Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2017, 70843Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 december 2017, nr. 2017-0000618474, tot wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen in verband met de actualisatie van een Nationale Beoordelingsrichtlijn en het toevoegen van een inijkingstabel voor energieprestatie-indicatoren

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 3.1 van het Besluit energieprestatie gebouwen;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling energieprestatie gebouwen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt ‘BRL 9500, delen 00 en 01 van 31 augustus 2011, inclusief het wijzigingsblad van 1 augustus 2015’ vervangen door: BRL 9500, deel 00 van 31 augustus 2011, inclusief het wijzigingsblad van 1 augustus 2015, en BRL 9500, deel 01 van 21 oktober 2016.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. De energie-index, bedoeld in het derde lid, wordt met behulp van de als bijlage IIIb bij deze regeling opgenomen tabel omgezet in een energieprestatie-indicator.

B

Na Bijlage IIIa wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

BIJLAGE IIIB. BIJ ARTIKEL 2 VAN DE REGELING ENERGIEPRESTATIE GEBOUWEN

Inijkingstabel voor de energieprestatie-indicatoren

Energieprestatie-indicator

Grenswaarden Energie-Index (EI) Energieprestatie woningen

A

Kleiner of gelijk aan 1,20

B

1,21–1,40

C

1,41–1,80

D

1,81–2,10

E

2,11–2,40

F

2,41–2,70

G

Groter dan 2,70

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 29 maart 2018, met uitzondering van artikel I, onderdeel A, onderdeel 1 dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 14 december 2017

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

TOELICHTING

I Algemeen

Inleiding

Met deze wijzigingsregeling is de verwijzing naar de Nationale Beoordelingsrichtlijn 9500, deel 01 (hierna: BRL 9500-01) in artikel 2, derde lid, van de Regeling energieprestatie gebouwen (hierna: Reg) geactualiseerd. Daarnaast is artikel 2 van de Reg aangevuld met een bepaling over de wijze waarop de energie-index voor een woning wordt omgezet in een energielabel voor een woning. Daarvoor is tevens in een nieuwe bijlage een tabel toegevoegd.

Actualisering Nationale Beoordelingsrichtlijn

In de Reg wordt voor de vaststelling van de energie-index van woningen voorgeschreven dat dit volgens de regels van BRL 9500-01 geschiedt. Deze richtlijn wordt door de Stichting Kwaliteit voor installaties Nederland (KvINL) vastgesteld en gewijzigd. Het beschrijft de aanvullende eisen voor adviesdiensten op het gebied van de energieprestatie van gebouwen en voor het deelgebied 'energie-index-rapport' voor bestaande woningen. Het bevat verder (kwaliteits)eisen die epa-adviseurs en opnemers in acht nemen bij de opname van de energie-index.

De inhoudelijke wijzigingen van BRL 9500-01 zelf komen voort uit een herijkingsproject van de huidige BRL 9500 door KvINL (‘Herijking uitvoeringskwaliteit certificering EPA BRL 9500’). Dit project is gestart nadat onregelmatigheden bij aanvragen van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector waren geconstateerd (Kamerstukken II 2014/15, 17 050, nr. 506). Aan KvINL is gevraagd of de bepaling van de energie-index verbeterd kan worden. In het project is breed gekeken naar diverse aspecten die betrekking hebben op de kwaliteit van de energie-index, zoals toevoegingen aan en verbeteringen in de BRL, de inhoud en de frequentie van de controle, en verbetering van de opleiding en het examen. Mogelijke verbeteringen zijn beoordeeld op de eigen merites en alternatieven zijn tegen elkaar afgewogen.

De aanpassing van BRL 9500-01 naar aanleiding van dit herijkingsproject omvat twee onderdelen. De eerste betreft een aanscherping van de controle op de zogeheten Interne Kwaliteitsbewaking (IKB) door certificaathouders. Voor de interne controles door de certificaathouder op de werkzaamheden van hun adviseurs was in de huidige BRL 9500-01 al een minimumeis ingesteld, die inhoudt dat 2% van de afgemelde energie-indexen ten minste moet worden gecontroleerd. Daaraan is toegevoegd dat de helft daarvan op locatie wordt gecontroleerd door een vakbekwame interne auditor van de certificaathouder. Hierdoor wordt de kwaliteit van het geleverde werk en de kennis van de adviseurs beter gecontroleerd en indien nodig gecorrigeerd.

De tweede wijziging regelt dat de inhoud waar een projectdossier aan moet voldoen, is uitgebreid. Hierdoor kunnen certificerende instellingen beter controleren of de adviseurs de energie-index op basis van juiste gegevens hebben berekend. Dat is vooral van belang indien het gaat om ‘seriematige’ opnames.

Door aanpassing van de verwijzing in de Reg wordt bewerkstelligd dat de energie-indexen voor woningen vastgesteld blijven worden op basis van de actuele BRL.

Omzetten energie-index voor een woning in energielabel

In het Voortgezet Algemeen Overleg met de Tweede Kamer van 22 december 2016 over energiebesparing is de motie Bashir (Kamerstukken II 2016/17, 30 196, nr. 496) aangenomen die vraagt om in overleg met verhuurders en huurders te onderzoeken of de communicatie over de energieprestaties van een woning eenduidiger en begrijpelijker kan. Voor huurwoningen onder de liberalisatiegrens wordt vaak, naast het verplichte energielabel dat bij verhuur beschikbaar moet zijn, een energie-index vastgesteld waarmee de huur op basis van het Woningwaarderingstelsel kan worden bepaald. Hoewel uit onderzoek blijkt dat in 92% van de gevallen de labelletter bij het energielabel overeenkomt met wat op basis van de energie-index wordt verwacht, of één labelstap verschilt, ontstaat er verwarring over de voorkomende verschillen tussen de uitkomsten van de energie-index en de labelletter van het energielabel.

Om deze mogelijke verwarring voor de toekomst te voorkomen zijn de energie-indexen voor woningen met behulp van een tabel gekoppeld aan energieprestatie-indicatoren (labelletters).

Gevolgen

De actualisering van de verwijzing in de onderhavige regeling heeft geen gevolgen voor de uitvoeringspraktijk, het betreft alleen een redactionele wijziging van de verwijzing in de Reg naar de BRL 9500-01. De actualisering van de BRL 9500-01 heeft wel inhoudelijke gevolgen voor de werkwijze van certificaathouders. Zoals hierboven al aan de orde kwam, zullen certificaathouders voortaan gehouden zijn om interne auditors ook op locatie de afmelding van de energie-index door de adviseur te laten controleren op alle aspecten van het opnameprotocol. Daarnaast dienen ze er voor te zorgen dat de inhoud van projectdossiers voortaan uitvoeriger is dan voorheen.

De toevoeging van de tabel met de labelletters voor woningen waarvoor een energie-index is vastgesteld heeft als gevolg dat er duidelijkheid is over welke labelletter bij welke energie-index hoort. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beheert de registratie van labelletters en zal deze wijziging doorvoeren in de registratie van de labelletters voor woningen.

Toetsing regeldruk, administratieve lasten, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

De extra controle werkzaamheden die door de interne auditors van de certificaathouders moeten worden uitgevoerd en de extra informatie die in het projectdossier voortaan wordt opgenomen zijn geen administratieve lasten omdat deze verplichtingen niet dienen om de informatie beschikbaar te stellen aan een overheidsinstantie noch moeten ze ter inzage worden gelegd; de verplichtingen zijn gericht op het realiseren van een inhoudelijk doel: verhoging van de kwaliteit van het werk van de adviseurs en de controle daarop. De wijzigingen van de BRL 9500-01 kwalificeren als inhoudelijke verplichtingen en de (extra) kosten die de wijzigingen met zich meebrengen zijn inhoudelijke nalevingskosten.

De kosten voor de verplichting om extra informatie in het projectdossier op te nemen zijn zeer gering. De certificaathouders zijn reeds gehouden om informatie op te nemen en te registreren. Daarnaast betreft het informatie die reeds door de certificaathouder wordt verzameld gedurende het proces maar voorheen niet verplicht was om op te nemen in het projectdossier. Slechts in een enkel geval zal voor het verkrijgen van de informatie een certificaathouder een handeling of inspanning moeten verrichten om die informatie te verkrijgen. Voor het uitvoeren van de controle werkzaamheden op locatie door de interne auditors zijn extra werkzaamheden nodig die tot enigszins hogere kosten zullen leiden. Certificaathouders zijn al gehouden om de juistheid van de bepaalde gegevens van de afmelding van energielabels die in de interne projectdossiers moeten worden opgenomen op juistheid te controleren (2%). Daar komt nu bij dat de helft van die controles door een interne auditor op locatie moet worden uitgevoerd. Navraag bij de diverse belanghebbenden leverde op dat het niet eenvoudig is om de kosten van het meerwerk voor de controles op locatie eenduidig te kwantificeren. Dit hangt af van de wijze waarop de certificaathouders op dit moment de interne kwaliteitsborging hebben ingericht en in welke mate controle op locatie daar nu al onderdeel van is. De toevoeging dat de helft van de steekproef van de dossiers ook op locatie moet worden gecontroleerd vergt naar schatting een additionele tijdsinvestering van 30 tot 60 minuten (exclusief reistijd) per woning. Jaarlijks worden circa 250.000 nieuwe energie-indexen geregistreerd, waarvan dan 1% een interne controle op locatie krijgen. Dit vergt een tijdsbesteding van 1.250 tot 2.500 uren. Benadrukt wordt dat deze kosten inhoudelijke nalevingskosten zijn en dat deze wijzigingen op initiatief en met instemming van de sector tot stand zijn gekomen.

Het Adviescollege Toetsing Regeldruk heeft op 29 november 2017 advies uitgebracht over de wijziging. Het adviescollege is van oordeel dat nut en noodzaak voor de wijziging van de actualisering van de nationale beoordelingsrichtlijn overwogen alternatieven en de regeldrukeffecten van die wijziging onvoldoende naar voren zijn gebracht en adviseert de wijzigingsregeling niet vast te stellen.

In de paragraaf over de actualisering van de nationale beoordelingsrichtlijn is de reden en noodzaak van de wijziging toegelicht. Nadat het advies is ontvangen is nog de tijdsbesteding van interne controles op locatie toegevoegd. Gezien het feit dat deze wijziging op initiatief van de sector wordt doorgevoerd en het feit dat het een beperkte toename van controles betreft, worden de nalevingskosten niet bezwaarlijk geacht en is besloten de actualisering van de Nationale Beoordelingsrichtlijn op te nemen in de Reg.

De toevoeging van de tabel met de labelletters voor woningen waarvoor een energie-index is vastgesteld heeft geen effect op regeldruk, uitvoerbaarheid of handhaafbaarheid.

Gevolgde procedure en inspraak

De wijziging ten aanzien van de verwijzing naar BRL 9500-01 is ter consultatie voorgelegd aan KvINL. Deze partij heeft tevens het initiatief genomen voor de wijziging van de BRL 9500-01 en zorg gedragen voor afstemming met de sector. De wijzigingen van de BRL 9500-01 zijn goedgekeurd door het College van Deskundigen waarin vertegenwoordigers van de betrokken partijen zitting in hebben. De (inhoudelijke) wijzigingen van de BRL 9500-01 zijn al geruime tijd bekend bij de belanghebbenden; de certificaathouders en instellingen zijn geïnformeerd over de wijziging waaraan zij per 1 januari 2018 moeten voldoen.

De koppeling van de energie-index aan een labelletter is in overleg met Aedes opgesteld. Daarnaast is de wijziging besproken met de Woonbond, Neprom en Vereniging Eigen Huis.

Notificatie

De ontwerpregeling is op 1 september 2017 gemeld aan de Commissie van de Europese Unie, notificatienummer 2017-0418-NL ter voldoening aan artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij (codificatie) (PbEU 2015, L241) (notificatierichtlijn).

De actualisatie van de BRL bevat technische voorschriften in de zin van deze richtlijn. Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorziet de Reg in een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning. Van de Europese Commissie zijn geen opmerkingen ontvangen.

Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

II Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdelen A en B

Onderdeel A bevat twee wijzigingen van artikel 2 van de Reg. Ten eerste is de verwijzing naar BRL 9500-01 geactualiseerd. Ten tweede is een nieuw vierde lid toegevoegd aan het artikel. In het nieuwe vierde lid is bepaald dat een energie-index voor een woning, die is vastgesteld volgens de daarvoor geldende regels als bepaald in het derde lid, wordt omgezet in een labelletter. Die omzetting vindt plaats aan de hand van een tabel die wordt opgenomen in bijlage IIIb.

Artikel II

Inwerkingtreding vindt plaats met ingang van 29 maart 2018, met uitzondering van de bepaling die betrekking heeft op de actualisering van de BRL 9500-01.

Hierbij is voor wat betreft de actualisering van BRL 9500-01 geen rekening gehouden met de invoeringstermijn voor nieuwe regelgeving van tenminste twee maanden vanaf de vaststelling van de regeling. Hiervoor is gekozen omdat de certificerende instellingen en certificaathouders al geruime tijd op de hoogte zijn van de aanstaande wijzigingen van BRL 9500-01 en zodoende al voldoende tijd hebben gehad om hun werkwijze af te stemmen op de nieuwe situatie per 1 januari 2018. Over de onderhavige wijzigingen van de BRL zijn ze reeds op de hoogte gesteld door KvINL. De omzetting van energie-indexen met behulp van de in bijlage IIIb opgenomen tabel treedt in werking op 29 maart 2018 omdat de invoering ervan in de registratie door RVO.nl niet mogelijk is op zondag 1 april 2018.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren