Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LansingerlandStaatscourant 2017, 63344Instelling gemeenschappelijke regelingen



3e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Bleizo

Logo Lansingerland

 

 

De burgemeesters, raden en colleges van de gemeenten Lansingerland en Zoetermeer, ieder voor zover

het zijn bevoegdheden betreft;

Besluiten:

In te stemmen met de 3e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Bleizo.

Deze derde wijziging treedt in werking een dag na publicatie.

Vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Lansingerland d.d. 28 september

2017

De griffier,

mw. drs. M. Walhout

de voorzitter,

drs. P. van de Stadt

Vastgesteld in de collegevergadering van burgemeester en wethouders van Lansingerland d.d. 4 juli 2017

de secretaris,

drs. Ing. A. Eijkenaar

de burgemeester,

drs. P. van de Stadt

Vastgesteld door de burgemeester van Gemeente Lansingerland op d.d. 4 juli 2017

drs. P. van de Stadt

Vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Zoetermeer d.d. 11 september 2017

de griffier,

drs. R. Blokland

de voorzitter,

Ch. B. Aptroot

Vastgesteld door de burgemeester van Gemeente Zoetermeer d.d. 6 juni 2017

Ch. B. Aptroot

Vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer d.d. 6 juni 2017

de secretaris,

mw. drs. H.M.M. Koek

de burgemeester

Ch. B. Aptroot

Gemeenschappelijke Regeling Bleizo

2017

INHOUDSOPGAVE

De regeling kent de navolgende hoofdstukken:

I Algemene bepalingen

II Doelstellingen, taken en bevoegdheden

III Algemeen Bestuur

IV Dagelijks Bestuur

V De Voorzitter en Plaatsvervangend Voorzitter

VI Informatie, verantwoording en ontslag

VII Personeel en organisatie

VIII Vergoedingen en aansprakelijkheid

IX Financiële bepalingen

X Archief

XI Evaluatie

XII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

XIII Geschillen

XIV Duur van de regeling

XV Overgangs- en slotbepalingen

Artikelsgewijze toelichting Gemeenschappelijke Regeling Bleizo

Bijlage 1: Kaart rechtsgebied GR Bleizo

Bijlage 2: Bestuursovereenkomst

Gemeenschappelijke Regeling Bleizo

De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Zoetermeer en Lansingerland, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

overwegende dat:

  • a.

    de gemeenten Zoetermeer en Lansingerland op 1 februari 2008 de Bestuursovereenkomst Bleizo (hierna: "Bestuursovereenkomst") hebben gesloten;

  • b.

    de gemeenten Zoetermeer en Lansingerland daarin gezamenlijk de wenselijkheid van realisatie van een stedenbaanhalte Bleizo aan de spoorlijn Utrecht - Den Haag hebben onderschreven;

  • c.

    in opdracht van de gemeenten Zoetermeer en Lansingerland een studie is verricht naar de wijze waarop gezamenlijk invulling kan worden gegeven aan de bestemming en inrichting van het gebied in de omgeving van deze stedenbaanhalte Bleizo, welke studie heeft geleid tot een gezamenlijk gedragen inrichtingsvisie met als titel "Landschap als Podium";

  • d.

    de beide gemeenten in 2014 hebben besloten tot een ontwikkelingsstrategie voor het gebied Bleizo, vastgelegd in het rapport “Ontwikkeling Bleizo van plan naar strategie 2013”;

  • e.

    de beide gemeenten het voor de ontwikkeling van het gebied Bleizo noodzakelijk hebben geacht om de posities en bevoegdheden van partijen bijeen te brengen en de belangen van partijen te bundelen;

  • f.

    de beide gemeenten als doel van deze samenwerking hebben geformuleerd het op gelijkwaardige basis samenwerken om het Bleizo-gebied te ontwikkelen en met name de stedenbaanhalte te realiseren;

  • g.

    de organen van beide gemeenten met het oog op deze samenwerking in 2008 hebben besloten tot het treffen van de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo;

  • h.

    de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo nadien tweemaal, in 2009 en 2015, is gewijzigd;

  • i.

    de organen van beide gemeenten thans tot een derde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo wensen te komen, in welk kader zij – omwille van de leesbaarheid – de gehele regeling opnieuw wensen vast te stellen;

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;

Besluiten:

de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo als volgt opnieuw vast te stellen:

I Algemene bepalingen

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder:

    • a.

      Bestuursovereenkomst: de op 1 februari 2008 tussen de gemeenten Zoetermeer en Lansingerland gesloten overeenkomst betreffende het in deze overeenkomst aangeduide 'Bleizo-gebied';

    • b.

      burgemeester: de burgemeester van een deelnemende gemeente;

    • c.

      college van burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;

    • d.

      deelnemers: de aan deze regeling deelnemende gemeenten Zoetermeer en Lansingerland;

    • e.

      deelnemende gemeente: een aan deze regeling deelnemende gemeente;

    • f.

      grondexploitatie: het geheel van activiteiten en werkzaamheden met betrekking tot de verwerving, het bouw- en woonrijp maken, en de uitgifte van voor bebouwing geschikt gemaakte gronden, in het kader van de realisatie van planologische maatregelen;

    • g.

      raad: de gemeenteraad van een deelnemende gemeente;

    • h.

      rechtsgebied: het deel van het grensgebied binnen de gemeenten Zoetermeer en Lansingerland waarop de regeling ziet, een en ander zoals aangegeven op de bij de regeling behorende en gewaarmerkte tekening;

    • i.

      regeling of gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo;

    • j.

      GR Bleizo: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 2 van deze regeling.

  • 1.

    Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt indien in die artikelen wordt gesproken van gemeente, raad, college van burgemeester en wethouders, en burgemeester, daarvoor gelezen de GR Bleizo, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, en de Voorzitter.

Paragraaf 1 Samenstelling, lidmaatschap en stemverhouding

Artikel 7 - Samenstelling

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur bestaat uit acht leden, als volgt aan te wijzen:

    • a)

      de raad van elke deelnemende gemeente wijst uit het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente twee leden aan;

    • b)

      de raad van elk deelnemende gemeente wijst uit zijn leden eveneens twee leden aan.

  • 1.

    De raad van elke deelnemende gemeente wijst, met inachtneming van lid 1, tevens vier plaatsvervangende leden aan.

  • 2.

    Bepalingen in deze regeling geldende voor de leden van het Algemeen Bestuur, zijn mede van toepassing op de plaatsvervangende leden.

  • 3.

    Een lid van het Algemeen Bestuur kan bij afwezigheid worden vervangen door een daartoe aangewezen plaatsvervangend lid. Een plaatsvervanging wordt meegedeeld aan de Voorzitter op de wijze, zoals bepaald in artikel 4 van het in artikel 13 genoemde Reglement van Orde.

Artikel 8 - Vereisten lidmaatschap

Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar door of vanwege een deelnemer of de GR Bleizo aangesteld of daaraan ondergeschikt, met uitzondering van ambtenaren van de burgerlijke stand of hen die als vrijwilliger, uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep, hulpdiensten verrichten of werkzaam zijn voor een school voor openbaar onderwijs. Onder ambtenaar wordt ook verstaan degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor een van de deelnemers werkzaam is.

Artikel 9 - Einde lidmaatschap

  • 1.

    Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad uit wiens midden men is aangewezen dan wel ophoudt wethouder van de desbetreffende deelnemende gemeente te zijn.

  • 2.

    Het lidmaatschap eindigt voorts als de raad van een deelnemende gemeente zijn aanwijzing intrekt, en in ieder geval op de dag waarop de zittingsperiode van de raad afloopt.

  • 3.

    De raad van elke deelnemende gemeente beslist in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe leden van het Algemeen Bestuur.

  • 4.

    Indien de raad van een deelnemende gemeente niet kan voldoen aan het bepaalde in het derde lid blijven, in afwijking van lid 2, de door hem voorheen aangewezen leden van het Algemeen Bestuur als zodanig fungeren, totdat die raad nieuwe leden heeft aangewezen, één en ander onverminderd het bepaalde in lid 1.

  • 5.

    Indien tussentijds een plaats van een door een raad aangewezen lid van het Algemeen Bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst de raad die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering of zo dat niet mogelijk zou zijn ten spoedigste daarna - een nieuw lid aan. Degene die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het Algemeen Bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens of wier plaats hij of zij is benoemd, zou moeten aftreden.

  • 6.

    Van elke aanwijzing tot lid van het Algemeen Bestuur geven burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeente binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het Algemeen Bestuur.

  • 7.

    Een lid van het Algemeen Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan de raad die hem heeft aangewezen. De in de vorige volzin bedoelde raad doet mededeling van het ontslag aan het Algemeen Bestuur. Het lid houdt zitting in het Algemeen Bestuur totdat in de opvolging is voorzien, één en ander onverminderd het bepaalde in lid 1.

Artikel 10 - Stemverhouding

  • 1.

    Ieder lid van het Algemeen Bestuur dat tevens lid is van het Dagelijks Bestuur heeft een stem. Ieder lid van het Algemeen Bestuur dat niet tevens lid is van het Dagelijks Bestuur heeft anderhalve stem. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid der stemmen.

  • 2.

    Bij het staken der stemmen in een niet-voltallige vergadering wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.

 

Artikel 2 - Het openbaar lichaam

  • 1.

    Er is een openbaar lichaam genaamd: GR Bleizo. Het openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland.

  • 2.

    Het gebied waarvoor deze regeling geldt, omvat het rechtsgebied; een en ander zoals dat is vastgelegd op de van deze regeling onderdeel uitmakende en gewaarmerkte kaart (bijlage 1).

Artikel 3 - Bestuursorganen

Het bestuur van de GR Bleizo bestaat uit:

  • a)

    het Algemeen Bestuur;

  • b)

    het Dagelijks Bestuur;

  • c)

    de Voorzitter.

II Doelstellingen, taken en bevoegdheden

Artikel 4 - Doel en belang

De GR Bleizo heeft tot doel casu quo als belang het binnen diens rechtsgebied ontwikkelen en realiseren van de door de deelnemende gemeenten gezamenlijk besloten ontwikkelingsstrategie, alsmede het in samenhang daarmee bevorderen van de realisering van de stedenbaanhalte Bleizo, conform hetgeen is overeengekomen in de Bestuursovereenkomst (bijlage 2). De Bestuursovereenkomst vormt de basis voor de samenwerking tussen de deelnemers.

Artikel 5 - Taken

  • 1.

    De GR Bleizo heeft tot taak het actief bevorderen van de realisering van de in artikel 4 omschreven doelstelling, door middel van de uitvoering van de Bestuursovereenkomst. Hiertoe worden onder meer de volgende, afgeleide, deeltaken gerekend:

    • a.

      het in juridische eigendom verwerven, al dan niet in samenwerking met een of meerdere deelnemers, van alle voor de realisatie van de doelstelling benodigde en daarvoor in aanmerking komende gronden, met alle middelen rechtens waaronder, voor zover nodig, de inzet door een deelnemende gemeente van het instrument van onteigening;

    • b.

      het voeren van (tijdelijk) beheer, in de ruimste zin van het woord, met betrekking tot verworven gronden;

    • c.

      het financieren van de kosten van verwerving, beheer en verdere kosten ter uitvoering van de doelstelling van deze regeling;

    • d.

      het bevorderen bij de deelnemende gemeenten van het tijdig tot stand komen van de voor realisatie van de doelstelling benodigde publiekrechtelijke, waaronder planologische, besluiten en regelingen;

    • e.

      het bevorderen van uitplaatsing uit het rechtsgebied van met de realisering van de doelstelling strijdige functies;

    • f.

      het voeren van overleg met overheden en instanties ter zake de realisering van de doelstellingen, waaronder de realisatie van de stedenbaanhalte Bleizo;

    • g.

      het voeren van (afstemmings)overleg met het Bedrijvenschap Hoefweg;

    • h.

      het (doen) voeren van de grondexploitatie ter uitvoering van de planologische maatregelen ter realisering van de doelstelling voor het rechtsgebied;

    • i.

      het ontwikkelen en toepassen van een kostenverhaalsinstrumentarium, gericht op het via overeenkomst of via het publiekrechtelijk instrumentarium van de Wet ruimtelijke ordening (doen) verkrijgen van een evenredige bijdrage van derden in de door de GR Bleizo, danwel één van de deelnemers, gemaakte casu quo te maken kosten betreffende de door de GR Bleizo te verlenen medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden door derden.

  • 1.

    De deelnemers onthouden zich van het voeren van onderhandelingen gericht op het (doen) verwerven van gronden respectievelijk het verwerven van gronden voor zover die gronden zijn gelegen binnen het rechtsgebied alsmede het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten, tenzij hiervoor de voorafgaande instemming van de GR Bleizo is verkregen.

Artikel 6 - Bevoegdheden

  • 1.

    Aan het bestuur van de GR Bleizo worden ter vervulling van de in artikel 5 omschreven taken alle bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grens van artikel 30 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en met inachtneming van de beperkingen daarin gesteld.

  • 2.

    Ten behoeve van de in artikel 4 genoemde doelstelling kan, indien dit in het bijzonder aangewezen wordt geacht, het Algemeen Bestuur besluiten dat de GR Bleizo één of meer stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen opricht of daarin deelneemt.

Ill Algemeen Bestuur

Paragraaf 2 Bevoegdheden en Werkwijze

Artikel 11 - Bevoegdheden

1.De bevoegdheden die bij de Regeling zijn overgedragen berusten bij het Algemeen Bestuur, tenzij bij wet of in de Regeling anders is bepaald.

Artikel 12 - Werkwijze

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de Voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig oordelen, dan wel ten minste twee leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoeken.

  • 2.

    De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste twee aanwezige leden daarom verzoeken of de Voorzitter het nodig oordeelt. Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 3.

    Besluiten door het Algemeen Bestuur kunnen in plaats van in een vergadering ook schriftelijk worden genomen. In dat geval dienen ten minste zes bestuursleden zich schriftelijk ten gunste van het desbetreffende voorstel uit te spreken. Onder ‘schriftelijk' wordt verstaan elk via gangbare communicatiemiddelen overgebracht en ontvangen geschreven bericht met dien verstande dat de inhoud van dit bericht goed gedocumenteerd moet kunnen worden. Het nemen van schriftelijke besluiten laat het bepaalde in lid 1 onverlet.

Artikel 13 - Reglement van Orde

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een Reglement van Orde vast.

  • 2.

    In het Reglement van Orde worden nadere regels gegeven over de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording, zoals bedoeld in artikel 20 tot en met artikel 22 van deze regeling.

  • 3.

    Het Reglement van Orde is openbaar en wordt gepubliceerd op de website van de GR Bleizo.

IV Dagelijks Bestuur

Paragraaf 1 Samenstelling en Stemverhouding

Artikel 14 - Samenstelling

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur bestaat uit vier leden, te weten de leden van het Algemeen Bestuur die zijn aangewezen uit de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur wijst in zijn eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het Dagelijks Bestuur aan.

  • 3.

    De door het Algemeen Bestuur aangewezen leden van het Dagelijks Bestuur treden af als lid van het Dagelijks Bestuur op de dag waarop de zittingsperiode van de leden van het Algemeen Bestuur afloopt.

  • 4.

    Indien tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur openvalt, valt tevens een plaats in het Algemeen Bestuur open. Zodra de opengevallen plaats in het Algemeen Bestuur is bezet, wordt het nieuwe bestuurslid als lid van het Dagelijks Bestuur aangewezen.

  • 5.

    Degene die als lid van het Dagelijks Bestuur ontslag neemt of overeenkomstig het bepaalde in het derde lid moet aftreden, blijft zijn/haar functie waarnemen totdat een opvolger de functie heeft aanvaard, mits en voor zover hij/zij gedurende die periode de hoedanigheid van lid van het college van burgemeester en wethouders van zijn/haar gemeente bezit. Het nemen van ontslag geschiedt door schriftelijke kennisgeving aan de Voorzitter.

  • 6.

    Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt ook op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn.

Artikel 15 - Stemverhouding

  • 1.

    De leden van het Dagelijks Bestuur hebben enkelvoudig stemrecht. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen.

  • 2.

    Bij het staken der stemmen in een niet-voltallige vergadering wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.

Paragraaf 2 Bevoegdheden en werkwijze

Artikel 16 - Bevoegdheden

Het Dagelijks Bestuur is bevoegd het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, zulks met inachtneming van hetgeen daaromtrent in de wet en deze Regeling nader is bepaald.

Artikel 17 - Werkwijze

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de Voorzitter dit nodig oordeelt.

  • 2.

    De vergaderingen van het Dagelijks Bestuur worden met gesloten deuren gehouden voor zover het Dagelijks Bestuur niet anders heeft bepaald. Artikel 58 Gemeentewet is voor de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Besluiten door het Dagelijks Bestuur kunnen in plaats van in een vergadering ook schriftelijk worden genomen. In dat geval dienen ten minste drie bestuursleden zich schriftelijk ten gunste van het desbetreffende voorstel uit te spreken. Onder “schriftelijk” wordt verstaan elk via gangbare communicatiemiddelen overgebracht en ontvangen geschreven bericht met dien verstande dat de inhoud van dit bericht dit goed gedocumenteerd moet kunnen worden.

V De Voorzitter en Plaatsvervangend Voorzitter

Artikel 18 - Benoeming

  • 1.

    De Voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen die tevens zijn aangewezen als lid van het Dagelijks Bestuur.

  • 2.

    Bij verhindering of ontstentenis van de Voorzitter wordt deze vervangen door de

Plaatsvervangend Voorzitter. De Plaatsvervangend voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen die tevens zijn aangewezen als lid van het Dagelijks Bestuur en niet zijn aangewezen als Voorzitter.

  • 1.

    De aanwijzing van de Voorzitter alsmede de Plaatsvervangend Voorzitter vindt voor het eerst plaats in de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur, en vervolgens jaarlijks, zodanig dat het voorzitterschap bij toerbeurt voor de duur van een jaar wordt vervuld door een lid van het Dagelijks Bestuur dat tevens lid is van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, respectievelijk een lid van het Dagelijks Bestuur dat tevens lid is van het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland.

  • 2.

    De Voorzitter en de Plaatsvervangend Voorzitter treden af op de dag waarop de zittingsperiode van de leden van het Algemeen Bestuur afloopt. Zij blijven hun functie echter waarnemen totdat hun opvolgers deze functie hebben aanvaard, mits en voor zover zij gedurende die periode de hoedanigheid van lid van het college van burgemeester en wethouders van hun gemeente bezitten.

  • 3.

    Indien tussentijds de functie van Voorzitter beschikbaar komt, wijst het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuwe Voorzitter aan, zulks met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid. Gaat het beschikbaar komen van de functie van Voorzitter gepaard met het openvallen van een plaats in het Algemeen Bestuur, dan zal het Algemeen Bestuur het aanwijzen van een nieuwe Voorzitter uitstellen totdat de opengevallen plaats in het Algemeen Bestuur weer is bezet. Het bepaalde in de eerste en tweede volzin is van overeenkomstige toepassing op het tussentijds beschikbaar komen van de functie van Plaatsvervangend Voorzitter, met dien verstande dat ten aanzien van de nieuwe aanwijzing het tweede lid van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 19 - Taken en bevoegdheden

  • 1.

    De Voorzitter is tevens voorzitter van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur.

  • 2.

    De Voorzitter is belast met de leiding van vergaderingen van het Algemeen en van het Dagelijks Bestuur en draagt er zorg voor dat de besluiten naar behoren worden uitgevoerd.

  • 3.

    De Voorzitter tekent de stukken die van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur uitgaan.

  • 4.

    De Voorzitter vertegenwoordigt de GR Bleizo in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem gemachtigde opdragen. Indien de GR Bleizo en een van de deelnemende gemeenten gezamenlijk betrokken zijn in een geding en de Voorzitter tevens burgemeester van de betrokken gemeente is, oefent de Plaatsvervangend Voorzitter de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uit.

VI Informatie, verantwoording en ontslag

Artikel 20 - Interne verantwoording Dagelijks Bestuur en Voorzitter

  • 1.

    De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur.

  • 1.

    Zij geven het Algemeen Bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, op de wijze zoals die is geregeld in het Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur is bevoegd aan een lid van het Dagelijks Bestuur tussentijds ontslag te verlenen ingeval deze heeft opgehouden het vertrouwen van het Algemeen Bestuur te bezitten.

  • 3.

    Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op de Voorzitter voor het door hem/haar gevoerde bestuur.

Artikel 21 - Externe verantwoording Algemeen en Dagelijks Bestuur en Voorzitter

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, en de Voorzitter geven aan de raden van de deelnemende gemeenten, gevraagd of ongevraagd, alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang.

  • 2.

    Een verzoek om inlichtingen door een of meer leden van de raad van een deelnemende gemeente dient schriftelijk te worden ingediend bij het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur zorgt zo nodig voor doorgeleiding aan de Voorzitter of het Algemeen Bestuur.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de gevraagde inlichtingen binnen zes weken na ontvangst van het verzoek, schriftelijk aan de raad van de betreffende deelnemende gemeente worden verstrekt. Een afschrift van het verzoek en de daarop verstrekte inlichtingen wordt aan de raad van de andere deelnemende gemeente gezonden.

Artikel 22 - Externe verantwoording leden Algemeen Bestuur

  • 1.

    Een lid van het Algemeen Bestuur geeft de raad die hem als lid heeft aangewezen, mondeling of schriftelijk de door een of meerdere leden van die raad verlangde inlichtingen. Bij het verzoeken om inlichtingen nemen de betrokken raadsleden het Reglement van Orde van hun raad in acht.

  • 2.

    Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste lid te verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren door het Dagelijks Bestuur.

  • 3.

    Een lid van het Algemeen Bestuur is aan de raad die hem als lid heeft aangewezen, verantwoording schuldig voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoording vindt plaats op de wijze zoals geregeld in het Reglement van Orde, met dien verstande dat daarbij een termijn van tenminste 7 dagen in acht wordt genomen die het lid de gelegenheid biedt om zich desgewenst door het Dagelijks Bestuur te laten informeren.

  • 4.

    De raad van een deelnemende gemeente is bevoegd een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur ontslag te verlenen indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit. Het ontslag komt met onmiddellijke ingang tot stand. Artikel 49 en 50 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

VII Personeel en organisatie

Artikel 23 - De secretaris en de directeur

  • 1.

    Tot het personeel van de GR Bleizo behoren de secretaris en de directeur. Het Algemeen Bestuur beslist over de benoeming, de schorsing en het ontslag van de secretaris en de directeur. Deze functies zijn onverenigbaar. De secretaris en directeur worden bij verhindering of ontstentenis vervangen op een door het Dagelijks Bestuur te bepalen wijze.

  • 2.

    De secretaris is het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, en de Voorzitter behulpzaam in alles wat de hun opgedragen taak aangaat.

  • 3.

    Door de secretaris worden alle stukken die van het Algemeen en van het Dagelijks Bestuur uitgaan, medeondertekend.

  • 4.

    De directeur is onder toezicht van het Dagelijks Bestuur verantwoordelijk voor de administratie, het beheer van vermogenswaarden en het jaarlijks opmaken van de rekening. Het Algemeen Bestuur stelt voor de directeur een instructie vast.

Artikel 24 - Afstemmingsoverleg

Het Dagelijks Bestuur, de secretaris en de directeur worden, teneinde de betrokkenheid van de deelnemende gemeenten ook op ambtelijk niveau te waarborgen, in hun werkzaamheden bijgestaan door een regelmatig, ten minste 4 keer per jaar, bijeen te roepen afstemmingsoverleg, bestaande uit ambtelijk vertegenwoordigers in wisselende samenstelling, afhankelijk van het onderwerp, afkomstig uit beide deelnemende gemeenten.

Artikel 25 - Rechtspositie personeel

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan, naast de in artikel 23 genoemde secretaris en directeur, met inachtneming van de door het Algemeen Bestuur te stellen regels verdere personeelsleden aanstellen.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur regelt de bezoldiging van de secretaris, de directeur en het eventuele overige personeel van de GR Bleizo, al dan niet werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

  • 3.

    Op de secretaris, de directeur en de eventuele overige ambtenaren van de GR Bleizo en op het eventuele overige personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht zijn van overeenkomstige toepassing de door de deelnemende gemeenten vastgestelde of nog vast te stellen regelingen van de rechtstoestand en van de arbeidsvoorwaarden met de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften.

  • 4.

    Bij de uitvoering van de in het derde lid bedoelde regelingen en voorschriften treden in de plaats van de organen en functionarissen van de gemeente, de overeenkomstige organen en functionarissen van de GR Bleizo.

Artikel 26 - Detachering en dienstverlening

  • 1.

    Voor de uitvoering van de in artikel 5, eerste lid genoemde deeltaken is het Dagelijks Bestuur, met inachtneming van de door het Algemeen Bestuur te stellen regels, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten met een of beide deelnemers, waarbij personeel in dienst van de deelnemers wordt gedetacheerd bij de GR Bleizo. In deze overeenkomst worden bepalingen opgenomen over het functionele werkgeverschap, de rechtspositie en de kosten.

  • 1.

    Voor de uitvoering van de in artikel 5, eerste lid genoemde deeltaken is het Dagelijks Bestuur, met inachtneming van de door het Algemeen Bestuur te stellen regels, bevoegd tot het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten met een of beide deelnemers. In deze overeenkomst worden bepalingen opgenomen over de met de uitvoering gepaard gaande kosten.

VIII Vergoedingen en aansprakelijkheid

Artikel 27 - Vergoedingen en verzekering

  • 1.

    De leden van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het sluiten van een verzekering met een naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur toereikende dekking, tegen de risico's van aansprakelijkheid van de in lid 1 genoemde personen.

IX Financiële bepalingen

Artikel 28 - Administratie en beheer

  • 1.

    Op het gebied van organisatie van de administratie en van het beheer van vermogenswaarden stelt het Algemeen Bestuur bij verordening regels vast. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

  • 2.

    Op het gebied van controle op de administratie en van het beheer van vermogensvoorwaarden stelt het Algemeen Bestuur een verordening vast. Deze regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het financiële beheer worden getoetst.

Artikel 29 - Comptabiliteitsvoorschriften

De begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, en de rekening worden ingericht overeenkomstig de in en krachtens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten gestelde regels.

Artikel 30 - Begroting

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april een ontwerpbegroting van de GR Bleizo voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een deugdelijke toelichting, aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.

  • 3.

    De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting het Dagelijks Bestuur van hun zienswijzen doen blijken. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze reactie is vervat, bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.

  • 4.

    Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast vóór 10 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen. Na vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De vastgestelde begroting wordt binnen veertien dagen na vaststelling doch uiterlijk voor 1 augustus het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, gezonden aan Gedeputeerde Staten.

  • 5.

    De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij Gedeputeerde Staten hun zienswijzen over de vastgestelde begroting doen blijken.

  • 6.

    In het geval Gedeputeerde Staten hebben bepaald dat de begroting voor het komende jaar goedkeuring behoeft, doet het Dagelijks Bestuur mededeling van de beslissing van Gedeputeerde Staten aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 7.

    In de begroting wordt aangegeven het naar raming bepaalde batig of nadelig saldo. Het bepaalde in artikel 32 is van overeenkomstige toepassing.

  • 8.

    Het bepaalde in het eerste tot en met zevende lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, zulks met inachtneming van het bepaalde in het negende lid.

  • 9.

    Het bepaalde in het derde en vijfde lid is niet van toepassing op begrotingswijzigingen die:

    • a)

      niet leiden tot overschrijding van het totaalbedrag van de lasten en/of baten van de begroting; en

    • b)

      niet leiden tot een daling van het geraamde batig saldo dan wel stijging van het geraamde nadelig saldo;

tenzij hierdoor de inhoudelijke kaders wijzigen.

Artikel 31 - Rekening

  • 1.

    Van de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de baten en lasten van de GR Bleizo wordt door het Dagelijks Bestuur over het verstreken kalenderjaar verantwoording afgelegd aan het Algemeen Bestuur, onder overlegging van de door of namens de directeur, overeenkomstig de in artikel 28, eerste lid bedoelde verordening, aangeboden rekening met toelichting. Het Dagelijks Bestuur voegt daarbij een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld, door de op grond van artikel 28 tweede lid, aangewezen externe accountant.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vast vóór 10 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de rekening betrekking heeft. Van de vaststelling doet het Dagelijks Bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3.

    Zij wordt binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli, met alle bijbehorende stukken ter kennisneming toegezonden aan Gedeputeerde Staten.

  • 4.

    De vaststelling van de rekening ontlast de leden van het Dagelijks Bestuur van het daarin verantwoorde financieel beheer, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

  • 5.

    In de rekening wordt het werkelijke batige of nadelige saldo opgenomen. Het Dagelijks Bestuur draagt jaarlijks zorg voor het toezenden voor 15 april van de jaarstukken aan de raden van de deelnemende gemeenten, die het Algemeen Bestuur vóór vaststelling als bedoelt in lid 2, geadviseerd door de rekeningcommissie als bedoeld in de leden 6 en 7, van hun gevoelen omtrent de rekening kunnen doen blijken.

  • 6.

    Het Algemeen Bestuur stelt een rekeningcommissie in, welke commissie de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten dient te adviseren omtrent de vast te stellen rekening. Het Algemeen Bestuur stelt voor deze commissie een regeling vast omtrent onder meer de werkwijze van de commissie, de openbaarheid van vergaderingen, het toezicht op de uitoefening van bevoegdheden door de commissie en de verantwoording aan het Algemeen Bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten, een en ander conform artikel 25 Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 7.

    De in het zesde lid bedoelde commissie zal bestaan uit raadsleden uit de deelnemende gemeenten, te benoemen door het Algemeen Bestuur, op voordracht van de gemeenteraden. Zo nodig wordt de commissie aangevuld met externe leden die beschikken over specialistische kennis op het terrein van de rekeningcommissie. Dat laatste op verzoek van de commissieleden en na instemming door het Algemeen Bestuur.

Artikel 32 - Risicoverdeling deelnemers

  • 1.

    Ten behoeve van het startkapitaal van de GR Bleizo is door de deelnemende gemeenten bij aanvang een financiële bijdrage verleend, een en ander conform de Bestuursovereenkomst. De deelnemers staan er voor in dat de GR Bleizo te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

  • 2.

    Indien aan het Algemeen Bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente weigert de uit het eerste lid voortvloeiende uitgaven op de gemeentebegroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

  • 3.

    Het Algemeen Bestuur beslist of een batig saldo van de begroting of rekening van baten en lasten geheel of gedeeltelijk zal worden toegevoegd aan reserves.

  • 4.

    Het Algemeen Bestuur beslist of een nadelig saldo van de begroting of rekening van baten en lasten:

    • a)

      geheel of gedeeltelijk ten laste van het volgende dienstjaar zal worden gebracht; en/of

    • b)

      geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserves zal worden gebracht.

  • 1.

    Indien er sprake is van een verdeling van enig batig saldo ten gunste van de deelnemers dan wel van enig nadelig saldo ten laste van de deelnemers. geschiedt de verdeling als volgt:

    • 50% van het batige/nadelig saldo komt ten gunste van/ten laste van de gemeente Zoetermeer;

    • 50% van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste van de gemeente Lansingerland.

  • 1.

    Indien het Dagelijks Bestuur voornemens is een geldlening aan te trekken onder rechtstreekse garantiestelling van de deelnemers, dan gaat het Dagelijks Bestuur niet over tot het aangaan van zodanige geldlening totdat door de deelnemers schriftelijk is meegedeeld dat met de verlening van die garantiestelling wordt ingestemd. Het Dagelijks Bestuur richt ten aanzien van dit voornemen een schriftelijk verzoek tot garantiestelling aan de deelnemers.

Artikel 33 - Rekening-courantverhouding

  • 1.

    Ter voorziening in de behoefte aan kasgeld en voor het aangaan van leningen kan door de deelnemers ten behoeve van de GR Bleizo een rekening-courant worden opengesteld, zulks onder nader overeen te komen voorwaarden.

  • 2.

    Een ingevolge het eerste lid gecreëerde rekening-courantverhouding laat onverlet dat de GR Bleizo met bancaire instellingen of met andere deelnemers een rekening-courantverhouding voor het in eerste lid genoemde doel kan aangaan.

  • 3.

    Op het gebied van aantrekken van leningen stelt het Algemeen Bestuur een Treasury Statuut vast.

X Archief

Artikel 34 - Archiefzorg

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de bestuursorganen ingesteld bij deze regeling overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur vast te stellen regeling. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden.

  • 2.

    Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen wijst het Algemeen Bestuur een archiefbewaarplaats aan.

  • 3.

    Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de in lid 2 bedoelde archiefbescheiden overgebracht naar de alsdan door het Algemeen Bestuur aangewezen archiefbewaarplaats.

XI Evaluatie

Artikel 35 - Evaluatie

  • 1.

    Op verzoek van de raad van een of meer der deelnemende gemeenten zullen de deelnemers de toepassing en werking van deze regeling evalueren.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoeld evaluatie heeft onder meer, doch niet uitsluitend, tot doel na te gaan:

    • a.

      of, en zo ja in welke mate de in deze regeling geformuleerde doelstellingen zijn behaald;

    • b.

      of, en zo ja in welke mate de in deze regeling vastgelegde overdracht van taken en bevoegdheden, in het licht van de doelstelling van deze regeling, aanpassing behoeft.

  • 1.

    Door het Algemeen Bestuur wordt een regeling vastgesteld, volgens welke procedure de in het eerste lid bedoelde evaluatie zal plaatsvinden.

XII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 36 - Toetreding en uittreding

  • 1.

    Toetreding tot de regeling door andere gemeenten en/of provincies is alleen mogelijk door wijziging van deze regeling.

  • 2.

    Uittreding uit de regeling is alleen mogelijk door opheffing van deze regeling.

Artikel 37 - Wijziging

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur en/of de raad van een deelnemende gemeente kan aan het Algemeen Bestuur voorstellen doen voor wijziging van de regeling.

  • 2.

    Indien het Algemeen Bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het Dagelijks Bestuur het door het Algemeen Bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de burgemeesters, de colleges van burgemeester en wethouders, en de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3.

    Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer de in lid 2 bedoelde bestuursorganen met het voorstel van het Algemeen Bestuur hebben ingestemd.

  • 4.

    De wijziging treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de gemeente Lansingerland als plaats van vestiging de wijziging in alle deelnemende gemeenten bekend heeft gemaakt door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant conform artikel 26 lid 2 Wgr.

Artikel 38 - Opheffing

  • 1.

    De regeling wordt opgeheven wanneer de datum zoals bedoeld in artikel 40 is verstreken, of zoveel eerder wanneer de in artikel 37, lid 2 bedoelde bestuursorganen, al dan niet op basis van een voorstel van het Algemeen Bestuur, daartoe besluiten.

  • 2.

    In geval van opheffing van de regeling, besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling - met uitzondering van het bepaalde in artikel 32, derde tot en met vijfde lid en van het bepaalde in artikel 38 - worden afgeweken.

  • 3.

    Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.

  • 4.

    Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van de GR Bleizo over de deelnemers te verdelen op een in het liquidatieplan te bepalen wijze, waarbij de in artikel 32, lid 5 vermelde percentuele verdeling uitgangspunt is.

  • 5.

    Zo nodig blijven de bestuursorganen van de GR Bleizo ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.

XIII Geschillen

Artikel 39 - Geschillen

  • 1.

    Gedeputeerde Staten beslissen omtrent geschillen over de toepassing, in de ruimste zin des woords, van deze regeling tussen besturen van deelnemers of tussen besturen van een of meer deelnemers en het bestuur van het openbaar lichaam, voor zover die geschillen niet behoren tot die zoals vermeld in artikel 112, eerste lid van de Grondwet of tot die waarvan de beslissing krachtens artikel 112, tweede lid van de Grondwet is opgedragen aan hetzij de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren.

  • 2.

    Alvorens een geschil ter beoordeling aan Gedeputeerde Staten voor te leggen, kan het Algemeen Bestuur het geschil om advies voorleggen aan een door het Algemeen Bestuur in te stellen geschillencommissie, zulks met inachtneming van het bepaalde in lid 3 en 4. Het Algemeen Bestuur kan regels stellen voor het functioneren van de geschillencommissie.

  • 3.

    De geschillencommissie hoort de bij dat geschil betrokken besturen en brengt advies uit aan de bij dat geschil betrokken besturen over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. Een afschrift van dit advies wordt toegezonden aan het Algemeen Bestuur.

  • 4.

    Indien, nadat het advies van de geschillencommissie is uitgebracht, de bij het geschil betrokken besturen alsnog niet blijken tot overeenstemming te komen, wordt het advies van de geschillencommissie toegezonden aan Gedeputeerde Staten.

  • 5.

    Het voorgaande laat de bevoegdheid van de deelnemers om een alternatieve wijze van geschilbeslechting overeen te komen, onverlet.

XIV Duur van de regeling

Artikel 40 - Duur regeling

  • 1.

    De regeling heeft een looptijd tot 1 januari 2025.

  • 2.

    De werkingsduur van de regeling kan bij besluit van de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Lansingerland en Zoetermeer, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft, worden verlengd.

  • 3.

    De deelnemers zullen zich ervoor inspannen de besluitvorming omtrent eventuele verlenging zodanig tijdig te starten dat deze ruimschoots voor het einde van de looptijd kan worden afgerond.

XV Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 41 - Niet-voorziene gevallen

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, wordt, voor zover wet- en regelgeving zich daartegen niet verzetten, door het Algemeen Bestuur een voorziening getroffen.

Artikel 42 - Inwerkingtreding van gewijzigde regeling

  • 1.

    De deelnemende gemeente waar de zetel van het openbaar lichaam GR Bleizo is gevestigd, draagt zorg voor toezending van dit besluit aan Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    Deze wijziging/hernieuwde vaststelling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de bekendmakingen zoals bedoeld in artikel 26, tweede lid Wet gemeenschappelijke regelingen hebben plaatsgevonden.

Artikel 43 - Citeertitel

De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke Regeling Bleizo" of “GR Bleizo”