speerpunten kunnen opstellen. Het portefeuillehoudersoverleg geeft daarbij aan op welke wijze met de financiële consequenties moet worden omgegaan.

Financiering

Artikel 35 lid 2 en lid 3

Aan artikel 35 inzake financiering zijn de leden 2 en 3 toegevoegd. Op grond van de Gemeentewet behoren de kosten die voortvloeien uit de samenwerking op grond van gemeenschappelijke regelingen tot de verplichte gemeentelijke uitgaven. Opname is dan ook alleen gedaan omdat de Bank Nederlandse Gemeenten dit eist in het kader van haar kredietverstrekking aan gemeenschappelijke regelingen.

Partiële uittreding

Artikel 39

Dit artikel biedt de mogelijkheid aan de deelnemende gemeenten om voor een afgebakende deeltaak uit de regeling te treden. Partiële uittreding is alleen mogelijk als twee derde van de gemeenten daarmee instemt. Reden daarvoor is dat uittreding uit een deeltaak financiële en organisatorische gevolgen heeft die de overige gemeenten structureel zullen moeten dragen. Het ligt daarom voor de hand de overige gemeenten te betrekken bij de procedure om dit al of niet toe te staan

Partieel toegetreden.

Artikel 43 t/m 45

Eemnes is per 1 januari 2016 partieel toegetreden tot deze gemeenschappelijke regeling. Artikel 43 en artikel 44 bevatten de randvoorwaarden waaronder de partiële toetreding door Eemnes heeft plaatsgevonden.

Naar boven