De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelet op de artikelen 2:29, eerste lid, en 3:49, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, 32c, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen en 3 van de Subsidieregeling voor scholing en re-integratie van personen
met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen;
Besluit:
ARTIKEL I
De Subsidieregeling voor scholing en re-integratie van personen met arbeidsbeperkingen
en ernstige scholingsbelemmeringen wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
B
In artikel 15, tweede lid, wordt ‘1 januari 2018’ vervangen door: 1 januari 2021.
ARTIKEL II
De Regeling subsidieplafond scholingsinstellingen 2006 tot en met 2008, de Regeling
subsidieplafond scholingsinstellingen 2007 tot en met 2009, de Regeling subsidieplafond
scholingsinstellingen 2008 tot en met 2010, de Regeling subsidieplafond scholingsinstellingen
2009 tot en met juli 2012/2010 tot en met juli 2013 en de Regeling subsidieplafond
scholingsinstellingen 2011 tot en met juli 2016 vervallen.
ARTIKEL III
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
TOELICHTING
Algemeen
Deze wijzigingsregeling voorziet in verlenging van de looptijd van de Subsidieregeling
voor scholing en re-integratie van personen met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen
(hierna: de subsidieregeling) voor de duur van drie jaar, zodat nog drie cohorten
kunnen instromen in 2018, 2019 en 2020, waarna de regeling komt te vervallen per 1 januari
2021. De subsidievoorwaarden blijven ongewijzigd, alsmede het subsidieplafond van
€ 13,3 mln per cohort voor de cohorten van 1 januari 2018 t/m 31 juli 2023.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in haar brief van 10 september
2013 (Kamerstukken II, 2012/13, 31 224, nr. 38) aangegeven dat het op de langere termijn opportuun is na te denken over de relevantie
van een afzonderlijke subsidieregeling in het licht van de ontwikkelingen omtrent
het passend onderwijs, de decentralisaties en de invoering van de Participatiewet,
alsmede de effecten op de participatie van jongeren met beperkingen. Deze vraag is
meegenomen in de recente evaluatie van de subsidieregeling (Kamerstukken II 2016/17,
31 224, nr. 39). Hieruit blijkt dat er vooruitgang is geboekt met passend onderwijs, maar dat het
mbo op dit moment niet in staat is om de huidige ESB-doelgroep op te leiden. Volgens
de evaluatie is het echter nog te vroeg om vast te stellen of opleiding van de doelgroep
na verdere implementatie van passend onderwijs in de toekomst wel mogelijk zal zijn.
Er lijkt op dit moment dus nog geen alternatief voor de ESB-doelgroep als de regeling
wegvalt. Gezien deze uitkomst van de evaluatie ziet de Staatssecretaris van SZW aanleiding
om de subsidieregeling met drie jaar te verlengen. Deze periode wordt benut om in
afstemming met betrokken partijen te verkennen op welke wijze de ondersteuning van
de doelgroep het beste kan worden gepositioneerd. Belangrijk uitgangspunt daarbij
is dat de behoefte van de jongeren centraal staat en dat zij adequaat worden ondersteund.
Artikelsgewijs
Artikel I
Onderdeel A wijzigt artikel 3 van de subsidieregeling. Het artikel wordt onderverdeeld
in twee leden. Het tweede lid bevat de nieuwe uitzonderingsgrond op de hoofdregel
van het eerste lid, namelijk de hoofdregel dat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
eenmaal per vier jaar, voor de duur van vijf kalenderjaren en zeven maanden, het subsidieplafond
per cohort vaststelt en daarvan mededeling doet in de Staatscourant. Aangezien de
looptijd van de subsidieregeling met drie jaar wordt verlengd, is aanpassing noodzakelijk.
In het tweede lid is daarom voor drie cohorten (van 1 januari 2018 tot en met 31 juli
2021, van 1 januari 2019 tot en met 31 juli 2022 en van 1 januari 2020 tot en met
31 juli 2023) het subsidieplafond vastgesteld. Voor elk cohort afzonderlijk wordt
het subsidieplafond vastgesteld op € 13,3 miljoen.
Onderdeel B past de zogenoemde horizonbepaling van de subsidieregeling aan. Daarmee
vervalt de regeling drie jaar later, namelijk met ingang van 1 januari 2021 in plaats
van met ingang van 1 januari 2018. Voor reeds verstrekte subsidies blijft de subsidieregeling
evenwel na 1 januari 2021 gelden.
Artikel II
De in dit artikel genoemde regelingen kunnen vervallen omdat zij zijn uitgewerkt.
Artikel III
Afgeweken wordt van de voorgeschreven vaste verandermomenten voor de inwerkingtreding
van ministeriële regelingen (aanwijzing 174 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
Dit is gerechtvaardigd omdat door snellere inwerkingtreding wordt bewerkstelligd dat
de scholingsinstellingen nog zo veel mogelijk tijd krijgen om tijdig een aanvraag
in te dienen voor de periode na 31 december 2017. Immers, artikel 6, vijfde lid, van
de subsidieregeling bepaalt dat aanvragen moeten zijn ingediend voor 1 november van
het jaar, voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
Daarom wordt deze regeling voor 1 september 2017 gepubliceerd.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma