De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 7, tiende lid, van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met
mensen,
Besluit:
ARTIKEL I
In artikel 1 van de regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en sport,
van 22 maart 2000, tot aanwijzing van de diensten, instellingen en bedrijven van de
rijksoverheid waarop artikel 7, eerste lid, van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek
met mensen niet van toepassing is (Stcrt. 2000, 65), wordt ‘het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport’ vervangen door: het Ministerie van Defensie, het Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, genoemd
in artikel 4, tweede lid, onderdeel d, van het Organisatiebesluit Ministerie van Veiligheid
en Justitie 2015.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2017.
TOELICHTING
Artikel I
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (hierna: WODC) gaat onderzoek
doen naar middelengebruik en geweld. In dit onderzoek zal een testbatterij ontwikkeld
worden waarmee potentieel geweld onder invloed van alcohol gemeten kan worden. Dit
onderzoek valt onder de reikwijdte van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met
mensen (hierna: de wet).
In artikel 7, eerste lid, van de wet is bepaald dat voor het verrichten van het medisch-wetenschappelijk
onderzoek met mensen een verzekering afgesloten moet zijn die de door het onderzoek
veroorzaakte schade door dood of letsel van de proefpersoon dekt. Deze verplichte
verzekering geldt niet voor wetenschappelijk onderzoek door diensten, instellingen
of bedrijven van de rijksoverheid, als die door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport zijn aangewezen in de regeling op grond van artikel 7, tiende lid, van de
wet. Vanwege het onderzoek ‘Middelengebruik en geweld: Ontwikkeling van een testbatterij’
en eventuele toekomstige onderzoeken, is in artikel 1 van die regeling het WODC van
het Ministerie van Veiligheid en Justitie toegevoegd (zie artikel 4, tweede lid, onderdeel
d, en artikel 8 van het Organisatiebesluit Ministerie van Veiligheid en Justitie 2015).
De achtergrond van de mogelijkheid om een uitzondering te maken op verzekeringsplicht
is dat de rijksoverheid risico's als deze in beginsel zelf draagt. Om misverstanden
te voorkomen over de vraag welke tot de rijksoverheid behorende diensten, instellingen
of bedrijven vrijgesteld zijn van de verzekeringsplicht, worden die diensten expliciet
aangewezen in een ministeriële regeling.
Voor degene die meedoet aan een onderzoek waarvoor op basis van deze uitzondering
geen verzekering is afgesloten heeft dit geen gevolgen. In artikel 7, tiende lid,
van de wet is immers geregeld dat een benadeelde dezelfde rechten heeft jegens de
dienst van de rijksoverheid, als diegene jegens de verzekeraar zou hebben. Zo kan
deze persoon toch zijn schade vergoed krijgen, mocht het zover komen. Degenen die
aan een onderzoek meedoen worden waarvoor geen verzekering wordt afgesloten worden
daar van te voren schriftelijk van op de hoogte gesteld (zie artikel 7 van het Besluit
verplichte verzekering bij medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen 2015).
Andere verplichtingen op grond van de wet gelden onverminderd; de uitzondering ziet
alleen op de verzekeringsplicht.
Artikel II
Aan de regeling is terugwerkende kracht tot 1 augustus 2017 verleend. Voor deze uitzondering
op de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn is gekozen vanwege het
belang van de voortgang van (de voorbereiding van) het lopende onderzoek door het
WODC. Het zou voor het onderzoek en daarmee voor het WODC nadelig zijn als met een
verdere voorbereiding moet worden gewacht, of als tijdens een deel van het onderzoek
wel een verzekering verplicht zou zijn. Met terugwerkende kracht worden ongewenste
nadelen als bedoeld in Aanwijzing voor de regelgeving 174, vierder lid, onderdeel
1, voorkomen. Deze terugwerkende kracht heeft geen gevolgen voor diegenen die als
proefpersonen meedoen aan het lopende onderzoek of aan een ander onderzoek door of
namens het WODC.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.I. Schippers