TOELICHTING
Algemeen
Inleiding
De onderhavige regeling strekt tot wijziging van de Regeling uitvoering en handhaving
luchtvaartveiligheid (hierna: de Regeling). Hiermee wordt uitvoering gegeven aan Europese
regelgeving op het terrein van luchtvaartveiligheid.
Achtergrond
Op het gebied van de luchtvaartveiligheid wordt een groot deel van de toepasselijke
regelgeving op Europees niveau vastgesteld. Een belangrijke verordening in dat kader
is de zogenaamde basisverordening1. Deze verordening bevat zowel eisen ten aanzien van het Europees Agentschap voor
de Veiligheid van de Luchtvaart (EASA) als essentiële eisen ten aanzien van de luchtvaartveiligheid.
De huidige basisverordening vormt de grondslag voor een groot aantal uitvoeringsverordeningen
(zogenaamde Implementing Rules, zijnde verordeningen van de Europese Commissie) op
verschillende deelterreinen van de luchtvaartveiligheid, zoals brevettering, vluchtuitvoering
en luchtwaardigheid.
Zowel de basisverordening als de uitvoeringsverordeningen werken rechtstreeks door
in de Nederlandse rechtsorde. Uitsluitend voor zover (technische) uitvoeringsregels
benodigd zijn, dan wel om het toezicht op en de handhaving van deze verordeningen
te borgen, kunnen nationaal aanvullende regels worden gesteld. De artikelen 1.5 en
1.6 van de Wet luchtvaart geven daartoe de bevoegdheid.
Inhoud
De basisverordening bepaalt in artikel 68 dat de lidstaten in sancties moeten voorzien
voor de overtreding van deze verordening en de uitvoeringsverordeningen. In de Regeling
zijn in §3 de voorschriften uit verschillende verordeningen opgenomen die als voorschriften
als bedoeld in artikel 1.6 van de Wet luchtvaart worden aangemerkt. Het handelen in
strijd met die voorschriften is op grond van artikel 1.6 van de Wet luchtvaart verboden.
De artikelen 11.9, eerste lid, onder c, en 11.10, eerste lid, onder c, van de Wet
luchtvaart geven aan welke sancties kunnen worden opgelegd op het in strijd handelen
met de in §3 genoemde voorschriften. In artikel 11.9, tweede lid, is vastgelegd dat
de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten een overtreding zijn en in artikel
11.10, tweede lid, is vastgelegd dat de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten
een misdrijf zijn. De artikelen 3.1 (overtredingen) en 3.2 (misdrijven) van de Regeling
bevatten een opsomming van verschillende artikelen uit de basisverordening en diverse
uitvoeringsverordeningen.
Inmiddels hebben de afgelopen jaren diverse wijzigingen van de Europese regelgeving
plaatsgevonden, onder meer op het gebied van brevettering en luchtwaardigheid. De
desbetreffende artikelen uit de Regeling behoeven dan ook actualisering. Tevens worden
enkele omissies hersteld. De onderhavige regeling voorziet hierin en behelst een (technische)
actualisatie van de betreffende verwijzingen.
Administratieve lasten en nalevingskosten
De in de onderhavige regeling opgenomen wijzigingen zijn louter wetstechnisch van
aard en leiden niet tot een verandering van administratieve lasten en nalevingskosten
voor burgers, bedrijven en overheden.
Uitvoering en handhaving
De Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT) houdt toezicht op de naleving
van onder meer wet- en regelgeving voor de luchtvaart en handhaaft deze. De ILT heeft
een handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheidstoets uitgevoerd
op deze regeling, en heeft geconcludeerd dat er geen bijzondere aandachtspunten zijn
bij de uitvoering en handhaving.
Internetconsultatie
Het kabinetsstandpunt is dat ontwerpregelgeving als regel wordt aangeboden voor internetconsultatie.
Één van de uitzonderingsgronden voor internetconsultatie is als consultatie niet in
betekenende mate kan leiden tot aanpassing van het voorstel. Aangezien de voorgestelde
wijzigingen uitvoering van Europese regelgeving betreffen en consultatie niet tot
aanpassing zou leiden, is voor de onderhavige regeling afgezien van internetconsultatie.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel I, onderdeel A
In dit onderdeel is een aantal omissies met betrekking tot de definities van de verordeningen
hersteld. Verder zijn de definities van verordening (EG) nr. 2042/20032 en verordening (EU) nr. 805/20113 komen te vervallen en zijn de definities van verordening (EU) nr. 1321/20144 en verordening (EU) nr. 2015/3405 in de Regeling opgenomen.
Artikel I, onderdeel B
Met deze wijziging is een omissie hersteld: de Regeling was aanvankelijk gebaseerd
op artikel 1.5 van de Wet luchtvaart, die betrekking heeft op de uitvoering van hetgeen
door de basisverordening is bepaald. De Regeling heeft naast de uitvoering echter
ook betrekking op de handhaving van hetgeen door de basisverordening is bepaald. Vandaar
dat de Regeling ook is gebaseerd op artikel 1.6, die bepaalt dat het verboden is om
in strijd te handelen met hetgeen door de basisverordening is bepaald.
Artikel I, onderdeel C, onder 1
In het eerste lid, onderdeel a, van artikel 3.1. zijn allereerst enkele foutieve verwijzingen
hersteld. Dit betreft onder meer paragraaf 21.B.345 van bijlage I bij verordening
(EU) nr. 748/2012. Deze verwijzing is geschrapt. Daarnaast zijn waar mogelijk verwijzingen
specifieker opgenomen; met het benoemen van subonderdelen wordt duidelijker welk onderdeel
van de betreffende paragraaf bij niet-naleven daarvan wordt aangemerkt als overtreding.
Bij de verwijzing naar paragraaf M.A.201, onderdeel a, van bijlage I bij verordening
(EU) nr. 1321/2014, wordt nu vermeld dat de overtreding betrekking heeft op de verplichtingen
van de eigenaar voor zover het betreft zijn verantwoordelijkheid voor de luchtwaardigheid
van het luchtvaartuig. Deze aanvulling is nodig omdat onderdeel a van deze paragraaf
eveneens ziet op de plicht van de eigenaar geen vlucht te doen plaatsvinden zonder
geldig bewijs van luchtwaardigheid. Het handelen in strijd met deze verplichting wordt
ingevolge artikel 3.2. aangemerkt als een misdrijf. In het artikellid is verder de
verwijzing naar verordening (EG) nr. 2042/2003 vervangen door de opvolger van deze
verordening te weten verordening (EG) nr. 1321/2014 en is een verwijzing verplaatst
naar onderdeel b.
Artikel I, onderdeel C, onder 2
In verband met de aard van de aanpassingen en ten behoeve van leesbaarheid is onderdeel
b van het eerste lid van artikel 3.1. opnieuw vastgesteld. In het onderdeel is een
verwijzing gevoegd die abusievelijk was opgenomen in onderdeel a (21.A.209). Daarnaast
is de verwijzing naar het derde lid van artikel 6 van de basisverordening geschrapt
omdat deze niet juist was.
Artikel I, onderdeel C, onder 3
Het in strijd handelen met de in de paragrafen FCL.045 en FCL.060 van bijlage I en
paragraaf MED.A.30 van bijlage IV bij verordening (EU) nr. 1178/20116 opgenomen verplichtingen is in de Regeling opgenomen als een overtreding. Dit betreft
het voorschrift dat een bestuurder documenten bij zich moet hebben wanneer hij de
bevoegdheden van het bewijs van bevoegdheid uitoefent, zoals een geldig bewijs van
bevoegdheid, en deze op verzoek van een bevoegd vertegenwoordiger van een bevoegde
autoriteit moet tonen, respectievelijk de eis dat hij over recente vliegervaring moet
beschikken en de verplichting van het bezit van een medische verklaring.
Artikel I, onderdeel C, onder 4
Het in strijd handelen met de in artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2015/340
opgenomen verplichting dat luchtverkeersdiensten alleen mogen worden verleend door
luchtverkeersleiders die gekwalificeerd zijn en houder zijn van een vergunning overeenkomstig
deze verordening, is in de Regeling opgenomen als een overtreding. Ook het in strijd
handelen met de in paragraaf ATCO.MED.A.020, bijlage IV bij de verordening opgenomen
verplichting, is in de Regeling opgenomen als een overtreding. Deze verplichting houdt
in dat in geval van verminderde medische geschiktheid de rechten van de vergunning
niet mogen worden uitgeoefend en dat houders van een medisch certificaat klasse 3,
zoals in geval van zwangerschap, zonder nodeloze vertraging luchtvaartgeneeskundig
advies moeten inwinnen alvorens de rechten van de vergunning uit te oefenen. Met de
vaststelling van verordening (EU) nr. 2015/340 is verordening (EU) nr. 805/2011 ingetrokken.
Artikel I, onderdeel D
Gelet op de aard van de wijzigingen en ten behoeve van leesbaarheid is het eerste
lid van artikel 3.2. opnieuw vastgesteld. Met het nieuwe eerste lid wordt bepaald
dat overtreding van de voorschriften ten aanzien van het uitvoeren van een vlucht
zonder een geldig bewijs van luchtwaardigheid wordt aangemerkt als een misdrijf.
Artikel II
Het kabinetsstandpunt is dat wet- en regelgeving volgens het systeem van vaste verandermomenten
wordt ingevoerd. Dit betekent dat wet- en regelgeving alleen nog op een beperkt aantal
vaste momenten per jaar in werking kan treden. Één van de uitzonderingsgronden op
het systeem van vaste verandermomenten is als het de implementatie of uitvoering van
internationale of Europese regelgeving betreft. Aangezien de voorgestelde wijzigingen
uitvoering van Europese regelgeving betreffen, wordt voor de onderhavige regeling
afgeweken van het systeem van vaste verandermomenten. Om dezelfde reden wordt ook
afgeweken van de regel om regelingen twee maanden voor inwerkingtreding bekend te
maken in de Staatscourant.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga