Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
SchiedamStaatscourant 2017, 75683Instelling gemeenschappelijke regelingen



Bekendmaking wijziging Gemeenschappelijke Regeling Regionale Belasting Groep (RBG)

Logo Schiedam

 

Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam maakt bekend dat de deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Belasting Groep (RBG) hebben besloten tot het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling RBG.

 

De RBG, gevestigd in Schiedam, is een openbaar lichaam in de zin van artikel 8 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De RBG heft en int de waterschapbelastingen voor de hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeentelijke belastingen (inclusief de uitvoering van de Wet WOZ) voor de gemeenten Delft, Schiedam en Vlaardingen. Met de wijziging kan bij eventuele toekomstige taakmutaties van RBG de besluitvorming daarover beperkt blijven tot het algemeen bestuur.

 

De gewijzigde regeling RBG treedt in werking op 1 januari 2018.

 

Belanghebbenden kunnen tegen het besluit over de wijziging van de gemeenschappelijke regeling bezwaar maken door het indienen van een bezwaarschrift. Het bezwaarschrift moet zijn gericht aan het college van burgemeester en wethouders van Schiedam, postbus 1501, 3100 EA Schiedam. Het moet zijn voorzien van uw naam, adres, datum en van een handtekening en in het Nederlands zijn opgesteld. U moet in het bezwaarschrift aangeven tegen welk onderdeel van het besluit u bezwaar maakt en waarom het besluit volgens u moet worden herzien. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is 6 weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die van deze bekendmaking. De werking van het besluit wordt door het indienen van een bezwaarschrift niet opgeschort.

 

Voor meer informatie kunt u bellen met de heer A. de Klerk tel. 010-219.1385.

 

Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep

 

De dagelijkse besturen van de hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Delft, Schiedam en Vlaardingen;

Gelet op artikel 1, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 44 van de Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep

 

Besluiten:

de Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep zoals deze per 1 januari 2015 in werking is getreden als volgt te wijzigen:

 

Artikel I

 

A

In artikel 1, onderdeel u, wordt ‘de deelnemers’ vervangen door: de deelnemers en het dagelijks bestuur.

 

B

Artikel 6, leden 2 en 3 als volgt te wijzigen en nieuwe leden 4, 5, 6 en 7 toe te voegen:

  • 2.

    De door het dagelijks bestuur van een deelnemend waterschap aan de RBG overgedragen bevoegdheden tot heffing en invordering van waterschapsbelastingen worden vastgelegd in een takenregister.

  • 3.

    De door een college van een deelnemende gemeente op grond van artikel 5 aan de RBG overgedragen bevoegdheden tot heffing en invordering van gemeentelijke belastingen, alsmede de bevoegdheid tot uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken, worden vastgelegd in een takenregister.

  • 4.

    Wijziging van een deel van de in het takenregister als bedoeld in het tweede of derde lid voor de betreffende deelnemer opgenomen waterschapsbelastingen dan wel gemeentelijke belastingen is mogelijk indien het algemeen bestuur hiertoe besluit.

  • 5.

    Voorafgaand aan dit besluit is overeenstemming daarover tussen het algemeen bestuur en de deelnemer waarvoor de wijziging van toepassing vereist.

  • 6.

    Een wijziging in het takenregister wordt nadat daartoe besloten is op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt en treedt in werking op een in die bekendmaking aangegeven moment.

  • 7.

    Op alle besluiten die voorafgaand aan een wijziging van het takenregister zijn genomen en op alle belastbare feiten blijft de regeling van toepassing zoals deze op het moment van het nemen van het betreffende besluit dan wel het ontstaan van het belastbare feit luidde. Ten aanzien van deze besluiten en belastbare feiten blijft de Regionale Belasting Groep het bevoegd gezag.

C

In artikel 20, lid 1, onderdeel e, vervallen de woorden ´de inspecteur en de ontvanger van de (Rijks)belastingdienst,´.

 

D

In artikel 20 wordt na lid 7 een nieuw lid toegevoegd, luidende:

7a. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het stellen van nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990 en van de belastingverordening.

 

E

In artikel 31, eerste lid wordt ‘artikel 11, tweede lid’ vervangen door: artikel 11, derde lid.

 

F

In artikel 35, eerste lid wordt ‘artikel 11, tweede lid’ vervangen door: artikel 11, derde lid.

 

G

In artikel 51, wordt ‘dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap van Delfland’ vervangen door: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam.

 

H

De bijlage bij artikel 6, tweede lid, van de Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep, wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Bij de gemeente Delft in onderdeel 2, sub 7 wordt ‘Lijkbezorgingsrechten’ vervangen door: Reclamebelasting.

  • 2.

    Bij de gemeente Delft in onderdeel 2, vervalt sub 8 en 10 onder vernummering van sub 9 tot sub 8 en sub 11 tot sub 9.

  • 3.

    Bij de gemeente Vlaardingen in onderdeel 2, vervalt sub 8 onder vernummering van sub 9 t/m 13 tot sub 8 t/m 12.

  • 4.

    Bij de gemeente Vlaardingen in onderdeel 2 sub 12 (nieuw) wordt bij het derde gedachtestreepje ´Gemeentelijke Basisregistratie Personen´ vervangen door: Basisregistratie Personen.

  • 5.

    Bij de gemeente Vlaardingen in onderdeel 2 sub 12 (nieuw) komt het vijfde gedachtestreepje en de woorden ‘Burgerlijke Stand’ te vervallen.

  • 6.

    Bij de gemeente Vlaardingen in onderdeel 2 sub 12 (nieuw) wordt bij het zesde (nieuw) gedachtestreepje ´Verkeer/toezicht en handhaving onder 42.B en 42.C’

    vervangen door: Verkeer/toezicht en handhaving onder 31.B en 31.C

  • 7.

    De bijlage bij artikel 6, tweede lid wordt als volgt aangeduid: Besluit Takenregister Regionale Belasting Groep.

  • 8.

    Het Besluit Takenregister Regionale Belasting Groep wordt naast de wijziging van de regeling afzonderlijk gepubliceerd.

ARTIKEL II

A

Deze wijziging treedt in werking met ingang van 1 januari 2018

 

B

Ten aanzien van de bij het in werking treden van de gewijzigde regeling genomen besluiten en belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan, blijft de regeling van toepassing zoals deze luidde voorafgaand aan die wijziging. Ten aanzien van voorafgaand aan het wijzigen van de regeling genomen besluiten en belastbare feiten blijft de Regionale Belasting Groep het bevoegd gezag.

 

C

Dit besluit kan worden aangehaald als: Eerste wijziging Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep per 1 januari 2018.

 

Dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard,

secretaris-directeur,

M.J.H. van Kuijk

dijkgraaf,

mr. J.H. Oosters

 

Dijkgraaf en hoogheemraden van Delfland,

secretaris-directeur,

ir. P.C. Janssen

dijkgraaf,

mr. M.A.P. van Haersma Buma

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Delft,

gemeentesecretaris,

mr. J. Krul

burgemeester,

mevr. J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen,

gemeentesecretaris,

mevr. mr. A. Knol-van Leeuwen

burgemeester,

mevr. mr. A.M.M. Jetten

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam,

gemeentesecretaris,

mevr. K. Handstede

burgemeester,

C.H.J. Lamers

 

Toelichting

De in artikel I, onderdeel A, opgenomen wijziging is van redactionele aard.

 

Met de wijzigingen van artikel I, onderdeel B, wordt het mogelijk gemaakt dat als er mutaties zijn in de belastingsoorten waarvan de deelnemers de uitvoering opdragen aan de RBG dit niet meer hoeft te worden aangepast met een wijziging van de Gemeenschappelijke regeling. In de huidige situatie zijn in de bijlage van de Gemeenschappelijke regeling de belastingen opgenomen zoals deze per deelnemer aan de RBG zijn overgedragen. Volgens de huidige Gemeenschappelijke regeling moet bij elke mutatie in de taken de zware procedure van wijziging van de Gemeenschappelijke regeling worden gevolgd. Met deze wijziging worden de belastingsoorten waarvan de bevoegdheid aan de RBG is overgedragen opgenomen in een takenregister. Bij een wijziging in de taken van de RBG hoeft dan alleen het takenregister te worden gewijzigd. Het algemeen bestuur en de deelnemer die het takenregister wil aanpassen moeten overeenstemming bereiken over de wijziging.

 

Verder is in lid 7 een algemene overgangsbepaling opgenomen waarmee wordt geregeld dat bij het vervallen van een taak in het takenregister de RBG bevoegd blijft voor de belastbare feiten tot die datum.

 

Artikel I, onderdeel C, is een technische wijziging. In deze GR is zowel aan het dagelijks bestuur (artikel 20 lid 1 onderdeel e), als aan de heffingsambtenaar (art. 26 lid 1) en de invorderingsambtenaar (art. 27 lid 1) inspecteurs- en ontvangerbevoegdheden toegekend en dit is niet mogelijk.

 

Het in artikel I, onderdeel D toegevoegde lid is een verduidelijking van de huidige tekst van de Gemeenschappelijke regeling. Uit artikel 20 lid 1 onderdeel e volgt dat het dagelijks bestuur nadere regels mag vaststellen. Met deze wijziging is dit nu letterlijk in de tekst van de Gemeenschappelijke regeling opgenomen. Met deze aanpassing is geen wijziging van de bevoegdheden beoogd.

 

Artikel I, onderdeel E en F, herstelt een fout in de verwijzing naar een foutief artikellid.

 

Artikel I, onderdeel G, regelt dat de gemeente Schiedam zorgdraagt voor het toezenden van de regeling aan gedeputeerde staten. Dit volgt uit artikel 62a, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin staat dat het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging, de regeling aan gedeputeerde staten van de provincie moet toezenden.

 

In artikel I, onderdeel H zijn de wijzigingen opgenomen van de bijlage waarin de aan de RBG overgedragen belastingen per deelnemer zijn opgenomen. De bijlage wordt met dit besluit gewijzigd in een takenregister die gewijzigd kan worden op de in artikel 6 beschreven wijze.