Verkeersbesluit aanwijzen bushaltes Leidsevaart en de Westergracht Haarlem

Logo Haarlem

Nr. 2017/371927

Burgemeester en wethouders van Haarlem;

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Overwegende:

dat de Leidsevaart en de Westergracht gelegen zijn binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de Leidsevaart en de Westergracht in beheer zijn bij de gemeente Haarlem;

dat alle bovengenoemde wegen, wegen zijn als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op dit artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem in het collegebesluit d.d. 26 november 2013 (nr. 2013/383676) is gemandateerd aan het afdelingshoofd Openbare Ruimte, Groen en Verkeer;

dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in het Haarlems Verkeers- en Vervoerplan (hierna: HVVP);

dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijk beleid Duurzaam Veilig;

dat de Leidsevaart en de Westergracht gecategoriseerd zijn als een gebiedsontsluitingsweg (50 km/h);

dat de verkeersfunctie centraal staat op een gebiedsontsluitingsweg;

dat de vervoerder in september 2017 een nieuwe busdienstregeling is gaan rijden;

dat door de nieuwe dienstregeling een viertal nieuwe haltes gerealiseerd zijn;

dat twee van deze haltes zijn gesitueerd aan de Leidsevaart, één ten noorden van de aansluiting Rollandstraat (in zuidelijke richting) en één ter hoogte van het Boterplein (in noordelijke richting);

dat de overige twee haltes zijn gesitueerd aan de Westergracht, ten westen van de aansluiting met de Van Oosten de Bruijnstraat, ter hoogte van de voetgangersoversteekplaatsen;

dat met de realisatie van de vier halteplaatsen de bereikbaarheid van de wijk Leidsevaartbuurt wordt gewaarborgd;

dat om oneigenlijk gebruik van deze haltes/perrons te voorkomen het wenselijk is om de locaties formeel aan te wijzen als bushaltes;

dat deze bovengenoemde maatregelen gerealiseerd kunnen worden door het plaatsen van de verkeersborden L3b van bijlage 1 van het RVV 1990 en het aanbrengen van blokmarkering ter hoogte van de halteplaats;

dat de uitvoering van deze maatregelen als gevolg hebben dat bestuurders hun voertuigen niet meer mogen laten stilstaan bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van de verkeersborden L3b van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregelen strekken tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregel.

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

  • -

    Door middel van het plaatsen van verkeersborden L3b van bijlage 1 van het RVV 1990 een bushalte aan te wijzen aan de Leidsevaart ter hoogte van het Boterplein in noordelijke richting;

  • -

    Door middel van het plaatsen van verkeersborden L3b van bijlage 1 van het RVV 1990 een bushalte aan te wijzen aan de Leidsevaart, aan de noordzijde van de aansluiting met de Rollandstraat, in zuidelijke richting;

  • -

    Door middel van het plaatsen van verkeersborden L3b van bijlage 1 van het RVV 1990 twee bushaltes aan te wijzen, aan beide zijden van de Westergracht aan de westzijde van de voetgangersoversteekplaatsen bij het kruispunt met de Van Oosten de Bruijnstraat.

Situatieschets

L ocatie Leidsevaart (1/3)

L ocatie Leidsevaart (2/3)

Locatie Westergracht (3/3)

Aldus vastgesteld te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van gemeente Haarlem,

R.Koning

Hoofd afdeling Openbare Ruimte, Groen en Verkeer

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in de Staatscourant. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in de Staatscourant bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven