Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Krimpen aan den IJsselStaatscourant 2017, 75751Instelling gemeenschappelijke regelingen



Besluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard houdende regels omtrent de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Ingenieursbureau Krimpenerwaard Gemeenschappelijke Regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Ingenieursbureau Krimpenerwaard

Logo Krimpen aan den IJssel

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard maken bekend dat zij in hun vergaderingen van respectievelijk 12 december 2017 en 19 december 2017 de “ Gemeenschappelijke regeling Technisch bureau in de Krimpenerwaard” hebben gewijzigd in de “Gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Ingenieursbureau Krimpenerwaard”.

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

 

  • -

    regeling: de gemeenschappelijke regeling Ingenieursbureau Krimpenerwaard;

  • -

    Ingenieursbureau Krimpenerwaard: de rechtspersoonlijkheid bezittende bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van de regeling;

  • -

    deelnemer: een aan deze regeling deelnemend college;

  • -

    college: college van burgemeester en wethouders;

  • -

    deelnemende gemeente: de gemeente van een deelnemend college;

  • -

    bestuur: het bestuur van Ingenieursbureau Krimpenerwaard als bedoeld in artikel 14a van de wet;

  • -

    raad: gemeenteraad van een deelnemende gemeente;

  • -

    directeur-secretaris: de directeur/leidinggevende van de bedrijfsvoeringsorganisatie

  • -

    strategisch overleg: het ambtelijk strategisch overleg van de deelnemers en directeur-secretaris dat adviseert over aangelegenheden die de bedrijfsvoeringsorganisatie betreffen;

  • -

    dienstverleningsovereenkomst: de overeenkomst waarbij nadere invulling wordt gegeven aan de dienstverleningsrelatie tussen Ingenieursbureau Krimpenerwaard en de deelnemers;

  • -

    wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.

HOOFDSTUK 2 RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTENDE BEDIJFSVOERINGSORGANISATIE

Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie

  • 1.

    Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8 lid 3 van de wet, dat is genaamd Ingenieursbureau Krimpenerwaard.

  • 2.

    Ingenieursbureau Krimpenerwaard is statutair gevestigd te Krimpen aan den IJssel.

  • 3.

    Het rechtsgebied van Ingenieursbureau Krimpenerwaard omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

Artikel 3 Deelnemers

  • 1.

    De deelnemers aan deze regeling zijn de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel.

HOOFDSTUK 3 DOEL, TE BEHARTIGEN BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 4 Doel en te behartigen belangen

  • 1.

    Het doel van deze regeling is om, met inachtneming van de autonomie van de deelnemers, door middel van samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en uitvoering, kwaliteits-, schaal- en efficiëntievoordelen te behalen waardoor de deelnemers beter in staat zijn zich te focussen op hun kerntaken.

  • 2.

    Het te behartigen belang richt zich op de sturing en beheersing van ondersteunende processen (bedrijfsvoering) en uitvoeringstaken op het gebied van weg- en waterbouw van het grondgebied van de deelnemers.

Artikel 5 Taken

  • 1.

    Ingenieursbureau Krimpenerwaard voert, overeenkomstig het bepaalde in de leden twee en drie, voor de deelnemers taken uit op het gebied van sturing en beheersing van ondersteunende administratieve taken (bedrijfsvoering) en uitvoering, waartoe in elk geval behoort de engineering, advisering, directievoering en toezicht voor technische werken op het gebied van weg- en waterbouw en rioleringen, waarbij het kan gaan om vernieuwing, vervanging en nieuwe aanleg.

  • 2.

    In de door het bestuur vast te stellen driepartijen dienstverleningsovereenkomst wordt nadere uitwerking gegeven aan de dienstverleningsrelatie met de deelnemers. In de dienstverleningsovereenkomst worden in ieder geval geregeld:

    • de taken die voor de deelnemers door Ingenieursbureau Krimpenerwaard kunnen worden uitgevoerd;

    • de voorwaarden voor de taakuitvoering en wijziging van het onder lid 1 bedoelde takenpakket;

    • de wijze waarop en de voorwaarden waaronder een deelnemer het volume aan af te nemen taken kan verminderen;

    • de wijze waarop en de voorwaarden waaronder een deelnemer op enig moment kan besluiten de uitvoering van extra taakgebieden als bedoeld onder lid 1 op te dragen;

    • de aansprakelijkheid, wijze van verzekering en procedure van geschillenbeslechting met betrekking tot de taakuitoefening;

    • de financiële verrekening van de dienstverlening;

    • een voorziening in geval Ingenieursbureau Krimpenerwaard of een of meerdere deelnemers niet aan de hen gestelde voorwaarden voldoen.

  • 3.

    Voor zover de diensten vallen binnen het kader van de in dit artikel 5 vermelde taken, is Ingenieursbureau Krimpenerwaard tot een maximum van 20% van haar werktijd bevoegd tot het verrichten van diensten voor andere publiekrechtelijke of overheidsgedomineerde privaatrechtelijke rechtspersonen. Met deze rechtspersonen en organisaties kunnen dienstverleningsovereenkomsten afgesloten worden. Het bestuur dient in te stemmen met een dergelijke dienstverleningsovereenkomst.

Artikel 6 Algemene bevoegdheidstoedeling

  • 1.

    De deelnemers dragen de bevoegdheden die hen bij of krachtens de wet zijn toegekend in mandaat op aan het bestuur, voor zover dit nodig is voor de uitvoering van taken, bedoeld in artikel 5. Het bestuur kan daartoe een of meer modellen vaststellen voor de mandaatbesluiten.

HOOFDSTUK 4 BESTUUR

Artikel 7 Bestuur

  • 1.

    Ingenieursbureau Krimpenerwaard heeft een bestuur als bedoeld in artikel 14a van de wet.

  • 2.

    Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en één plaatsvervanger aan. Op de voorzitter is artikel 33d van de wet van toepassing.

  • 3.

    De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur.

  • 4.

    In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelt het bestuur onderling de werkzaamheden.

  • 5.

    Ingenieursbureau Krimpenerwaard heeft een directeur-secretaris, die de vergaderingen van het bestuur voorbereidt en daarbij aanwezig is en de notulen van vergaderingen opstelt. De directeur-secretaris heeft geen stemrecht in het bestuur.

  • 6.

    De stukken die van het bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de directeur-secretaris medeondertekend.

Artikel 8 Samenstelling

  • 1.

    Elke deelnemer heeft in het bestuur één lid van het college.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde leden kunnen bij afwezigheid worden vervangen door daartoe aangewezen plaatsvervangend leden. Op het plaatsvervangende lid zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9 Aanwijzing

  • 1.

    De colleges beslissen uiterlijk binnen zes weken na de eerste vergadering van de nieuw benoemde colleges na aanvang van elke zittingsperiode van de gemeenteraad over de aanwijzing van de leden en plaatsvervangende leden. Aftredende (plaatsvervangende) leden kunnen opnieuw als (plaatsvervangend) lid worden aangewezen.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de wet eindigt het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het bestuur op de dag aangegeven in artikel C4, lid 2 van de Kieswet. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat opnieuw in de benoeming is voorzien.

  • 3.

    De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen acht weken.

  • 4.

    Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het bestuur eindigt eveneens op het moment van uittreding uit deze regeling van deelnemer die het (plaatsvervangend) lid vertegenwoordigt.

Artikel 10 Bevoegdheden bestuur

  • 1.

    Het bestuur is in ieder geval bevoegd:

    • -

      ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan;

    • -

      regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie;

    • -

      tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten;

    • -

      te besluiten namens het Ingenieursbureau Krimpenerwaard en het bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten.

Artikel 11 Stemrecht

  • 1.

    Een lid van het bestuur beschikt over een stem.

  • 2.

    De stemprocedure wordt bepaald in het reglement van orde.

  • 3.

    Het bestuur besluit te allen tijde op basis van unanimiteit.

Artikel 12 Werkwijze

  • 1.

    Het bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

  • 2.

    De artikelen 22 en 23 van de wet zijn van toepassing op het bestuur.

Artikel 13 Inlichtingen en verantwoording

  • 1.

    Een lid van het bestuur geeft aan het college dat hem heeft aangewezen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze alle inlichtingen die door het college of een of meer leden daarvan, worden verlangd.

  • 2.

    Een lid van het bestuur kan door het college dat hem heeft aangewezen op de in die gemeente gebruikelijke wijze ter verantwoording worden geroepen voor de wijze waarop het lid het college in dat bestuur vertegenwoordigt.

  • 3.

    Indien een lid van het bestuur niet meer het vertrouwen geniet van het college welk hem heeft aangewezen, kan dit college hem als zodanig ontslaan.

  • 4.

    Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raad van de betreffende gemeente, onverminderd het bepaalde in artikel 169 van de Gemeentewet.

  • 5.

    Het bestuur geeft aan de raden van de gemeenten ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur van Ingenieursbureau Krimpenerwaard gevoerde en te voeren beleid nodig is.

  • 6.

    Het bestuur verstrekt aan de raden van de gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd.

  • 7.

    Het reglement van orde voor de vergaderingen van het bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.

HOOFDSTUK 5 DIRECTEUR-SECRETARIS

Artikel 14 Directeur-secretaris

  • 1.

    De directeur-secretaris wordt door het bestuur benoemd, ontslagen en/of geschorst.

  • 2.

    De directeur-secretaris is, onder verantwoordelijkheid van het bestuur, verantwoordelijk voor de aansturing van de organisatie bedoeld in artikel 15 en draagt zorg voor de verbinding tussen Ingenieursbureau Krimpenerwaard en de deelnemers.

  • 3.

    Het bestuur stelt voor de directeur-secretaris een regeling vast waarin de taken en bevoegdheden zijn opgenomen.

  • 4.

    Het bestuur regelt de vervanging van de directeur-secretaris.

Artikel 15 Organisatie

  • 1.

    Ingenieursbureau Krimpenerwaard heeft een ambtelijke organisatie onder leiding van de directeur-secretaris.

  • 2.

    De rechtspositieregelingen van de gemeente Krimpen aan den IJssel zijn rechtstreeks voor het personeel van de ambtelijke organisatie van toepassing. Het bestuur is bevoegd nadere aanvullende regelingen vast te stellen.

HOOFDSTUK 6 STRATEGISCH OVERLEG

Artikel 16 Strategisch overleg

  • 1.

    Er is een ambtelijk strategisch overleg tussen de deelnemende gemeenten en de directeur-secretaris, dat betreft strategische, organisatorische of andere aangelegenheden van de bedrijfvoeringsorganisatie.

  • 2.

    Dit strategisch overleg bestaat uit de gemeentesecretarissen of door hen aan te wijzen functionarissen van de deelnemende gemeenten.

HOOFDSTUK 7 FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 17. Financiële administratie en controle

  • 1.

    Op het financieel beleid, het financieel beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle daarop zijn de artikelen 212 en 213 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Het bestuur stelt in dat kader de vereiste verordeningen vast, waarbij rekening gehouden wordt met de taken en de wijze van uitvoering daarvan zoals bepaald in artikel 5.

Artikel 18. Begrotingsjaar

Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 19. Verdeling van de kosten

  • 1.

    De kosten die worden gemaakt voor de uitvoering van het hele takenpakket en de instandhouding van Ingenieursbureau Krimpenerwaard, worden via de afgesloten dienstverleningsovereenkomsten op basis van afname van producten en diensten in rekening gebracht bij de deelnemers en andere publiekrechtelijke rechtspersonen of overheidsgedomineerde privaatrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 5, lid 3 hiervoor.

  • 2.

    Tot de kosten van Ingenieursbureau Krimpenerwaard worden, naast de directe uitvoeringskosten, tevens gerekend de overheadkosten en de kapitaallasten.

Artikel 20. Verplichtingen

De deelnemers zorgen ervoor dat Ingenieursbureau Krimpenerwaard te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen te kunnen voldoen.

Artikel 21. Kosten, verrekening, verdeling en facturering

  • 1.

    De door de deelnemers verschuldigde bedragen worden door Ingenieursbureau Krimpenerwaard periodiek gefactureerd, overeenkomstig de afgesloten dienstverleningsovereenkomst, en zijn door de deelnemers bij vooruitbetaling verschuldigd.

  • 2.

    De door andere publiekrechtelijke rechtspersonen of overheidsgedomineerde privaatrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 5 derde lid verschuldigde bedragen worden periodiek achteraf gefactureerd.

  • 3.

    Het bestuur bepaalt elk jaar bij het vaststellen van de begroting voorlopig het aandeel van elke deelnemer in de voor het begrotingsjaar geraamde kosten.

Artikel 22. Financieel toezicht

Indien aan het bestuur van Ingenieursbureau Krimpenerwaard blijkt dat een gemeente weigert de uitgaven, bedoeld in artikel 20, 21, 22 en 23 op de begroting te zetten, doet het bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

Artikel 23. Kadernota en begroting

  • 1.

    Binnen de uitgangspunten van deze regeling stelt het bestuur jaarlijks voor 15 april een kadernota vast voor de bedrijfsvoering van Ingenieursbureau Krimpenerwaard. Het bestuur zendt deze kadernota terstond na vaststelling ter kennisname aan de raden van de gemeenten.

  • 2.

    Het bestuur stelt elk jaar vóór 15 april een ontwerpbegroting en een toelichting van baten en lasten op voor het volgende kalenderjaar. De begroting is zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten verband houden met de uitvoering van het basistakenpakket en de instandhouding van Ingenieursbureau Krimpenerwaard.

  • 3.

    Het bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat deze door het bestuur wordt vastgesteld, doch uiterlijk 1 mei, toe aan de raden en de colleges van de gemeenten.

  • 4.

    Indien het bestuur een groei in het benodigd budget voorziet ten gevolge van veranderd beleid, dan wordt dit door het bestuur toegelicht.

  • 5.

    De raden van de gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting het bestuur hun zienswijze schriftelijk doen blijken.

  • 6.

    Het bestuur stelt de begroting vóór 1 juli vast in het jaar voorafgaande aan het jaar waarover zij dient.

  • 7.

    Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli, aan de raden en de colleges van de gemeenten en aan gedeputeerde staten.

  • 8.

    Het bestuur zendt ontwerpbegrotingswijzigingen acht weken voordat deze aan door het bestuur worden vastgesteld, toe aan de raden en de colleges van de gemeenten. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing. Het zevende lid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de datum van 15 juli niet van toepassing is.

  • 9.

    Als begrotingswijzigingen, waarop het bepaalde in de laatste zin van artikel 35, lid 5, van de wet van toepassing is, worden aangewezen die, welke niet leiden tot een verhoging van de deelbijdragen van de deelnemers.

Artikel 24. Jaarrekening van Ingenieursbureau Krimpenerwaard

  • 1.

    Het bestuur stelt elk jaar voor 15 april een voorlopige jaarrekening vast over het voorgaande jaar en zendt deze voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten.

  • 2.

    Het bestuur stelt elk jaar de jaarrekening met een bijbehorend verslag van het voorgaande jaar op.

  • 3.

    Het bestuur stelt de rekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop de rekening betrekking heeft.

  • 4.

    Het bestuur zendt de rekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli, aan de raden en de colleges van de gemeenten en aan gedeputeerde staten.

Artikel 25 Betalingstermijn geraamde bijdrage

  • 1.

    In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft.`

  • 2.

    De deelnemende gemeenten betalen bij wijze zoals voorzien in de Dienstverleningsovereenkomst.

Artikel 26 Verrekening bijdrage

  • 1.

    In de jaarrekening wordt het door elk der deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.

  • 2.

    Verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 21, lid 1, verschuldigde bijdrage en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de vaststelling van de jaarrekening.

Artikel 27 Aangaan geldleningen

  • 1.

    Ingenieursbureau Krimpenerwaard is bevoegd tot het aangaan van geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten.

  • 2.

    De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de op grond van het in het vorige lid bepaalde opgenomen en op te nemen gelden, zulks op basis hun procentuele bijdrage in de begroting van het betreffende jaar.

HOOFDSTUK 8 ARCHIEF

Artikel 28 Archiefbeheer

  • 1.

    Het bestuur is belast met de zorg voor archiefbescheiden en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het Ingenieursbureau Krimpenerwaard en zijn organen overeenkomstig een, met inachtneming van artikel 30, lid 1 van de Archiefwet 1995, vast te stellen verordening.

  • 2.

    Voor de bewaring van de op grond van de artikelen 12, lid 1 en 13, lid 1 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het bestuur een archiefbewaarplaats aan.

  • 3.

    De directeur-secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het bestuur nader vast te stellen regelen.

HOOFDSTUK 9 KLACHTRECHT

Artikel 29 klachtenprocedure

  • 1.

    Het bestuur stelt een interne klachtenregeling vast vanwege klachten tegen gedragingen van medewerkers van de organisatie.

  • 2.

    Tot behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet bestuursrecht is bevoegd de Ombudsman zoals aangewezen door de deelnemende gemeente van het grondgebied waar klager woonachtig is.

HOOFDSTUK 10 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING

Artikel 30 Toetreding

  • 1.

    Toetreding tot deze regeling kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van de colleges van alle deelnemers alsmede het college van de potentiële deelnemer, indien van toepassing na verkregen toestemming.

  • 2.

    Het bestuur doet een voorstel tot toetreding en regelt daarbij de voorwaarden die aan de toetreding zijn verbonden.

  • 3.

    Het bestuur kan een toetredingssom vaststellen voor de toetreding.

  • 4.

    De toetreding gaat in op een in overleg tussen het bestuur en de toetredende deelnemer te bepalen tijdstip, dat niet ligt vóór het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen en bekendgemaakt.

  • 5.

    Van elk bericht van toetreding van een deelnemer wordt door het bestuur kennis gegeven aan gedeputeerde staten.

Artikel 31 Uittreding

  • 1.

    Iedere deelnemer kan besluiten tot uittreden. Een besluit tot uittreding kan niet eerder worden genomen dan drie jaar na 1 januari 2018 dan wel drie jaar na toetreding tot deze regeling, daar waar sprake is van nieuwe deelnemers na 1 januari 2018.

  • 2.

    Een uittredingsbesluit wordt van kracht twee kalenderjaren na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen.

  • 3.

    Alvorens een deelnemer tot een besluit tot uittreding komt, wordt over het voornemen daartoe eerst overleg met de andere deelnemers gevoerd.

  • 4.

    In het voornemen als bedoeld in het derde lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de deelnemer wenst uit te treden.

  • 5.

    Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht van het bestuur.

  • 6.

    Het bestuur regelt de financiële verplichtingen alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Tot deze financiële voorwaarden behoort de bepaling, dat een uittredende deelnemer nog twee jaar, vanaf het jaar van uittreding aan het IBKW , een bijdrage in de jaarlijkse (vaste) exploitatielasten betaalt, waaronder de personele kosten van het IBKW. De bijdrage kan worden omgezet in een éénmalige uittredingssom.

  • 7.

    Een uittredende deelnemer kan géén recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van het IBKW.

Artikel 32 Wijziging

  • 1.

    Deze regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van het college van alle deelnemers.

  • 2.

    Indien het bestuur wijzigingen in de regeling wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel aan de deelnemers.

  • 3.

    Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op een wijziging van de regeling die uitsluitend betrekking heeft op aanpassingen aan veranderde wettelijke bepalingen. Tot dergelijke wijzigingen kan worden besloten door middel van een unaniem besluit van het bestuur.

Artikel 33 Opheffing

  • 1.

    De regeling wordt opgeheven wanneer de colleges van de meerderheid van de deelnemers daartoe besluiten.

  • 2.

    Indien de gemeenschappelijke regeling twee deelnemers kent, wordt de regeling opgeheven wanneer de beide colleges daartoe unaniem besluiten.

  • 3.

    Een besluit als bedoeld in het eerste lid, kan niet eerder worden genomen dan nadat het bestuur daarover zijn mening kenbaar heeft gemaakt.

  • 4.

    In geval van opheffing van de regeling besluit het bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regelen vast. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

  • 5.

    Het liquidatieplan wordt door het bestuur vastgesteld.

  • 6.

    Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot het bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. Toewijzing van personeel aan de deelnemers zal plaatsvinden bij besluit van de deelnemende colleges. Het liquidatieplan bevat de verplichting van de deelnemers het toegewezen personeel te accepteren.

  • 7.

    Zo nodig blijft het bestuur van Ingenieursbureau Krimpenerwaard ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.

HOOFDSTUK 11 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 34 Citeerwijze en inwerkingtreding

De regeling treedt in werking op 1 januari 2018 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Met de inwerkingtreding van deze gemeenschappelijke regeling, wijzigt de gemeenschappelijke regeling Technisch Bureau Krimpenerwaard, zoals laatstelijk vastgesteld d.d. 28 april 2016.

 

De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Ingenieursbureau Krimpenerwaard”.

Toelichting op de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Ingenieursbureau Krimpenerwaard (IBKW)

 

Aanleiding

 

De huidige gemeenschappelijke regeling Technisch Bureau in de Krimpenerwaard (TBK) behoeft wijziging om een aantal redenen. De belangrijkste reden houdt verband met het besluit van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten om vanaf 1 januari 2018 aan TBK geen opdrachten meer te verlenen op het gebied van bouw- en woningtoezicht. De beide raden hebben dit besluit genomen gelet op de parlementair aanhangige Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, waarbij de wetgever de toetsing door het bevoegd gezag aan de bouwtechnische voorschriften niet langer voorschrijft. Hiervoor in de plaats moet de aanvrager van de vergunning tijdens de bouw gebruik maken van een instrument voor kwaliteitsborging dat als doel heeft dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften. De opdrachtgever moet hiervoor gebruik maken van een instrument voor kwaliteitsborging dat is getoetst aan daartoe vastgestelde wettelijke voorschriften. De meeste gemeentelijke taken op dit beleidsterrein vervallen derhalve op het moment dat de wet inwerking treedt. (Overigens blijven enkele taken wel tot het gemeentelijk verantwoordelijkheidsdomein behoren, m.n. de handhavingstaken en -voorshands voor een periode van 3 jaar- de toetsing van bouwwerken in de gevolgklassen 2 en 3). De verwachting is dat de inwerkingtreding van de wet zal plaatsvinden op 1 januari 2018. Mocht de parlementaire behandeling van de wet in de Eerste Kamer daartoe aanleiding geven kan is niet uitgesloten dat de wet op een later tijdstip in werking treedt. Ook in dat geval zullen de taken rond bouw- en woningtoezicht door TBK worden beëindigd. Het mandaat van de gemeenten om deze taken door de GR-TBK te laten uitvoeren wordt derhalve in alle gevallen per genoemde datum ingetrokken.

 

Een tweede reden om tot wijziging van de GR te komen is de behoefte bij de colleges om de bestaande GR om te zetten in een bedrijfvoeringsorganisatie en om de organisatie op onderdelen te stroomlijnen en te moderniseren. Gekozen is derhalve niet voor liquidatie van de bestaande GR, maar tot een fundamentele herziening van de GR, inclusief de keuze voor een andere -meer eigentijdse- benaming van de organisatie: Ingenieursbureau Krimpenerwaard (IBKW)

 

Keuze voor een bedrijfsvoeringsorganisatie

 

Sinds de wijziging van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) per 1 januari 2015) kent de wet ook (naast het openbaar lichaam en het gemeenschappelijk orgaan) de bedrijfsvoeringsorganisatie (hierna ook: BVO). Deze nieuwe samenwerkingsvorm kenmerkt zich door een eenvoudige bestuurlijke structuur en het hebben van rechtspersoonlijkheid. De BVO onderscheidt zich van het openbaar lichaam door het hebben van een enkelvoudig, ongeleed bestuur en van het gemeenschappelijk orgaan door het hebben van rechtspersoonlijkheid. Door de enkelvoudige bestuurlijke structuur vindt bij een BVO geen interne verantwoording plaats; de BVO kent immers geen dagelijks bestuur en algemeen bestuur of de mogelijkheid bestuurscommissies in te stellen. Beleidsrijke taken kunnen daarom niet overgedragen worden aan een BVO. De BVO is bedoeld voor samenwerking op het terrein van bedrijfsvoering en voor uitvoerende taken met een geringe beleidsmatige component. De rol van raadsleden wijzigt ook, zij maakten immers deel uit van het algemeen bestuur van TBK, terwijl in de nieuwe regeling geen algemeen bestuur meer voorkomt. De betrokkenheid van de beide gemeenteraden is vooral gewaarborgd door de zienswijzeprocedures rond begroting en rekening.

 

Nadere regels

 

Op een aantal plaatsen schrijft deze regeling voor dat nadere regels opgesteld moeten worden. Dit is het geval bij:

 

  • Art 5, tweede lid: Dienstverleningsovereenkomst tussen IBKW en de beide gemeenten

     

Deze tripartite overeenkomst regelt de werkwijze tussen IBKW en de beide gemeenten. De rol van opdrachtgever en opdrachtnemer wordt erin vastgelegd evenals de methodiek van bevoorschotting.

 

  • Art 6: Mandaatverlening voor de colleges aan het Bestuur van IBKW

     

Deze regeling bakent het aan IBKW verleende mandaat af. Concreet wordt dus vastgelegd wat de exacte opdracht aan het IBKW is en welke bevoegdheden daarbij overgedragen worden van de gemeenten aan het IBKW.

 

  • Art 11, tweede lid: Reglement van Orde voor het bestuur

     

Dit reglement regelt de orde van de vergaderingen van het bestuur, de agendering en de verslaglegging.

 

  • Art 14, derde lid: Directiestatuut

     

In het Directiestatuut kunnen bestuurlijke bevoegdheden doorgemandateerd worden aan de directeur-secretaris, die op zijn beurt weer bevoegd is om in situaties die in het Directiestatuut zijn voorzien ondermandaat kan verlenen aan medewerkers van IBKW.

 

  • Art 28, derde lid: Regeling archiefbeheer IBKW

     

In deze regeling wordt het archiefbeheer geregeld overeenkomstig de bepalingen van de Archiefwet. Deze regeling zal inhoudelijk worden afgestemd met het Streekarchief Midden Holland, zodat op voorhand overdracht van (statische) dossiers gewaarborgd is.

 

  • Art 29, eerste lid: Klachtenregeling

     

In deze regeling wordt de procedure inzake klachten in verband met gedrag van medewerkers van het IBKW in procedurele zin geregeld.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 2

 

De keuze voor een BVO is in het algemene deel van de toelichting besproken. Gekozen is voor de statutaire vestiging in de gemeente Krimpen aan den IJssel, waardoor het ook mogelijk wordt dat in de toekomst het IBKW feitelijk gevestigd wordt in de gemeente Krimpenerwaard.

 

Artikel 3

 

De gemeenten Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard vormen samen de BVO, hetgeen onverlet laat dat andere gemeenten kunnen toetreden (zie art 32). Mocht een dergelijke situatie zich ooit voordoen dan is wijziging van deze regeling noodzakelijk.

 

Artikel 5

 

Het derde lid van dit artikel voorziet in de mogelijkheid om voor een deel van de werktijd werkzaamheden te verrichten voor andere overheden (of overheidsgedomineerde organisaties). Bewust is daarbij gekozen om deze bevoegdheid niet op te nemen als het gaat om de marktsector. Inzet van medewerkers in het overheidsdomein kan gunstige effecten hebben op het verkrijgen van kennis en ervaring, investeren in collegiale samenwerking in een breder gebied van de Krimpenerwaard, (betaalde) inzet van menskracht in periodes dat die inzet wenselijk is. Steeds worden daarbij de beginselen van good governance (dwz zakelijke dienstverleningsovereenkomsten met concrete prestatieafspraken, marktconforme tarieven en maximale transparantie) in acht genomen.

 

Het genoemde percentage van 20% vloeit voort uit de Europese aanbestedingsrichtlijnen en de Aanbestedingswet 2012. De deelnemende gemeente(besture)n mogen aanbestedingsvrij diensten afnemen van het gemeenschappelijk openbaar lichaam omdat daarbij in beginsel sprake is van een zogenoemde inbesteding. Om daar aan te kunnen (blijven) voldoen is het van belang dat de deelnemende partijen invloed hebben op het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie (hetgeen blijkens art. 12, derde lid, Richtlijn 2014/24/EU mogelijk is nu iedere deelnemer in het bestuur zit) en de bedrijfsvoeringsorganisatie ten minste 80% van zijn werkzaamheden verricht voor de deelnemende partijen. Wordt niet of niet langer aan deze eisen voldaan, dan kan niet langer aanbestedingsvrij gebruik worden gemaakt van de diensten van het gemeenschappelijk openbaar lichaam.

 

Artikel 10

 

De bevoegdheden van het bestuur, zoals in dit artikel beschreven, laten onverlet dat meerdere bevoegdheden gemandateerd kunnen worden aan de directeur-secretaris. De basis daarvoor is het in art 15, derde lid, bedoelde Directiestatuut. Zo zal het voor de hand liggen dat de bevoegdheid om medewerkers te benoemen en te ontslaan gemandateerd zal worden aan de directeur-secretaris. Dat geldt ook voor meerdere, nader te omschrijven, privaatrechtelijke handelingen (bv koop, huur, inlenen van personeel enz.).

 

Artikel 11

 

Het bestuur bestaat uit twee leden, die elk één stem hebben. Op basis van dat gegeven kan de besluitvorming vanzelfsprekend slechts op basis van unanimiteit plaatsvinden.

 

Artikel 14

 

Indien in het IBKW een Ondernemingsraad of een Personeelsvertegenwoordiging, als bedoeld in de Wet op de Ondernemingsraden, wordt ingesteld, treedt de directeur op als bestuurder in de zin van de WOR.

 

Artikel 15

 

In dit artikel wordt de huidige werkwijze gecontinueerd. Ambtenaren van IBKW volgen de rechtspositionele regelingen van de gemeente Krimpen aan den IJssel. Dat geldt niet alleen voor de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden (zoals grotendeels vastgelegd in de cao-regelingen (CAR-UWO), maar ook voor sociale plannen en andere personele regelingen van genoemde gemeente. Slechts in die gevallen dat de aard van de werkzaamheden binnen IBKW dat gewenst maakt zal het bestuur aanvullende regelingen kunnen vaststellen.

 

Artikel 16

 

De praktijk heeft geleerd dat het wenselijk is een ambtelijk overleg te introduceren over de algemene gang van zaken binnen het IBKW. Dit overleg is geen bestuurlijk adviesorgaan, het beoogt in samenspraak met de directeur-secretaris vraagstukken over de strategische en/of tactische positie van het IBKW af te stemmen en eventuele knelpunten in de samenwerking te onderkennen en op te lossen. De deelnemers zijn de gemeentesecretarissen van beide gemeenten of door hen aan te wijzen functionarissen.

 

Artikel 25

 

De deelnemende gemeenten betalen voorschotten op de geraamde bijdrage aan het IBKW. In de in art 5, tweede lid, bedoelde Dienstverleningovereenkomst zal geregeld worden op welke wijze en op welke tijdstippen in het jaar dat gebeurt, zodanig dat de liquiditeitspositie van IBKW gewaarborgd is.

 

Artikel 28

 

Per 1 januari 2018 zal het bestaande TBK-archief worden gesaneerd. Alle bouw-dossiers zullen worden overgedragen aan de beide gemeenten resp. aan het Streekarchief Midden-Holland. De dossiers inzake weg- en waterbouw zijn in beginsel werkdossiers (dossiers zonder cultuur-historische betekenis) en kunnen na een korte bewaartermijn worden vernietigd. Dit archiefdeel zal in beheer blijven bij het IBKW. Voor het beheer worden nadere regels vastgelegd in de Regeling archiefbeheer IBKW.

 

Artikel 29

 

Gekozen is om als bevoegd Ombudsman aan te wijzen degene die door de deelnemende gemeente voor haar grondgebied als zodanig is aangewezen. Voor inwoners van de gemeente Krimpen aan den IJssel is dat de Gemeentelijke Ombudsman van Rotterdam. Voor inwoners van de gemeente Krimpenerwaard is dat de Nationale Ombudsman te Den Haag.

 

Artikel 33

 

Het vijfde lid van dit artikel regelt dat het bestuur het liquidatieplan vaststelt. Het bestuur hanteert daarbij redelijke termijnen, zodat de werkzaamheden planmatig kunnen worden afgebouwd resp. kunnen worden overgedragen. Een eventueel besluit tot liquidatie is niet onderworpen aan het adviesrecht ingevolge art 25 WOR, omdat het aangemerkt zal worden als een besluit voortvloeiend uit het primaat van de politiek. De wijze waarop de liquidatie wordt uitgevoerd is vanzelfsprekend wel adviesplichtig. Het bestuur waarborgt dan ook dat de Ondernemingsraad resp. de Personeelsvertegenwoordiging in de gelegenheid gesteld wordt haar advies uit te brengen.

 

Het zesde lid van dit artikel waarborgt de positie van de medewerkers van IBKW ingeval van liquidatie van de gemeenschappelijke regeling. In die situatie zal het personeel aan de deelnemers worden ‘toegewezen’. De bepaling is redelijk omdat de gemeentelijke taak blijft bestaan ingeval van liquidatie. In juridische zin wordt ‘slechts’ het mandaat aan IBKW ingetrokken en zal de gemeente dientengevolge nadien de taken zelf moeten uitvoeren (of deze elders onderbrengen). Het principe mens-volgt-werk wordt hierbij in de GR vastgelegd. De oude GR-TBK kende een vergelijkbaar artikel.