Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2017, 62599 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2017, 62599 | Overig |
Handleiding najaar 2017
Utrecht, september 2017
Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (onderdeel van NWO)
|
Inhoud |
1 |
||
|
1. |
Inleiding |
1 |
|
|
1.1 |
Achtergrond |
2 |
|
|
1.2 |
Beschikbaar budget |
2 |
|
|
1.3 |
Geldigheidsduur call for proposals |
2 |
|
|
2. |
Doel |
2 |
|
|
3. |
3. |
Richtlijnen voor aanvragers |
2 |
|
3.1 |
Wie kan subsidie aanvragen |
2 |
|
|
3.2 |
Wanneer kan worden aangevraagd |
2 |
|
|
3.3 |
Hoe wordt de aanvraag opgesteld en ingediend |
2 |
|
|
3.4 |
Algemene subsidievoorwaarden |
3 |
|
|
3.5 |
Specifieke subsidievoorwaarden |
3 |
|
|
3.6 |
Financiële en administratieve subsidievoorwaarden |
3 |
|
|
4. |
Procedure |
5 |
|
|
4.1 |
Ontvankelijkheid |
5 |
|
|
4.2 |
Beoordeling |
5 |
|
|
4.3 |
Besluitvorming |
5 |
|
|
4.4 |
Tijdpad |
6 |
|
|
4.5 |
Beoordelingscriteria |
6 |
|
|
5. |
Uitvoering |
6 |
|
|
6. |
Contact en overige informatie |
6 |
|
|
Bijlage 1 Lijst van geselecteerde projecten |
8 |
||
|
Bijlage 2 Voorbeelden van doorwerking |
9 |
||
De vergroting van impact van onderzoek staat hoog op de agenda in Nederland. Ook voor het praktijkgerichte onderzoek van hogescholen is het een belangrijk punt.
Zonder impact van onderzoek is er immers geen vernieuwing en vooruitgang. Als het gaat over de impact van onderzoek worden verschillende termen gebruikt: valorisatie, kennisbenutting, doorwerking, etc. In de context van de Top-up regeling verkiezen we de wat algemenere term ‘doorwerking’. In het algemeen gaat doorwerking over een bijdrage aan een reële praktijk. Het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (hierna Regieorgaan SIA) definieert ‘doorwerking’ als volgt:
Doorwerking is het proces waardoor de ‘opbrengst’ van het praktijkgerichte onderzoek – het geheel aan kennis, ervaringen, vaardigheden, netwerken, concrete producten etc. – voortvloeit naar en een plek krijgt in 1) het onderwijs, 2) het onderzoek en 3) de praktijk/de maatschappij. Het proces van doorwerking vereist interactie tussen de onderzoeker(s) en de bovengenoemde doelgroepen. Doorwerking kan in alle fases van het onderzoek plaatsvinden: van de formulering van de onderzoeksvraag tot en met de verspreiding van de onderzoeksresultaten na afloop van het onderzoek.
Doorwerking is een continu en divers proces. Het gebeurt al in een vroeg stadium door bijvoorbeeld vraagarticulatie met betrokkenen, halverwege het onderzoek door het organiseren van een terugkoppelbijeenkomst over de tussentijdse resultaten en/of aan het ‘einde’ door bijvoorbeeld de implementatie van een methodiek voor de praktijk of het onderwijs.
Onderzoekers bij hogescholen werken in hun onderzoek nauw samen met de praktijk; vanaf de formulering van onderzoeksvragen tot het in de praktijk brengen van de door het onderzoek ontwikkelde opbrengsten. De doorwerking van het geheel aan kennis, ervaringen, vaardigheden etc. vormt de rode draad van het praktijkgericht onderzoek.
Top-up is een regeling die de aandacht voor ‘doorwerking’ bij RAAK-onderzoek stimuleert en faciliteert. Top-up richt zich op het stimuleren van doorwerking van het afgeronde onderzoek richting 1) het onderwijs, 2) onderzoek en/of 3) de beroepspraktijk.
Regieorgaan SIA vindt doorwerking een belangrijk aspect van het praktijkgericht onderzoek – ook na afronding van een onderzoeksproject – en wil dan ook de doorwerking van onderzoek extra stimuleren en onder de aandacht brengen. Doorwerking hoort al in het RAAK-project te zitten, daarom is de Top-up regeling bedoeld voor de onverwachte kansen die zich tijdens een RAAK-project voordoen. Voor doorwerking is er geen recept, elk onderzoeksproject heeft zijn eigen kansen (en beperkingen). In bijlage 2 vindt u een aantal goede voorbeelden uit een vorige Top-up ronde.
De hoofdaanvrager dient een hogeschool te zijn met een of meerdere afgesloten RAAK-projecten die voldoen aan de volgende voorwaarden:
1. Het project is afgesloten met een door Regieorgaan SIA goedgekeurde eindrapportage.
2. Het project is nog niet eerder in aanmerking gekomen voor de Top-up-regeling of voor de eerdere doorwerkingsregeling van Regieorgaan SIA ‘Netwerken voor groei’. Met uitzondering van afgewezen Top-up aanvragen. Deze kunnen nog eenmaal indienen.
De projectleider van een geselecteerd project wordt door Regieorgaan SIA uitgenodigd om namens de hogeschool een voorstel in te dienen. De aanvraag dient te zijn opgesteld onder verantwoordelijkheid van een lector of een aan de hogeschool verbonden senior onderzoeker. Het College van Bestuur van de hogeschool benoemt de projectleider die namens de hogeschool het aanspreekpunt is voor Regieorgaan SIA en door het College van Bestuur gemachtigd wordt om de aanvraag in te dienen
Aanvragen kunnen worden ingediend tot dinsdag 7 november 2017, 14.00 uur, Nederlandse tijd. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
Een volledige aanvraag omvat de volgende stukken:
• het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier;
• het ingevulde projectvoorstel;
• de door de projectleider getekende begroting met kostenonderbouwing, aangevraagde subsidie en eventuele cofinanciering.
De handleiding, het aanvraagformulier, inclusief het model projectvoorstel en het begrotingsformat worden minstens acht weken voor de deadline van indiening beschikbaar gesteld via ISAAC. De directe link naar deze call in ISAAC is: https://www.isaac.nwo.nl/subsidieaanvraag?extref=topup2017n
Het is verplicht de via ISAAC beschikbare formulieren/formats te gebruiken.
Het indienen van een aanvraag bij NWO kan alleen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen. Een hoofdaanvrager is verplicht zijn/haar aanvraag via zijn/haar eigen ISAAC-account in te dienen. Indien de hoofdaanvrager nog geen ISAAC-account heeft, dient deze dat minimaal een dag voor het indienen aan te maken. Dit is om eventuele aanmeldproblemen nog op tijd te kunnen verhelpen.
Het inlogscherm ISAAC is bereikbaar via: www.isaac.nwo.nl
De handleiding ISAAC is bereikbaar via: www.isaac.nwo.nl/help De ISAAC helpdesk is bereikbaar via: isaac.helpdesk@nwo.nl
U wordt verzocht de subsidieaanvraag en -registratie volledig in te vullen. Ook dient u het aanvraagformulier, projectvoorstel en de begroting, voorzien van alle benodigde handtekeningen, digitaal toe te voegen bij de aanvraag.
De maximaal aan te vragen subsidieomvang bedraagt € 10.000,–.
De duur van het project is maximaal 12 maanden. Inzet van subsidie buiten de looptijd van het project is niet mogelijk. Cofinanciering is mogelijk maar niet vereist.
De subsidiegelden zijn uitsluitend bestemd voor activiteiten of ontwikkeling van concrete producten die bedoeld zijn om de doorwerking van onderzoeksresultaten uit RAAK-onderzoek – richting 1) onderwijs, 2) onderzoek en/of 3) beroepspraktijk – te maximaliseren. Het is geen vereiste om alle drie de richtingen te bedienen, keuzes mogen worden gemaakt.
Subsidiëring van (deel)projectactiviteiten die reeds zijn gesubsidieerd vanuit andere bronnen, is niet mogelijk.
Bij eventueel voortijdig beëindigen van het project bepaalt Regieorgaan SIA of de subsidie – geheel of ten dele – moet worden gerestitueerd.
Onderzoeksresultaten die (mede) tot stand zijn gekomen met de RAAK-subsidie, dienen zo veel en zo spoedig mogelijk voor het publiek en voor verder onderzoek toegankelijk te zijn. Alle wetenschappelijke publicaties van onderzoek die zijn gefinancierd op basis van toekenningen voortvloeiend uit deze call for proposals dienen onmiddellijk (op het moment van publicatie) wereldwijd vrij toegankelijk te zijn (Open Access). Onderzoekers kunnen op verschillende manieren Open Access publiceren. Een uitgebreide toelichting hierop vindt u op www.nwo.nl/openscience.
Het bestuur van Regieorgaan SIA stelt per ronde de lijst met geselecteerde projecten vast. Binnen het RAAK-project dat de basis vormt voor de aanvraag in het kader van Top-up is/zijn de hogeschool of de hogescholen een samenwerkingsverband aangegaan met één of meerdere private/(semi-)publieke partijen.
Regieorgaan SIA gaat er vanuit dat de (penvoerende) hogeschool en de (voormalige) consortiumpartners afspraken hebben gemaakt over het nakomen van de onderlinge toezeggingen en verplichtingen binnen het Top-up-project. De (penvoerende) hogeschool is verantwoordelijk voor het maken van afspraken met de (voormalige) consortiumpartners over het gebruik en het uitdragen van de producten of zaken die binnen het onderzoeksproject zijn ontwikkeld (bijvoorbeeld intellectueel eigendom) en die binnen Top-up centraal staan.
Binnen Top-up wordt een uitnodigende houding ten aanzien van (nog) niet participerende organisaties om te reflecteren en een bijdrage te leveren aan het project gewaardeerd.
De kosten die met deze subsidie gefinancierd kunnen worden, betreffen de noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen gemaakte en/of betaalde kosten gebaseerd op kostprijs, inclusief eventuele niet-verrekenbare btw.
De volgende kostenposten worden onderscheiden:
• Een berekening van de uurtarieven van de hogeschool gebaseerd op de door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) geaccordeerde Integrale KostPrijs-methodiek, zie voor informatie de website van RVO: http://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/subsidiespelregels/subsidiabele-kosten-algemeen/integrale-kostensystematiek
Indien u van deze methodiek gebruik maakt, dient u de eigen verklaring integrale kostensystematiek en het tarievenoverzicht, zoals berekend op basis van de eigen verklaring integrale kostensystematiek, bij te voegen bij de begroting.
of
• Het uurtarief van de hogeschool wordt berekend op basis van het brutoloon van de betreffende medewerker(s) verhoogd met sociale lasten en eventuele overhead (maximaal 25% van het loon inclusief sociale lasten). Dit bedrag dient te worden gedeeld door 1.650 uur (bij een fulltime dienstverband) om het uurtarief te bepalen. Het berekende uurtarief op basis van brutoloon van betreffende medewerker mag niet hoger zijn dan het kostendekkend tarief per uur bij de salarisschaal van de medewerker, zoals dat in tabel 2 in de Handleiding Overheidstarieven is weergegeven.
of
• De tarieven conform de Handleiding Overheidstarieven (HOT). De toegestane tarieven in de HOT betreffen uitsluitend de tarieven genoemd in de versie van de HOT van het betreffende kalenderjaar en conform onderstaande tabel 2, kolom ‘Kostendekkend tarief per uur’, op basis van de cao hbo inschaling van de betreffende medewerker. Lagere tarieven zijn toegestaan. De HOT wordt jaarlijks geactualiseerd.
Download hier de Handleiding Overheidstarieven 2017.
De tarieven zijn voor 2017 als volgt (‘Kostendekkend tarief per uur’
Deze tarieven zijn integraal toepasbaar en het hanteren van deze tarieven is zonder toelichting of berekening toegestaan. Het tarief van een medewerker wordt bepaald op basis van de cao hbo inschaling van de betreffende medewerker. Hogere tarieven dan deze tarieven van de HOT zijn niet toegestaan. Lagere tarieven dan de HOT zijn wel toegestaan, maar mogen niet willekeurig opgevoerd worden. Eventuele lagere tarieven moeten onderbouwd kunnen worden, bijvoorbeeld op basis van een interne kostprijsberekening. De instellingsaccountant hoeft hier geen accountantscontrole toe te passen; tarieven lager dan de HOT zijn voor Regieorgaan SIA altijd akkoord. Alleen consistente toepassing is vereis.
Het is toegestaan studenten, verbonden aan de hogeschool, in te zetten voor het project en de kosten hiervan binnen het project op te voeren.
Per subsidiejaar kan het volgende worden opgevoerd:
• Inzet van uren van studenten waarbij geldt dat deze geschiedt als onderdeel van de opleiding (de studenten dienen in dat geval ook studiepunten te krijgen voor de activiteiten). Alleen de stagevergoeding zoals gebruikelijk binnen de instelling is declarabel met een maximum van € 25,– per uur. Aan het aantal in te zetten uren per student is een maximum verbonden van 1.650.
• Inzet van uren van studenten die extra-curriculair worden ingezet in het traject. Per student kan maximaal 250 uur per subsidiejaar ten laste van het traject worden gebracht, waarbij geldt dat maximaal € 25,– per uur opgevoerd kan worden als subsidiabele kosten.
In beide situaties geldt dat uitsluitend de werkelijke aan de student uitbetaalde bedragen met een maximaal uurtarief van € 25,– als kosten kunnen worden opgevoerd. Uren en uurtarieven boven de genoemde maxima kunnen niet als kosten worden opgevoerd. Aan het aantal in te zetten studenten in het project is geen maximum verbonden.
|
Universiteiten – aio’s en postdocs: |
– VSNU akkoord |
|
Universiteiten – overige wetenschappelijke functies: |
– Handleiding Overheidstarieven |
|
TO2’s: |
– Handleiding Overheidstarieven |
|
Overige partners: |
– Bepaling uurtarief is vrij, met een maximum van € 125 per uur, ex. eventuele btw |
Deze (consortium)partners kunnen kennistoeleveranciers zijn binnen het consortium (zijnde geen hogeschool) dan wel buiten het consortium (externe kennistoeleveranciers). Indien het uitbesteding betreft aan externe kennistoeleveranciers dan dient de offerte goedgekeurd te worden door het consortium.
In totaal kan maximaal 25% van het subsidiebedrag ten bate komen aan deze groep (consortium)partners.
Binnen deze groep vallen ook:
• onderwijsinstellingen anders dan een door de overheid bekostigde hogeschool zoals gedefinieerd in paragraaf 3.1;
• projectmedewerkers die gedetacheerd zijn bij een hogeschool en die alleen voor dit project worden ingeleend. Een uitzondering geldt voor projectmedewerkers die een detacheringsovereenkomst hebben met een hogeschool die niet alleen
betrekking heeft op detachering binnen dit project; de kosten van deze projectmedewerkers mogen onder de loonkosten van de hogeschool opgevoerd worden.
De aan de uitvoering van het project verbonden kosten als verbruik van materialen, hulpmiddelen, prototypes, testopstellingen en overige kosten zoals reis- en verblijfkosten en publicaties. Bij het aanschaffen van machines en apparatuur kunnen slechts de aan het project toe te rekenen afschrijvingskosten of leasetermijnen worden opgevoerd.
Afschrijvingstermijnen dienen te worden berekend op basis van de historische aanschafprijs exclusief financieringskosten, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van vijf jaar. Opvoering van kosten voor gebruik van apparatuur ouder dan vijf jaar is dus niet mogelijk.
De subsidieaanvraag wordt na ontvangst gecontroleerd op de juistheid ten aanzien van volledigheid en vormvereisten. Indien de aanvraag hieraan voldoet, wordt deze ontvankelijk verklaard, geregistreerd en in behandeling genomen. De hogeschool krijgt daarvan bericht. Voldoet de projectaanvraag niet aan de volledigheid en vormvereisten, dan wordt de hogeschool de mogelijkheid geboden de ontbrekende gegevens te verstrekken. Indien de gegevens binnen de gestelde termijn worden aangeleverd en akkoord worden bevonden, wordt de aanvraag alsnog ontvankelijk verklaard, geregistreerd en in behandeling genomen. Indien deze gegevens niet binnen de gestelde termijn zijn verstrekt, wordt de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard.
De hogeschool krijgt daarvan bericht. Het dossiernummer geldt als vast kenmerk voor alle verdere correspondenti.
Wanneer een aanvraag in behandeling is genomen, wordt de gehele aanvraag ter beoordeling voorgelegd aan de Top-up beoordelingscommissie. De commissie beoordeelt de projecten met een voldoende of onvoldoende op basis van de beoordelingscriteria zoals beschreven in paragraaf 4.
De beoordelingscommissie brengt een advies uit aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Op grond van het advies van de beoordelingscommissie neemt de directeur van Regieorgaan SIA, namens het bestuur, een besluit. Het subsidiebesluit van het bestuur van Regieorgaan SIA wordt schriftelijk meegedeeld, in geval van honorering inhoudende een subsidievaststellingsbesluit en in geval van niet-honorering inhoudende een afwijzingsbesluit. In een bezwaar- en beroepsprocedure is voorzien. De bezwaarprocedure is te vinden op de website van NWO.
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en medewerkers is de NWO-code Belangenverstrengeling van toepassin.
|
7 november 2017 |
Deadline indiening aanvragen |
|
december 2017 |
Vergadering beoordelingscommissie |
|
januari 2018 |
Besluit bestuur Regieorgaan SIA |
|
januari 2018 |
Bekendmaking |
De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen op basis van de volgende criteria:
• helderheid van het projectplan;
• de mate waarin voortgebouwd wordt op de uitkomsten van het eerder uitgevoerde RAAK-onderzoek;
• verwachte mate van effectiviteit/impact van de gekozen aanpak;
• haalbaarheid (geld, tijd, samenstelling en kwaliteit voorgestelde projectteam);
• doelmatigheid (weegt de inzet op tegen het beoogde resultaat).
De commissie kan een nadere toelichting bij de hogeschool vragen op de aanvraag.
Na toekenning van de subsidie is de uitvoering van het project de verantwoordelijkheid van de hogeschool. Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de datum van het subsidiebesluit overgemaakt.
Voor iedere substantiële inhoudelijke wijziging van het gesubsidieerde projectvoorstel is schriftelijke toestemming van Regieorgaan SIA vereist. Onder substantiële wijzigingen worden in ieder geval, maar niet uitsluitend, verstaan:
• iedere wijziging in de looptijd van het project;
• wijziging van projectleider;
• wijziging van lector of betrokken onderzoekers;
• inhoudelijke projectwijzigingen.
Het project wordt afgerond met de oplevering van een beknopte eindrapportage. Deze eindrapportage bestaat uit:
1. een inhoudelijke eindrapportage;
2. registratie van de onderzoeksoutput in ISAAC;
3. een financiële eindrapportage.
De hogeschool levert de drie onderdelen van de eindrapportage binnen acht weken na de einddatum van de subsidieperiode/looptijd aan in ISAAC.
Voor de eindrapportage dient gebruik te worden gemaakt van de formats die via ISAAC beschikbaar worden gesteld.
Voor inhoudelijke vragen over deze call for proposals, aanvullende informatie over de indieningsprocedure en -voorwaarden en/of eventuele overige inhoudelijke vragen kan contact worden opgenomen met:
Martje van Ankeren, programmamanager telefoon: 06 – 57 74 19 97
e-mail: martje.vanankeren@regieorgaan-sia.nl
Heeft u vragen van technische aard dan verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC helpdesk. Wij raden u aan eerst de ISAAC handleiding door te nemen voordat u contact opneemt met de ISAAC helpdesk.
Bereikbaarheid ISAAC helpdesk: van maandag t/m vrijdag van 11.00 uur tot 17.00 uur, telefoonnummer 020 – 346 71 79. U kunt ook uw vraag per e-mail sturen aan isaac.helpdesk@nwo.nl.
|
2014-01-38P |
Publiek |
Ruimte voor Levensbeschouwelijke Ontwikkeling van iedere leerling |
Marnix Academie |
|
|
2014-01-11M |
MKB |
Biocomposieten voor bouwkundige- en civiele toepassingen |
Avans Hogeschool |
|
|
2014-01-21P |
Publiek |
POKO: Particitatief ontwerpen voor KinderOncologie |
Hogeschool Utrecht |
|
|
2014-01-49P |
Publiek |
Nieuwe Maatjes |
Hogeschool Windesheim |
|
|
2014-01-05P |
Publiek |
Het verpleeghuis van de toekomst is een thuis |
Fontys Hogescholen |
|
|
2014-01-08P |
Publiek |
Let's talk energy |
Hanzehogeschool Groningen |
|
|
2014-01-50P |
Publiek |
Professioneel samenwerken in de wijk |
Hogeschool Windesheim |
|
|
2014-01-10M |
MKB |
TexIHC |
Saxion |
|
|
2014-01-11M |
MKB |
Biocomposieten voor bouwkundige- en civiele toepassingen |
Avans Hogeschool |
|
|
2014-01-15M |
MKB |
GRIP |
Hogeschool van Amsterdam |
|
|
2014-01-28M |
MKB |
Naar minder aanhoudingen Nederlandse schepen |
NHL Hogeschool |
|
|
2014-01-21P |
Publiek |
POKO: Particitatief ontwerpen voor KinderOncologie |
Hogeschool Utrecht |
|
|
2014-01-23P |
Publiek |
Self Management in Chronic Pain Strategies (SOLACE) |
Hogeschool Utrecht |
|
|
2014-01-10P |
Publiek |
Kennisnetwerk ouderen en preventie (KNOP) |
Hogeschool Leiden |
|
|
2014-01-53P |
Publiek |
(Be)leef in de wijk! |
Zuyd hogeschool |
|
|
2014-01-35P |
Publiek |
Somatische Zorg en leefstijl in de GGZ |
Hogeschool Inholland |
Mits eindrapportage is goedgekeurd |
|
2014-01-54P |
Publiek |
Het meten van beweegactiviteiten in de zorg; wanneer kies je voor welke meter? |
Zuyd Hogeschool |
Mits eindrapportage is goedgekeurd |
|
2014-01-28P |
Publiek |
Signaleren en melden ouderenmishandeling actute zorgketen |
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen |
Mits eindrapportage is goedgekeurd |
|
2014-01-44P |
publiek |
Toegankelijker Verslavingszorg via Internet en Mobiele applicatie |
Saxion |
Mits eindrapportage is goedgekeurd |
|
2014-01-52P |
publiek |
Beeldcommunicatie in de GGZ |
Hogeschool Windesheim |
Mits eindrapportage is goedgekeurd |
|
2014-01-32P |
publiek |
Kijk! Een gezonde wijk |
Hogeschool van Amsterdam |
Mits eindrapportage is goedgekeurd |
|
2015-02-09M |
MKB |
SamenMarkt®: Samen werken in de Tuinbouwmarkt |
Hogeschool Inholland |
Mits eindrapportage is goedgekeurd |
|
2015-02-28M |
MKB |
Family Dairy Tech |
Hogeschool van Hall Larenstein |
Mits eindrapportage is goedgekeurd |
|
2015-02-37M |
MKB |
Fusarium besmetting van de tulp |
Hogeschool Leiden |
Mits eindrapportage is goedgekeurd |
|
PRO-4-31 |
PRO |
Building for nature |
HZ University of Applied Sciences |
Mits eindrapportage is goedgekeurd |
Top-up richt zich op het stimuleren van doorwerking van afgerond RAAK-onderzoek richting 1) het onderwijs, 2) onderzoek en/of 3) de beroepspraktijk. Regieorgaan SIA vindt doorwerking een belangrijk aspect van het praktijkgericht onderzoek, ook na afronding van een onderzoeksproject en wil de doorwerking van onderzoek extra stimuleren en onder de aandacht brengen. Doorwerking hoort uiteraard al in het RAAK-project te zitten, maar de Top-up regeling kan gebruikt worden voor de onverwachte kansen die zich tijdens een RAAK-project voordoen. Voor doorwerking is geen recept, elk onderzoeksproject heeft zijn eigen kansen (en beperkingen). Hieronder twee inspirerende voorbeelden.
Zorgprofessionals willen mensen met dementie graag ondersteunen bij het doen van activiteiten, maar voor één-op-één begeleiding ontbreken vaak tijd en middelen. Vanwege de toenemende behoefte aan individuele activiteiten is onderzocht of het spelen van eenvoudige computerspelletjes, de zogenoemde happy games, op de iPad van invloed is op de stemming en het gedrag van mensen met dementie. Gebleken is dat het doen van spellen de zelfwaardering van ouderen met dementie verhoogt, dat hun identiteit wordt versterkt doordat ze spellen spelen die ze vroeger ook deden en dat er plezier gehaald wordt uit de mooie beelden van het spel.
Het project heeft de resultaten breed verspreid, er is een iPadcover ontwikkeld en in productie genomen die de doelgroep ondersteunt in het spel. Tevens zijn er artikelen verschenen in relevante tijdschriften en is er een handreiking verschenen voor het ontwerpen van games voor mensen met dementie, die gebruikt wordt in het onderwijs en in de praktijk.
Een indeling maakt het gemakkelijker om vooraf een spel te kiezen dat goed aansluit
bij de individuele wensen en behoeften van een persoon met dementie. Het In Touch
onderzoek was er niet op gericht om zo’n indeling te maken, maar toch was uit de eerste
ervaringen wel al een concept indeling te maken.
Voor zo’n indeling zijn een aantal variabelen van belang die het succes van een spel
voor een oudere met dementie kan voorspellen. Top-up wordt gebruikt om deze indeling
verder uit te werken samen met een internationale partner. Yvonne Schikhof hoofdocent
van de Hogeschool Rotterdam vertelt: “Tijdens het project is er een eerste poging
gedaan om een indeling te maken, dit eerste schema kan nu dankzij Top-up verder worden
uitgewerkt. Er kan gekeken worden of de indeling klopt en nieuwe elementen kunnen
worden toegevoegd. Dankzij Top-up kunnen we zaken aan elkaar knopen. We wilden al
studenten verder laten gaan met de projectresultaten, maar nu kunnen we er ook onderzoekers
aan verbinden en krijgt dit project een hogere kans van slagen. Fijn is dat we dankzij
Top-up onze internationale partner, Sheffield University, ook wat kunnen bieden. We
gaan gezamenlijk de uitkomsten op een internationaal congres presenteren. Zij gaan
verder met ons project en hebben bijvoorbeeld al twee apps aangepast met onze informatie.
Op de conferentie kunnen we kijken of we andere partijen aangesloten krijgen. Ik denk
echt dat we iets te pakken hebben dat over landsgrenzen heen kan gaan. Het is niet
veel budget, dus we hebben geprobeerd alles slim aan elkaar te knopen. Zo heeft Top-up
een impuls gegeven waardoor we nu weer verder kunnen.”
Ontwerpfoto van student Wendy de Zeeuw, Hogeschool Rotterdam
Voor productontwerpers is de keuze voor de juiste bioplastics geen gemakkelijke opgave, bleek tijdens het RAAK-project 'Design Challenges with Biobased Plastics' van de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Er is behoefte aan ondersteuning bij het maken van een weloverwogen keuze uit de verschillende bioplastics. Samen met Wageningen UR is daarom binnen het RAAK-project een keuzetool ontwikkeld: Bioplastics4U.
Detool stelt een aantal vragen aan de gebruiker over de gewenste functionaliteit van het product waarvoor een biobased plastic gezocht wordt. De keuzetool geeft aan de hand van de gegeven antwoorden een advies welk biobased plastic het meeste aan de gestelde eisen voldoet. Deze keuzetool is gepresenteerd in meerdere workshops en goed ontvangen door de gebruikers.
Verschillende instanties (NRK, DPI Value Centre, Holland Bioplastics) verwijzen op hun website naar de publicatie Design challenges with biobased plastics1, die gratis kan worden gedownload van biobasedplastics.nl, en de online versie van de tool.
Een mooi begin, maar Top-up is nodig om de bestaande tool te updaten, veilig te stellen voor de toekomst en beter toegankelijk te maken voor het onderwijs en de praktijk. Mathijs de Jong, docent/onderzoeker biobased plastics van het lectoraat Urban Technology aan de HvA vertelt: “Binnen ons RAAK-project hadden we de hele keten betrokken, van producenten tot ontwerpers. Hierdoor kwamen we er achter dat er richting ontwerpers een duidelijk hiaat was. Er werd veel gepraat over biobased plastics, maar de kennis over de eigenschappen van de verschillende producten ontbrak. Erg zonde want biobased plastics zijn de toekomst!
We zien het als onze opdracht om de onbekendheid met biobased plastics wat weg te nemen. Onbekend maakt immers onbemind, terwijl er heel veel mogelijk is. Om deze reden hebben we, samen met Wageningen UR, de keuzetool ontwikkeld. We hebben de tool eerst helemaal ontwikkeld in Word en vervolgens een snelle, toegankelijke versie gemaakt in Excel. Een mooi en bruikbaar begin, dat al een heel aardige richting geeft. Echter, het veld van biobased plastics is dynamisch en de eigenschappen van verschillende soorten plastics zijn makkelijk te beïnvloeden door het toevoegen van additieven. Daarom is het noodzakelijk de keuzetool verder te ontwikkelen en te actualiseren zodat de tool echt kan bijdragen aan het ontsluiten van de markt van biobased plastics.”
“We combineren de Top-up subsidie met een subsidie die Wageningen UR heeft gekregen. Hiermee kunnen we de keuzetool actualiseren en een webbased versie ontwikkelen.
Daarnaast willen we de doelgroep uitbreiden en bijvoorbeeld het mkb meer betrekken. We gaan ook een docentenhandleiding schijven zodat de tool geïmplementeerd kan worden in het hoger onderwijs.
Dit doen we via het Centre for Biobased Economy, een samenwerking tussen Wageningen
UR en zeven hogescholen. Door Top-up op deze manier in te zetten krijgt de doorwerking
van de resultaten van het RAAK-project een flinke extra impuls en dragen we bij aan
een duurzame toekomst.”
Afbeelding keuzetool, Excel versie. Zie ook: www.biobasedplastics.nl/portfolio/keuzetool-biobased-plastics
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-62599.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.