Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2017, 73847Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister voor Rechtsbescherming van 15 december 2017, houdende vaststelling van de aanvang van de overgangstermijnen aangaande de registratie van jeugd- en gezinsprofessionals in het kwaliteitsregister jeugd

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister voor Rechtsbescherming,

Gelet op de artikelen 5.1.4, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet, 4.1.6, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, 3b van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en 48g van de Wet Justitie-subsidies;

Besluiten;

Artikel 1

De termijnen, bedoeld in de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 van het Besluit Jeugdwet en 4.1.4 en 4.1.5 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 vangen ten aanzien van jeugd- en gezinsprofessionals aan op 1 januari 2018.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

TOELICHTING

Verantwoorde hulp

In de Jeugdwet is opgenomen dat jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verantwoorde hulp moeten verlenen (artikel 4.1.1, eerste lid). Zij moeten zich op zodanige wijze organiseren, zich van kwalitatief en kwantitatief zodanig personeel en materiaal voorzien en zorg dragen voor een verantwoorde werktoedeling, dat een en ander redelijkerwijs leidt tot verantwoorde hulp (artikel 4.1.1, tweede lid). De hulpverlener handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hem geldende professionele standaard (artikel 4.1.1, derde lid).

De inzet van geregistreerde professionals in het jeugddomein

De verplichting uit de Jeugdwet om verantwoorde hulp te leveren is in het Besluit Jeugdwet nader uitgewerkt in de norm van de verantwoorde werktoedeling (artikel 5.1.1). De norm van de verantwoorde werktoedeling verplicht organisaties in het jeugddomein1:

  • a. tot het werken met geregistreerde professionals (artikel 5.1.1, eerste lid),

  • b. tot het toedelen van taken met inachtneming van de specifieke kennis en vaardigheden van de geregistreerde professional (artikel 5.1.1, eerste lid),

  • c. tot het zorg dragen dat geregistreerde professionals kunnen werken volgens hun specifieke professionele standaard (artikel 5.1.1, derde lid).

Van de inzet van een geregistreerd professional kan worden afgeweken als de aanbieder aannemelijk kan maken (‘pas toe of leg uit’) dat de kwaliteit van de uit te voeren taak daardoor niet nadelig wordt beïnvloed of als het noodzakelijk is voor de kwaliteit van de uitvoering van de taak (artikel 5.1.1, tweede lid).

Voor een uitvoerige toelichting hierop zij verwezen naar hoofdstuk 4 van de nota van toelichting bij het Besluit Jeugdwet (Stb. 2014, 441).

Voor de volledigheid zij vermeld dat de toepasselijkheid van de norm van de verantwoorde werktoedeling zich niet beperkt tot de werking van de Jeugdwet. In het kader van de Jeugdwet gaat het om het college voor zover het betreft de toeleiding naar, de advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening (ook wel: de toegang), de jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen (met inbegrip van Stichting Nidos). Maar daarnaast geldt de norm van de verantwoorde werktoedeling ook voor het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis) dat opgenomen is in de Wmo 2015, en voor justitiële jeugdinrichtingen. Artikel 3b, tweede lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) regelt dit laatste expliciet voor de particuliere justitiële jeugdinrichtingen; voor de Rijksinrichtingen geldt dat zij worden aangewezen en in stand gehouden door de Minister van Justitie en Veiligheid (zie artikel 1, onderdeel d, en artikel 3c van de Bjj). Medewerkers die in dienst zijn de justitiële Rijksinrichtingen zijn hiërarchisch ondergeschikt aan de Minister van Justitie en Veiligheid. Dit laatste geldt ook voor de raad voor de kinderbescherming. Voor zowel de justitiële Rijksinrichtingen als de raad voor de kinderbescherming geldt de Circulaire Norm verantwoorde werktoedeling van toepassing op de Raad en DJI (Stcrt. 2015, nr. 10652). Op grond van die circulaire wordt de norm van verantwoorde werktoedeling toegepast op de raad voor de kinderbescherming en de Rijksjustitiële jeugdinrichtingen.

Tot slot regelt artikel 48g, zesde lid, van de Wet Justitie-subsidies dat de norm van de verantwoorde werktoedeling ook van kracht is op de Halt-bureaus.

De norm van de verantwoorde werktoedeling en het Kwaliteitskader Jeugd

Het uitgangspunt van de norm van de verantwoorde werktoedeling is de inzet van geregistreerde professionals, die vakbekwaam zijn voor de taken die aan hen worden toebedeeld. Maar niet voor alle werkzaamheden hoeft een geregistreerde professional te worden ingezet. Zowel niet-geregistreerde als geregistreerde professionals leveren een bijdrage in het realiseren van ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en gezinnen.

Om aanbieders te ondersteunen bij het toepassen van de norm van de verantwoorde werktoedeling, is deze geoperationaliseerd in het Kwaliteitskader Jeugd.2 Dit kwaliteitskader bevat een afwegingskader ter ondersteuning van het toedelen van werk en het nagaan of een geregistreerd professional moet worden ingezet. Aan de hand van cliënt-gerelateerde en professional-gerelateerde parameters kan worden bepaald welke handeling, situatie, doelgroep of verantwoordelijkheid vraagt om de inzet van een geregistreerde professional en wanneer een niet-geregistreerd professional kan worden ingezet. En vervolgens kan worden bepaald welke professional ingezet moet worden. Voor een uitvoerige toelichting hierop zij verwezen naar het Kwaliteitskader Jeugd.

Aanbieders, waaronder ook vrijgevestigden worden begrepen, maken aan de hand van het Kwaliteitskader Jeugd en het daarin opgenomen afwegingskader zelf de afweging of de handelingen die zij uitvoeren, de situatie waarmee zij geconfronteerd worden, de cliënten waarmee zij werken of de verantwoordelijkheden die zij dragen vragen om de inzet van een geregistreerde professional. Als dat het geval is, moet de professional die wordt ingezet een geregistreerde professional zijn, met kennis en vaardigheden die passen bij de taken die worden toebedeeld.

Het Kwaliteitsregister Jeugd

Geregistreerde professionals zoals bedoeld in het Besluit Jeugdwet kunnen ofwel geregistreerd zijn in het BIG-register (namelijk als arts, verpleegkundige, gezondheidszorgpsycholoog of psychotherapeut) of in het Kwaliteitsregister Jeugd. Het Kwaliteitsregister Jeugd is een privaatrechtelijk register dat wordt beheerd door de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) die in maart 2013 is opgericht op initiatief van de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW), de Nederlandse Vereniging Van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO) en het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Het SKJ is in november 2014 op grond van artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet erkend als enig kwaliteitsregister jeugd (Stcrt. 2014, nr. 33806). Ook professionals die zijn geregistreerd onder artikel 3 van de Wet BIG worden als geregistreerd professional erkend (artikel 1.1. van het Besluit Jeugdwet).

Op dit moment kunnen psychologen, pedagogen en jeugdzorgwerkers zich registeren in het Kwaliteitsregister Jeugd. Deze beroepsgroepen hebben ieder een eigen ‘kamer’ in het Kwaliteitsregister Jeugd.

Nieuwe beroepen in het Kwaliteitsregister Jeugd

In het Kwaliteitsregister Jeugd worden sinds oktober 2014 jeugdzorgwerkers op hbo-niveau geregistreerd. Deze professionals zijn onder andere werkzaam als ambulant hulpverlener, pedagogisch medewerker, jeugdbeschermer, jeugdreclasseerder, begeleider pleegzorg, medewerker Halt en raadsonderzoeker.

Het bestuur van de SKJ heeft besloten de mogelijkheid tot registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd per 1 januari 2018 uit te breiden met een nieuwe categorie beroepsbeoefenaren, namelijk de jeugd- en gezinsprofessional.

Op grond van de norm van de verantwoorde werktoedeling die is opgenomen in het Besluit Jeugdwet en de concretisering daarvan in het Kwaliteitskader Jeugd, moeten medewerkers die werken op hbo-niveau en bepaalde handelingen uitvoeren, met bepaalde situaties geconfronteerd worden, met bepaalde doelgroepen werken of een bepaalde verantwoordelijkheid dragen, professionals zijn die geregistreerd zijn in een beroepsregister, voor zover een dergelijk beroepsregister open staat voor de betreffende professional. Het is aan aanbieders en professionals zelf om vervolgens bij concrete werktoedelingen te beoordelen of daarbij de inzet van een geregistreerde professional noodzakelijk is en welke professional dat dan dient te zijn.

Professionals die werkzaam zijn op hbo-niveau kunnen zich vanaf 1 januari 2018 laten registeren in de nieuwe kamer ‘jeugd- en gezinsprofessional’ van het Kwaliteitsregister Jeugd. Met deze brede kamer sluit het Kwaliteitsregister Jeugd beter aan bij het doel van de Jeugdwet om integraal te werken. Deze nieuwe kamer sluit bovendien aan op de wijze waarop hogescholen de (nieuwe) brede bacheloropleiding Social Work hebben ingericht. Met het vaststellen van de nieuwe profielen binnen deze opleiding, waaronder het profiel Jeugd, is een brede hbo-opleiding tot stand gebracht voor professionals in het jeugddomein.

Overgangssituatie jeugdzorgwerkers

De ‘kamer jeugdzorgwerkers’ van het Kwaliteitsregister Jeugd gaat vanaf 1 januari 2018 gefaseerd op in de nieuwe ‘kamer jeugd- en gezinsprofessionals’. Vanaf 1 januari 2018 kunnen nieuwe professionals zich alleen nog maar laten registreren in de ‘kamer jeugd- en gezinsprofessionals’ van het Kwaliteitsregister Jeugd. Professionals die nog geregistreerd zijn in de kamer ‘jeugdzorgwerker’ kunnen geregistreerd blijven tot het einde van hun lopende herregistratie termijn. Na herregistratie worden zij geregistreerd in de kamer ‘jeugd- en gezinsprofessional’. Indien zij eerder wensen over te stappen naar de kamer ‘jeugd- en gezinsprofessional’, kunnen zij daarvoor een verzoek indienen bij de SKJ. Een toelichting op deze procedure is te vinden op de website van de SKJ.3

Overgangssituatie vooraanmelders

Sinds 1 juli 2015 kunnen professionals die werkzaam zijn op hbo-niveau zich reeds ‘vooraanmelden’ bij de SKJ. Vooraanmelding heeft geen juridische status en betreft geen beroepsregistratie. De vooraanmelding biedt professionals de gelegenheid kenbaar te maken dat zij werkzaamheden uitvoeren die vragen om de inzet van een geregistreerd professional op hbo-niveau. Aanbieders maken op deze wijze zichtbaar dat zij werk toedelen aan professionals die werkzaamheden verrichten op hbo-niveau en die gepaard gaan met verantwoordelijkheden waarvoor beroepsregistratie aangewezen is. Vooraangemelde en niet vooraangemelde professionals kunnen een aanvraag tot registratie indienen voor de kamer ‘jeugd- en gezinsprofessional’. Deze aanvraag wordt beoordeeld op basis van de registratie-eisen voor deze kamer die zijn vastgesteld door de SKJ.

Overgangsperiode werktoedelingen

Voor professionals die reeds op hbo-niveau werkzaam zijn en waarvoor beroepsregistratie tot 2018 niet mogelijk was, maar die wel taken uitvoeren waarvoor in de nieuwe situatie geregistreerde professionals moeten worden ingezet, geldt een overgangsregeling. Immers, de norm van de verantwoorde werktoedeling geldt in beginsel onmiddellijk zodra de mogelijkheid tot registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd wordt uitgebreid met een nieuwe categorie van professionals in het jeugddomein. Om te voorkomen dat abrupt grote wijzigingen aangebracht moeten worden in de werktoedelingen, regelt artikel 5.1.2 van het Besluit Jeugdwet dat het gedurende het eerste jaar mogelijk blijft werkzaamheden toe te blijven delen aan niet-geregistreerde professionals die de betreffende werkzaamheden reeds uitvoerden. Voor de betreffende professionals betekent dit in de praktijk dat zij een jaar de tijd hebben om zich te laten registreren. Na dat eerste jaar mogen de betreffende werkzaamheden niet meer toebedeeld worden aan niet-geregistreerde jeugd- en gezinsprofessionals, tenzij aangetoond kan worden dat de aard van de werkzaamheden van deze medewerkers een beroep op een afwijkingsgrond rechtvaardigt (artikel 5.1.1, tweede lid, Besluit Jeugdwet).

Aanvang van de termijn

Op grond van artikel 5.1.4, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet wordt nu bepaald dat voor jeugd- en gezinsprofessionals de bedoelde overgangsperiode van een jaar aanvangt op 1 januari 2018. In 2018 kunnen zij een aanvraag voor registratie als jeugd- en gezinsprofessionals indienen bij het Kwaliteitsregister Jeugd. Vanaf 1 januari 2019 mogen niet-geregistreerde professionals niet meer worden ingezet voor werkzaamheden die op grond van de norm van de verantwoorde werktoedeling toebedeeld moeten worden aan een geregistreerde professional. Professionals die werkzaamheden verrichten waarvoor een geregistreerde jeugd- en gezinsprofessional moet worden ingezet en die zich niet vóór 1 januari 2019 laten registreren, mogen deze werkzaamheden vanaf 1 januari 2019 niet meer verrichten.

Overgangsfase niet op hbo-niveau geschoolde professionals

Professionals die niet op minimaal hbo-niveau zijn geschoold, maar wel werkzaamheden verrichten die aan een geregistreerde jeugd- en gezinsprofessional moeten worden toebedeeld, kunnen zich wel laten registeren als jeugd- en gezinsprofessional. Zij moeten uiterlijk 1 april 2018 een aanvraag tot registratie hebben gedaan. Deze mogelijkheid bestaat alleen voor professionals die op 31 december 2017 werkzaam zijn in de jeugdhulp, de jeugdbescherming, bij een bureau Halt, Veilig Thuis, een justitiële jeugdinrichting of de raad voor de kinderbescherming.4

Professionals die zich laten registeren, maar nog niet aantoonbaar over het hbo-niveau beschikken, moeten op het moment van hun eerste herregistratie aantonen dat zij over een passend diploma op hbo-niveau beschikken of dit niveau anderszins aantonen, bijvoorbeeld door een zogenaamde EVC-procedure (procedure waarmee elders verworven competenties worden aangetoond) met succes te doorlopen. Als zij niet kunnen aantonen aan deze aanvullende eis bij herregistratie te voldoen, kunnen zij niet langer ingeschreven staan in de kamer voor jeugd- en gezinsprofessionals van het Kwaliteitsregister Jeugd.

Op grond van artikel 5.1.4, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet wordt met het onderhavige besluit bepaald dat de bedoelde overgangsperiode van vijf jaar en drie maanden aanvangt op 1 januari 2018. Dit betekent dat professionals zonder hbo-diploma die op 31 december 2017 reeds in een hbo-functie werkzaam zijn in het jeugddomein, maar hun hbo-opleiding of het EVC-traject nog niet hebben afgerond, tot uiterlijk 1 april 2023 ingeschreven kunnen zijn in het Kwaliteitsregister Jeugd. Deze professionals dienen wel vóór 1 april 2018 een aanvraag tot registratie te hebben ingediend. Tot het moment van hun herregistratie zijn deze professionals herkenbaar in het register door de aantekening dat zij nog in opleiding zijn (zie artikel 5.1.3 sub d, van het Besluit Jeugdwet).

De overgangsfase van vijf jaar en drie maanden is langer dan noodzakelijk om in een individueel geval de vereiste scholing af te kunnen ronden. Deze relatief lange periode is gewenst omdat bij een wezenlijk kortere overgangstermijn een te groot aantal beroepsbeoefenaren gelijktijdig scholing zal moeten volgen. Dat zou ertoe kunnen leiden dat tijdelijk onvoldoende beroepsbeoefenaren beschikbaar zullen zijn. Deze termijn is destijds bij het opstellen van het Besluit Jeugdwet in overleg met het veld vastgesteld.

Voor de duidelijkheid zij vermeld dat voor deze groep beroepsbeoefenaren gedurende de overgangsfase van vijf jaar en drie maanden geldt dat sprake is van een volwaardige beroepsregistratie. Dat wil zeggen, inclusief alle verantwoordelijkheden die daaraan verbonden zijn. Het betekent onder andere ook dat deze beroepsbeoefenaren onder het tuchtrecht vallen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Met het jeugddomein wordt in dit kader het terrein bedoeld waarop aanbieders van jeugdhulp, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, advies- en meldpunten huiselijk geweld en kindermishandeling, colleges voor zover het betreft de toeleiding naar, advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, justitiële jeugdinrichtingen, de Halt-bureaus en de raad voor de kinderbescherming, werkzaam zijn.

X Noot
4

Voor wie na die datum gaat werken in het jeugddomein en werkzaamheden gaat verrichten waarvoor een geregistreerde professional ingezet moet worden, geldt dat zij moeten voldoen aan de registratie-eisen voor de kamer waarin ze geregistreerd willen worden.