TOELICHTING
Algemeen
Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer vindt de verdeling
van het voor het totaal van de brede doeluitkeringen beschikbare bedrag plaats op
grond van gebiedsgerichte structuurkenmerken en andere kenmerken. Voor iedere ontvanger
wordt op basis van deze structuurkenmerken het percentuele aandeel en op basis van
de andere kenmerken het absolute aandeel berekend van het voor het totaal van de uitkeringen
beschikbare bedrag.
Openbare lichamen als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer
2000 – de twee vervoerregio’s die als zodanig zijn aangewezen – ontvangen een uitkering
op basis van de voorbereiding en de uitvoering van het regionaal verkeer- en vervoerbeleid
(hierna: de brede doeluitkering) voor het uitkeringsjaar 2018. De twee als zodanig
aangewezen vervoerregio’s zijn de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Vervoerregio
Amsterdam.
De onderhavige regeling wijzigt de Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer
en vervoer. De wijziging omvat een nieuwe grondslag voor het bepalen van de omgevingsadressendichtheid
(OAD) en voor het bepalen van het aantal woningen. Ook strekt deze wijziging tot vervanging
van de absolute aandelen voor de uitkeringsontvangers van de brede doeluitkering.
De beide vervoerregio’s hebben onder verwijzing naar artikel 2, vierde lid, van de
Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer verzocht om actualisering
van de gegevens in het tweede lid, vanwege de gewijzigde grondslag voor de bepaling
van de omgevingsadressendichtheid, en om actualisering van de rekenfactor, genoemd
in het derde lid, voor de berekening van de BDU-bijdrage voor de jaren 2018 tot en
met 2021.
De twee vervoerregio’s hebben met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
afgesproken dat de verdeelsleutel voor het relatieve deel van de brede doeluitkering
één keer per bestuursperiode wordt aangepast op basis van de dan geldende gegevens.
De laatste keer is geweest in 2015. Er zijn nu redenen om de verdeelsleutel aan de
orde te stellen.
1. Trendbreuk in één van de verdeelsleutels
De berekening van de uitkering kent twee variabele verdeelsleutels en een vaste verdeelsleutel.
De variabele verdeelsleutels zijn de omgevingsadressendichtheid en het aantal woningen.
De vaste verdeelsleutel is de regiofactor. In 2015 heeft het Centraal Bureau voor
de Statistiek een wijziging ingevoerd in de grondslag voor de berekening van de omgevingsadressendichtheid:
in plaats van de adressen volgens Post-NL worden de verblijfplaatsen volgens de BAG
(Basisregistratie Adressen en Gebouwen) gebruikt. Door de wijziging van de grondslag
neemt de omgevingsadressendichtheid voor beide vervoerregio’s af, maar niet in dezelfde
mate. Zonder correctie zou de wijziging in de grondslag voor de berekening van de
omgevingsadressendichtheid leiden tot een niet bedoeld herverdelingseffect. Voor de
omgevingsadressendichtheid en voor het aantal woningen is dat de stand van zaken per
1 januari 2017.
2. Opheffen onbedoelde herverdeling
Het niet bedoelde herverdelingseffect wordt gecompenseerd door de regiofactor van
de beide vervoerregio’s te wijzigen. Met de aanpassing van de regiofactor wordt de
trendbreuk in de omgevingsadressendichtheid gecompenseerd.
De absolute aandelen voor de twee uitkeringsontvangers zijn het gevolg van de toevoeging
van extra middelen aan de middelen van de brede doeluitkering in verband met afspraken
met de beide vervoerregio’s, zoals bijvoorbeeld Beter Benutten en een Rijksbijdrage
die is gekoppeld aan het kwaliteitsprogramma Blankenburgverbinding.
Administratieve lasten
De onderhavige wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten
voor de burgers en het bedrijfsleven. Daarom heeft geen internetconsultatie plaatsgevonden.
Vaste verandermomenten
De minister van Infrastructuur en Waterstaat moet ingevolge artikel 2, eerste lid,
van het Besluit BDU verkeer en vervoer, de brede doeluitkering voor het uitkeringsjaar
2018 uiterlijk in december 2017 verstrekken. Dit zou betekenen dat volgens het systeem
van de vaste verandermomenten de wijziging in beginsel op de eerste dag van een kwartaal,
te weten 1 oktober 2017, in werking zou moeten zijn getreden. Omdat de hoogte van
de absolute aandelen verband houdt met het ter beschikking stellen van middelen in
de Rijksbegroting 2018 is dat echter niet haalbaar gebleken.
De ontvangers van de brede doeluitkering zijn gebaat bij spoedige inwerkingtreding
van de onderhavige wijzigingsregeling. Deze wijzigingsregeling heeft een directe relatie
met het uitkeringsjaar van de brede doeluitkering. Er is dan ook ter voorkoming van
grote publieke nadelen besloten om af te wijken van de toepassing van de vaste verandermomenten
van wet- en regelgeving.
Artikelsgewijs
Artikel I
Onderdeel A
In artikel 2 wordt zowel voor het bepalen van de omgevingsadressendichtheid als voor
het aantal woningen uitgegaan van de stand van zaken per 1 januari 2017.
De rekenfactor is aangepast om de herverdeeleffecten te voorkomen.
Onderdeel B
De nieuwe tabel in artikel 3 bevat de absolute aandelen voor de twee uitkeringsontvangers
voor het uitkeringsjaar 2018.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer