Kennisgeving ten behoeve van WKC Linne, Rijkswaterstaat

Datum 28 februari 2018

Onderwerp

Waterwet: beschikking ingevolge de Waterwet ten behoeve van Waterkrachtcentrale Linne, gemeente Maasgouw.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat geeft, ter voldoening aan het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) kennis van het volgende:

Op grond hetgeen bepaald in de Waterwet heb ik op 22 februari 2018 besloten een vergunning te verlenen aan RWE Generation NL BV te Geertruidenberg, voor het onttrekken van water aan en het brengen van water in de rivier de Maas. De desbetreffende vergunning ziet op een experiment met visveilige turbines.

Een ontwerp van deze vergunning heeft, met de daarop betrekking hebbende stukken, vanaf 2 november 2017 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Belanghebbenden konden gedurende de bovengenoemde periode schriftelijk en/of mondeling zienswijzen indienen.

Definitieve vergunning

Met medeneming van de ingediende zienswijzen, heb ik op 22 februari 2018 besloten een definitieve watervergunning te verlenen. De definitieve vergunning is op onderdelen gewijzigd ten opzichte van het ontwerp. Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht ligt de definitieve vergunning met ingang van 1 maart 2018 gedurende zes weken ter inzage op de volgende adressen:

  • 1. het kantoor van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, Avenue Ceramique 125 te 6221 KV Maastricht op werkdagen van 9:00-16:00 uur, alsmede buiten kantooruren na telefonische afspraak;

  • 2. het gemeentehuis van de gemeente Maasgouw, Kruisweg 32 te 6051 HL Maasbracht.

Beroep

Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden die zienswijzen hebben ingediend en belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen zienswijzen hebben ingediend, gedurende bovengenoemde periode een beroepschrift indienen. Op deze procedure is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Het beroepschrift moet worden gericht aan de rechtbank binnen het rechtsgebied waar u uw woonplaats in Nederland heeft. Indien de indiener van het beroepschrift geen woonplaats in Nederland heeft, is de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het bestuursorgaan zijn zetel heeft bevoegd. Wanneer een beroepsschrift is ingediend, bestaat tevens de mogelijkheid een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen bij de voorzieningenrechter van de desbetreffende rechtbank, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van beroepsschriften en verzoeken om voorlopige voorziening is een griffierecht verschuldigd.

Inlichtingen

Voor het verkrijgen van nadere informatie kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de heer R. Kwanten van de afdeling Vergunningverlening Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, 06 53 88 18 23.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, het Hoofd van de afdeling Vergunningverlening T.L.B. du Chatinier

Naar boven