DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Logo Rijkswaterstaat - Dienst Noord-Holland

RWS-2017/40379

Verkeersbesluit in verband met het aanpassen van de aansluiting van de rotonde Oostoeverweg gelegen in rijksweg 99 (N99) in de gemeente Hollands Kroon

Overwegingen ten aanzien van dit besluit

Vereiste van besluit

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) genoemde verkeerstekens voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

Op grond van artikel 18, eerste lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 ben ik bevoegd dit verkeersbesluit te nemen.

Motivering

In het kader van de ontwikkeling van een Regionaal Havengebonden Bedrijventerrein Kooyhaven in de gemeente Hollands Kroon is de wegenstructuur ter hoogte van de rotonde Oostoeverweg gelegen in de rijksweg N99 gewijzigd.

Zo is de aansluiting van de Touwslagersweg op de Balgweg en de aansluiting van de Balgweg op de rotonde met de rijksweg N99 gewijzigd.

Om de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer (op de rotonde en de rijksweg N99) te handhaven zijn een aantal weggedeelten aangewezen als verplichte fiets/bromfietspaden respectievelijk als wegen waarvan het verkeer komende vanaf deze wegen voorrang dient te verlenen aan het verkeer op de kruisende weg.

BELANGENAFWEGING

De aanwijzing van deze weggedeelten als verplicht fiets/bromfietspad respectievelijk als voorrangsweg past binnen de in artikel 2 van de Wegenverkeerswet genoemde belangen.

Gevolgde procedure

Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het wegverkeer is overleg gepleegd met de gemandateerde namens de chef van de politie eenheid Noord-Holland. Het betrokken weggedeelte is in het beheer bij het Rijk en gelegen binnen de gemeente Hollands Kroon.

Overeenkomstig artikel 26 van het Besluit Administratieve Bepalingen, zal dit verkeersbesluit worden gepubliceerd in de Staatscourant.

Besluit

Op grond van bovenstaande overwegingen besluit ik om:

 

  • 1.

    door het  plaatsen van borden B6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de weggedeelten zoals aangegeven op bijgaande tekening aan te wijzen als wegen waarvan het verkeer komende vanaf deze wegen voorrang dient te verlenen aan het verkeer op de kruisende weg;

  • 2.

    door plaatsing van borden C2 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 er voor te zorgen dat het fiets/bromfiets verkeer rijdende op de Balgweg en gaande in noordelijke richting, gebruik maakt van het ten westen van de Touwslagersweg gelegen fiets/bromfietspad;

  • 3.

    door plaatsing van borden D2 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zoals aangegeven op bijgaande tekening het verkeer te verplichten gebruik te maken van de aan de rechterzijde van het bord aanwezige rijbaan;

  • 4.

    door het plaatsen van borden model G12a en G12b van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens de weggedeelten zoals aangegeven op bijgaande tekening aan te wijzen als verplicht fiets/bromfietspad .

 

Met vriendelijke groet,

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

namens deze, hoofd afdeling Vergunningverlening Rijkswaterstaat West- Nederland Noord,

    

mevrouw M. Nauta

Mededelingen

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag, waarop dit besluit is bekendgemaakt, een bezwaarschrift indienen.

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en worden gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Noord, Postbus 2232, 3500 GE te Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende bevatten:

 

  • 1.

    naam en adres van de indiener;

  • 2.

    de dagtekening;

  • 3.

    een omschrijving van het besluit, waartegen het bezwaar is gericht; en

  • 4.

    de gronden van het bezwaar (motivering).

 

Voorlopige voorziening

Gelijktijdig met of na indiening van het bezwaarschrift kan, bij een spoedeisend belang, een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft.

 

Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • 1.

    naam en adres van de indiener;

  • 1.

    de dagtekening;

  • 2.

    een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht onder vermelding van datum en kenmerk van de beschikking;

  • 3.

    de gronden van het bezwaar (motivering).

 

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een kopie van het besluit, waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd.

 

Griffierecht

In verband met het verzoek om voorlo­pige voorzie­ning wordt griffierecht geheven.

Naar boven