Medegebruik militaire luchtvaartterreinen ten behoeve van Stichting Hawker Hunter Foundation

18 december 2017

Nr. MLA/178/2017

De Minister van Defensie en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelezen het verzoek van de Stichting Hawker Hunter Foundation van 14 november 2017;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Aan de gezagvoerders van luchtvaartuigen in eigendom van de Stichting Hawker Hunter Foundation wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen en Woensdrecht op dagen en tijden dat deze militaire luchtvaartterreinen zijn opengesteld.

Artikel 2

De ontheffing geldt voor maximaal 40 vliegtuigbewegingen met burgerluchtvaartuigen per kalenderjaar, met dien verstande dat per genoemd militair luchtvaartterrein maximaal 20 vliegtuigbewegingen per kalenderjaar mogen worden uitgevoerd.

Artikel 3

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202/620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder “de vergunning” deze beschikking dient te worden verstaan.

  • 2. De commandant van de betrokken vliegbasis kan aanwijzingen geven voor het betreden en het gebruik van het desbetreffende militaire luchtvaartterrein.

Artikel 4

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de geluidszone van het desbetreffende militaire luchtvaartterrein niet wordt overschreden.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 januari 2018 en vervalt met ingang van 1 november 2018 of zoveel eerder als er voor alle desbetreffende militaire luchtvaartterreinen een luchthavenbesluit is vastgesteld.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Hoofddorp, 18 december 2017

De Minister van Defensie, voor deze, De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, J.P. Apon Kolonel

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze, De Senior Inspecteur ILT/Luchtvaart, A.E. Shurink-van der Klugt

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, Dienstencentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

De Stichting Hawker Hunter Foundation (SHHF) zet zich in voor het behoud van het Hawker Hunter jachtvliegtuig, een vliegtuigtype dat tot 1968 in gebruik was bij de Koninklijke Luchtmacht. De SHHF heeft twee Hawker Hunter jachtvliegtuigen in eigendom, met registratienummers G-BWGL en G-KAXF. Beide luchtvaartuigen zijn gestationeerd op de militaire luchthaven Leeuwarden. Deze luchthaven dient als uitvalsbasis voor de deelname aan luchtvaartvertoningen in binnen- en buitenland, al dan niet in opdracht van de Koninklijke Luchtmacht.

Laatstelijk is bij beschikking van 18 februari 2015, nr. MLA/011/2015 (Stcrt. 2015, 5421), aan de SHHF ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Volkel, Gilze-Rijen en Woensdrecht. Met onderhavige beschikking wordt opnieuw aan de gezagvoerders van luchtvaartuigen in eigendom van de SHHF ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen en Woensdrecht. Voor vliegbasis Volkel is inmiddels een luchthavenbesluit vastgesteld.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In het SMT-2 is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

Hoewel artikel 34 van de Luchtvaartwet is vervallen, geldt het artikel volgens de overgangs-bepaling van de Wet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML, Stb. 2008, 561) nog wel voor luchtvaartterreinen waarvan de aanwijzing is gebaseerd op de Luchtvaartwet en nog niet op de Wet luchtvaart. Deze situatie is van toepassing op de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen en Woensdrecht.

Ingevolge de RBML wordt het onder de Luchtvaartwet geldende regime van aanwijzing van luchtvaartterreinen gaandeweg vervangen door het in de Wet luchtvaart neergelegde systeem waarin luchthavens gestalte krijgen door middel van een luchthavenbesluit. De definitieve overgang op dit nieuwe regime was aanvankelijk voorzien per 1 november 2014, maar is bij wet van 22 juni 2016 (Stb. 2016, 260) verder verschoven naar 1 november 2018. Zodoende is ervoor gekozen om de ontheffing te laten vervallen met ingang van 1 november 2018 of zoveel eerder als er voor alle desbetreffende militaire luchtvaartterreinen een luchthavenbesluit is vastgesteld.

Zodra een luchthavenbesluit voor de genoemde militaire luchthavens (de Wet luchtvaart spreekt niet langer van militaire luchtvaartterreinen) is vastgesteld, zal er een einde komen aan de reeds aangehaalde overgangsperiode en daarmee het medegebruik op grond van de ontheffingensystematiek van de Luchtvaartwet. Vanaf dat moment zal het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen en Woensdrecht door de SHHF gestalte moeten krijgen in de vorm van een op het medegebruik toegesneden vergunning.

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder “Onze Minister” wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Minister van Infrastructuur en Waterstaat). Wat de militaire luchtvaart betreft, wordt onder “Onze Minister” de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen dus beide ministers toestemming moeten geven.

Ten aanzien van de geluidsbelasting is het volgende van belang. Wanneer een luchtvaartuig een militair luchtvaartterrein aandoet, worden de vliegtuigbewegingen meegenomen in de berekening van de geluidsbelasting in Kosteneenheden. De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimtes in de afgelopen jaren is er geen indicatie dat buiten vastgestelde geluidszones wordt getreden.

Naar boven