Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2017, 66804Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 november 2017, 2017-0000175287, tot vaststelling van de premiepercentages werknemers- en volksverzekeringen, het maximumpremieloon werknemersverzekeringen en de opslag kinderopvangtoeslag voor 2018

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Handelende in overeenstemming met de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Financiën;

Gelet op de artikelen 11, eerste en tweede lid, 17, eerste en tweede lid, 18, eerste en tweede lid, 27, 28, tweede lid, 31, 36 en 95, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen en artikel 1.10, derde lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

Besluit:

Artikel 1. Premiepercentage algemene ouderdomsverzekering

Het premiepercentage voor de algemene ouderdomsverzekering, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, is voor het jaar 2018 17,90%.

Artikel 2. Premiepercentage nabestaandenverzekering

Het premiepercentage voor de nabestaandenverzekering, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, is voor het jaar 2018 0,10%.

Artikel 3. Maximum premieloon

Het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, eerste zin, van de Wet financiering sociale verzekeringen, bedraagt voor het jaar 2018, voor een loontijdvak van:

  • a. een jaar: € 54.614;

  • b. een kwartaal: 13.653,50;

  • c. een maand: € 4.551,16;

  • d. vier weken: € 4.201,07;

  • e. een week: € 1.050,26; en

  • f. een dag: € 210,05.

Artikel 4. Maximum premieloon bij afwijkend loontijdvak in verband met vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of daarmee overeenkomende aanspraken

  • 1. Het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, eerste zin, van de Wet financiering sociale verzekeringen voor werknemers als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 bedraagt in 2018 voor een verlengd loontijdvak van:

    • a. een kwartaal: € 15.436,40;

    • b. een maand: € 5.144,98;

    • c. vier weken: € 4.749,04;

    • d. een week: € 1.187,26; en

    • e. een dag: € 237,45.

  • 2. Het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, eerste zin, van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor werknemers als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 bedraagt in 2018 voor een verlengd loontijdvak van:

    • a. een kwartaal: € 14.490,31;

    • b. een maand: € 4.830,10;

    • c. vier weken: € 4.458,28;

    • d. een week: € 1.114,57; en

    • e. een dag: € 222,91.

Artikel 5. Premiepercentage Algemeen Werkloosheidsfonds

Het premiepercentage, bedoeld in artikel 27 van de Wet financiering sociale verzekeringen, is voor het jaar 2018 2,85%.

Artikel 6. Vervangende premie voor de sectorfondsen

Het gemiddelde premiepercentage, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, is voor het jaar 2018 1,37%.

Artikel 7. Premie Uitvoeringsfonds voor de overheid

Het premiepercentage, bedoeld in artikel 31 van de Wet financiering sociale verzekeringen, is voor het jaar 2018 0,78%.

Artikel 8. Basispremie Arbeidsongeschiktheidsfonds

Het premiepercentage, bedoeld in artikel 36 van de Wet financiering sociale verzekeringen, is voor het jaar 2018 6,27%.

Artikel 9. Opslag tot dekking kinderopvangtoeslag

De premieopslag, bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, is voor het jaar 2018 0,50%.

Artikel 10. Minimumloonsomgrens WW sector Grootwinkelbedrijf

In bijlage 1, onderdeel 19, Grootwinkelbedrijf, van de Regeling Wfsv wordt ‘€ 6.062.424’ vervangen door: € 6.156.392.

Artikel 11. Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

  • 2. Artikel 10 werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tot vaststelling premiepercentages werknemers- en volksverzekeringen, maximumpremieloon werknemersverzekeringen en opslag kinderopvangtoeslag 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 15 november 2017

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling stelt de premiepercentages vast die gelden voor de premieheffing voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en Algemene nabestaandenwet (Anw), voor de sectorfondsen, het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf), het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de opslag op de basispremie Aof voor de kinderopvangtoeslag. Daarnaast wordt het maximumpremieloon vastgesteld voor de heffing van de premies werknemersverzekeringen. Tot slot wordt de loongrens voor indeling in de sector grootwinkelbedrijf geïndexeerd.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Het premiepercentage voor de AOW bedraagt op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) ten hoogste 18,25%. Het kabinet heeft besloten het premiepercentage AOW conform de Macro Economische Verkenningen te handhaven op het niveau van 17,90%.

Artikel 2

Het premiepercentage voor de Anw wordt op hetzelfde niveau vastgesteld als in 2017 op 0,10%. Hiermee wordt het vermogensoverschot langzaam afgebouwd.

Artikel 3

Het maximumpremieloon, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wfsv wordt jaarlijks op grond van artikel 18 herzien met ingang van 1 januari naar de mate waarin het minimumloon wordt herzien en blijft gedurende het gehele kalenderjaar van kracht. De maximumpremieloonbedragen, die als grondslag gelden voor de premies en opslag geregeld in de artikelen 5, 6, 7, 8 en 9 zijn in de artikelen 3 en 4 vastgesteld voor de meest voorkomende loontijdvakken. Wanneer andere loontijdvakken worden toegepast, kan het maximumbedrag door herleiding worden bepaald. Bij de berekening van de bedragen wordt uitgegaan van 260 dagen per kalenderjaar. Het jaarbedrag wordt als heel bedrag, zonder decimalen achter de komma, vastgesteld. De overige loontijdvakbedragen van het maximum premieloon worden naar beneden afgerond, zodat de afronding altijd in het voordeel van de premiebetaler uitvalt. Het jaarbedrag van het maximum inkomen voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet is vanaf 2013 afgestemd op het maximum premieloon werknemersverzekeringen.

Artikel 4

Voor een werknemer die recht heeft op vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of daarmee overeenkomende aanspraken wordt op grond van artikel 6.2, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 het loontijdvak verlengd met de factor 260/230 bij 20 of meer vakantiedagen op jaarbasis (eerste lid) en met de factor 260/245 bij 19 of minder vakantiedagen op jaarbasis (tweede lid). In artikel 4 zijn de maximumpremieloonbedragen voor deze verlengde loontijdvakken vastgesteld.

Artikel 5

De premie voor het AWf wordt geheven over het loon. De AWf-premie wordt 0,21%-punt hoger vastgesteld ten opzichte van 2017 om te compenseren voor lastenverzwaring op andere werkgeversterreinen.

Artikel 6

Op grond van artikel 28, tweede lid, van de Wfsv wordt bij ministeriële regeling een gemiddeld premiepercentage vastgesteld voor de premie die ten gunste komt van de sectorfondsen. Dit gemiddelde premiepercentage wordt als vervangende premie geheven over socialeverzekeringsuitkeringen zoals die op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet arbeid en zorg en de toeslag op grond van de Toeslagenwet en over het loon van een werknemer in een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening. Het gemiddelde premiepercentage wordt met toepassing van de regels op grond van artikel 2.4 van het Besluit Wfsv vastgesteld op het gewogen gemiddelde van de sectorpremiepercentages van alle sectoren in het kalenderjaar voorafgaand aan het premiebetalingstijdvak.

Artikel 7

Het premiepercentage voor het Uitvoeringsfonds voor de overheid blijft gehandhaafd op het niveau van 0,78%.

Artikel 8

De basispremie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds is voor 2018 0,11% hoger vastgesteld dan in 2017.

Artikel 9

Het percentage van de opslag voor de dekking van de uitgaven voor de kinderopvangtoeslag, die met ingang van het kalenderjaar 2015 een opslag op de basispremie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds is, blijft gehandhaafd op het niveau van 0,50%.

Artikel 10

De wijziging in dit artikel betreft de jaarlijkse indexering van de loongrens voor de sector Grootwinkelbedrijf aan de hand van de ontwikkeling van de contractlonen. De loongrens wordt met terugwerkende kracht per 1 januari 2017 gewijzigd op basis van de gemiddelde contractloonontwikkeling van bedrijven over 2017 van 1,55%, zoals die in de Macro Economische Verkenning 2018 van het Centraal Planbureau (CPB) is opgenomen. In verband hiermee werkt de bepaling waarin de loongrens wordt gewijzigd terug tot en met 1 januari 2017.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees